<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:4214</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-23T16:23:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11342652 \ EJ VERZ  24-325</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2025/291</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2025-0374</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2025-0374</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:4214">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:4214</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-25T10:01:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:4214 Rechtbank Noord-Holland , 18-03-2025 / 11342652 \ EJ VERZ  24-325</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:4214:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>4:15 vaststelling niet-opeisbare vordering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:4214:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: 11342652 \ EJ VERZ  24-325</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 18 maart 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoeker] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. N.D. Groenewoud,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [verweerster] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.H. Heerebout,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [derde belanghebbende]
        </emphasis>,</para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
      <para>hierna te noemen: [derde belanghebbende] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de nalatenschap van [erflater] </emphasis>(hierna: erflater),</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1940 te Danzig (Duitsland) en overleden op 13 maart 2023 te Haarlem, laatstelijk gewoond hebbende te Nieuw-Vennep.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift;</para>
      <para>- het verweerschrift;<?linebreak?>- de brief van 28 november 2024 van mr. Groenewoud met een aanvullend stuk;</para>
      <para>- de e-mail van 10 februari 2025 van mr. Groenewoud met aanvullende stukken;</para>
      <para>- de e-mail van 17 februari 2025 van mr. Groenewoud met aanvullende stukken;</para>
      <para>- de e-mail van 17 februari 2025 van mr. Heerebout met een aanvullende stuk;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 18 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Erflater was ten tijde van zijn overlijden in gemeenschap van goederen gehuwd met [verweerster] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Uit het huwelijk van erflater en [verweerster] zijn twee kinderen geboren, te weten: [verzoeker] en [derde belanghebbende] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Erflater heeft in zijn testament van 12 augustus 2014 bepaald dat de wettelijke verdeling van toepassing is, behoudens voor zover daarvan wordt afgeweken en dat aan [verweerster] en [derde belanghebbende] in totaal 70% van de nalatenschap toekomt en aan [verzoeker] 30%. </para>
        <para>Verder heeft erflater om fiscale motieven een ‘afvullegaat’ en een ‘tweetrapsmaking’ in zijn testament opgenomen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Daarnaast heeft erflater in zijn testament [verweerster] tot executeur afwikkelingsbewindvoerder benoemd en [derde belanghebbende] indien [verweerster] de benoeming niet aanvaardt. [verweerster] heeft haar benoeming tot executeur afwikkelingsbewindvoerder aanvaard.</para>
        <para>In het testament is verder bepaald dat de goederen van de nalatenschap in onderling overleg worden gewaardeerd. Als geen overeenstemming kan worden bereikt moet de waardering plaatsvinden op de wijze als door de wet is voorgeschreven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [verweerster] en [derde belanghebbende] hebben de nalatenschap van erflater zuiver aanvaard. [verzoeker] heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] verzoekt de kantonrechter te bepalen dat [verweerster] een boedelbeschrijving moet overleggen voorzien van ‘verificatoire bescheiden’, waaronder de verkoopovereenkomst en de afrekening van de notaris van de verkoop van de voormalige echtelijke woning, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag met een maximum van € 50.000,-. Verder verzoekt [verzoeker] de kantonrechter om zijn erfdeel in de nalatenschap (de kantonrechter begrijpt: niet-opeisbare vordering) van erflater vast te stellen, thans berekend op € 127.925,70. