<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:6573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T12:16:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11368999</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:6573">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:6573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T12:10:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:6573 Rechtbank Noord-Holland , 21-05-2025 / 11368999</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:6573:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Betaling meerwerk, verrekening, verzuim, schadevergoeding</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:6573:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11368999 \ CV EXPL  24-3555</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 21 mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">FLOTIDAK B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Franeker,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: Flotidak,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D. Pieper (ARAG Rechtsbijstand) en mr. M.E. Hommes (advocaat),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">AANNEMERSBEDRIJF [gedaagde] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Den Helder,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.C. Dirks (Vermeer Gerechtsdeurwaarders).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 21 oktober 2024</para>
      <para>- de conclusie van antwoord met eis in reconventie</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in reconventie</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 15 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Flotidak heeft in opdracht van [gedaagde] dakbedekking en isolatie aangebracht op het dak van een loods. [gedaagde] heeft de overeengekomen aanneemsom van € 46.509,46 exclusief btw aan Flotidak betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 13 december 2023 heeft Flotidak een factuur van € 4.040,93 inclusief btw voor het verrichten van meerwerk aan [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] heeft deze factuur niet betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Flotidak heeft daarna geen werkzaamheden meer verricht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 9 april 2024 [gedaagde] een factuur van € 6.965,86 inclusief btw aan Flotidak gestuurd voor de kosten van het herstel van gebreken van € 5.076,91, de ten onrechte in rekening gebrachte witte dakbedekking van € 680,00 en de btw.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Flotidak vordert - samengevat - betaling van € 4.040,93 voor verricht meerwerk, met rente en kosten. Volgens Flotidak is het meerwerk overeengekomen en moet [gedaagde] de kosten daarvoor betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. Volgens [gedaagde] heeft Flotidak het werk niet afgerond en verkeert Flotidak in verzuim. [gedaagde] heeft de betaling van de factuur van Flotidak daarom opgeschort. Omdat Flotidak in gebreke is gebleven, had [gedaagde] het recht om het niet uitgevoerde werk door een derde uit te laten voeren. [gedaagde] doet een beroep op verrekening van haar tegenvordering met de factuur van Flotidak.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert - samengevat - betaling van een schadevergoeding van € 3.525,43 inclusief incassokosten en rente en van € 710,18. Volgens [gedaagde] is Flotidak tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen en moet zij de schade van [gedaagde] vergoeden. [gedaagde] vordert ook betaling van € 5.330,00 omdat een aantal overeengekomen werkzaamheden niet zijn verricht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Flotidak voert verweer. [gedaagde] is in verzuim met haar verplichting om de meerwerkfactuur te betalen. Daarom heeft Flotidak haar verplichting om de rest van het werk te verrichten opgeschort. [gedaagde] had geen opeisbare vordering en verkeerde in schuldeisersverzuim.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter moet beoordelen of [gedaagde] de factuur van Flotidak van € 4.040,93 inclusief btw voor verricht meerwerk verschuldigd is. