<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:1962</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T10:46:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/360389 / JU RK 24-1933</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:1962">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:1962</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T10:45:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:1962 Rechtbank Noord-Holland , 03-02-2025 / C/15/360389 / JU RK 24-1933</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:1962:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling verlengd en het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing afgewezen. Er zijn zorgen omdat de minderjarige niet naar school gaat en geïsoleerd leeft. Er zijn geen sociale contacten en de sociale ontwikkeling van de minderjarige staat stil. Ook is er sprake van een symbiotische relatie met de moeder. Gelet hierop zijn er twijfels of de minderjarige een uithuisplaatsing aan zou kunnen. De moeder heeft toegezegd open te staan voor een gezinsopname. De kinderrechter is van oordeel dat dit eerst geprobeerd moet worden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:1962:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/15/360389 / JU RK 24-1933</para>
      <para>Datum uitspraak: 3 februari 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers, </emphasis>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>hierna te noemen: de GI, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [de minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: mr. C.J. Avis-Knuit te Hoofddorp.	</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: </para>
        <para>- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 december 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 februari 2025. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <para>- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;</para>
      <para>- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [de minderjarige] woont bij zijn moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 februari 2021 [de minderjarige] onder toezicht gesteld welke maatregel steeds is verlengd en voortduurt tot 5 februari 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van een jaar. </para>
        <para>De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De GI heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Er zijn al langere tijd problemen met de schoolgang van [de minderjarige] en sinds 2021 gaat hij helemaal niet meer naar school. Er zijn verschillende hulpverleningstrajecten ingezet om de schoolgang weer op te starten of thuisonderwijs in te zetten, maar zonder het gewenste resultaat. Dit heeft ertoe geleid dat het samenwerkingsverband heeft aangegeven dat zij geen TLV gaan afgeven. Dit houdt in dat [de minderjarige] niet langer ingeschreven kan staan bij de school [school] in [plaats] . Aangezien de betrokken hulpverlener van Levvel verbonden is aan deze school, zal zij in het kader van de nazorg nog wel gesprekken bijwonen en het contact onderhouden met de moeder, maar op een lage frequentie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 1 oktober 2024 is [de minderjarige] besproken bij de aanmeldtafel. Het advies is gegeven om een aanmelding te doen bij [instelling] . Echter, is het niet gelukt om de aanmeldformulieren hiervoor in te vullen, omdat [de minderjarige] niet aanwezig was op de afspraak hiervoor en de moeder, die wel aanwezig was, de formulieren niet wilde tekenen. De vervolgafspraak, waarop de moeder de ingevulde formulieren alsnog zou overhandigen, is door de moeder afgezegd. Op verzoek van de moeder zijn de formulieren door haar gemaild naar de GI, maar toen bleek dat [de minderjarige] deze niet had getekend. Dit bemoeilijkt het aanmeldproces. Het is echter wel van belang dat de aanmelding wordt afgerond. Gezien het kwetsbare gezinssysteem en de kindproblematiek van [de minderjarige] is de GI namelijk van mening dat een opname voor observatie en diagnostiek bij [instelling] het meest passend lijkt. Er kan dan goed naar [de minderjarige] gekeken worden en bepaald worden wat hij nodig heeft. Na diagnostiek en behandeling kan er passende vervolghulp ingezet worden om het huidige patroon te doorbreken. Daarnaast is het ook noodzakelijk dat de moeder individuele hulpverlening krijgt. De GI heeft dit ook aan de moeder geadviseerd maar dat advies wordt door de moeder niet opgevolgd. Het lukt de GI ook niet om de moeder te motiveren om het hulpverleningstraject aan te gaan. Gelet op het voorgaande zijn de doelen van de ondertoezichtstelling dan ook niet behaald. De GI vraagt daarom om de ondertoezichtstelling te verlengen zodat kan worden gewerkt aan de volgende doelen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- [de minderjarige] krijgt diagnostiek en behandeling;</para>
