<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:16027</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-28T08:56:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HAA 25/4322</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16027">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16027</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-28T08:49:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:16027 Rechtbank Noord-Holland , 05-11-2025 / HAA 25/4322</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:16027:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om een voorlopige voorziening hangende een beroep wegens niet tijdig beslissen op een verzoek om (nood)opvang. De voorzieningenrechter verklaart het beroep gegrond en draagt de gemeente op binnen twee weken alsnog te beslissen op straffe van een dwangsom. Omdat dit het echte probleem niet oplost treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening inhoudende dat de gemeente moet zorgdragen voor passende opvang van betrokkene en haar bijzonder kwetsbare minderjarig kind. Daarbij is overwogen dat zij niet de dupe mogen worden van langs elkaar heen werkende bestuursorganen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:16027:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: HAA 25/4322 en 25/4386</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 november 2025 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [eiseres] , uit [plaats] , eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. E.C. Weijsenfeld),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer </title>
    <para>(gemachtigde: drs. L.J.A. Edelaar).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding </title>
    <para />
    <para>1. Eiseres heeft op 8 oktober 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op haar melding en aanvraag voor (o.a.) (nood-)opvang van 23 september 2025.</para>
    <para />
    <para>2. De voorzieningenrechter heeft op 10 oktober 2025 een ordemaatregel getroffen, eruit bestaand dat het college eiseres opvang moet verlenen tot 2 dagen na de zitting van de voorzieningenrechter. Het college heeft ter zitting van de voorzieningenrechter toegezegd de opvang te zullen voortzetten totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan. </para>
    <para />
    <para>3. Het college heeft op het verzoek om een voorlopige voorziening gereageerd met een verweerschrift. </para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en gemachtigde van het college. Tevens was aanwezig [tolk] (tolk Spaans). </para>
    <para />
    <para>5. Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist hij ook op het beroep van eiseres daartegen.<footnote-ref linkend="_471bb014-5bd5-4074-9530-67d419b380a4" /></para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>6. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. </para>
    <para />
    <para>7. Eiseres heeft het college op 29 september 2025 in gebreke gesteld. Het beroep is weliswaar binnen twee weken daarna ingesteld, maar dat kan eiseres, gelet op het spoedeisend karakter van de zaak, niet worden verweten. Het beroep is daarom ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>8. Het college heeft in het verweerschrift erkend dat de melding / aanvraag ten onrechte niet onverwijld ter hand is genomen. </para>
    <para />
    <para>9. Ook de voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een ander oordeel over het beroep. Het voorgaande leidt ertoe dat het beroep wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag gegrond is. Omdat het college nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het college dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het college dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.</para>
    <para />
    <para>10. Gelet op de omstandigheid dat met het enkel stellen van een nieuwe beslistermijn de (van groter belang zijnde) materiële vraag van eiseres, namelijk om opvang voor haar en haar minderjarige zoon, niet beantwoord is, zal de voorzieningenrechter beoordelen of aanleiding bestaat om een voorlopige voorziening te treffen. </para>
    <para />
    <para>11. In dat kader zijn de volgende feiten/omstandigheden van belang. </para>
    <para />
    <para>12. Eiseres heeft de Spaanse nationaliteit. Zij is alleenstaand ouder. Bij de zoon van eiseres (geboren op [datum] 2018), [naam zoon] , is (onder voorbehoud) een autismespectrumstoornis vastgesteld. Eiseres woonde van 2015 tot 2020 in Almere, met haar toenmalige partner, tevens vader van [naam zoon] . Van 2020 tot 2024 woonde zij met [naam zoon] bij haar ouders in Spanje, tot die vanwege ziekte van haar moeder, remigreerden naar Colombia. Eiseres heeft vervolgens met de vader van [naam zoon] afgesproken dat die tijdelijk voor hem zou zorgen. Eiseres heeft werk gezocht en gevonden in Nederland. Zij zou daar op 1 september 2025 beginnen. Bij het werk hoorde ook een kamer die door de werkgever zou worden betaald. Eiseres is op 16 augustus 2025 teruggekeerd naar Nederland en verbleef tijdelijk bij haar ex-partner. Daar ontstonden veel problemen; ruzies, lastigvallen, volgens eiseres gebruikte hij dagelijks alcohol, was het huis vies en stond het vol met lege alcoholflessen. Zij is op 2 september 2025 daar met haar zoon vertrokken, nadat de politie was gekomen vanwege een ruzie. Eiseres heeft tijdelijk bij een oud-collega in Hoofddorp kunnen logeren. </para>
    <para />
