<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:4328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-07T14:43:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10833350</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:4328">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:4328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-07T14:43:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:4328 Rechtbank Noord-Holland , 16-04-2025 / 10833350</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:4328:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart: de passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) uitbetaling van de door hen ontvangen vouchers gevorderd. De vervaltermijn van twee jaren is echter verstreken. Daarom worden de passagiers niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:4328:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 10833350 \ CV EXPL 23-8063</para>
      <para>Uitspraakdatum: 16 april 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [eiser 1]
    </title>
    <bridgehead role="bold">2.   [eiser 2]</bridgehead>
    <para>beiden wonende te [plaats 1]</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">3.   [eiser 3]</emphasis>wonende te [plaats 2]</para>
    <parablock>
      <para>eisers</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers</para>
      <para>gemachtigde: mr. B.D. van Tuil (DAS Rechtsbijstand)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de buitenlandse rechtsvorm</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Royal Air Maroc S.A.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Casablanca (Marokko)</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten en Notarissen)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
      <para>De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) uitbetaling van de door hen ontvangen vouchers gevorderd. De vervaltermijn van twee jaren is echter verstreken. Daarom worden de passagiers niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord;</para>
      <para>- de conclusie van repliek;</para>
      <para>- de conclusie van dupliek.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Casablanca Mohammed V International Airport (Marokko) naar Banjul International Airport (Gambia) op 23 februari 2021 en weer terug naar Amsterdam op 6 maart 2021.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vervoerder heeft de vluchten geannuleerd vanwege COVID-19.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagiers hebben uitbetaling van de door hen ontvangen vouchers van de vervoerder gevorderd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>-	€ 1.856,46, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 januari 2023, althans vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;<?linebreak?>-  € 336,95 aan buitengerechtelijke incassokosten;<?linebreak?>- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagiers baseren hun vordering op het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Zij stellen dat sprake is van schuldvernieuwing. De oorspronkelijke verplichting van de vervoerder uit hoofde van de vervoersovereenkomst is tenietgegaan en aanvankelijk omgezet in een voucher. Daarna is de overeenkomst alsnog omgezet in een verplichting tot betaling van een geldsom. Daarnaast stellen de passagiers dat de vervoerder hen de waarde van de vouchers aan het einde van de geldigheidsdatum zou uitkeren en dat hij hen daarom een bedrag van € 1.856,46 moet uitbetalen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De vervoerder voert aan dat de passagiers niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vordering omdat deze na de vervaldatum is ingediend. Dit verweer slaagt. Daartoe wordt als volgt overwogen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>In het onderhavige geval gaat het om een vordering ter zake van een overeenkomst van luchtvervoer.<footnote-ref linkend="_f06e6b8f-1fda-4f36-bc68-a6c70f839249" /> Deze vaststelling is onder meer daarom van belang nu iedere vordering uit hoofde van een dergelijke overeenkomst vervalt door verloop van twee jaren, welke termijn aanvangt met de dag volgend op de dag van aankomst van het luchtvaartuig ter bestemming of de dag waarop het luchtvaartuig had moeten aankomen of van de onderbreking van het luchtvervoer.<footnote-ref linkend="_f0f6078d-02b8-4caf-89aa-af2d51326b8a" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De passagiers stellen zich bij repliek op het standpunt dat zij geen beroep doen op de Verordening (EG) nr. 261/2004 en zich evenmin baseren op de bepalingen over de overeenkomst van luchtvervoer. Evenwel is het aan de rechter om (ambtshalve) te onderzoeken of de vordering ten tijde van het instellen daarvan wel of niet is vervallen, waarbij bovendien heeft te gelden dat stuiting niet mogelijk is nu het gaat om een vervaltermijn.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De passagiers hadden op 24 februari 2021 (heenvlucht) en 6 maart 2021 (terugvlucht) op hun eindbestemming moeten aankomen. De vervaltermijn van twee jaren begon te lopen op 25 februari 2021 en 7 maart 2021. Dit brengt mee dat de laatste dag waarop de passagiers hun vordering hadden kunnen instellen 24 februari 2023 (heenvlucht) en 6 maart 2023 (terugvlucht) is. Dat zijn immers de laatste data voordat de twee jarentermijn is verlopen. De dagvaarding is uitgebracht op 21 november 2023. Dit betekent dat de passagiers hun vordering ná de vervaldata hebben ingediend. De passagiers zullen daarom in hun vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De overige verweren behoeven dan ook geen bespreking meer.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij niet-ontvankelijk zijn in hun vordering. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de vervoerder daadwerkelijk nakosten zal maken.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De vervoerder heeft verzocht om een integrale proceskostenveroordeling. De kantonrechter ziet echter geen aanleiding om af te wijken van het toepasselijke liquidatietarief. Een vordering tot vergoeding van de volledige proceskosten (in afwijking van het liquidatietarief) is alleen toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Hiervan is in dit geval geen sprake, omdat de vordering van de passagiers niet evident ongegrond of bij voorbaat kansloos is en geen sprake is van onrechtmatig handelen of nalaten aan de kant van de passagiers. De proceskosten zullen dan ook volgens het toepasselijke liquidatietarief worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart de passagiers niet-ontvankelijk in hun vordering;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; <?linebreak?>en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis – wat de proceskosten betreft – uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_f06e6b8f-1fda-4f36-bc68-a6c70f839249" label="1">
    <para> Artikel 8:1390 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f0f6078d-02b8-4caf-89aa-af2d51326b8a" label="2">
    <para> Artikel 8:1835 BW.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>