<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:2435</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-17T11:41:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/361692 / JU RK 25-173</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:2435">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:2435</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-17T11:40:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:2435 Rechtbank Noord-Holland , 13-02-2025 / C/15/361692 / JU RK 25-173</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:2435:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:2435:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
      <para>Locatie Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/15/361692 / JU RK 25-173</para>
      <para>Datum uitspraak: 13 februari 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming </emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: de Raad, </para>
      <para>gevestigd te Haarlem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">[de minderjarige 1]</emphasis>, geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,</para>
    <para>hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,</para>
    <para>- <emphasis role="bold">[de minderjarige 2]</emphasis>, geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,</para>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,</para>
      <para>hierna tezamen ook te noemen: de kinderen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. C.J. Avis te Hoofddorp,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M.H. Schmidt te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna tezamen ook te noemen: de ouders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informant aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de pleegmoeder] , </emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: de pleegmoeder, </para>
      <para>wonende te [plaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 5 februari 2025 en de daarin vermelde stukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het aanvullend rapport van de Raad, ingediend op 11 februari 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de schriftelijke reactie van de moeder op het aanvullend rapport van de Raad, ingediend op 12 februari 2025. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 februari 2025. Hierbij zijn verschenen en gehoord:</para>
      <para>- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder, bijgestaan door haar advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleegmoeder;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers (hierna te noemen: de GI), vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] ; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] . </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [de minderjarige 1] verblijft feitelijk bij de vader. [de minderjarige 2] verblijft in een netwerkpleeggezin. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van 5 februari 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] met spoed voorlopig onder toezicht gesteld tot 5 mei 2025. Tevens heeft de kinderrechter bij voornoemde beschikking [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] met spoed uit huis geplaatst in een netwerkpleeggezin voor de duur van vier weken en het verzoek voor het overige aangehouden. De mondelinge behandeling van het verzoek ter zitting is bepaald op onderhavige zitting, om de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen te worden gehoord door de kinderrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek van de Raad</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De Raad verzoekt de voorlopige ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te bekrachtigen. Ook verzoekt de Raad de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een netwerkpleeggezin te verlengen voor de resterende duur van het verzoek, te weten voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn verwikkeld in de hevige strijd tussen de ouders, waarbij het de ouders niet lukt om in het belang van de kinderen beslissingen te maken. De kinderen zijn in korte tijd meermaals getuige en onderdeel geweest van fysieke en verbale escalaties tussen de ouders en de psychologische strijd die zij met elkaar voeren. Beide kinderen kampen met kind-eigen problematiek, wat maakt dat zij beiden hun eigen kwetsbaarheden hebben. [de minderjarige 1] heeft moeite met de strijd die de ouders met elkaar voren en wordt hier ongewenst constant in betrokken. [de minderjarige 1] heeft dermate veel last van de thuissituatie dat zij regelmatig niet naar school of haar stage gaat. [de minderjarige 2] ontregelt van alle onvoorspelbaarheden en heeft veel last van de strijd tussen de ouders. De situatie zorgt ervoor dat hij steeds vaker woedeaanvallen krijgt, waarbij de ouders hem fysiek moeten begrenzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Veilig Thuis heeft de afgelopen maanden meermaals samen met de ouders zeer gedetailleerde veiligheidsafspraken gemaakt voor hun birdnesting-situatie. De ouders kiezen ervoor om deze afspraken continu te overtreden, wat maakt dat zij in escalatie met elkaar blijven komen waar de kinderen getuige en/of onderdeel van zijn. Tijdens de interventiegesprekken is duidelijk geworden dat de ouders vanwege de emoties die zij op dit moment ervaren en deze fase van het scheidingsproces niet de intentie en vaardigheden hebben om zich aan de veiligheidsafspraken te gaan houden. Zij vertrouwen elkaar niet in de zorg voor de kinderen en hebben de behoefte om