<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:15943</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-09T14:29:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/311918</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15943">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15943</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-09T14:28:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:15943 Rechtbank Noord-Holland , 26-11-2025 / C/15/311918</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15943:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voornemen benoemen deskundige - eerste tussenvonnis</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15943:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">0RECHTBANK Noord-Holland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/15/311918 / HA ZA 21-18</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 26 november 2025, bij vervroeging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser],</para>
      <para>advocaat: mr. P. Thole,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [gedaagde 1], <?linebreak?>2. [gedaagde 2], </title>
    <parablock>
      <para>beiden wonende te [plaats],</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [gedaagden],</para>
      <para>advocaat: mr. E.J.A.A. van Dal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 20 augustus 2025</para>
      <para>- de aanvullende producties 33 en 34 van [eiser]</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 27 oktober 2025, waarbij aan de zijde van [eiser] spreekaantekeningen zijn overgelegd en door de griffier zittingsaantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] woont op de [adres 1] te [plaats]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagden] wonen op de [adres 2] te [plaats]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De percelen van partijen grenzen aan elkaar. Het perceel van [eiser] is een hooggelegen duin dat grenst aan het talud van het duin van het perceel van [gedaagden] Het hoogteverschil tussen de percelen is circa 8 à 10 meter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In de zomer van 2018 hebben [gedaagden] werkzaamheden in hun tuin uit laten voeren. Aan de voet van het duin waarop de woning van [eiser] zich bevindt is grond afgegraven voor de aanleg van een buitenzwembad en het vervangen van de keerwand. De houten keerwand in de tuin van [gedaagden] is daarbij vervangen door een keerconstructie bestaande uit gestapelde betonblokken, een zogenoemde L-wand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft rondom die periode een verzakking van zijn terras waargenomen. [eiser] heeft contact opgenomen met [gedaagden] en zijn zorgen geuit over de uitgevoerde graafwerkzaamheden en de verzakking. Ook heeft [eiser] contact opgenomen met de gemeente [plaats]. Op last van de gemeente hebben [gedaagden] (tijdelijke) voorzieningen getroffen om de stabiliteit van het talud te waarborgen, onder andere door het aanbrengen van met zand gevulde big bags. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>KBG Advies heeft in opdracht van [eiser] op 30 juli 2020 meetspijkers geplaatst. Over de tijd heen zijn diverse metingen uitgevoerd met als laatste meting 27 augustus 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [gedaagden] hebben besloten de aanleg van het zwembad niet door te zetten. Zij hebben de tuin op 4 juli 2024 hersteld en daarbij de hoeveelheid afgegraven zand weer teruggestort. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>In opdracht van partijen zijn meerdere deskundigenrapporten uitgebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>
        [bedrijf 1] heeft op 26 januari 2018 in opdracht van [eiser] een memo uitgebracht waarin beoordeeld wordt of de L-wand voldoende tegendruk genereert zodat het daarachter gelegen duintalud stabiel is. De conclusie luidt dat de huidige constructie niet veilig is. In het rapport staat dat het talud reeds deels is afgeschoven en geotechnisch niet stabiel is. Volgens [bedrijf 1] zal de L-wand verschuiven als gevolg van de horizontale gronddruk uit het grondlichaam. [bedrijf 1] beveelt aan om groutankers aan te brengen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>
        [bedrijf 2] heeft op 6 februari 2019 een rapport uitgebracht waarin de wijze van versterking van de keerwand, zoals aanbevolen in het rapport van [bedrijf 1], nader is uitgewerkt. Dit rapport is uitgebracht in het kader van de bestuursrechtelijke procedure tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor [gedaagden]</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>