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de factuur verschuldigd is tot een bedrag van € 3.218,13 inclusief btw en motiveert dat als volgt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] is € 3.218,13 inclusief btw aan Flotidak verschuldigd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De factuur van Flotidak is gebaseerd op haar e-mail aan [gedaagde] van 5 december 2023. Deze e-mail bevat een overzicht voor meer- en minderwerk. Daarin staat dat het meerwerk tot nu toe € 3.339,61 is (exclusief btw). Op 11 december 2023 heeft [gedaagde] hierop geantwoord: “<emphasis role="italic">Is akkoord</emphasis>”. [gedaagde] heeft op de zitting ook bevestigd dat hij akkoord op het overzicht heeft gegeven. Hieruit blijkt dat partijen het eens zijn geworden over de omvang van het meerwerk en de hoogte van het bedrag. Daarmee is voldoende aannemelijk dat [gedaagde] Flotidak voor dit meerwerk moet betalen. Wat [gedaagde] hiertegen heeft aangevoerd, is onvoldoende om anders te oordelen. Behalve de € 680,00 exclusief btw voor de witte dakbedekking. Partijen zijn het erover eens dat Flotidak dat bedrag ten onrechte heeft gefactureerd. Dit bedrag strekt dus in mindering op het gefactureerde bedrag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Flotidak heeft 21% btw over het bedrag van het meerwerk aan [gedaagde] gefactureerd en vordert betaling van de btw. [gedaagde] heeft hiertegen geen verweer gevoerd. De kantonrechter neemt daarom aan dat [gedaagde] de btw verschuldigd is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Dit betekent dat [gedaagde] € 3.218,13 inclusief btw aan Flotidak verschuldigd is (€ 3.339,61 – € 680,00 + 21% btw).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moest dit bedrag voor 12 januari 2024 betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De factuur voor het meerwerk vermeldt een betalingstermijn van 30 dagen en “te betalen voor 12 januari 2024”. Flotidak stelt dat [gedaagde] na het verstrijken van de termijn op 13 januari 2024 in verzuim is geraakt, omdat partijen een fatale betalingstermijn van 30 dagen zijn overeengekomen. Daarbij verwijst zij naar de oorspronkelijke overeenkomst zoals vermeld in de offerte<footnote-ref linkend="_5fe23bdf-a645-4447-ae4b-c8fca0442874" /> en haar algemene voorwaarden. Hoewel [gedaagde] de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden betwist, betwist zij niet dat partijen een betaaltermijn van 30 dagen zijn overeengekomen. [gedaagde] heeft op de zitting ook bevestigd dat hij uitging van 30 dagen. De kantonrechter constateert dat in de overeenkomst een betaaltermijn van 30 dagen na factuurdatum staat.<footnote-ref linkend="_6da72a15-8108-437f-851c-be68e59dec7a" /> Hiermee is voldoende gebleken dat partijen een betaaltermijn van 30 dagen zijn overeengekomen voor het werk en het daaruit voortvloeiende meerwerk. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [gedaagde] de factuur voor 12 januari 2024 moest betalen en na het verstrijken van die termijn automatisch in verzuim zou zijn.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De buitengerechtelijke kosten en rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Flotidak vordert een vergoeding van buitengerechtelijke kosten van € 640,21 inclusief btw. De kantonrechter kan deze vergoeding - als niet betwist - toewijzen volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom die [gedaagde] verschuldigd is, dus tot € 540,64 inclusief btw. [gedaagde] moet de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag betalen vanaf de dagvaarding, omdat er vanaf die datum te laat is betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De kantonrechter kan de gevorderde wettelijke handelsrente over de hoofdsom toewijzen vanaf 13 januari 2024, omdat er vanaf dat moment te laat is betaald.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De tussenconclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De tussenconclusie is dat [gedaagde] aan Flotidak moet betalen € 3.758,77, de wettelijke handelsrente over € 3.218,13 vanaf 13 januari 2024 tot de dag van betaling en de wettelijke rente over € 540,64 vanaf 21 oktober 2024 tot de dag van betaling. De kantonrechter heeft de verschuldigd rente berekend tot de datum van dit vonnis (21 mei 2025), omdat uit het verdere vonnis volgt dat het beroep van [gedaagde] op verrekening slaagt en omdat de rente verschuldigd is tot de datum van verrekening (vandaag). De wettelijke handelsrente over € 3.218,13 vanaf 13 januari 2024 tot 21 mei 2025 is € 538,18 en de wettelijke rente over € 540,64 vanaf 21 oktober 2024 tot 21 mei 2025 is € 19,89. Dat betekent dat [gedaagde] tot vandaag € 4.316,84 aan Flotidak moet betalen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het beroep op verrekening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde] doet een beroep op verrekening van het verschuldigde bedrag met haar tegenvordering. De kantonrechter zal hierna daarom de tegenvordering beoordelen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De vordering van [gedaagde] bestaat uit drie onderdelen: 1) een vergoeding voor het niet uitvoeren van werkzaamheden waarvoor wel is betaald (€ 3.525,43 exclusief btw en inclusief incassokosten en vervallen rente), 2) een vergoeding van kosten van [gedaagde] omdat sprake was van lekkage als gevolg van ondeugdelijk werk van Flotidak (€ 710,18) en 3) een vergoeding voor