<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:2158</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-26T11:35:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/344954 / FA RK 23-4921</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:2158">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:2158</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-26T11:35:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:2158 Rechtbank Noord-Holland , 28-02-2025 / C/15/344954 / FA RK 23-4921</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:2158:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek van de man tot DNA-onderzoek en voorwaardelijk verzoek tot ontkenning vaderschap afgewezen. In een eerdere procedure is het vaderschap van de man gerechtelijk vastgesteld na een DNA-match tussen de moeder van de man en het kind. De man heeft in die procedure tot twee keer toe nagelaten om mee te werken aan DNA-onderzoek. De man stelt nu dat zijn broer de verwekker zou kunnen zijn. De man heeft die stelling op geen enkele wijze onderbouwd, zodat de rechtbank geen aanleiding ziet om opnieuw een DNA-onderzoek te gelasten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:2158:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Familie en Jeugd</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>alimentatie/tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rekestnr.: C/15/344954 / FA RK 23-4921</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 28 februari 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. P.J.H. Vinke, kantoorhoudende te Hoofddorp, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de man,</para>
      <para>advocaat mr. S.A.S. Matheij, kantoorhoudende te Haarlem,</para>
      <para>voor zover de zaak betrekking heeft op de kinderbijdrage vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder [bewindvoeringskantoor] t.h.o.d.n. [bewindvoeringskantoor] ,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De WSNP-bewindvoerder van de man heeft laten weten dat geen volmacht nodig is omdat de boedel niet betrokken is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift met productie 1 t/m 13 van de vrouw, ingekomen op 29 september 2023; </para>
      <para>- het verweerschrift met zelfstandig verzoek en productie 1 t/m 4 van de man, ingekomen op 11 december 2023; </para>
      <para>- het verweerschrift op zelfstandig verzoek van de vrouw van 15 februari 2024;</para>
      <para>- de brief met producties 5 t/m 7 namens de man van 29 februari 2024;</para>
      <para>- de brief met producties 14 t/m 21 namens de vrouw van 22 januari 2025;</para>
      <para>- de brief met productie 8 namens de man van 24 januari 2025.	</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling van de zaak is geweest op 5 februari 2025 in aanwezigheid van partijen, de vrouw bijgestaan door mr. P.J.H. Vinke en de man bijgestaan door mr. S.A.S. Matheij en de bewindvoerders [bewindvoerder] en [bewindvoerder] .</para>
        <para>De advocaat van de man heeft ter zitting een pleitnota overgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten en omstandigheden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de vrouw is op [geboortedatum] geboren:</para>
        <para>- [de minderjarige] , in [plaats] .</para>
        <para>Het vaderschap van de man is bij de beschikking van 15 april 2015 gerechtelijk vastgesteld. De latere vermelding betreffende vaststelling vaderschap is op 4 augustus 2015 opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw heeft, bij gewijzigd verzoek, verzocht te bepalen dat de man aan haar een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige (hierna ook: kinderbijdrage) van € 25 per maand dient te voldoen met ingang van 1 juli 2023.</para>
      <para>Zij stelt hiertoe dat de man als vader is gehouden bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn minderjarige kind.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Verweer en zelfstandig verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man heeft daartegen een draagkrachtverweer gevoerd. De man heeft van zijn kant verzocht te bepalen dat een DNA-onderzoek zal worden verricht ter beantwoording van de vraag of de man de biologische vader is van [de minderjarige] en een grondverklaring van de ontkenning van het vaderschap voor zover de test uitwijst dat de man niet de biologische vader van [de minderjarige] is.</para>
      <para>De man stelt daartoe dat hij betwijfelt of hij de biologische vader is van [de minderjarige] . Destijds is, bij gebrek aan DNA-materiaal van de man, een DNA-onderzoek gedaan tussen [de minderjarige] en de moeder van de man. Uit dit onderzoek volgt dat tussen [de minderjarige] en de moeder van de man een mogelijke verwantschap bestaat. Naar aanleiding van deze mogelijke verwantschap is het vaderschap van de man gerechtelijk vastgesteld. De vrouw heeft volgens de man echter ook gemeenschap gehad met de broer van de man, [de broer van de man] , zodat de kans groot is hij de vader van [de minderjarige] is. </para>
      <para>Op de zitting is daar namens de man aan toegevoegd dat hij zich tijdens de eerdere procedure over het ouderschap niet kon verweren omdat hij eerst gevangen zat en daarna op straat zwierf. De man stelt dat er gronden zijn om de beschikking van 15 april 2015 te herroepen. De vrouw heeft bedrog gepleegd door niet eerlijk te zijn over het feit dat zij gemeenschap heeft gehad met de broer van de man.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Verweer op zelfstandig verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw heeft daartegen een ontvankelijkheidsverweer gevoerd. De man heeft geen hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 15 april 2015 en daarmee is de beschikking in kracht van gewijsde gegaan. Voor zover het verzoek van de man moet worden opgevat als een verzoek tot herroeping van de beschikking van 15 april 2015 is niet voldaan aan de daarvoor geldende eisen van artikel 382 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Verder acht de vrouw het strijdig met het belang van [de minderjarige] als [de minderjarige] wederom in een afstammingsonderzoek wordt betrokken terwijl [de minderjarige] de man als zijn vader beschouwt. De vrouw betwist dat zij gemeenschap heeft gehad met de broer van de man voordat [de minderjarige] werd geboren. Subsidiair, voor het geval de rechtbank een DNA-onderzoek gelast, verzoekt de vrouw te bepalen dat de daarmee samenhangende kosten volledig voor rekening van de man komen. In 2015 heeft de vrouw reeds kosten gemaakt met betrekking tot het door haar geïnitieerde verwantschapsonderzoek.</para>