      <para>- De moeder volgt het advies op voor hulpverlening voor haar eigen problematiek;</para>
      <para>- Wanneer de aanmelding bij [instelling] om welke reden dan ook stagneert zal de</para>
      <para>GI wederom een aanmelding doen bij het RET waarna vervolgens een bijstelling plaats zal vinden van het plan naar de mogelijkheden maar ook naar de onmogelijkheden binnen deze casus.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast is er verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing, omdat dit noodzakelijk is voor de observatie en diagnostiek bij [instelling] . Wanneer - om welke reden dan ook - plaatsing bij [instelling] niet lukt, zal de GI zoeken naar een ander alternatief bij een andere instelling waarvoor de machtiging ook nodig zal zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De GI heeft hier ter zitting aan toegevoegd dat de moeder tijdens de vorige zitting heeft toegezegd om mee te werken aan een gezinsopname. Later is zij hierop teruggekomen en heeft zij aan de GI laten weten niet meer mee te willen werken aan een gezinsopname. De GI is vervolgens andere opties gaan overwegen en daar is dit verzoek uitgekomen. De moeder stond verder wel open voor ambulante hulpverlening dus dit is daarnaast ingezet. Er zijn wel stappen gezet, maar die zijn onvoldoende geweest. De GI blijft van mening dat [instelling] de meest passende plek is voor [de minderjarige] . Hij kan daar diagnostiek, observatie en behandeling krijgen. [instelling] wil de aanmelding echter niet in behandeling nemen zonder de handtekening van [de minderjarige] . De moeder geeft [de minderjarige] geen toestemming om hierover in gesprek te gaan met de GI. Ook heeft de moeder de rondleiding die door [instelling] is aangeboden geweigerd. Het is op dit moment dan ook onduidelijk of [de minderjarige] naar [instelling] kan en als dat kan, wanneer hij zou kunnen starten. Verder geeft de GI aan dat een uithuisplaatsing noodzakelijk is om een hardnekkig patroon te doorbreken. Er zijn daarnaast ook zorgen omdat er geen zicht is op [de minderjarige] . Er is overwogen of er opties zijn om het probleem vanuit huis op te lossen, maar dat blijkt niet mogelijk te zijn. Om [de minderjarige] meer mogelijkheden te bieden, zou de GI het wenselijk vinden om hem los van de moeder te plaatsen. De moeder is namelijk moeilijk lerend, is constant in verweer en grijpt veel terug op het verleden. Op een veilige plek, zoals een pleeggezin of een gezinshuis, is de GI ervan overtuigd dat [de minderjarige] een uithuisplaatsing aankan. De GI handhaaft daarom het verzoek in ieder geval voor drie maanden. Mogelijk maakt deze termijn het voor de moeder en [de minderjarige] overzichtelijker. Mocht de kinderrechter een gezinsopname toch passender vinden, dan is hiervoor geen machtiging nodig, maar moet de moeder wel gaan meewerken. Bij een gezinsopname kan echter geen diagnostiek en behandeling plaatsvinden en dat vindt de GI wel nodig. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door en namens de moeder is ter zitting naar voren gebracht dat zij zich wat betreft het verzoek om de verlenging van de ondertoezichtstelling refereert aan het oordeel van de kinderrechter. De moeder ziet dat er problemen zijn en dat er een patroon doorbroken moet worden. Echter, de moeder staat niet achter het verzoek om een uithuisplaatsing. De moeder geeft aan dat [de minderjarige] dit niet aankan. Hij is kwetsbaar en leeft geïsoleerd. De moeder vreest dat een uithuisplaatsing voor nog meer schade zou zorgen. De moeder staat wel achter een gezinsopname voor de duur van drie maanden en ontkent dat zij zou hebben gezegd hier niet aan mee te willen werken. De periode van drie maanden is overzichtelijk en ook [de minderjarige] kan dit snappen. Het is voor de moeder nu erg moeilijk om hem de situatie uit te leggen en om hem te bewegen iets te doen. Als er te veel van hem wordt gevraagd, maakt dat misschien nog meer stuk. Ook zou een opname op een drukke groep te veel zijn voor [de minderjarige] en de moeder vreest dat hij daar weg zou lopen. Daarnaast zal binnenkort ook de zitting over de omgang met de vader plaatsvinden en dat zorgt al voor veel onrust. Er moet dus gekeken worden naar het hoogst haalbare en dat lijkt nu een gezinsopname voor drie maanden te zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De mening van [de minderjarige]</title>
    <para />
    <parablock>
