<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:2167</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-26T11:21:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/347213 / FA RK 23-6063</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:2167">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:2167</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-26T11:20:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:2167 Rechtbank Noord-Holland , 28-02-2025 / C/15/347213 / FA RK 23-6063</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:2167:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verklaring voor recht van niet rechtsgeldig gesloten huwelijk en vaststelling ouderschap van de man. Het ceremoniële huwelijk van partijen is middels een VOE in de BRP geregistreerd. Omdat geen sprake is van een rechtsgeldig huwelijk is een verzoek tot echtscheiding in een eerdere procedure afgewezen. Er bestaat geen enkele twijfel over het vaderschap van de man.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:2167:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Familie en Jeugd</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaring voor recht, gerechtelijke vaststelling ouderschap, hoofdverblijfplaats en zorgregeling</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rekestnr.: C/15/347213 / FA RK 23-6063</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 28 februari 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>hierna mede te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat: mr. B. Stelling, kantoorhoudende te Velsen-Zuid,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>--tegen--</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>hierna mede te noemen: de man.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minderjarige kinderen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] worden vertegenwoordigd door [de bijzondere curator] , bijzondere curator.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 4 december 2023;</para>
      <para>- het F-formulier namens de man van 2 februari 2024;</para>
      <para>- de beschikking van 16 februari 2024, waarbij [de bijzondere curator] te [plaats] is benoemd tot bijzondere curator;</para>
      <para>- de brief van 11 april 2024 van de bijzondere curator;</para>
      <para>- de brief namens de vrouw van 25 april 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 5 februari 2025 in aanwezigheid van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de vrouw bijgestaan door mr. B. Stelling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de man bijgestaan door een telefonische tolk in de [taal] taal;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [de bijzondere curator] . </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>
        [de minderjarige 1] is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Van deze gelegenheid heeft hij geen gebruik gemaakt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten en omstandigheden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben een affectieve relatie gehad, in welk kader zij op [datum] een informele huwelijksceremonie hebben georganiseerd in een vluchtelingenkamp in [land] . De vrouw was ten tijde van deze huwelijksceremonie zestien jaar oud. De man was achtentwintig jaar oud.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Uit de relatie van partijen is geboren:</para>
      <para>- [de meerderjarige] , op [geboortedatum] in [plaats] , [land] ,</para>
      <para>en de nu nog minderjarige kinderen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [de minderjarige 1] , op [geboortedatum] in [plaats] ,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [de minderjarige 2] , op [geboortedatum] in [plaats] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het gezin woont sinds 2001 in Nederland en het huwelijk van partijen is op basis van een verklaring onder ede (VOE) in de BRP geregistreerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vrouw heeft op 5 november 2018 een verzoek tot echtscheiding ingediend. Bij beschikking van 25 september 2019 is door de rechtbank bepaald dat geen sprake is van een rechtsgeldig huwelijk, zodat het verzoek tot echtscheiding is afgewezen. Pogingen van de vrouw om de burgerlijke staat van partijen in de BRP te wijzigen naar ongehuwd zijn vervolgens mislukt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De vrouw en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit. De man heeft een onbekende nationaliteit.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vrouw verzoekt primair:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>voor recht te verklaren dat tussen partijen geen, althans geen rechtsgeldig huwelijk heeft plaatsgevonden, waardoor erkenning daarvan in Nederland moet worden onthouden,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het ouderschap van de man over de kinderen gerechtelijk vast te stellen,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>te bepalen dat [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw hebben,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>(bij gewijzigd verzoek) te bepalen dat de man iedere week van vrijdagmiddag tot zondagavond zorgdraagt voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] ,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>subsidiair verzoekt de vrouw:</para>