    <para>13. Op 23 september 2025 heeft eiseres zich gewend tot het college met een aanvraag en melding voor opvang, inschrijfadres en een uitkering. </para>
    <para />
    <para>14. Op 29 september 2025 heeft eiseres het college in gebreke gesteld en gevraagd vóór 3 oktober 2025 een besluit te nemen over een tijdelijke maatwerkvoorziening, omdat ze vanaf 10 oktober 2025 dakloos is. Dan kan ze niet langer kan logeren bij haar kennis en er is geen alternatief. </para>
    <para />
    <para>15. Op 2 oktober 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden met [naam] (casemanager maatschappelijke opvang en beschermd wonen van de gemeente Haarlemmermeer). Die stelt een ‘vooraanmelding’ op voor de Brede Centrale Toegang (BCT). Eiseres wordt meegedeeld dat zij zich op de dag dat zij daadwerkelijk dakloos wordt, moet melden bij de BCT. </para>
    <para />
    <para>16. Eiseres heeft zich, overeenkomstig deze afspraak, op 10 oktober 2025 gemeld bij de BCT. Volgens eiseres heeft de BCT haar verwezen naar de gemeente Almere, waar ze pas na het weekend terecht kon. De BCT heeft haar verder alleen € 30,- gegeven. Eiseres heeft zich na het weekend gemeld in Almere. Daar is haar verteld dat ze maar naar Spanje terug moet gaan. Volgens eiseres is daarvan niets op schrift gesteld. </para>
    <para />
    <para>17. Het college heeft ter zitting toegelicht dat er in het kader van de opvang van daklozen regionaal afspraken zijn gemaakt. Haarlem is centrumgemeente en om die reden heeft het college de gemeente Haarlem (in de praktijk de BCT) gemandateerd te beslissen over opvang op grond van de Wmo 2015. Economisch daklozen vallen daar niet onder, die blijven vallen onder de meldgemeente. Omdat door het college werd ingeschat dat eiseres goede kans maakte om in aanmerking te komen voor opvang op grond van de Wmo 2015 is een vooraanmelding gedaan aan de BCT. De bedoeling was dat de BCT daarmee de melding van eiseres verder ter hand zou nemen. Dat is echter niet gebeurd, omdat de BCT de melding van eiseres op 10 oktober 2025 heeft opgevat als een nieuwe melding. </para>
    <para />
    <para>18. De voorzieningenrechter stelt vast dat, zoals het college ter zitting ook heeft bevestigd, het college zelf bevoegd is en blijft te beslissen op meldingen/aanvragen op grond van de Wmo 2015. Met het mandaat is de bevoegdheid immers niet overgedragen. </para>
    <para />
    <para>19. De voorzieningenrechter stelt voorts vast dat partijen het erover eens zijn dat eiseres en [naam zoon] niet de dupe mogen worden van langs elkaar heen werkende bestuursorganen. Voorkomen moet dan ook worden dat eiseres en [naam zoon] nog verder tussen wal en schip belanden. </para>
    <para />
    <para>20. Zoals al is vastgesteld zal het college nog een besluit dienen te nemen naar aanleiding van de melding / aanvraag van eiseres. </para>
    <para />
    <para>21. Hoe dat besluit zal moeten komen te luiden kan nu nog niet worden gezegd, omdat daarvoor nog onderzoek zal moeten plaatsvinden. In de tussentijd zal er wel een – tijdelijke – oplossing moeten komen voor eiseres. Zeker gezien de bijzondere kwetsbaarheid van [naam zoon] acht de voorzieningenrechter passende opvang noodzakelijk. De voorzieningenrechter zal daarom de voorlopige voorziening treffen, inhoudend dat het college voor opvang van eiseres en [naam zoon] moet zorgdragen. Ter zitting heeft eiseres verklaard dat zij verstoken is van enig inkomen, waardoor zij niet in staat is te zorgen voor maaltijden voor haarzelf en haar zoon. De voorzieningenrechter zal daarom bepalen dat het college ook moet voorzien in maaltijden dan wel een budget daarvoor beschikbaar moet stellen. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>22. Het beroep is gegrond. Omdat het beroep gegrond is en het college wordt opgedragen om een besluit te nemen, bestaat er aanleiding om in afwachting van dat besluit een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft op grond van artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb de voorlopige voorziening dat het college zorgdraagt voor (passende) opvang van eiseres en haar zoon tot zes weken na het besluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>22.1.</nr>
      <para>Omdat het beroep gegrond is en het verzoek wordt toegewezen moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend, een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend en heeft aan de zitting van de voorzieningenrechter deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.267,50.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;</para>
    <para>- draagt het college op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;</para>
    <para>- bepaalt dat het college aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;</para>
    <para>- treft de voorlopige voorziening dat het college zorgdraagt voor (passende) opvang van eiseres en haar zoon en tevens voor (budget voor) maaltijden tot zes weken nadat het college het besluit heeft genomen;</para>
    <para>- bepaalt dat het college het griffierecht van € 106,- aan eiseres moet vergoeden;</para>
    <para>- veroordeelt het college tot betaling van € 2.267,50 aan proceskosten aan eiseres.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr.drs. J.H.A.C. Everaerts, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 5 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_471bb014-5bd5-4074-9530-67d419b380a4" label="1">
    <para> Artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>