<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:3988</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-11T10:40:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11176983</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:3988">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:3988</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-11T10:40:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:3988 Rechtbank Noord-Holland , 19-03-2025 / 11176983</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:3988:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurder heeft de woning niet leeg opgeleverd waardoor verhuurder ontruimingskosten heeft gemaakt. Verhuurder vordert deze kosten op grond van de algemene voorwaarden bij de huurovereenkomst. Huurder voert aan dat hij onvoldoende tijd heeft gekregen om de woning leeg op te leveren en dat de verhuurder de woning in de staat zoals hij was bij oplevering heeft geaccepteerd, deze verweren slagen niet. De kantonrechter oordeelt dat huurder de ontruimingskosten moet betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:3988:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11176983 \ CV EXPL  24-2089</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 19 maart 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HEIMSTADEN NEDERLAND 8A B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Amsterdam,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Heimstaden,</para>
      <para>gemachtigde: mr. W. Vos,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FHV CASTRICUM B.V., </emphasis>
      </para>
      <para>in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [naam] ,</para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: FHV Castricum q.q. en [naam] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. W.G. Westerman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Huurder heeft de woning niet leeg opgeleverd waardoor verhuurder ontruimingskosten heeft gemaakt. Verhuurder vordert deze kosten op grond van de algemene voorwaarden bij de huurovereenkomst. Huurder voert aan dat hij onvoldoende tijd heeft gekregen om de woning leeg op te leveren en dat de verhuurder de woning in de staat zoals hij was bij oplevering heeft geaccepteerd, deze verweren slagen niet. De kantonrechter oordeelt dat huurder de ontruimingskosten moet betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding van 18 juni 2024,<?linebreak?>- de conclusie van antwoord van 26 augustus 2024,<?linebreak?>- de conclusie van repliek van 6 november 2024,<?linebreak?>- de conclusie van dupliek 20 januari 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Heimstaden (of haar rechtsvoorganger) verhuurde sinds 30 maart 2014 de woning aan het [adres] te [plaats 2] (hierna: de woning) aan [naam] . Op de huurovereenkomst zijn de Algemene huurvoorwaarden van Mooiland van toepassing (hierna: de algemene voorwaarden).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In artikel 15.1 van de algemene voorwaarden staat: “<emphasis role="italic">Bij het einde van de huur is huurder verplicht om het gehuurde tijdig geheel ontruimd en schoon aan verhuurder op te leveren in de staat waarin hij het gehuurde bij aanvang van de huurovereenkomst heeft ontvangen zoals vastgelegd in de opnamestaat, behalve voor zover er sprake is van normale slijtage. Bij het einde van de huur moet huurder alle kleine herstellingen hebben verricht, alle schade waarvoor hij aansprakelijk is hebben hersteld en alle veranderingen en toevoegingen die zonder noemenswaardige kosten ongedaan kunnen worden gemaakt, hebben verwijderd en de daardoor ontstane schade hebben hersteld</emphasis>.” </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In artikel 15.3 van de algemene voorwaarden staat: “<emphasis role="italic">Als huurder bij het einde van de huurovereenkomst zaken in het gehuurde achterlaat, wordt huurder geacht de eigendom van die zaken prijs te hebben gegeven en is verhuurder bevoegd om over die zaken als zijn eigendom te beschikken zonder dat verhuurder daarover enige verantwoording aan huurder schuldig is en zonder dat op verhuurder een bewaarplicht komt te rusten. Verhuurder heeft het recht om al deze zaken op kosten van huurder te verwijderen</emphasis>.”