<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:15997</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-15T14:09:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HAA 25/2233</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15997">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15997</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-15T14:07:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:15997 Rechtbank Noord-Holland , 14-07-2025 / HAA 25/2233</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15997:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. Voorzieningenrechter wijst verzoek tot treffen voorlopige voorziening af. Feitelijke verblijfsituatie minderjarige kinderen niet doorslaggevend</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15997:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: HAA 25/2233</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 juli 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R.J.A. Verhoeven),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de burgemeester van de gemeente Dijk en Waard </bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. A.E.C. Oudhuis en mr. M. Tolman).</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de sluiting van de woning van verzoekster met ingang van 6 mei 2025 voor de duur van zes maanden. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter weegt de belangen van verzoekster die pleiten vóór het treffen van een voorlopige voorziening en de belangen van de burgemeester die pleiten tegen het treffen daarvan, aan de hand van de gronden van verzoekster als volgt af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De burgemeester heeft met het besluit van 29 april 2025 de woning van verzoekster aan [adres] te [plaats] voor de duur van zes maanden gesloten. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Met het bestreden besluit van 26 juni 2025 op het het bezwaar van verzoekster is de burgemeester bij dit besluit gebleven. Verzoekster heeft hiertegen ter zitting van de voorzieningenrechter mondeling beroep ingesteld, zodat het verzoek om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigden van de burgemeester. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Totstandkoming van het besluit </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Op 25 maart 2025 werd door de politie naar aanleiding van een ‘meld misdaad anoniem’-melding een nader onderzoek ingesteld naar het adres [adres] in [plaats] . Bij dit onderzoek werden verdovende middelen aangetroffen, in totaal 838,9 gram / 649 ml GHB en 60,53 gram amfetamine. </para>
    <para />
    <para>4. De politie heeft de bevindingen van het onderzoek neergelegd in de bestuurlijke rapportage van 3 april 2025. Deze rapportage is aan de burgemeester gezonden.</para>
    <para />
    <para>5. De burgemeester heeft vervolgens bij brief van 11 april 2025 verzoekster meegedeeld voornemens te zijn de woning te sluiten voor de duur van zes maanden. Verzoekster heeft op 15 april 2025 haar zienswijze gegeven. Dat heeft bij de burgemeester niet geleid tot een ander standpunt; met het besluit van 29 april 2025 heeft de burgemeester de woning per 6 mei 2025 voor de duur van zes maanden gesloten. </para>
    <para />
    <para>6. In het kader van de behandeling van het bezwaar van verzoekster heeft op 12 juni 2025 een hoorzitting plaatsgehad. Tijdens deze hoorzitting is gebleken dat de situatie veranderd was ten opzichte van de situatie ten tijde van het nemen van het primaire besluit. De commissie voor bezwaarschriften heeft de burgemeester daarom geadviseerd om opnieuw onderzoek te doen naar waar de beide kinderen van verzoekster zijn ondergebracht. Afhankelijk van de uitslag van het nadere onderzoek moet de burgemeester volgens de commissie een belangenafweging maken of sluiting van de woning nog steeds evenredig is. </para>
    <para />
    <para>7. De burgemeester heeft naar aanleiding van dit advies nader onderzoek verricht naar de huidige verblijfslocatie van de minderjarige kinderen. Daartoe heeft hij contact opgenomen met de William Schrikker Stichting (WSS), die bevestigd hebben dat de zoon verblijft bij verzoekster. WSS heeft ook aangegeven dat er een traject is opgestart bij Parlan. Er wordt gezocht naar een perspectief biedende plek voor de zoon. Met verzoekster is afgesproken dat haar zoon tijdelijk bij haar kan verblijven met inzet van intensieve hulp totdat er een passende plek is gevonden. De dochter verblijft in het netwerk. Deze plaatsing kan niet langer duren. De WSS is bezig een plan voor de toekomst te maken. De WSS heeft volgens de burgemeester opnieuw aangegeven dat, hoewel het de wens is van moeder en kinderen om samen te wonen, dit niet de route is die gevolgd wordt. </para>
    <para />
    <para>8. De burgemeester heeft in het bestreden besluit geconcludeerd dat de sluiting nog steeds evenredig is. Daarbij heeft hij betrokken dat zowel de WSS als Parlan betrokken zijn bij de minderjarige kinderen. Er is door Parlan een huisbezoek verricht en besloten is dat de zoon bij verzoekster kan verblijven en dat het niet wenselijk hem naar een crisisplek te brengen. Ten aanzien van de minderjarige dochter heeft de WSS bevestigd dat er aansluitend aan het verblijf in het netwerk een perspectief biedende plek gezocht wordt. </para>
    <para />