elkaar daarin op te zoeken en te controleren. De ouders geven aan in het belang van de kinderen te willen denken, maar verliezen de belangen van de kinderen in de onderlinge strijd steeds direct weer uit het oog. De Raad is van mening dat het opnieuw vaststellen van veiligheidsafspraken onvoldoende is om de kinderen in hun veiligheid te voorzien. De Raad vindt dat er iemand voor de kinderen moet gaan staan en hen zoveel mogelijk tegen deze conflicten moet beschermen. Ook acht de Raad het in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] dat zij op een rustige plek kunnen verblijven waar zij geen getuige meer zijn van (fysieke) escalaties tussen de ouders. Hoewel de ouders het eens zijn met de plaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in het netwerkpleeggezin, heeft de Raad er onvoldoende vertrouwen in dat het de ouders lukt om in dit kader gezamenlijk tot afspraken te komen. Dit maakt dat de Raad de regievoering van de GI en de een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk acht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Ter zitting heeft de Raad hieraan toegevoegd dat [de minderjarige 1] ondanks de eerder afgegeven spoedmachtiging tot uithuisplaatsing feitelijk nog steeds bij de vader verblijft. De Raad acht het niet in het belang van [de minderjarige 1] om haar middels de sterke arm in het pleeggezin te plaatsen. Indien de voorlopige ondertoezichtstelling wordt bekrachtigd en de machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd, is het aan de GI om te beoordelen of het verblijf van [de minderjarige 1] bij de vader stand kan houden. De Raad acht het hierbij van groot belang om ook de wensen van [de minderjarige 1] hierin mee te wegen. De Raad zal de komende periode een nader beschermingsonderzoek verrichten teneinde een advies uit te brengen over hoe de hulpverlening na verloop van de voorlopige ondertoezichtstelling vorm en inhoud moet krijgen en in welk kader dit passend wordt geacht. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten van de ouders</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Door en namens de vader is het volgende naar voren gebracht. De vader refereert zich aan het oordeel van de kinderrechter ten aanzien van de bekrachtiging van de voorlopige ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en de verlenging van de spoedmachtiging uithuisplaatsing van [de minderjarige 2] , met dien verstande dat de vader meent dat de duur hiervan zou kunnen worden beperkt tot het moment dat uitspraak is gedaan in de procedure betreffende de voorlopige voorzieningen in het kader van de echtscheidingsprocedure van de ouders. De zitting in die zaak staat gepland op 25 maart aanstaande. </para>
        <para>Ten aanzien van de spoedmachtiging uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] stelt de vader zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen, omdat [de minderjarige 1] niet in het netwerkpleeggezin wenst te verblijven. [de minderjarige 1] verzet zich sterk tegen een plaatsing in het pleeggezin en de machtiging tot uithuisplaatsing brengt veel onrust met zich mee. [de minderjarige 1] verblijft op dit moment nog bij de vader thuis en haar situatie is inmiddels gestabiliseerd. De vader stelt dat de GI middels haar bevoegdheden in het kader van de voorlopige ondertoezichtstelling ook de nodige aanwijzingen kan geven, zonder dat [de minderjarige 1] uit huis wordt geplaatst. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Door en namens de moeder is het volgende naar voren gebracht. De moeder refereert zich aan het oordeel van de kinderrechter ten aanzien van zowel de bekrachtiging van de voorlopige ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] als de verlenging van de spoedmachtiging uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . [de minderjarige 1] verblijft nog bij de vader en is daardoor op dit moment nog niet uit de strijdsituatie tussen de ouders gehaald. [de minderjarige 1] zit klem tussen de ouders en de moeder maakt zich zorgen dat [de minderjarige 1] bezwijkt onder de druk van de vader. Bovendien maakt de moeder zich zorgen om de thuissituatie bij de vader. Volgens de moeder gebruikt de vader antidepressiva, alcohol en drugs en moet [de minderjarige 1] voor de vader zorgen, door bijvoorbeeld te koken. De pleegouders hebben ruimte voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en de pleegouders zijn liefhebbende personen. De moeder geeft er de voorkeur aan dat zowel [de minderjarige 1] als [de minderjarige 2] bij hen verblijft. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben samen een goede band en als ze allebei in hetzelfde netwerkpleeggezin verblijven, kunnen zij steun aan elkaar hebben. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De visies van de informant en de  GI</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De pleegmoeder heeft op de zitting naar voren gebracht dat het goed gaat met [de minderjarige 2] . [de minderjarige 2] voelt zich thuis in het netwerkpleeggezin. [de minderjarige 2] is rustig en hij slaapt goed. Ook [de minderjarige 1] zou bij de pleegouders kunnen verblijven als dit nodig blijkt. