<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:5956</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-31T11:42:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11442161 \ CV EXPL 24-4128</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:5956">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:5956</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-31T11:42:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:5956 Rechtbank Noord-Holland , 18-06-2025 / 11442161 \ CV EXPL 24-4128</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:5956:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deze zaak draait om de vraag of gedaagde vanwege een tekortkoming in de uitvoering van de tussen partijen gesloten overeenkomst aan eiser een schadevergoeding van € 5.118.78 moet betalen. De kantonrechter vindt niet dat gedaagde aan eiser een schadevergoeding hoeft te betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:5956:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11442161 \ CV EXPL  24-4128 WD</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 18 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: ARAG Rechtsbijstand,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
      <para>
        <?linebreak?>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">STUDIO S3 B.V</emphasis>, </para>
      <para>te Heerhugowaard,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: S3,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P.H. Kramer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze zaak draait om de vraag of S3 vanwege een tekortkoming in de uitvoering van de tussen partijen gesloten overeenkomst aan [eiser] een schadevergoeding van € 5.118.78 moet betalen. De kantonrechter vindt niet dat S3 aan [eiser] een schadevergoeding hoeft te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- de dagvaarding;<?linebreak?>- de conclusie van antwoord; <?linebreak?>- het tussenvonnis van 12 februari 2025</para>
    <para>- de mondelinge behandeling van 27 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>S3 is een architectenbureau dat in opdracht van klanten bouwkundige ontwerpen opstelt en technisch advies geeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Medio januari 2022 hebben partijen een overeenkomst gesloten waarbij [eiser] aan S3 de opdracht heeft gegeven tot het ontwerpen van een te bouwen nieuwbouwwoning.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De door S3 ontworpen nieuwbouwwoning is in opdracht van [eiser] gebouwd door Freco ’t Zand B.V. (hierna: Freco).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat de kantonrechter S3 veroordeelt tot het betalen van een schadevergoeding van € 5.118,78. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [eiser] voert daartoe aan dat S3 heeft verzuimd om tekeningen aan [eiser] te versturen en verkeerde tekeningen aan Freco heeft verstrekt. Hierdoor is Freco uitgegaan van verkeerde afmetingen bij het vervaardigen van de aan de woning te bouwen veranda. [eiser] heeft hierdoor Freco moeten opdragen om de veranda aan te passen. Dit heeft geleid tot een kostenpost (door Freco in rekening gebracht meerwerk) van € 5.118,78. S3 weigert deze door [eiser] geleden schade te vergoeden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>S3 voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Voor zover van belang zal de kantonrechter ingaan op de stellingen van partijen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Deze zaak draait om de vraag of S3 vanwege een tekortkoming in de uitvoering van de tussen partijen gesloten overeenkomst aan [eiser] een schadevergoeding van € 5.118.78 moet betalen. De kantonrechter vindt niet dat S3 aan [eiser] een schadevergoeding hoeft te betalen. De kantonrechter legt hieronder uit waarop dit oordeel is gebaseerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Het meest verstrekkende verweer van S3 komt erop neer dat zij betwist dat er causaal verband bestaat tussen de door [eiser] gestelde tekortkoming (het niet verstrekken of het verstrekken van incorrecte tekeningen) en de door [eiser] gestelde schade (meerwerkkosten). Dit verweer slaagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Niet is komen vast te staan dat [eiser] zijn huis tegen lagere kosten had kunnen bouwen, als S3 de tekeningen direct naar de wensen van [eiser] (dus met doorlopende veranda) zou hebben vervaardigd en aan [eiser] en Freco zou hebben verstrekt.<?linebreak?>[eiser] heeft dat wel gesteld, maar hij heeft dit na gemotiveerde betwisting door S3 niet verder onderbouwd of aangetoond. <?linebreak?>Het enkele feit dat Freco aan [eiser] een meerwerkfactuur heeft gestuurd, leidt op zichzelf nog niet tot de slotsom dat het bij wijze van meerwerk in rekening gebrachte bedrag als schade van [eiser] kan worden beschouwd. In dat kader vindt de kantonrechter van belang dat S3 gemotiveerd en onder verwijzing naar een schriftelijke verklaring van Freco<footnote-ref linkend="_5de682c0-ccd8-4184-8ae1-0586fa7171fe" /> betwist dat Freco haar werkzaamheden tegen een lager bedrag uit had kunnen voeren als zij voor aanvang van haar werkzaamheden over de (in de ogen van [eiser] ) juiste tekeningen zou hebben beschikt. In het licht van de gemotiveerde betwisting van S3, is het voor de toewijzing van de vordering vereiste causaal verband tussen (gestelde) tekortkoming en (gestelde) schade niet komen vast te staan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De vordering ligt voor afwijzing gereed. Wat partijen voor het overige hebben aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel en hoeft niet te worden besproken.</para>
        <para>
          [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van S3 worden veroordeeld. De kantonrechter begroot deze kosten op:<?linebreak?>- salaris gemachtigde:			€ 678,00 (2x € 339,00)<?linebreak?>- nakosten				€ 135,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)<?linebreak?>Totaal 					€ 813,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).</para>
        <para>De over deze kosten door S3 gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar als na te melden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten (inclusief nakosten) van S3 van <?linebreak?>€ 813,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met <?linebreak?>€ 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van Rijn en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_5de682c0-ccd8-4184-8ae1-0586fa7171fe" label="1">
    <para> Zie productie 9 bij dagvaarding</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>