minderwerk (€ 5.330,00). De kantonrechter oordeelt dat alleen de vordering voor het minderwerk gedeeltelijk kan worden toegewezen. Voor een schadevergoeding is geen plaats. Dit wordt hierna toegelicht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen vergoeding voor het afmaken van het werk door een derde</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De gevorderde vergoeding voor het niet uitvoeren van werkzaamheden waarvoor wel is betaald<footnote-ref linkend="_21e76bf2-df19-4ba5-bd99-3f2e8195a9cf" /> bestaat volgens [gedaagde] uit het afmaken van niet door Flotidak uitgevoerd werk en het herstellen van door Flotidak onjuist uitgevoerd werk<footnote-ref linkend="_feab619a-3264-491d-9c69-0ef8ff7c1903" />. Volgens [gedaagde] had zij het recht om het niet door Flotidak uitgevoerde werk door een derde te laten uitvoeren en moet Flotidak de kosten van die derde vergoeden.<footnote-ref linkend="_14d59f2d-e850-496d-9686-2fc064faf560" /> De kantonrechter constateert dat [gedaagde] niet consistent is in haar stellingen en onvoldoende duidelijk heeft gesteld en gespecificeerd dat, en in hoeverre, deze vordering (ook) betrekking heeft op herstel van door Flotidak onjuist uitgevoerd werk. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat deze vordering alleen ziet op de kosten voor het afmaken van niet door Flotidak uitgevoerd werk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>
        [gedaagde] stelt dat Flotidak het werk niet heeft afgemaakt ondanks meerdere toezeggingen en afspraken en in verzuim is sinds 25 december 2023 en in ieder geval 16 januari 2024. Zij heeft het werk daarom door een derde laten afmaken. Op de zitting heeft Flotidak gesteld dat [gedaagde] de factuur voor het meerwerk van Flotidak eerst zou betalen en dat ze het dan verder zouden bekijken; de vordering van de meerwerkfactuur was op 13 januari opeisbaar. Met deze stelling beroept Flotidak zich op schuldeisersverzuim van [gedaagde] per 13 januari 2024<footnote-ref linkend="_f1d7f583-856b-44c5-a9ad-13abfe2c0ee7" />. De kantonrechter is het met Flotidak eens en legt hierna uit waarom.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.12.1.</nr>
        <para>Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat Flotidak op 25 december 2023 in verzuim is gekomen, zoals [gedaagde] meent. [gedaagde] stelt dat Flotidak heeft toegezegd dat alle werkzaamheden voor de kerst zouden worden afgerond. Zij onderbouwt dit met de volgende app:</para>
        <mediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="b3ee5932-eef2-4886-8138-b15e8db3091a" depth="129" width="294" format="image/png" />
          </imageobject>
        </mediaobject>
        <parablock>
          <para>De kantonrechter kan hierin geen voldoende concrete toezegging lezen. De mededeling dat Flotidak een dag voor kerst regelt is te vaag om aan te nemen dat zij heeft toegezegd dat (al) het werk voor kerst zou worden opgeleverd en dat [gedaagde] mocht verwachten dat Flotidak na kerst automatisch in verzuim zou zijn. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.12.2.</nr>
        <para>Uit de app van Flotidak van 6 januari blijkt voldoende dat zij heeft toegezegd dat zij de werkzaamheden op 16 januari zou afmaken, zoals [gedaagde] stelt. Flotidak was op dat moment dus kennelijk van plan om haar verplichtingen uit de overeenkomst na te komen. Maar op dat moment liep de betalingstermijn van de meerwerkfactuur nog. Dat was op 13 januari niet meer het geval. Want [gedaagde] was vanaf die datum in verzuim met de betaling van de meerwerkfactuur van Flotidak. [gedaagde] mocht zich vanaf dat moment niet meer op opschorting van haar betalingsverplichting beroepen.<footnote-ref linkend="_8faf599e-71b1-49fd-ba1a-64e3f7575ebb" /> Dat Flotidak met haar toezeggingen de indruk gaf dat zij voornemens was om het af te maken, zoals de gemachtigde van [gedaagde] op de zitting heeft gesteld, maakt dat niet anders. Het beroep van [gedaagde] op opschorting vanaf 15 januari is dus onterecht. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.12.3.</nr>
        <para>
          [gedaagde] heeft op de zitting nog gesteld dat zij op 15 januari heeft geappt dat het geld morgen op de rekening staat als het af is en Flotidak daarop heeft gereageerd dat morgen prima is. Volgens [gedaagde] heeft Flotidak er dus mee ingestemd dat de meerwerkfactuur zou worden betaald als het werk zou worden afgemaakt en komt dat niet overeen met de houding van Flotidak in deze procedure. Dit betoog kan [gedaagde] niet baten, omdat Flotidak haar recht op nakoming tijdens het verzuim van [gedaagde] op zich behoudt. Want dat een schuldeiser na het intreden van het verzuim de schuldenaar in de gelegenheid stelt om alsnog na te komen, betekent niet dat de schuldeiser afstand doet van zijn recht om zich op het eerder ingetreden verzuim te beroepen, of dat recht verwerkt.<footnote-ref linkend="_44b13fed-bf5c-42ff-8844-9bd9a005de36" /> [gedaagde] heeft onvoldoende gesteld om anders te oordelen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.12.4.</nr>
