<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:2373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-01T11:12:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11291334 \ CV EXPL  24-6064</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NTHR 2025/26, p.162</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:2373">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:2373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-10T14:01:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:2373 Rechtbank Noord-Holland , 05-03-2025 / 11291334 \ CV EXPL  24-6064</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:2373:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart. Bevoegdheidsincident. Verplaatsing vlucht naar andere luchthaven. Passagiers hebben voldoende onderbouwd dat aanvankelijk was overeengekomen om te vliegen vanaf Schiphol. Geen sprake van litispendentie of van verknochtheid. Daarom is de kantonrechter bevoegd. Verwijzing naar de rol.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:2373:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11291334 \ CV EXPL  24-6064</para>
      <para>Uitspraakdatum: 5 maart 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in het incident in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [eiser 1]
    </title>
    <bridgehead role="bold">2.		[eiser 2]</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="bold">3.		[eiser 3]</emphasis>
      <?linebreak?>allen wonende te [plaats 1]</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">4.		[eiser 4]</emphasis>wonende te [plaats 2]</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">5.		[eiser 5]</emphasis>wonende te [plaats 3]</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">6.		[eiser 6]</emphasis>wonende te [plaats 2]</para>
    <bridgehead role="bold">7.		[eiser 7]</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">8.		[eiser 8]</bridgehead>
    <para>beiden wonende te [plaats 4]</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">9.		[eiser 9]</emphasis>wonende te [plaats 5]</para>
    <parablock>
      <para>eisers</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers</para>
      <para>gemachtigde: mr R. Bos (Aviclaim)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Royal Air Maroc</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Casablanca, Marokko</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. T. Teke (Advocatenpraktijk Teke)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding:</para>
      <para>- de incidentele conclusie tot onbevoegdheid dan wel verwijzing;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in incident</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten in de hoofdzaak<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 1 augustus 2022 vervoeren naar Casablanca, Marokko, met vlucht AT851 (hierna: de vlucht).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil in het incident<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vervoerder heeft de kantonrechter primair verzocht zich onbevoegd te verklaren, met veroordeling van de passagiers in de kosten van het incident.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De vervoerder legt aan zijn vordering ten grondslag dat de passagiers een boeking hadden voor een vlucht op 1 augustus 2022 van Maastricht naar Casablanca, Marokko. Deze vlucht is verplaatst naar een dag later. Volgens de vervoerder betekent dit dat de plaats van uitvoering van de verbintenis in Maastricht is gelegen. Daarnaast is het kantoor van de vervoerder op Schiphol niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de vervoersovereenkomst, aldus de vervoerder. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat zij aanvankelijk een boeking hadden om op 1 augustus 2022 vervoerd te worden van Amsterdam-Schiphol Airport naar Casablanca. Zij verwijzen hierbij onder meer naar een boekingsbevestiging. Deze vlucht is vervolgens verplaatst naar Maastricht en met 1 uur en 45 minuten vervroegd. Daarom kan de vlucht voor hen als geannuleerd worden beschouwd. Daarna is de vlucht inderdaad wederom vertraagd met een dag, aldus de passagiers. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bevoegdheidsincident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>In het incident staat allereerst de vraag centraal of de Nederlandse rechter en in het bijzonder de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, bevoegd is kennis te nemen van het geschil.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat in dit geval de rechtsmacht van de Nederlandse rechter beoordeeld moet worden aan de hand van het Nederlandse procesrecht.