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [verzoeker] wil – samengevat – dat [verweerster] een boedelbeschrijving opstelt met overlegging van alle daaraan ten grondslag liggende stukken en met de juiste waarde van de woning, van de auto’s en de polis(sen) van Aegon. Volgens [verzoeker] heeft hij er belang bij dat zijn vordering wordt vastgesteld en dat hij zijn legitieme portie kan berekenen. [verzoeker] wenst aanvullend beroep te doen op zijn legitieme portie, indien hij in zijn legitieme wordt geschonden. Verder voorziet [verzoeker] dat na overlijden van [verweerster] aan hem weer geen informatie wordt verstrekt, of dat er discussie ontstaat over zijn vordering uit hoofde van de nalatenschap van erflater. [verzoeker] stelt dat het afvullegaat en de tweetrapsmaking door erflater alleen om fiscale redenen in het testament zijn opgenomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [verweerster] voert – samengevat – aan dat er geen belang is bij het verzoek om het overleggen van een boedelbeschrijving. Deze is namelijk al bekend en verstrekt aan [verzoeker] . Verder voert [verweerster] aan dat het verzoek om het opleggen van een dwangsom nogal onbepaald is en dat niet duidelijk is welke verificatoire bescheiden [verzoeker] precies bedoelt. Als dwangsommen worden toegewezen, dan liggen executiegeschillen op de loer. [verweerster] heeft geen bezwaar tegen de vaststelling van de niet-opeisbare vordering van [verzoeker] uit hoofde van de wettelijke verdeling. Zij betwist wel het door [verzoeker] genoemde bedrag. Volgens [verweerster] blijkt de juistheid hiervan nergens uit en heeft [verzoeker] geen rekening gehouden met het afvullegaat. De netto verkrijging bedraagt fiscaal ruim € 22.000,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het verzoek om een boedelbeschrijving over te leggen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat de gemachtigde van [verweerster] in een e-mail van 16 februari 2024 aan de gemachtigde van [verzoeker] de concept aangifte erfbelasting met de door [verweerster] opgestelde boedelbeschrijving als bijlage heeft gestuurd. Niet in geschil is dat [verzoeker] deze boedelbeschrijving heeft ontvangen en heeft bestudeerd. Hij betwist immers de door [verweerster] gestelde waarde van een aantal posten die in de boedelbeschrijving staan. Bovendien heeft hij de boedelbeschrijving zelf als productie bij het verzoekschrift overgelegd. Het verzoek van [verzoeker] om [verweerster] te veroordelen om een boedelbeschrijving over te leggen op straffe van een dwangsom, zal de kantonrechter daarom wegens een gebrek aan belang afwijzen. De omstandigheid dat [verzoeker] , zoals hiervoor al genoemd, het niet eens is met de waarde van een aantal posten die in de boedelbeschrijving worden genoemd, maakt dit oordeel niet anders. Dit is een andere discussie en die zal hierna worden behandeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van het verzoek om niet-opeisbare vordering vast te stellen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op grond van art. 4:15 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt, voor zover de erfgenamen over de vaststelling van de omvang van de in artikel 4:13 lid 3 BW bedoelde geldvordering niet tot overeenstemming kunnen komen, waarvan in dit geval sprake is, deze op verzoek van de meest gerede partij door de kantonrechter vastgesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat erflater bij testament het wettelijk erfrecht van toepassing heeft verklaard op zijn nalatenschap. Artikel 4:15 BW is onderdeel van het wettelijk erfrecht en daarmee van toepassing op de onderhavige zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Op de zitting is gebleken dat partijen het erover eens zijn dat de woning voor een waarde van € 910.000,- (de verkoopprijs) - €  10.920,- (de makelaarscourtage) = € 899.080,- in de boedelbeschrijving moet worden opgenomen. De kantonrechter heeft geen aanleiding hierover anders te oordelen en gaat daarom uit van dit bedrag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Partijen verschillen alleen nog van mening over de waarde van de twee auto’s van erflater en over de vraag of, en zo ja, voor welk bedrag de polissen van Aegon in de boedelbeschrijving moeten worden opgenomen. De overige in de boedelbeschrijving opgenomen bedragen heeft [verzoeker] niet betwist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Voor de auto’s heeft [verweerster] in de boedelbeschrijving een waarde van € 6.000,- respectievelijk € 2.500,- opgenomen. Ter onderbouwing van deze waarde heeft zij gewezen op het taxatierapport van 30 augustus 2023 van de door haar ingeschakelde taxateur. [verzoeker] betwist deze waarden en meent dat de auto’s een waarde van € 6.400,- respectievelijk € 3.600,- hebben. Hij wijst in dit verband op de koerslijsten van de ANWB van 10 februari 2025.