        <para>Het gevolg hiervan is dat Flotidak vanaf 13 januari de werkzaamheden niet hoefde af te maken zolang [gedaagde] haar meerwerkfactuur niet had betaald. Flotidak heeft zich in haar e-mail van 19 januari  dus terecht op opschorting van haar verplichtingen beroepen. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Dit betekent dat [gedaagde] de werkzaamheden ten onrechte door een derde heeft laten verrichten. Zij kan die schade niet op Flotidak verhalen. De kantonrechter zal deze vordering afwijzen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen vergoeding van kosten wegens lekkage als gevolg van ondeugdelijk werk</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>
        [gedaagde] baseert de tweede vordering op de stelling dat Flotidak ondeugdelijk werk heeft geleverd en sprake is van lekkage als gevolg van ondeugdelijk werk door Flotidak. Flotidak voert gemotiveerd verweer. Ondanks dat verweer heeft [gedaagde] de gestelde tekortkoming en schade niet voldoende onderbouwd. [gedaagde] stelt bijvoorbeeld dat ‘dit’ pas in september en oktober 2024 aan het licht kwam<footnote-ref linkend="_70a4ec4d-2365-4936-9196-df674d87c50e" />, maar vordert vergoeding van onder andere een factuur van 9 augustus 2024 en onderbouwt haar standpunt met de foto’s van [naam] die begin februari 2024 heeft gemaakt.<footnote-ref linkend="_9e1572a6-7d37-45ff-a549-0bcbf219301e" /> [gedaagde] stelt bijvoorbeeld dat zij de suggestie van Flotidak dat [naam] de onjuiste aansluiting van de dakbedekking zou hebben veroorzaakt van de hand wijst, maar ziet daarbij kennelijk over het hoofd dat zij op dit punt de stelplicht heeft. [gedaagde] moet onderbouwen dat en waarom de lekkages die in september en oktober 2024 aan het licht zijn gekomen, te wijten zijn aan Flotidak. En die onderbouwing heeft [gedaagde] niet gegeven. Daar komt bij dat [gedaagde] op de zitting heeft gezegd dat zij Flotidak niet heeft aangesproken op de lekkages van september en oktober en deze gelijk heeft laten herstellen door [naam] , zodat het nog maar de vraag is of Flotidak op dit punt in verzuim is geraakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>De kantonrechter zal deze vordering daarom afwijzen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wel vergoeding voor minderwerk </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert betaling van werk wat wel is geoffreerd en betaald maar niet door Flotidak is verricht (minderwerk). De kantonrechter oordeelt dat Flotidak [gedaagde] voor het minderwerk moet betalen, maar een ander bedrag dan [gedaagde] heeft gevorderd. Dit wordt als volgt toegelicht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft het minderwerk gespecificeerd en toegelicht. Het gaat om twee lichtkoepels in plaats van vier (€ 800,00), zes stuks minder geplaatste uitlopers (€ 570,00), verticaal transport door [gedaagde] verzorgd (€ 2.460,00) en dakrandbeveiliging (€ 1.500,00). Flotidak heeft deze vordering aanvankelijk niet betwist en pas op de zitting - op vragen van de kantonrechter - daarover een aantal opmerkingen gemaakt. <?linebreak?></para>
      <paragroup>
        <nr>4.17.1.</nr>
        <para>Flotidak heeft op de zitting erkend dat in de dakstrook vier lichtkoepels zouden komen en er twee zijn gekomen. Daarbij heeft zij geen verweer gevoerd tegen de gevorderde kosten. De kantonrechter zal deze vordering daarom toewijzen tot € 800,00.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.17.2.</nr>
        <para>
          [gedaagde] heeft op de zitting gesteld dat in de offerte 23 uitlopers zijn genoemd en er zes minder zijn geplaatst. Flotidak heeft hierop gereageerd dat zij dat niet weet. Dit is te vaag. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat Flotidak zes uitlopers te weinig heeft geplaatst. [gedaagde] vordert hiervoor € 570,00. Flotidak heeft op de zitting een prijs van € 50,00 per uitloop dus € 300,00 en 1,5 tot 2 uur à € 75,00 exclusief btw genoemd. [gedaagde] is daar niet op ingegaan en heeft deze vordering niet verder gespecificeerd of onderbouwd. De kantonrechter volgt daarom de berekening van Flotidak die voor haar het meest gunstig is. De kantonrechter zal deze vordering van [gedaagde] daarom toewijzen tot € 412,50 ( € 300,00 + (1,5 x € 75,00 exclusief btw) ). </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.17.3.</nr>