</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In een e-mailbericht van 17 juli 2024 heeft de gemachtigde van FHV Castricum q.q. de huurovereenkomst per 1 oktober 2024 opgezegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In een e-mailbericht van 1 oktober 2024 heeft de gemachtigde van FHV Castricum q.q. aan de gemachtigde van Heimstaden laten weten dat de bewindvoerder verbaasd is dat [naam] niet is vertrokken uit de woning en dat als [naam] niet alsnog vrijwillig vertrekt er niets anders op zit dan het starten van een ontruimingskortgeding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>In een e-mailbericht van 2 oktober 2024 heeft de gemachtigde van Heimstaden aan de gemachtigde van FHV Castricum q.q. laten weten dat [naam] de woning op 1 oktober 2024 heeft verlaten maar inboedel heeft laten staan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Heimstaden vordert – na wijziging van eis – dat de kantonrechter FHV Castricum q.q. veroordeelt tot betaling van € 3.300,54, vermeerderd met rente en kosten. Heimstaden legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij kosten heeft gemaakt om de woning te ontruimen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>FHV Castricum q.q. voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Vast staat dat de huurovereenkomst per 1 oktober 2024 is geëindigd, dat [naam] de woning op diezelfde datum heeft verlaten, dat de woning niet leeg is opgeleverd en dat Heimstaden kosten heeft gemaakt om de woning leeg te ruimen. Heimstaden stelt dat FHV Castricum q.q. op grond van de algemene voorwaarden verplicht is om deze schade te vergoeden omdat niet aan de ontruimingsplicht is voldaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Tussen partijen is in geschil de vraag of FHV Castricum q.q. de door Heimstaden in rekening gebrachte kosten (“ontruimingskosten”) moet betalen die Heimstaden heeft gemaakt om de woning leeg te ruimen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Heimstaden heeft een bedrag van € 3.300,54 gevorderd voor de kosten die zij heeft gemaakt voor ontruiming van de woning. Zij heeft deze kosten onderbouwd met een factuur. FHV Castricum q.q. heeft de gemaakte kosten of de hoogte daarvan niet betwist. FHV Castricum q.q. heeft aangevoerd dat [naam] te weinig tijd heeft gehad om de woning leeg te ruimen waardoor de kosten van ontruiming voor rekening van de verhuurder blijven. [naam] heeft een termijn van 4 uur op 1 oktober 2024 (van 13:00 uur tot 17:00 uur) gekregen om de woning te ontruimen en op te leveren en dat is geen redelijke termijn, aldus FHV Castricum q.q. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter volgt het verweer van FHV Castricum q.q. niet. Daarvoor is het volgende redengevend. [naam] was al geruime tijd op de hoogte van het feit dat hij per 1 oktober 2024 de woning zou moeten verlaten, zo volgt uit de correspondentie tussen de gemachtigden en de opzegging van de huurovereenkomst op 17 juli 2024.  Dat [naam] kennelijk de woning niet had verlaten op 1 oktober 2024 om 13:00 uur en hem toen door Heimstaden nog de kans is gegeven om de woning om 17:00 uur diezelfde dag alsnog te verlaten en leeg op te leveren betekent niet dat [naam] vier uur de tijd heeft gekregen om de woning leeg op te leveren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Verder voert FHV Castricum q.q. aan dat Heimstaden de wijze waarop de woning werd opgeleverd door [naam] op 1 oktober om 17:00 uur heeft geaccepteerd. Deze stelling wordt weerlegd door het e-mailbericht die de gemachtigde van Heimstaden op <?linebreak?>2 oktober 2024 heeft gestuurd aan FHV Castricum q.q. Daarin heeft Heimstaden zich op het standpunt gesteld dat de kosten voor het ontruimen van de woning voor rekening en risico van FHV Castricum q.q. komen. In deze e-mail werd door haar een schatting van € 7.000 - € 10.000 aan ontruimingskosten gemaakt. Hieruit maakt de kantonrechter op dat Heimstaden de staat van de woning zoals deze was bij oplevering niet heeft geaccepteerd, dit verweer slaagt dus niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Heimstaden heeft bewijs overgelegd van de hoogte van de ontruimingskosten in de vorm van een factuur. FHV Castricum q.q. heeft hier tegenover onvoldoende ingebracht om te twijfelen aan de juistheid van de kosten. De kantonrechter zal het bedrag van € 3.300,54 daarom toewijzen. De wettelijke rente daarover is toewijsbaar vanaf 1 november 2024, zoals gevorderd.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>FHV Castricum q.q. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Heimstaden worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,97</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>130,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>476,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 238,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>119,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>860,97</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt FHV Castricum q.q. om aan Heimstaden te betalen een bedrag van € 3.300,54, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 november 2024 tot aan de dag van de gehele betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt FHV Castricum q.q. in de proceskosten van € 860,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als FHV Castricum niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. Lourens en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>