    <para>9. Verzoekster voert aan dat in het kader van de afweging van de belangen de burgemeester de belangen van haar en haar minderjarige kinderen moet laten prevaleren boven het belang de woning te sluiten. Verzoekster wijst er daarbij op dat haar zoon de diagnose PDD NOS heeft en dat hij grote behoefte aan voorspelbaarheid en zekerheid heeft. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Spoedeisend belang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. Nu het gaat om een woningsluiting is het spoedeisend belang in het algemeen een gegeven vanwege het ingrijpende karakter van een dergelijk besluit. De omstandigheid dat verzoekster haar woning heeft leeggehaald betekent niet dat daarmee het spoedeisend belang is komen te vervallen. Ter zitting heeft verzoekster toegelicht dat zij dit heeft gedaan om haar inboedel te beschermen. Verder is toegelicht dat zij thans verblijft op een boot zonder sanitaire voorzieningen. Onder deze omstandigheden is sprake van voldoende spoedeisend belang. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toetsingskader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>11. Het toetsingskader voor woningsluitingen op grond van artikel 13b van de Opiumwet is weergegeven in de overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912, nader aangevuld in de uitspraak van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bevoegdheid </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>12. De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. De voorzieningenrechter stelt vast dat de bevoegdheid van de burgemeester de woning te sluiten niet wordt betwist. Gezien de aangetroffen hoeveelheid harddrugs is sluiting voor de duur van zes maanden in overeenstemming met het beleid van de burgemeester.<footnote-ref linkend="_1236e729-0ae8-4c29-b5f5-9e6fedf39bd2" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Noodzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>13. Als de burgemeester bevoegd is om een woning te sluiten, is de volgende vraag of er ook een noodzaak is om de woning te sluiten. Daarbij is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Aan de hand van de ernst en de omvang van de overtreding moet worden beoordeeld of sluiting van een woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij die woning en het herstel van de openbare orde.</para>
    <para />
    <para>14. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de noodzaak om de woning te sluiten aanwezig, nu het gaat om aanzienlijke hoeveelheid aangetroffen harddrugs en er (naast oudere meldingen) een recente melding is over drugshandel vanuit de woning en drugsoverlast. Sluiting van de woning is dan noodzakelijk om de loop eruit te halen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Evenwichtigheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>15. Als de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat de sluiting van de woning noodzakelijk is, dient hij er zich vervolgens van te vergewissen dat de duur van de sluiting evenwichtig is, ook als de duur van de sluiting in overeenstemming is met de duur die volgt uit een beleidsregel. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid kunnen verschillende omstandigheden van belang zijn, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met de woning, de mogelijkheid om weer in de woning terug te keren, of de overtreder door sluiting van de woning op een zwarte lijst komt te staan bij een woningbouwcorporatie als gevolg waarvan hij voor een bepaalde duur geen nieuwe sociale huurwoning kan huren in de regio en of er minderjarige kinderen in de woning wonen. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig.</para>
    <para />
    <para>16. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de sluiting van de woning van verzoekster niet onevenwichtig was en is. Verzoekster heeft aangevoerd dat haar kinderen nu allebei bij haar verblijven op een kleine zeilboot zonder sanitaire voorzieningen en met een kookgelegenheid die beperkt is tot een eenpitsgasstel, en zonder vaste ligplaats. Verder heeft zij erop gewezen dat de betrokken hulpverlenende instanties geen termijnen hebben genoemd waarbinnen aan de kinderen een andere plek kan worden geboden. Dat doet echter niet af aan de omstandigheid dat door de betrokken hulpverlenende instanties is ingezet op een traject om uitvoering te geven aan plaatsing van de kinderen op een perspectief biedende plek en een plan voor de toekomst te maken. Daarbij is van belang dat in het bestreden besluit is vermeld dat de WSS heeft laten weten dat, hoewel het de wens is van verzoekster en de kinderen om samen te wonen, dit niet de route is die gevolgd wordt. De enkele feitelijke omstandigheid dat de beide kinderen thans bij verzoekster verblijven en dat de hulpverlenende instanties die situatie toestaan, brengt daarin geen verandering. Dat de betrokkenheid van de hulpverlenende instanties naar eigen zeggen van verzoekster niets voorstelt, is onvoldoende voor een ander oordeel. Met inachtneming daarvan maakt de omstandigheid dat de kinderen thans bij verzoekster verblijven de sluiting van de woning en de duur daarvan niet onevenwichtig.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>17. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de woning gesloten blijft. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. ten Berge, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_1236e729-0ae8-4c29-b5f5-9e6fedf39bd2" label="1">
    <para> Damoclesbeleid gemeente Dijk en Waard 2023.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>