        <para>Flotidak heeft ook erkend dat zij het verticaal transport niet heeft verricht, maar aangevoerd dat deze post standaard in de offerte staat en dat niet betekent dat zij dat werk moet uitvoeren omdat er geen prijs voor staat. De kantonrechter kan Flotidak hier niet in volgen. Partijen hebben een vaste aanneemsom afgesproken voor een aantal werkzaamheden. Deze zijn in de offerte gespecificeerd per dakvlak. Onder elk dakvlak staan een aantal werkzaamheden vermeld waaronder “Verticaal Transport (materieel – Materiaal – Randbeveiliging)”. De aanneemsom is berekend per dakvlak en gebaseerd op het aantal vierkante meters van het dakvlak. [gedaagde] mocht daarom verwachten dat Flotidak voor de genoemde aanneemsom ook het verticaal transport zou verzorgen. Flotidak heeft onvoldoende gesteld om de overeenkomst anders uit te leggen. Omdat vaststaat dat Flotidak het verticaal transport niet heeft uitgevoerd, is sprake van minderwerk. Flotidak heeft de door [gedaagde] gevorderde kosten hiervoor niet voldoende betwist. Haar stelling dat [gedaagde] netten heeft geplaatst en er geen prijs voor staat, is onvoldoende. De kantonrechter zal deze vordering daarom toewijzen tot € 2.460,00. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.17.4.</nr>
        <para>Flotidak heeft de vordering voor de dakrandbeveiliging onbesproken gelaten. De kantonrechter zal deze vordering daarom als niet betwist toewijzen tot € 1.500,00. <?linebreak?></para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.17.5.</nr>
        <para>De kantonrechter stelt vast dat Flotidak na de inhoudelijke behandeling van de zaak op de zitting - in het kader van de schikkingsonderhandelingen - opmerkingen over de hoogte van de prijs van de kraan heeft gemaakt. Dat is te laat, omdat de feitenbehandeling toen al was afgerond. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.17.6.</nr>
        <para>De conclusie is dat Flotidak € 5.172,50 aan [gedaagde] moet betalen. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat het beroep van [gedaagde] op verrekening van haar vordering met de vordering van Flotidak slaagt. [gedaagde] moet nog € 4.316,84 aan Flotidak betalen en Flotidak € 5.172,50 aan [gedaagde] . Door deze verrekening gaat de vordering van Flotidak teniet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>De kantonrechter zal de vordering van Flotidak daarom afwijzen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.20.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat Flotidak nog € 855,66 aan [gedaagde] moet betalen (€ 5.172,50 - € 4.316,84). De kantonrechter zal vordering van [gedaagde] tot dit bedrag toewijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.21.</nr>
      <para>Omdat de vordering van [gedaagde] al met de vordering van Flotidak is verrekend, heeft [gedaagde] geen belang meer bij de gevorderde gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst. De kantonrechter zal de vordering in zoverre afwijzen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.22.</nr>
      <para>Omdat elke partij op punten gelijk heeft gekregen, ziet de kantonrechter aanleiding te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering van Flotidak af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt Flotidak om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 855,66,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_5fe23bdf-a645-4447-ae4b-c8fca0442874" label="1">
    <para> De offerte van 7 juni 2023, zie dagvaarding alinea 22 en productie 1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6da72a15-8108-437f-851c-be68e59dec7a" label="2">
    <para> Laatste pagina onder “Kondities”.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_21e76bf2-df19-4ba5-bd99-3f2e8195a9cf" label="3">
    <para> Conclusie van antwoord/eis, alinea 50 en 51.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_feab619a-3264-491d-9c69-0ef8ff7c1903" label="4">
    <para> Conclusie van antwoord/eis, alinea 49.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_14d59f2d-e850-496d-9686-2fc064faf560" label="5">
    <para> Conclusie van antwoord/eis, alinea 42.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f1d7f583-856b-44c5-a9ad-13abfe2c0ee7" label="6">
    <para> Zie alinea 4.5 van dit vonnis.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8faf599e-71b1-49fd-ba1a-64e3f7575ebb" label="7">
    <para> Artikel 6:54 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_44b13fed-bf5c-42ff-8844-9bd9a005de36" label="8">
    <para> HR 12-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:575.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_70a4ec4d-2365-4936-9196-df674d87c50e" label="9">
    <para> Conclusie van antwoord/eis, alinea 55.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9e1572a6-7d37-45ff-a549-0bcbf219301e" label="10">
    <para> Conclusie van antwoord/eis, alinea 27.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>