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De kantonrechter hecht in deze zaak meer gewicht toe aan de taxatie(waarden) van de door [verweerster] ingeschakelde taxateur. Deze heeft de auto’s gezien en de staat van de auto’s kunnen beoordelen, anders de ANWB. De ANWB heeft de waarde van de auto’s bepaald aan de hand van slechts het kenteken, het bouwjaar en de kilometerstand. De kantonrechter gaat daarom uit van waarden die [verweerster] voorstaat en zoals die zijn opgenomen in de boedelbeschrijving. Bovendien is [verzoeker] in zijn berekening van zijn erfdeel voor de auto’s (zie productie 26 van [verzoeker] ) zelf ook uitgegaan van een totaalwaarde van € 8.500,-, zodat ook hierom geen aanleiding is om van een andere waarde uit te gaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Op de zitting is gebleken dat erflater twee polissen van Aegon had. Een levensverzekering met polisnummer [polisnummer 1] en een lijfrenteverzekering met  polisnummer [polisnummer 2] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Wat betreft de levensverzekering met polisnummer [polisnummer 1] staat tussen partijen vast dat de Aegon eenmalig een bedrag van € 681,- heeft uitgekeerd. Vast staat dat [verweerster] deze uitkering niet heeft opgenomen in de boedelbeschrijving, terwijl dat volgens [verzoeker] wel had gemoeten. Dit standpunt heeft [verweerster] niet gemotiveerd weersproken en de kantonrechter heeft geen aanleiding om hierover anders te oordelen. De kantonrechter zal dit bedrag dan ook meenemen in de berekening van de niet-opeisbare vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Ten aanzien van de levensverzekering met polisnummer [polisnummer 2] overweegt de kantonrechter het volgende. Uit het door [verweerster] overgelegde polisblad blijkt dat [verweerster] mede-verzekerde (en tweede begunstigde) is van deze verzekering. Reeds hierom valt een eventuele uitkering uit deze levensverzekering niet in de nalatenschap van erflater. Andere omstandigheden op grond waarvan eventuele uitkeringen in de nalatenschap zouden moeten vallen, zijn niet gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande en de niet betwiste bedragen in de boedelbeschrijving stelt de kantonrechter de niet-opeisbare vordering van [verzoeker] als volgt vast.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Baten</emphasis>
        </para>
        <para>Woning					 	€   899.080,-<?linebreak?>Auto’s					  	€       8.500,-<?linebreak?>Bankrekening [rekeningnummer 1]		 	€       1.019,-<?linebreak?>Bankrekening [rekeningnummer 2]	 	€          573,-<?linebreak?>Bankrekening [rekeningnummer 3]	 	€       9.793,-<?linebreak?>Bankrekening [rekeningnummer 4]		 	€     24.699,-</para>
        <para>Bankrekening [rekeningnummer 5]	 	€       1.869,-</para>
        <para>Bankrekening [rekeningnummer 6]	 	€     99.077,-</para>
        <para>Bankrekening [rekeningnummer 3]		€     25.371,-</para>
        <para>Aegon Levensverzekering [polisnummer 1]		€          681,-<?linebreak?>						==========<?linebreak?>Totaal						€ 1.070.662,-						</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Schulden</emphasis>
        </para>
        <para>Uitvaartkosten								€     9.773,-<?linebreak?>Hypotheek								€ 220.000,-<?linebreak?>									=========<?linebreak?>Totaal									€ 229.773,-</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Saldo van de nalatenschap = € 840.889,- : 2 = € 420.444,50</para>
        <para>
          <?linebreak?>Daarvan komt dertig procent (30%) toe aan [verzoeker] als een niet-opeisbare vordering. Dit komt neer op een bedrag van € 126.133,35. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Anders dan [verweerster] kennelijk meent, hoeft geen rekening te worden gehouden met het afvullegaat dat erflater in het testament heeft opgenomen. Deze regeling is alleen opgenomen om de erfbelasting zo laag mogelijk te houden en doet dus niet af aan de hoogte van de niet-opeisbare vordering van [verzoeker] . De kantonrechter zal de niet-opeisbare vordering van [verzoeker] dan ook vaststellen op € 126.133,35.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>
        [verzoeker] verzoekt om [verweerster] te veroordelen in de proceskosten. De kantonrechter overweegt dat [verzoeker] niet heeft onderbouwd op grond waarvan in deze zaak moet worden afgeweken van het in zaken van familierechtelijke aard gebruikelijke uitgangspunt, inhoudende dat de proceskosten worden gecompenseerd. De kantonrechter ziet ook overigens daarvoor geen aanleiding. De kantonrechter wijst dit deel van het verzoek van [verzoeker] dan ook af en zal daarom bepalen dat [verzoeker] en [verweerster] ieder de eigen proceskosten dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>stelt de niet-opeisbare vordering van [verzoeker] vast op € 126.133,35;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>SJ</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>