        [bedrijf 3] heeft op 19 december 2019 in opdracht van [eiser] een rapport uitgebracht met een stabiliteitsanalyse van het talud. Voor de stabiliteitsanalyse is gebruik gemaakt van geotechnisch grondonderzoek (sonderingen) verricht medio januari 2018. [bedrijf 3] heeft verschillende scenario’s onderzocht: realistisch, optimistisch en pessimistisch en zowel met als zonder wortelhoudende laag. Op basis van berekeningsresultaten van de stabiliteitsanalyse concludeert [bedrijf 3] als volgt:<?linebreak?></para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Voor alle onderzochte gevallen voor de oorspronkelijke situatie, met uitzondering van ‘sondering 5/zonder wortelhoudende toplaag/pessismistisch scenario’, wordt geen instabiliteit van het duintalud berekend. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Voor alle onderzochte gevallen voor de nieuwe situatie, met uitzondering van ‘sondering 5/zonder wortelhoudende toplaag/optimistisch scenario’ wordt instabiliteit van het duintalud berekend.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>(…) In de nieuwe situatie heeft de wortelhoudende topzandlaag zijn positieve invloed op het duintalud verloren door de gerealiseerde ontgraving ter plaatse van de duinteen. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De gerealiseerde ontgraving aan de teen van het duin heeft ten opzichte van de oorspronkelijke situatie geresulteerd in een relatieve afname van de stabiliteitsfactor van 15 à 28%.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <parablock>
        <para>(…)	</para>
        <para>Om instabiliteit van het duintalud te voorkomen had voorafgaand aan de grondwerkzaamheden eerst een keerwandconstructie, ontworpen volgens de geldende technische normen, moeten zijn gerealiseerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <parablock>
        <para>In opdracht van de verzekeraar van [gedaagden] heeft [bedrijf 4] onderzoek gedaan naar de oorzaak en omvang van de mogelijke schade van [eiser] en op 1 oktober 2020 een rapport uitgebracht ([bedrijf 4]-I). Ten behoeve van het onderzoek is [bedrijf 4] ter plaatse geweest. In [bedrijf 4]-I luidt (een deel van) de conclusie als volgt:</para>
        <para>Wij hebben geen feiten geconstateerd die duiden op het afschuiven van het talud conform de glijcirkel theorie van Bishop. (…) Verplaatsingen [van de grondkering bij wederpartij] in de richting als ter plaatse geconstateerd, duiden op overmatige gronddruk aan de bovenzijde cq. een onvoldoende stabiliteit van de grondkeringen van de wederpartij. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast hebben wij vastgesteld dat de grondkeringen van wederpartij in een constructief slechte staat verkeren en dat deze zodanig boven de bodem zijn aangelegd, dat bij regenval onderspoeling zal plaatsvinden. </para>
        <para>
          <?linebreak?>De verzakking van het terras is derhalve aan te merken als een gevolg van een onvoldoende stabiele grondkering van wederpartij. (…) </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook worden in het rapport [bedrijf 4]-I kanttekeningen geplaatst bij de bevindingen van [bedrijf 3] en [bedrijf 1].  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>In opdracht van [eiser] heeft [bedrijf 5] op 16 januari 2025 een rapport uitgebracht waarin de onderzoeksvraag is beantwoord of de stabiliteit van het talud en de veiligheid is gewaarborgd door het terugbrengen van het duin naar de oorspronkelijke situatie. [bedrijf 5] benoemt dat de grond ter plaatse door de uitvoering van de werkzaamheden is geroerd en dat de werkzaamheden en maatregelen nimmer naar behoren zijn uitgewerkt en uitgevoerd. Op basis van de metingen van KBG concludeert [bedrijf 5] dat er ‘geen sprake is van het begin van een stabiele eindsituatie’. Volgens [bedrijf 5] is de vraag niet of, maar wanneer de fundering van de woning van [eiser] zal gaan schuiven als gevolg van het ondermijnen en verder wegzakken van het duintalud.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>
        [bedrijf 4] heeft op 12 juni 2025 nogmaals een rapport uitgebracht ([bedrijf 4]-II). De bevindingen uit [bedrijf 4]-I zijn aangevuld naar aanleiding van een tweede locatiebezoek op 29 augustus 2024, waarbij beide advocaten van partijen aanwezig waren. In het rapport wordt nogmaals geconstateerd dat het talud van [gedaagden] geen sporen bevat die wijzen op instabiliteit van het talud, zoals afschuiving, verzakking of ontworteling van bomen en/of struiken. Ook wordt genoemd dat de grondkering van [eiser] in dezelfde slechte staat verkeerde ten tijde van het bezoek. Het rapport [bedrijf 4]-II plaatst kanttekeningen bij de bevindingen van [bedrijf 5], evenals bij de metingen van KBG.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Op 15 oktober 2025 heeft [bedrijf 5] nogmaals een advies uitgebracht over de verzakking op het perceel van [eiser] en worden de conclusies uit [bedrijf 5]-I herhaald. Over de grondkeringen van [eiser] benoemt [bedrijf 5] dat deze van kwalitatief zeer degelijk hardhout gemaakt zijn en de grondkeringen alleen vervormd zijn op de plek waar onder aan het duin graafwerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Ook heeft [bedrijf 5] de metingen van KBG gecontroleerd. Deze metingen acht [bedrijf 5] navolgbaar en betrouwbaar.