<footnote-ref linkend="_48543133-042b-41d8-beff-3bd153bc3221" /> Daaruit volgt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft als de gedaagde zijn woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft.<footnote-ref linkend="_01255f41-2c1f-4528-865a-b095592b99ed" /> De woonplaats van een rechtspersoon is daar waar hij zijn statutaire zetel heeft.<footnote-ref linkend="_e2635842-3ece-4d17-b11a-cef2f05c359a" /> De vervoerder is gevestigd in Marokko en heeft daarom geen woonplaats in Nederland. Ook heeft hij voldoende onderbouwd dat zijn kantoor op Schiphol niet betrokken is geweest bij de uitvoering van de vervoersovereenkomst.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De Nederlandse rechter heeft eveneens rechtsmacht in zaken betreffende verbintenissen uit overeenkomst, als de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt in Nederland is uitgevoerd.<footnote-ref linkend="_a1c58aef-ea86-4959-8575-157214dcca72" /> In het geval van diensten is de plaats van uitvoering daarvan in Nederland gelegen als deze dienst volgens de overeenkomst in Nederland verstrekt werd of verstrekt had moeten worden.<footnote-ref linkend="_ac0e611e-0127-4d13-8719-6b320e294da9" /> Het beginpunt van de vlucht was de luchthaven van Amsterdam dan wel die van Maastricht. Daarom is de Nederlandse rechter bevoegd om kennis te nemen van het geschil.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Zowel de plaats van vertrek als de plaats van aankomst van het vliegtuig moeten gelijkelijk worden beschouwd als de plaatsen waar de diensten van de luchtvervoersovereenkomst hoofdzakelijk worden verstrekt.<footnote-ref linkend="_ee2792ea-3439-4330-bba9-4281be2757da" /> Tussen partijen is in geschil of de luchthaven van Amsterdam of de luchthaven van Maastricht hierbij als plaats van vertrek van de vlucht moeten worden beschouwd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter hebben de passagiers voldoende onderbouwd dat zij aanvankelijk met de vervoerder zijn overeengekomen om te vertrekken vanaf de luchthaven van Amsterdam, dat de vlucht vervolgens is verplaatst naar de luchthaven van Maastricht en dat de vertrektijd hierbij met 1 uur en 45 minuten is vervroegd. Bij een vervroeging van meer dan een uur kan de vlucht voor de passagiers als geannuleerd worden beschouwd.<footnote-ref linkend="_9cbd964e-c137-4513-868d-10d16b8dd78d" /> De passagiers baseren de vordering in de hoofdzaak op de annulering van de vlucht vanaf de luchthaven van Amsterdam. Deze is gelegen in het arrondissement van de rechtbank Noord-Holland. Dat de verplaatste vlucht vanaf Maastricht vervolgens ook met vertraging is uitgevoerd, doet daar niet aan af. Daarom is de kantonrechter bevoegd om kennis te nemen van de vordering. Dit betekent dat het verzoek tot onbevoegdverklaring van de vervoerder zal worden afgewezen.<?linebreak?><emphasis role="italic">Verzoek tot verwijzing naar de rechtbank Limburg vanwege litispendentie</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Subsidiair heeft de vervoerder – samengevat – gevorderd om deze procedure te verwijzen naar de rechtbank Limburg omdat daar al een procedure loopt over de verplaatsing van de vlucht van Maastricht naar Casablanca naar een dag later.<footnote-ref linkend="_d9759e3f-6bc2-4293-8a64-d7098d7b4c3d" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Artikel 220 lid 1 Rv bepaalt dat in zaken die al eerder bij een andere rechter van gelijke rang aanhangig zijn gemaakt tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp ("litispendentie"), of als de zaak verknocht is aan een zaak die al aanhangig is, verwijzing van de zaak naar die andere rechter kan worden gevorderd. Gevolg van verwijzing is dat een gezamenlijke behandeling en beslissing van twee zaken (procedures) door dezelfde rechter plaatsvindt. Doel van verwijzing en voeging is enerzijds het voorkomen van tegenstrijdige en niet met elkaar overeenstemmende beslissingen en anderzijds de proceseconomie, dus het voorkomen van onnodige dubbele procedures en de daaraan verbonden bezwaren, zoals onnodig dubbel werk. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Bij <emphasis role="italic">litispendentie</emphasis> gaat het over de identiteit van de rechtsbetrekking die in geschil is.