      <para>- een bijzondere curator te benoemen om in het belang van de kinderen al dan niet een verzoek tot gerechtelijke vaststelling ouderschap in te dienen,</para>
      <para>en meer subsidiair verzoekt de vrouw:</para>
      <para>- tussen partijen, gehuwd op [datum] te [plaats] , [land] , de echtscheiding uit te spreken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De vrouw heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de relatie van partijen geen stand heeft gehouden, maar dat het verzoek tot echtscheiding is afgewezen en pogingen om de huwelijksregistratie in de BRP te wijzigen zijn mislukt omdat de man hiervoor geen toestemming geeft. De huwelijksceremonie voldeed niet aan de vereisten van een huwelijksvoltrekking naar [nationaliteit] recht, zodat van een rechtsgeldig huwelijk geen sprake is. Bovendien kan het huwelijk in Nederland niet erkend worden omdat de vrouw minderjarig was ten tijde van de huwelijksceremonie. De vrouw heeft nooit bewust een VOE afgelegd en was nog minderjarig toen zij de VOE heeft afgelegd.</para>
        <para>Aangezien de man wel de biologische vader van de kinderen is, verzoekt de vrouw dat het ouderschap van de man gerechtelijk wordt vastgesteld. [de meerderjarige] is meerderjarig en zal indien nodig een zelfstandig verzoek hiertoe indienen.</para>
        <para>Sinds het uiteengaan van partijen verblijven [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] met name bij de vrouw en ieder weekend bij de man. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">4.	Standpunt en verzoek bijzondere curator ten aanzien van gerechtelijke vaststelling ouderschap</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De bijzondere curator adviseert, ervan uitgaande dat het huwelijk van partijen niet rechtsgeldig is in Nederland, het verzoek van de vrouw om het ouderschap van de man over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] gerechtelijk vast te stellen, toe te wijzen. Voor het geval de rechtbank de termijnoverschrijding niet-verschoonbaar acht, verzoekt de bijzondere curator bij wijze van zelfstandig verzoek het ouderschap van de man over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] gerechtelijk vast te stellen. Indien de rechtbank van oordeel is dat een DNA-onderzoek nodig is, verzoekt de bijzondere curator dit onderzoek te gelasten, rechtsgeldig uit te voeren door een daartoe geaccepteerd onderzoeksinstituut zoals Verilabs of Sanquin en de beslissing aan te houden tot het onderzoeksresultaat bekend is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De bijzondere curator heeft met de vrouw, de man en de kinderen gesproken. Uit de gespreksverslagen blijkt het volgende.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vrouw </emphasis>heeft naar voren gebracht dat er geen enkele twijfel over het vaderschap van de man bestaat. Er speelt alleen een probleem omtrent de onduidelijkheid over het huwelijk tussen partijen. Als het huwelijk niet wordt erkend, is het in het belang van de kinderen dat het ouderschap van de man gerechtelijk wordt vastgesteld. Het contact tussen partijen is niet onplezierig. De man werkt niet mee aan het laten verwijderen van de huwelijksregistratie in de BRP omdat hij het uit elkaar gaan van partijen nog niet heeft geaccepteerd. Er is een goede omgangsregeling tussen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en de man.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De man </emphasis>heeft naar voren gebracht dat het contact tussen partijen heel goed is wanneer het over de omgangsregeling met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] gaat. De man heeft geen enkele twijfel dat hij de biologische vader is. De man accepteert de echtscheiding niet en dat is de reden waarom hij niet wil meewerken met het laten schrappen van de huwelijksregistratie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] </emphasis>hebben verteld dat ze het fijn hebben bij zowel de vrouw als de man.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De bijzondere curator adviseert het volgende. Er is geen enkele aanwijzing dat iemand anders dan de man de biologische vader van de kinderen is. Partijen gaan er feitelijk nog steeds vanuit dat zij gehuwd waren en mogelijk nog steeds gehuwd zijn. Voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] is uitsluitend de man als vader in hun leven geweest en zij hebben een fijn contact met hem. De bijzondere curator meent daarom dat een DNA-onderzoek niet nodig is.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Verweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man heeft geen verweer gevoerd tegen de verzoeken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">rechtsgeldigheid van het huwelijk</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, wordt op grond van artikel 10:31 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) als zodanig erkend. Een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit (artikel 10:31 lid 4 BW).