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bestuursrechtelijke procedure vergunning</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>Op 21 maart 2019 heeft de gemeente [plaats] een omgevingsvergunning verleend aan [gedaagden] voor het aanleggen van een zwembad en het plaatsen van een keerwand. [eiser] heeft tegen deze vergunning bezwaar gemaakt waarna de gemeente de vergunning alsnog geweigerd. Op 6 oktober 2020 hebben [gedaagden] opnieuw een vergunning aangevraagd. Op 21 maart 2021 heeft de gemeente de vergunning verleend, waartegen [eiser] opnieuw bezwaar heeft gemaakt. Bij beschikking van 21 juni 2022 heeft de gemeente het bestreden besluit van 21 maart 2021 in stand gelaten met verbetering van de motivering.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] vordert na wijziging van eis, samengevat, indien mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I. te verklaren voor recht dat [gedaagden] onrechtmatig hebben gehandeld jegens [eiser] en als gevolg daarvan hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [eiser] geleden en nog te lijden schade;</para>
        <para>II. veroordeling van [gedaagden] tot betaling van de tot op heden geleden schade van € 48.466,55, vermeerderd met rente;</para>
        <para>III. veroordeling van [gedaagden] tot betaling van de door [eiser] gemaakte (onderzoeks)kosten van € 5.269,55, vermeerderd met rente;</para>
        <para>IV. veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagden] onrechtmatig hebben gehandeld en [eiser] daardoor schade heeft geleden. Volgens [eiser] hebben [gedaagden] onzorgvuldig gehandeld door een deel van het duin af te graven zonder enige waarborgen. Daardoor is het talud instabiel geworden en is zijn terras op het bovengelegen duin verzakt. [eiser] stelt met een beroep op meetgegevens dat de situatie nog steeds niet is gestabiliseerd en dat de verschuivingen steeds dichter bij het huis van [eiser] waarneembaar zijn. [eiser] sluit voor begroting van zijn schade aan bij een offerte van een hoveniersbedrijf, waarin de kosten zijn begroot voor het vernieuwen van de grondkering op zijn perceel. </para>
        <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] de grondslag van zijn vordering uitgebreid met een beroep op de omkeringsregel. De geschonden norm betreft het uitvoeren van grondwerkzaamheden aan een duinlichaam zonder vergunning, welke norm ertoe strekt instabiliteit en verzakking te voorkomen. Juist dat gevaar heeft zich hier verwezenlijkt, zodat het causaal verband moet worden aangenomen, aldus [eiser].</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagden] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. [gedaagden] betwisten dat zij aansprakelijk zijn voor de gestelde schade. Zij hebben niet onzorgvuldig gehandeld, want zij zijn aan de hand van tekeningen van een architect aan de slag gegaan, welke tekeningen waren voorgelegd aan en goedgekeurd door de gemeente [plaats]. Daarbij betwisten [gedaagden] dat het hele talud instabiel is geworden; uit de foto’s blijkt enkel dat het terras van [eiser] wat verzakt is. De duinhelling op het perceel van [gedaagden] is nog intact. De oorzaak van de verzakking van het terras ligt volgens [gedaagden] in de keerwand van [eiser] zelf, die van inferieure kwaliteit is. Ook de hoogte van de schade betwisten [gedaagden]  betogen dat het beroep op de omkeringsregel moet worden verworpen als zijnde tardief aangevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het geschil spitst zich toe op de vraag of sprake is (geweest) van instabiliteit van het duintalud met verzakking van het terras van [eiser] tot gevolg, en zo ja, of dit het gevolg is van de graafwerkzaamheden van [gedaagden] </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Beide partijen hebben hun standpunt onderbouwd met meerdere deskundigenrapporten. De rapporten van [bedrijf 1] en [bedrijf 3] bieden steun aan de stelling van [eiser] dat het talud instabiel is als gevolg van de graafwerkzaamheden. [bedrijf 3] gaat uit van de glijcirkeltheorie van Bishop en ziet deze theorie bevestigd in haar berekeningen. De rapporten van [bedrijf 4] weerspreken deze conclusie en bieden onderbouwing voor de standpunten van [gedaagden] [bedrijf 4] concludeert dat er juist géén aanwijzingen zijn voor werking van het talud volgens de glijcirkeltheorie van Bishop: de richting waarop de grondkering van [eiser] is verzakt duidt op gronddruk van bovenaf en het duin van [gedaagden] is nog intact. Gelet op de inferieure kwaliteit van de grondkering van [eiser] zelf, ligt