<footnote-ref linkend="_4b2da0e7-ffd0-4c39-bf84-9c7f85e904c0" /> Daarmee wordt bedoeld dat de eerdere procedure om dezelfde rechtsbetrekking moet gaan als die in de latere procedure aan de orde is. Of daarvan sprake is, is afhankelijk van de grondslag van de vordering en het verweer, het processuele debat en de eventuele gegeven beslissingen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Van <emphasis role="italic">verknochtheid </emphasis>is sprake wanneer de feitelijke of  juridische geschilpunten in de ene zaak identiek zijn aan die in dan wel daarmee zodanige samenhang vertonen dat consistentie van de uitspraken wenselijk is.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter gaat de procedure die aanhangig is bij de rechtbank Limburg niet over dezelfde rechtsbetrekking als de procedure in kwestie, nu die eerste procedure gaat om de vraag of de vervoerder compensatie verschuldigd is voor het verplaatsen van de vlucht van Maastricht naar Casablanca van 1 augustus 2022 naar een dag later. De procedure in kwestie gaat echter over het verplaatsen van de vlucht van Amsterdam naar Maastricht en het vervroegen van de vertrektijd met 1 uur en 45 minuten. Als een vlucht is geannuleerd en de alternatieve vlucht vervolgens ook vertraging heeft opgelopen, kunnen de passagiers zowel compensatie vorderen voor de annulering van de oorspronkelijke vlucht als voor de vertraging van de alternatieve vlucht.<footnote-ref linkend="_55a188d8-4e5b-43ef-81e6-0626effde631" /> Daarom is hier naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van litispendentie.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De feitelijke en juridische geschilpunten in beide procedures zijn naar het oordeel van de kantonrechter ook niet zodanig identiek, of vertonen zodanige samenhang dat consistentie van de uitspraken wegens verknochtheid wenselijk is. Er kan afzonderlijk over de annulering van de vlucht van Amsterdam naar Casablanca en over de vertraging van de alternatieve vlucht van Maastricht naar Casablanca worden geoordeeld. Daarbij is geen risico op inconsistentie of tegenstrijdigheid als dit tot een andere uitkomst leidt. Ook zou een eventuele verwijzing niet veranderen dat er twee procedures aanhangig zijn, waardoor er ook geen proceseconomisch belang is bij een verwijzing. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <parablock>
        <para>Omdat er geen sprake is van litispendentie tof verknochtheid tussen de onderhavige procedure en de procedure bij de rechtbank Limburg, zal de verwijzingsvordering van de vervoerder eveneens worden afgewezen.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de proceskosten in het incident. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>De zaak zal worden verwezen naar de rol van 16 april 2024 voor het nemen van conclusie van antwoord aan de zijde van de vervoerder.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	<?linebreak?>De kantonrechter:</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 16 april 2024 voor het nemen van conclusie van antwoord aan de zijde van de vervoerder;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten in het incident, die tot en met vandaag voor de passagiers worden vastgesteld op een bedrag van € 339,00;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis - wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_48543133-042b-41d8-beff-3bd153bc3221" label="1">
    <para> Artikel 6 van de Verordening 1215/2012 betreffende de rechterlijk bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: de Brussel I bis-Verordening).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_01255f41-2c1f-4528-865a-b095592b99ed" label="2">
    <para> Artikel 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e2635842-3ece-4d17-b11a-cef2f05c359a" label="3">
    <para> Artikel 10 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a1c58aef-ea86-4959-8575-157214dcca72" label="4">
    <para> Artikel 6, aanhef en sub a Rv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ac0e611e-0127-4d13-8719-6b320e294da9" label="5">
    <para> Artikel 6a, aanhef en sub b Rv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ee2792ea-3439-4330-bba9-4281be2757da" label="6">
    <para> HvJEU 9 juli 2009, C-204/08, ECLI:EU:C:2009:439.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9cbd964e-c137-4513-868d-10d16b8dd78d" label="7">
    <para> HvJEU 21 december 2021, C-263/20, ECLI:EU:C:2021:1039.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d9759e3f-6bc2-4293-8a64-d7098d7b4c3d" label="8">
    <para> Artikel 220 Rv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4b2da0e7-ffd0-4c39-bf84-9c7f85e904c0" label="9">
    <para> Artikel 236 Rv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_55a188d8-4e5b-43ef-81e6-0626effde631" label="10">
    <para> HvJEU 12 maart 2020, C-832/18, ECLI:EU:C:2020:204.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>