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De vrouw stelt dat partijen afkomstig zijn uit [land] . Door de politieke ontwikkelingen zijn zij beiden naar [land] gevlucht. In het vluchtelingenkamp waar partijen destijds verbleven is een huwelijksceremonie georganiseerd. Het is onduidelijk of bij deze ceremonie een ambtenaar van de burgerlijke stand aanwezig is geweest. Volgens de vrouw wordt, als er sprake is van een originele huwelijksakte, deze bewaard in het district waar het huwelijk is voltrokken; bij de vrouw is niet bekend in welk district partijen destijds zouden zijn getrouwd. Bovendien was de vrouw nog minderjarig ten tijde van de huwelijkssluiting. De vrouw heeft een door partijen op [datum] ondertekende ‘Marriage Agreement’ overgelegd. Zij heeft echter geen kopie van de officiële huwelijksakte ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Zoals in de beschikking van 25 september 2019 is overwogen, moet een huwelijk in [land] aan de volgende voorwaarden voldoen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de ambtenaar van de burgerlijke stand dient het huwelijk te voltrekken (§ 1458 Burgerlijk en Handelswetboek);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de ambtenaar van de burgerlijke stand maakt na de huwelijksvoltrekking de huwelijksakte op;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de huwelijksakte worden ingeschreven in het familieregister (§ 1457 Burgerlijk en Handelswetboek).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>In [land] wordt een kind meerderjarig na het bereiken van de 20-jarige leeftijd (§ 19 Burgerlijk en Handelswetboek). Een huwelijk kan - met toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger - worden aangegaan na het bereiken van de 17-jarige leeftijd. Op grond van goede redenen kan de rechtbank dispensatie verlenen (§ 1448 Burgerlijk en Handelswetboek). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat niet is gebleken dat een verklaring over het huwelijk is afgegeven door een bevoegde autoriteit. De door de vrouw overgelegde op [datum] ondertekende ‘Marriage Agreement’, is afgegeven door de ‘Former Members’ Association of Students Army’. Deze kan niet beschouwd worden als de bevoegde autoriteit in de zin van de hiervoor genoemde [nationaliteit] wetsartikelen. Daar komt bij dat de vrouw nog geen 17 jaar oud toen zij het huwelijk met de man sloot. Tot slot is niet gesteld of gebleken dat de [nationaliteit] rechtbank de vrouw dispensatie heeft verleend om met de man te huwen. Gelet op het voorgaande kan niet worden aangenomen dat het huwelijk in [land] is gesloten op de aldaar voorgeschreven wijze.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>Het huwelijk van partijen is destijds middels de VOE opgenomen in de BRP. Aannemelijk is dat de vrouw mede gelet op haar leeftijd, zich niet of onvoldoende bewust is geweest van de strekking van de VOE. Gelet op al het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat de BRP ten onrechte melding maakt van een huwelijk tussen partijen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <para>De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw toewijzen en voor recht verklaren dat het huwelijk van partijen niet rechtsgeldig is. De rechtbank gaat ervan uit dat deze verklaring voor recht met zich brengt dat de BRP-ambtenaar van de gemeente [gemeente] de registratie van de vrouw en de man in de BRP zal wijzigen van ‘gehuwd’ naar ‘ongehuwd’.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7.</nr>
      <para>De rechtbank komt dan niet meer toe aan de beoordeling van het meer subsidiaire verzoek van de vrouw.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">gerechtelijke vaststelling ouderschap</emphasis>
          <?linebreak?>6.8.	Door de omstandigheid dat de man een onbekende nationaliteit heeft, draagt de onderhavige zaak een internationaal karakter, zodat eerst de vraag beantwoord dient te worden of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toekomt. </para>
        <para>Deze vraag kan op grond van het bepaalde in artikel 3 aanhef en onder a. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevestigend worden beantwoord, nu uit de overgelegde stukken is gebleken dat partijen en de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.9.</nr>
      <para>In artikel 10:97 lid 1 BW is bepaald dat of en onder welke voorwaarden het ouderschap van een persoon gerechtelijk kan worden vastgesteld, wordt bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van die persoon en de vrouw of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar die persoon en de vrouw elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Voor de toepassing van lid 1 is bepalend het tijdstip van de indiening van het verzoek.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de overgelegde stukken is gebleken dat de man een verblijfstitel “asiel voor onbepaalde tijd” van de IND heeft gekregen. Op grond van artikel 10:17 BW wordt de persoonlijke staat van een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 of artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000 is verleend, beheerst door het recht van zijn woonplaats, of indien hij geen woonplaats heeft, door het recht van zijn verblijfplaats. Gelet op het voorgaande is op de persoonlijke status van de man ten tijde van de indiening van het verzoek Nederlands recht van toepassing. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu op de persoonlijke status van de vrouw en de biologische vader het Nederlandse recht van toepassing is, is Nederlands recht van toepassing op het verzoek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.10.</nr>