      <para> is het niet eens met het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling<?linebreak?>Ondertoezichtstelling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [de minderjarige] zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. De concrete ontwikkelingsbedreigingen bestaan uit het feit dat [de minderjarige] al lange tijd niet naar school gaat en geïsoleerd leeft. [de minderjarige] komt niet buiten en heeft geen dagbesteding of structuur. [de minderjarige] slaapt overdag en is in de nacht wakker. In de tijd dat hij wakker is houdt hij zich vooral bezig met het kijken van video’s op YouTube of Netflix. Hierdoor heeft hij ook geen sociale contacten en staat zijn sociale ontwikkeling stil. Dit is zorgelijk. Verder heeft [de minderjarige] een symbiotische relatie met de moeder en het lukt de moeder niet om dit patroon te doorbreken en de zorgen om [de minderjarige] weg te nemen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Tevens blijkt dat de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is in dit geval ook nu niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, omdat het de moeder niet is gelukt om de geboden hulpverlening te benutten en daarmee de zorgen om [de minderjarige] te verminderen. Bovendien is de problematiek dusdanig complex is dat het volgens de GI niet haalbaar is om dit binnen het vrijwillige kader op te lossen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Ten slotte blijkt dat de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouder die het gezag uitoefent binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van [de minderjarige] aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding in staat is te dragen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat nog steeds is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling zal daarom worden toegewezen, zoals hierna bepaald.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>Gelet op de aanwezige problematiek en de in te zetten hulpverlening zal de kinderrechter de duur van de ondertoezichtstelling verlengen met een jaar.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <para>De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.<?linebreak?><emphasis role="italic">Uithuisplaatsing </emphasis><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7.</nr>
      <para>De kinderrechter wijst het verzoek om een uithuisplaatsing af en overweegt hiertoe als volgt. De kinderrechter stelt vast dat er eerder is afgesproken dat er een gezinsopname zou komen. Dat is niet gebeurd, omdat de moeder daar volgens de GI niet meer aan mee wilde werken, wat overigens door de moeder wordt ontkend. De GI heeft daarop besloten om een verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing te doen zodat [de minderjarige] naar een plek kan waar hij diagnostiek en behandeling kan krijgen om zijn problemen te verminderen. De vraag is echter of [de minderjarige] een uithuisplaatsing op dit moment aankan. [de minderjarige] leeft al lange tijd geïsoleerd in het huis van zijn moeder en kent de buitenwereld niet. Ook heeft hij een symbiotische relatie met zijn moeder waardoor het mogelijk veel impact zou hebben op [de minderjarige] om van haar gescheiden te worden. Nu de moeder ter zitting heeft aangegeven wel open te staan voor een gezinsopname en te begrijpen dat dit een laatste kans is, vindt de kinderrechter het van belang om dit eerst nog te proberen. Ook de GI heeft aangegeven hier nog voor open te staan. Dit betekent dat de kinderrechter van de moeder en [de minderjarige] verwacht dat zij er alles aan zullen doen om mee te werken aan en zich in te zetten voor deze gezinsopname, ook als dat inhoudt dat deze opname langer dan drie maanden zal duren. Immers, de zorgen over [de minderjarige] zijn enorm en er zal op korte termijn iets moeten gebeuren om het huidige patroon te doorbreken. Diagnostiek is daarbij ook noodzakelijk, om helder te krijgen waar de problematiek van [de minderjarige] vandaan komt en wat de beste aanpak voor hem is. De kinderrechter gaat er van uit dat de moeder en [de minderjarige] hier ook aan mee zullen werken. Een gezinsopname is een laatste kans om verandering vanuit de thuissituatie te bewerkstelligen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van <emphasis role="bold">[de minderjarige]</emphasis> tot 5 februari 2026;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>wijst het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing van <emphasis role="bold">[de minderjarige]</emphasis> in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder af;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2025 door mr. J. van Beek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. Moes als griffier, en op schrift gesteld op 12 februari 2025.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.</para>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>