volgens [bedrijf 4] daar de oorzaak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [bedrijf 4] plaatst kanttekeningen bij de rapporten van [bedrijf 1] en [bedrijf 3]. In het rapport van [bedrijf 1] zijn berekeningen gemaakt op basis van uitgangspunten en aannames welke, zo schrijft [bedrijf 1] zelf, nog beoordeeld moeten worden door een constructeur. Er is geen sprake van op feiten gebaseerde metingen of berekeningen en foto’s ontbreken. Aan de berekeningen ligt wel grondonderzoek ten grondslag, maar dat dateert uit 2002. [bedrijf 3] heeft zich voor het maken van de stabiliteitsanalyse aangesloten bij aannames en inschattingen omdat niet alle informatie voorhanden was. [bedrijf 4] meent dat [bedrijf 3] onrealistische uitgangspunten heeft gehanteerd, zoals een wortelbed van 0,75 m diep terwijl de grondwaterspiegel lager is. Ook blijkt uit de rapporten van [bedrijf 1] en [bedrijf 3] niet of zij ter plaatse zijn geweest. Dit terwijl de onderzoeker van [bedrijf 4] tweemaal de situatie op locatie heeft bekeken en op basis daarvan conclusies heeft getrokken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Met de rapporten van [bedrijf 4] zijn de bevindingen van [bedrijf 1] en [bedrijf 3] gemotiveerd betwist. Als alternatieve oorzaak is de kwaliteit van de grondkering van [eiser] aangedragen. In de rapporten van [bedrijf 1] en [bedrijf 3] wordt niet kenbaar aandacht geschonken aan de (beweerd gebrekkige) kwaliteit van deze grondkeringen. Daarom is niet vast te stellen of deze omstandigheid is meegenomen bij hun onderzoek en evenmin is duidelijk wat de eventuele invloed daarvan zou zijn op de bevindingen. [bedrijf 5] heeft nadien een rapport en advies uitgebracht die de resultaten van [bedrijf 1] en [bedrijf 3] steunen, maar ook over [bedrijf 5] heeft [bedrijf 4] zich (in [bedrijf 4]-II) kritisch uitgelaten. Volgens [bedrijf 4] zijn de conclusies van [bedrijf 5] gebaseerd op selectief verstrekte stukken en op onjuiste meetgegevens van KGB. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Over de kwaliteit van de meetgegevens van KGB hebben (de deskundigen van) partijen ook een uiteenlopende visie. In de visie van [eiser] kunnen deze meetgegevens als uitgangspunt dienen omdat deze zijn vervaardigd door KGB, een bedrijf dat gespecialiseerd is in metingen. [gedaagden] betwisten de kwaliteit van het onderzoek. Voor het uitvoeren van metingen is het noodzakelijk om een of meerdere vaste meetpunten te hebben ten opzichte waarvan beweging kan worden gemeten, maar deze ontbreken. Vaststaat dat er een vast meetpunt op het huis van [eiser] was bevestigd, maar dit punt is anderhalf à twee jaar geleden overgeschilderd. Een ander nulpunt is bevestigd op het terras van [eiser]. [gedaagden] voeren aan dat dit niet kan gelden als vast punt omdat het terras aan werking en mogelijke reguliere verzakking onderhevig is. Ook op het woonhuis van de buren is volgens [eiser] een vast meetpunt bevestigd. [bedrijf 4] heeft van dat meetpunt echter geen kennis genomen tijdens het locatiebezoek, omdat zij daar niet van op de hoogte was en dit ook niet door [eiser] ter sprake is gebracht. In het licht van deze betwisting kan de rechtbank vooralsnog niet van de juistheid van de meetgegevens van KBG uitgaan. De betrouwbaarheid van die gegevens is wel van belang, vooral om vast te kunnen stellen of nog steeds sprake is van een proces van verzakking. En wellicht dat die gegevens ook relevant kunnen zijn voor het vaststellen van de oorzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat, zoals ook bleek op de mondelinge behandeling, het debat tussen partijen is uitgemond in een debat tussen partijdeskundigen. Het voornaamste twistpunt is de oorzaak van de verzakking van het terras. Dit is doorslaggevend voor de beoordeling van de vorderingen van [eiser]. Op basis van de overgelegde rapporten kan de rechtbank niet verder. Dat brengt mee dat de rechtbank behoefte heeft aan onderzoek door een onafhankelijke deskundige. De rechtbank zal daarom een onderzoek gelasten door een door de rechtbank te benoemen deskundige.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Het onderzoek strekt ertoe de volgende duidelijkheid te brengen: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>a) of de bouwactiviteiten die [gedaagden] in de zomer van 2018 hebben doen uitvoeren, als hiervoor sub 2.4. omschreven, hebben geleid tot vermindering van de stabiliteit van het talud aan de voet waarvan die activiteiten plaatsvonden,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>b) dit de oorzaak is van de verzakking van het terras van [eiser],  </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>c) of dit een nog voortgaand proces is, dat zou kunnen leiden tot verzakking en mogelijk zelfs wegschuiven van de woning van [eiser],</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>d) indien vraag (c) bevestigend wordt beantwoord: wat er nodig is om verdere schade af te wenden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat onderzoek moet worden uitgevoerd door – in ieder geval – de volgende vragen te beantwoorden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vraag 1</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>Wat is de kwaliteit van de meetgegevens van KBG waarop [eiser] zich beroept ter onderbouwing van de stelling dat er sprake is van een nog steeds voortgaand proces van verzakking/verschuiving?