      <para>In artikel 1:207 lid 1 sub a BW is onder meer bepaald dat het ouderschap van een persoon, op grond dat deze de verwekker is van het kind, door de rechtbank kan worden vastgesteld op verzoek van de vrouw, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt. [de meerderjarige] is ouder dan zestien jaar, zodat de vrouw niet ontvankelijk is in haar verzoek ten aanzien van [de meerderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.11.</nr>
      <para>Het verzoek van de vrouw met betrekking tot [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] is niet binnen de termijn genoemd in artikel 1:207 lid 3 BW ingediend, zodat zij ook niet ontvankelijk is in haar verzoek ten aanzien van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.12.</nr>
      <para>Nu de bijzondere curator namens [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verzoekt het ouderschap van de man gerechtelijk vast te stellen, zal de rechtbank om proceseconomische redenen in het belang van de kinderen op dit verzoek beslissen, zodat de bijzondere curator hiervoor geen afzonderlijke procedure hoeft te voeren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.13.</nr>
      <para>Er bestaat geen enkele twijfel dat de man de biologische vader is van [de minderjarige 1] en de kinderen hebben er recht op en belang bij dat het ouderschap van de man wordt vastgesteld, zodat het verzoek van de bijzondere curator zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.14.</nr>
      <para>De vrouw en de man hebben geen verklaring omtrent de geslachtsnaam van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] gedaan. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] behouden daarom op grond van artikel 1:5 BW de geslachtsnaam [geslachtsnaam] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.15.</nr>
      <para>Ter overvloede overweegt de rechtbank dat [de meerderjarige] een zelfstandig verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de man kan indienen, of zich door de man kan laten erkennen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">zorgregeling</emphasis>
          <?linebreak?>6.16.	De ouders hebben ter zitting allebei verteld dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] elk weekend van vrijdag na school tot zondagavond bij de man verblijven. Daarnaast verblijven de kinderen een deel van de vakanties bij de man. De zorgregeling verloopt al bijna zeven jaar zo, naar tevredenheid van de partijen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.17.</nr>
      <para>De man heeft daar, door middel van een telefonisch tolk, aan toegevoegd dat de vrouw op 22 oktober 2022 bij hem is weggegaan, dat hem geen schuld treft aan de scheiding en dat hij ook geen scheiding wilde. Verder heeft de man bij herhaling aangegeven dat de ouders goede afspraken over de zorgregeling hebben gemaakt en ook steeds hebben uitgevoerd, en dat hij zijn verantwoordelijkheid voor de kinderen altijd heeft genomen. Uit wat de man op de zitting heeft gezegd is gebleken dat hij liever nu nog als gezin had samengeleefd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.18.</nr>
      <para>Gelet op het voorstaande zal de bestaande zorgregeling die nu al door de ouders wordt uitgevoerd in de beschikking worden vastgelegd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">hoofdverblijfplaats</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.19.</nr>
      <para>De vrouw zal zodra deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan van rechtswege het gezag over de minderjarige kinderen van partijen hebben. Desondanks heeft de vrouw gelet op de bijzondere situatie van partijen, nog belang bij dit verzoek omdat het in de rede ligt dat partijen gezamenlijk gezag zullen aanvragen. Gelet op de zorgregeling is het centrum van het (sociale) leven van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de vrouw. Daarbij komt dat de vrouw, anders dan de man de Nederlandse taal spreekt zodat het voor de hand ligt dat de vrouw alles voor de kinderen regelt. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom toewijzen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat het huwelijk van partijen niet rechtsgeldig is gesloten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>stelt vast het ouderschap van [de man] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , [land] betreffende de kinderen [de minderjarigen] :<?linebreak?>- 	[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;</para>
        <para>-	[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>bepaalt de hoofdverblijfplaats van de [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de vrouw zal zijn;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <parablock>
        <para>stelt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt vast: </para>
        <para>
          [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verblijven van vrijdag uit school tot zondagavond bij de man;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.6.</nr>
      <para>draagt de griffier – op grond van artikel 1:20 e lid 1 BW - op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking -en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld- een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] .<?linebreak?></para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.C.M. Swinkels, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E.J. van Schie, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2025.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>