      <para>Ter zitting heeft de vrouw nog naar voren gebracht dat de man doet wat hem uitkomt. Op het ene moment presenteert hij zich als vader naar [de minderjarige] toe en op het andere moment zegt hij dat hij de vader niet is. Partijen hebben tijdens de zwangerschap al een DNA-test gedaan waaruit volgt dat de man de biologische vader is, toen de vrouw vast zat heeft de vriendin van de man voor [de minderjarige] gezorgd en afgelopen zomer heeft hij [de minderjarige] nog gezien als zijn vader benaderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">DNA-onderzoek en ontkenning vaderschap</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Uit de beschikking van 15 april 2015 volgt dat de man tot twee keer toe heeft nagelaten om mee te werken aan een DNA-onderzoek ter beantwoording van de vraag of hij de biologische vader is van [de minderjarige] . Vervolgens is het vaderschap van de man door de rechtbank vastgesteld en heeft de man de mogelijkheid om tegen die beschikking in hoger beroep te gaan onbenut gelaten. De beschikking over het vaderschap van de man is daarom in kracht van de gewijsde gegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:200 lid 1 sub a BW kan het door <emphasis role="italic">huwelijk</emphasis> ontstane vaderschap (artikel 1:199 BW), op de grond dat de man niet de biologische vader van het kind is, door de man worden ontkend. Het vaderschap van de man is in dit geval echter niet door huwelijk ontstaan, zodat het verzoek van de man tot ontkenning van het vaderschap geen rechtsgrondslag heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Op grond van artikel 390 juncto artikel 382 Rv kan een beschikking op verzoek van de oorspronkelijke verzoeker of van een belanghebbende worden herroepen indien:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de beschikking berust op bedrog door de wederpartij in het geding gepleegd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de beschikking berust op stukken, waarvan de valsheid na de beschikking is erkend of bij gewijsde is vastgesteld, of</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de partij na de beschikking stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Nu de man in de procedure tot vaststelling van het vaderschap die geleid heeft tot de beschikking van 15 april 2015 belanghebbende was, is de rechtbank van oordeel dat de man in zoverre ontvangen kan worden in zijn verzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>Het rechtsmiddel van herroeping is onderhevig aan een vervaltermijn (genoemd in artikel 391 juncto 383 Rv) en moet worden aangewend binnen drie maanden nadat de grond voor herroeping is ontstaan en de verzoeker daarmee bekend is geworden. De termijn loopt in het geval van bedrog vanaf de ontdekking daarvan. Een vermoeden is niet voldoende om de vervaltermijn te laten aanvangen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Niet gesteld of gebleken is wanneer de man heeft vernomen dat zijn broer mogelijk de biologische vader van [de minderjarige] is en hij het vermeende bedrog zou hebben ontdekt zodat niet vast te stellen is of het verzoek van de man binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend. De man heeft verder nog geen begin van een feitelijke onderbouwing van zijn stelling over het verwekkerschap van zijn broer gegeven. Desgevraagd heeft de man ter zitting slechts verklaard niet te weten wanneer de vermeende intieme relatie tussen de vrouw en zijn broer zou zijn geweest. Nu de man hiermee niet heeft voldaan aan zijn stelplicht is de man niet ontvankelijk in zijn verzoek tot herroeping.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>De rechtbank ziet onder de hiervoor genoemde omstandigheden geen enkele aanleiding om opnieuw een DNA-onderzoek tussen de man en [de minderjarige] te gelasten en zal het daartoe strekkende verzoek van de man afwijzen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kinderbijdrage</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <para>Op de zitting is namens de man naar voren gebracht dat het WSNP traject van de man op 10 maart 2025 afloopt. Eind maart/begin april 2025 zal er een toetsing plaats vinden waarna het WSNP traject (naar verwachting) door de rechter zal worden beëindigd. Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat de man per 1 april 2025 een kinderbijdrage van € 25 per maand aan de vrouw zal betalen en zij hebben verzocht deze afspraak in deze beschikking vast te leggen. De rechtbank zal aldus beslissen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [de minderjarige] : </para>
        <para>-	[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,</para>
        <para>telkens bij vooruitbetaling dient te voldoen € 25 per maand, met ingang van 1 april 2025 en voor wat betreft de toekomstige termijnen bij vooruitbetaling te voldoen;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.C.M. Swinkels, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E.J. van Schie, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2025.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en de verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>