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Kan uit de gegevens worden afgeleid dat er sprake is van een afgenomen stabiliteit van het talud en een nog voortgaand proces van verzakking/verschuiving?</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vraag 2</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het debat tussen partijen is een tweetal oorzaken genoemd. [eiser] schrijft de verzakking toe aan de ontgraving aan de voet van het talud, [gedaagden] aan gebrekkige grondkering aan de bovenkant, als beschreven en toegelicht met foto’s in de rapporten van [bedrijf 4].</para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>Hoe waarschijnlijk acht u dat de verzakking/verschuiving het gevolg is van onvoldoende tegendruk door beschoeiingen aan de top van het talud?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Hoe waarschijnlijk acht u dat de verzakking/verschuiving het gevolg is van de ontgraving aan de teen van het talud?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Acht u het aannemelijk dat er sprake is van samenlopende schade-oorzaken? Zo ja wat is dan de belangrijkste oorzaak? Kunt u de causaliteit (schattenderwijs) procentueel over schade-oorzaken verdelen?</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wilt u bij de beantwoording van de hiervoor vermelde vragen 1 en 2 in uw beschouwingen betrekken:</para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="lowerroman">
        <listitem>
          <para>De kwaliteit van de beschoeiing als zichtbaar op de foto’s 12 t/m18 in de rapporten van [bedrijf 4] en bij waarneming ter plaatse</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De aard en mate van scheefstand van die beschoeiing</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De aard en grootte van de beplanting die, afgaande op de foto’s in het rapport van [bedrijf 4] en op uw waarneming ter plaatse, ten tijde van de ontgraving op het talud aanwezig was, en de mate waarin de wortels van die planten de stabiliteit van het talud bevorderen</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Het aanzicht van de situatie aan de voet van het talud als blijkend uit foto 20 die in [bedrijf 4] II op p. 14 is afgebeeld, genomen op 29 augustus 2024, en de situatie als zichtbaar ter plaatse </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vraag 3 </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>Indien uit uw antwoorden volgt dat er nog steeds sprake is van een proces van voortgaande verzakking/afschuiving:</para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>Wat is er nodig om dit proces te keren?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zou uw antwoord anders hebben geluid indien bij of kort na de ontgraving aan de teen van het talud het naar uw oordeel de uit een oogpunt van voorzorg nodige stabiliteit door middel van een daartoe toereikende keerwand zou zijn aangebracht? Zo ja hoe?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zou uw antwoord anders hebben geluid als de hiervoor onder i) genoemde beschoeiing voldoende kerende werking zou hebben gehad?</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De rechtbank gaat ervan uit dat partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de persoon die als deskundige gaat optreden. Voor zover partijen daarover geen overeenstemming kunnen bereiken en om die reden iedere partij een deskundige voorstelt, moeten partijen gemotiveerd aangeven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking mag komen. Daarbij valt te denken aan zwaarwegende redenen als gebrek aan deskundigheid of gerechtvaardigde twijfels met betrekking tot de onpartijdigheid van de deskundige. Die zwaarwegende redenen moeten worden onderbouwd. De rechtbank zal dan, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming van een potentiële deskundige, een door partijen aangedragen deskundige of een eigen deskundige benoemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich over de vraagstelling en de keuze van de deskundige bij akte kunnen uitlaten. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot moet daarom door [eiser] worden betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">woensdag 7 januari 2026</emphasis> om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>