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zouden de komende drie maanden in het netwerkpleeggezin terecht kunnen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De GI heeft de ouders en de pleegmoeder gesproken. De GI ziet dat [de minderjarige 2] goed op zijn plek zit in het netwerkpleeggezin. [de minderjarige 2] is tevreden en blij met de kamer die hij heeft gekregen. Met [de minderjarige 1] zal komende week worden gesproken. Vooralsnog deelt de GI de visie van de Raad en acht het niet in het belang van [de minderjarige 1] om haar met de sterke arm in het netwerkpleeggezin te plaatsen. Wel acht de GI het van belang dat er een plek is waar [de minderjarige 1] terecht kan en waar zij uit de strijd tussen de ouders kan zijn, indien nodig. Er is nog niet gekeken naar welke hulp er voor de ouders moet worden ingeschakeld, omdat de GI pas sinds 11 februari jl. bij het gezin betrokken is. De GI zal hier de komende periode mee aan de slag gaan, evenals met het vormgeven van de contactmomenten tussen de ouders en [de minderjarige 2] . De GI verwacht dat beide ouders zich aan de afspraak houden niet bij [de minderjarige 2] en de pleegouders thuis te komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De mening van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>
        [de minderjarige 1] is het eens met de bekrachtiging van de voorlopige ondertoezichtstelling en vindt dat er hulpverlenging nodig is. [de minderjarige 1] is het niet eens met de machtiging tot uithuisplaatsing, omdat zij echt niet in het netwerkpleeggezin wil verblijven. [de minderjarige 1] kent de pleegmoeder en kan het goed met haar vinden, maar [de minderjarige 1] vindt het heel lastig om op een andere plek dan thuis te slapen. Het gaat thuis nu goed volgens [de minderjarige 1] . [de minderjarige 1] zou haar moeder graag weer willen zien. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>
        [de minderjarige 2] is het eens met de verzoeken. [de minderjarige 2] heeft het naar zijn zin in het netwerkpleeggezin en hij vindt het prima om daar de komende tijd te verblijven. [de minderjarige 2] zou de moeder graag willen zien. [de minderjarige 2] vindt het een goed idee dat er hulpverlening bij het gezin betrokken raakt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>In wat ter zitting naar voren is gekomen heeft de kinderrechter geen aanleiding gezien om het in de (spoed)beschikking van 5 februari 2025 geformuleerde oordeel over de voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te wijzigen. De zorgen die bestonden ten tijde van het verlenen van voornoemde beschikking zijn nog altijd onverminderd aanwezig. De beschikking van 5 februari 2025 zal daarom worden gehandhaafd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>Ook is de kinderrechter van oordeel dat de uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een netwerkpleeggezin voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding, zoals genoemd in artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>De ouders van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zitten midden in hun echtscheidingsprocedure en hebben birdnesting afgesproken, waarbij (zeer gedetailleerde) veiligheidsafspraken zijn gemaakt. Het lukt de ouders door hun emoties rondom de echtscheiding niet om zich aan deze afspraken te houden en het belang van de kinderen voorop te stellen. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn de dupe van de heftige strijd die de ouders met elkaar voeren, waarin [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] ook getuige zijn geweest van verbale en fysieke escalaties tussen de ouders. [de minderjarige 2] is hierbij bovendien tweemaal fysiek gewond geraakt. Op dit moment is de strijd tussen de ouders nog niet gestabiliseerd. De kinderrechter acht het in het belang van [de minderjarige 2] dat hij ook de komende periode in het netwerkpleeggezin verblijft, zodat hij een rustige, stabiele plek heeft waarin hij tot rust kan komen en buiten de strijd van de ouders wordt gehouden. De kinderrechter heeft geluisterd naar de mening van [de minderjarige 1] , die thuis en niet in het netwerkpleeggezin wenst te verblijven. Zowel de Raad als de GI hebben ter zitting aangegeven haar niet met de sterke hand in het pleeggezin te plaatsen. De kinderrechter vindt het echter van belang dat ook voor [de minderjarige 1] de mogelijkheid blijft bestaan dat zij, zodra de situatie zich voordoet, ook bij het netwerkpleeggezin terecht kan. Dit maakt dat de kinderrechter het resterende deel van het verzoek van de Raad, te weten het verlenen van de machtiging tot uithuisplaatsing van zowel [de minderjarige 2] als [de minderjarige 1] voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, zal toewijzen zoals verzocht. De kinderrechter acht het van belang dat de komende periode onder regie van de GI wordt gekeken welke hulpverlening passend is voor het gezin en dat een plan wordt gemaakt om een stabiele, veilige thuissituatie voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te creëren.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>handhaaft de beschikking van 5 februari 2025;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van <emphasis role="bold">[de minderjarige 1]</emphasis> en <emphasis role="bold">[de minderjarige 2]</emphasis> in een voorziening voor pleegzorg tot 5 mei 2025;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2025 door mr. T.M. van Wassenaer-Westgeest, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.C.W. Coesel als griffier, en op schrift gesteld op 27 februari 2025.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry />
              <entry />
              <entry />
            </row>
            <row>
              <entry />
              <entry />
              <entry />
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC" />
            </row>
            <row>
              <entry />
              <entry />
              <entry />
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>