<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:2004</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-22T10:04:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/349713/ HA RK 24-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>OR-Updates.nl 2025-0070</rdf:li>
          <rdf:li>RN 2025/58</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2025/722</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:2004">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:2004</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-13T15:02:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:2004 Rechtbank Noord-Holland , 25-02-2025 / C/15/349713/ HA RK 24-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:2004:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek heropening vereffening op grond van 2:23c BW afgewezen omdat er geen sprake was van een zogenaamde 'nieuwe bate'. Uit het verzoekschrift blijkt dat bij de vereffening abusievelijk over het hoofd is gezien dat de te heropenen vennootschap nog een belang hield in een Frans bedrijf. De rechtbank leidt daaruit af dat het in dit geval dus gaat om een zogenaamde ‘bekende bate’. Uit artikel 2:19 leden 4 en 5 BW volgt dat als er nog baten zijn in de te ontbinden rechtspersoon, de rechtspersoon blijft bestaan totdat de vereffening heeft plaatsgevonden. De vennootschap is dus niet opgehouden te bestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:2004:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Noord-Holland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: C/15/349713 / HA RK 24-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 20 februari 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoeker] ,</para>
      <para>advocaat: mr. D.A.Q. Willemse.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift, </para>
      <para>- de brief van 5 maart 2024 van de rechtbank aan (de advocaat van) [verzoeker] ,</para>
      <para>- de correspondentie tussen de rechtbank en (de advocaat van) [verzoeker] , waaronder</para>
      <parablock>
        <para> de e-mail van 17 juni 2024 namens [verzoeker] ,</para>
        <para> de brief van 8 november 2024 namens [verzoeker] , met bijlage.</para>
      </parablock>
      <para>- de brief van 30 januari 2025 van de rechtbank aan Pure Dino B.V.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Uit het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat is geregistreerd dat Pure Aston B.V. (hierna: Pure Ashton) is ontbonden en beëindigd met ingang van 31 december 2023.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] verzoekt heropening van de vereffening van Pure Aston en benoeming van een vereffenaar als bedoeld in artikel 2:23c van het Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan het verzoek legt [verzoeker] ten grondslag dat hij samen met Pure Aston eigenaar is van een belang in een Franse vennootschap, Fabrique D’Biochar. Bij de vereffening van Pure Aston is over het hoofd gezien dat Pure Ashton dit belang had. De vereffening van Pure Aston dient daarom heropend te worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Artikel 2:23c BW bepaalt dat, indien van het bestaan van de bate is gebleken na het tijdstip waarop een rechtspersoon is opgehouden te bestaan, de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de vereffening kan heropenen en zo nodig een vereffenaar kan benoemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [verzoeker] was bestuurder van Pure Aston en kan daarom als belanghebbende bij het verzoek worden beschouwd. Ook het bestaan van een bate (namelijk aandelen in Fabrique D’Biochar) is voldoende aannemelijk geworden. De vraag is echter of in dit geval heropening kan worden bevolen, aangezien artikel 2:23c BW toepassing vindt in de situatie dat – na een vereffeningsprocedure van een ontbonden rechtspersoon of na een toegepaste turboliquidatie als gevolg waarvan de vennootschap is opgehouden te bestaan – alsnog van het bestaan van een bate is gebleken. Er dient sprake te zijn van een zogenaamde ‘nieuwe bate’. Uit het verzoekschrift blijkt dat bij de vereffening abusievelijk over het hoofd is gezien dat de vennootschap nog een belang hield in Fabrique D’Biochar. De rechtbank leidt daaruit af dat het in dit geval dus gaat om een zogenaamde ‘bekende bate’. Uit artikel 2:19 leden 4 en 5 BW volgt dat als er nog baten zijn in de te ontbinden rechtspersoon, de rechtspersoon blijft bestaan totdat de vereffening heeft plaatsgevonden. Dit heeft tot gevolg dat Pure Aston niet op 31 december 2023 is opgehouden te bestaan. De rechtbank zal het verzoek om de vereffening van Pure Aston te heropenen dan ook afwijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>In de brief van 5 maart 2024 heeft de rechtbank [verzoeker] gewezen op het arrest van het hof Amsterdam van 3 november 2020<footnote-ref linkend="_630ede3b-5744-4326-ab70-bc1711152192" /> en aangegeven voornemens te zijn afwijzend te zullen beslissen op het verzoek. [verzoeker] heeft daarop aangegeven dat hij een beschikking van de rechtbank wenst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De rechtbank heeft bij brief van 30 januari 2025 de enig aandeelhouder en daarmee belanghebbende van Pure Aston B.V. te weten Pure Dino B.V., op de hoogte gesteld van het verzoek van [verzoeker] . De rechtbank heeft in deze brief aangekondigd voornemens te zijn het verzoek van [verzoeker] af te wijzen en Pure Dino B.V. verzocht de rechtbank uiterlijk 12 februari 2025 te laten weten of hij wil reageren op de inhoud van het verzoek en het voornemen van de rechtbank. Omdat de rechtbank niets van Pure Dino B.V. heeft vernomen, heeft de rechtbank afgezien van een mondelinge behandeling. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">	De beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Auwerda en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>MKG/SA</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_630ede3b-5744-4326-ab70-bc1711152192" label="1">
    <para> ECLI:NL:GHAMS:2020:3004.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>