<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:6517</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-31T16:18:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11578043</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:6517">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:6517</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-31T16:17:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:6517 Rechtbank Noord-Holland , 11-06-2025 / 11578043</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:6517:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De vordering tot betaling van een jaarafrekening voor de levering van energie wordt voor een deel afgewezen, omdat eiser – na betwisting daarvan door gedaagde – de hoogte van dat deel van de jaarafrekening (en meer in het bijzonder het verbruik over een periode van zes weken) niet heeft onderbouwd of toegelicht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:6517:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11578043 \ CV EXPL  25-951</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 11 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap ENERGYHOUSE B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Amsterdam,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Energyhouse,</para>
      <para>gemachtigde: [naam] , vertegenwoordigd op de zitting door mr. B. Elich</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , handelend onder de naam Loonbedrijf [gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>te Oosterend,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering tot betaling van een jaarafrekening voor de levering van energie wordt voor een deel afgewezen, omdat eiser – na betwisting daarvan door gedaagde – de hoogte van dat deel van de jaarafrekening (en meer in het bijzonder het verbruik over een periode van zes weken) niet heeft onderbouwd of toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 24 februari 2025 </para>
      <para>- het mondeling antwoord</para>
      <para>- het tussenvonnis van 9 april 2025</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 15 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft via bemiddeling van Powersense B.V. met Energyhouse een overeenkomst gesloten voor de levering van elektriciteit en gas. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Energyhouse van toepassing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Energyhouse stuurt op 27 juni 2023 een jaarafrekening naar [gedaagde] op grond waarvan [gedaagde] nog € 2.094,58 moet betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] de jaarafrekening niet betaalt, beëindigt Energyhouse de overeenkomst en stuurt zij een eindafrekening naar [gedaagde] van € -92,60.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Energyhouse vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.518,05, vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Energyhouse legt aan de vordering ten grondslag dat zij conform de overeenkomst heeft zorggedragen voor de levering van energie aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft ondanks betalingsherinneringen de jaarafrekening van € 2.094,58 niet betaald. De eindafrekening van € -92,60 strekt op dat bedrag in mindering. [gedaagde] is in verzuim en moet daarom wettelijke rente, die tot de datum van dagvaarding € 217,77 is, en buitengerechtelijke incassokosten van € 300,30 betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Energyhouse, met veroordeling van Energyhouse in de kosten van deze procedure. [gedaagde] voert aan dat hij meerdere malen contact heeft gezocht met Energyhouse over de hoogte van het verbruik in januari 2023, maar dat Energyhouse niet bereikbaar was. Het verbruik van januari 2023 is ruim 2.000 kWh. Dat kan niet juist zijn, aldus [gedaagde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>In deze zaak heeft [gedaagde] de juistheid van het in de jaarafrekening vermelde verbruik over de periode 1 januari tot 15 februari 2023 gemotiveerd weersproken. [gedaagde] heeft erop gewezen dat op 3 maart 2023 de energiemeter is vervangen door de netbeheerder omdat deze een zoemend geluid maakte. Ook heeft [gedaagde] verklaard dat hij gebruik maakt van houtkachels om de ruimte te verwarmen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Volgens de jaarafrekening is het verbruik over de periode 1 januari tot 15 februari 2023 voor elektriciteit is 2.250 kWh. Dit is een periode van zes weken, zodat het verbruik over deze periode per week 375 kWh is. Het totale verbruik tijdens de overige perioden is 7.575 kWh en is daarmee gemiddeld 165 kWh per week. Dat verschil kan niet worden verklaard door de winterperiode, omdat [gedaagde] de ruimte verwarmde met houtkachels. Ook de kantonrechter constateert dat het verbruik die periode zodanig onverklaarbaar hoog is in vergelijking tot de andere perioden, dat het op de weg van Energyhouse had gelegen op de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] te reageren en dat deel van haar vordering nader te onderbouwen en toe te lichten. Dat heeft Energyhouse niet gedaan. Daarom heeft zij dat deel van haar vordering onvoldoende onderbouwd. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft het verbruik over de overige perioden, zoals vermeld in de jaarafrekening, niet betwist. Als wordt uitgegaan van het gemiddelde verbruik in de overige perioden van 165 kWh per week, komt dat voor de periode 1 januari tot 15 februari 2023 van zes weken neer op een verbruik van 990 kWh. Het tarief over deze periode was <?linebreak?>€ 0,4686. De kosten van dat verbruik voor [gedaagde] zijn dan over deze periode € 463,91. Dat is een verschil van € 590,44 met het door Energyhouse in rekening gebrachte bedrag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De conclusie is dat de vordering van Energyhouse tot een bedrag van € 1.411,54 (= € 2.001,98 -/- € 590,44) zal worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] in verzuim is met betaling van dat bedrag, moet hij ook wettelijke rente betalen. Energyhouse maakt aanspraak op de wettelijke rente vanaf zestien dagen na de datum van de veertiendagen brief. Deze veertiendagenbrief is op 10 augustus 2023 verzonden. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen vanaf 26 augustus 2023.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Energyhouse vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Daarom zal € 211,73 worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Hoewel [gedaagde] grotendeels ongelijk krijgt ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. [gedaagde] heeft onweersproken verklaard dat hij herhaaldelijk heeft geprobeerd over het hoge afwijkende verbruik in contact te komen met Energyhouse, maar dat dit niet lukte. Dit blijkt ook uit zijn e-mail van 24 juli 2024 aan de gemachtigde van Energyhouse, die door Energyhouse zelf in het geding is gebracht. Energyhouse was bij de schikkingsonderhandelingen gedurende deze procedure ook bereid het verbruik over de betreffende periode aan te passen. Energyhouse heeft daarom al met al onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de proceskosten noodzakelijk zijn gemaakt.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Energyhouse te betalen een bedrag van € 1.411,54, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf 26 augustus 2023, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Energyhouse te betalen een bedrag van € 211,73 aan buitengerechtelijke kosten,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>