<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:15938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T14:05:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/219852-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15938">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T14:01:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:15938 Rechtbank Noord-Holland , 29-10-2025 / 15/219852-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15938:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een gewapende overval. </para>
        <para>Het jeugdstrafrecht wordt toegepast.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15938:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Team Straf, zittingsplaats Alkmaar</para>
    <para>Meervoudige strafkamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15/219852-25</para>
      <para>Uitspraakdatum: 29 oktober 2025</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 oktober 2025 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold smallcaps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats],</para>
      <para>thans gedetineerd in P.I. Nieuwegein,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie</para>
      <para>mr. M. Kubbinga en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.E. Hok-a-Hin, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <para>Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 24 juli 2025 te Alkmaar, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere telefoons, althans een of meerdere elektronische apparaten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door</para>
    </parablock>
    <para>- met een (groot) mes/machete en/of (klauw)hamer het pand van [slachtoffer 2] te betreden en/of (vervolgens)</para>
    <para>- met een (groot) mes/machete een of meerdere zwaaibewegingen voor het gezicht van die [slachtoffer 1] te maken en/of (vervolgens)</para>
    <para>- die [slachtoffer 1] een of meerdere malen dreigend de woorden "Ik ga jou doodmaken" toe te voegen en/of (vervolgens)</para>
    <para>- een of meerdere steekbewegingen in de richting van de buik, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] te maken en/of (vervolgens)</para>
    <para>- met een (klauw)hamer het glas van de vitrine kapot te slaan en/of (vervolgens)</para>
    <para>- die [slachtoffer 1] een of meerdere malen met een (klauw)hamer op zijn been en/of schouder, althans tegen het lichaam, te slaan;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 24 juli 2025 te Alkmaar, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een of meerdere telefoons, althans een of meerdere elektronische apparaten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,</para>
    </parablock>
    <para>- met een (groot) mes/machete en/of (klauw)hamer het pand van [slachtoffer 2] heeft betreden en/of (vervolgens)</para>
    <para>- met een (groot) mes/machete een of meerdere zwaaibewegingen voor het gezicht van die [slachtoffer 1] heeft gemaakt en/of (vervolgens)</para>
    <para>- die [slachtoffer 1] een of meerdere malen dreigend de woorden "Ik ga jou doodmaken" heeft toegevoegd en/of (vervolgens)</para>
    <para>- een of meerdere steekbewegingen in de richting van de buik, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft gemaakt en/of (vervolgens)</para>
    <para>- met een (klauw)hamer het glas van de vitrine kapot heeft geslagen en/of (vervolgens)</para>
    <para>- die [slachtoffer 1] een of meerdere malen met een (klauw)hamer op zijn been en/of schouder, althans tegen het lichaam, heeft geslagen</para>
    <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen, waarbij zij heeft verzocht de verdachte partieel vrij te spreken van de bedreiging van [slachtoffer 1] met de dood en van het maken van steekbewegingen in de richting van de buik van die [slachtoffer 1] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht, anders dan de verdediging heeft bepleit, ook de bedreiging van [slachtoffer 1] met de bewoordingen “ik ga jou doodmaken” en het met een machete maken van steekbewegingen in de richting van de buik van die [slachtoffer 1] wettig en overtuigend bewezen. [slachtoffer 1] heeft in zijn aangifte verklaard dat de verdachte binnenkwam met een groot mes, dat de verdachte meteen op hem kwam aflopen, dat de verdachte het mes in zijn richting hield en dat de verdachte daarbij zei: “niet aanraken, niet aanraken, ik ga jou doodmaken”. Ook heeft [slachtoffer 1] verklaard dat de verdachte met het mes steekbewegingen richting zijn buik maakte. De rechtbank ziet geen enkele reden om te twijfelen aan de juistheid van deze verklaring van [slachtoffer 1] . Anders dan de raadsvrouw heeft aangevoerd, is voor een bewezenverklaring niet vereist dat voor alle - onder de gedachtestreepjes - tenlastegelegde geweldshandelingen steunbewijs aanwezig is. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op 24 juli 2025 te Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander, telefoons die aan [slachtoffer 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door</para>
      </parablock>
      <para>- met een machete en klauwhamer het pand van [slachtoffer 2] te betreden en vervolgens</para>
      <para>- met een machete zwaaibewegingen voor het gezicht van die [slachtoffer 1] te maken en vervolgens</para>
      <para>- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden "Ik ga jou doodmaken" toe te voegen en vervolgens</para>
      <para>- steekbewegingen in de richting van de buik van die [slachtoffer 1] te maken en vervolgens</para>
      <para>- met een klauwhamer het glas van de vitrine kapot te slaan en vervolgens</para>
      <para>- die [slachtoffer 1] een of meerdere malen met een klauwhamer op zijn been en schouder te slaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid van het feit</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Motivering van de sanctie</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte – met toepassing van het jeugdstrafrecht – zal worden veroordeeld tot 270 dagen jeugddetentie, met aftrek van de tijd dat de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht tot en met 30 oktober 2025 (dat is de datum waarop de verdachte geplaatst zou kunnen worden bij stichting [naam 1] in Hilversum), waarvan 171 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals de reclassering heeft geadviseerd. De officier van justitie heeft daarbij gevorderd dat een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) zal worden opgelegd voor de duur van 3 jaren, te weten een contactverbod met [slachtoffer 1] en een locatieverbod voor Alkmaar met daaraan verbonden elektronische monitoring. Tot slot is de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en de vrijheidsbeperkende maatregel gevorderd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat het jeugdstrafrecht toegepast moet worden. De raadsvrouw heeft bepleit dat jeugddetentie voor de duur van 120 dagen passend is, met aftrek van de tijd dat de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht tot en met 30 oktober 2025, waarvan 21 dagen voorwaardelijk. De verdachte is bereid mee te werken aan alle bijzondere voorwaarden die door de reclassering worden geadviseerd. De raadsvrouw verzet zich tegen de elektronische monitoring verbonden aan een locatieverbod, omdat hiervoor geen noodzaak is en omdat elektronische monitoring een (te) grote inbreuk is op de privacy van de verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een gewapende overval. De verdachte en zijn medeverdachte hebben onder dreiging van een machete in [slachtoffer 2] telefoons weggenomen, nadat zij met een klauwhamer de vitrines kapot hebben geslagen. De verdachte en zijn medeverdachte hebben de winkeleigenaar [slachtoffer 1] enorme angst ingeboezemd door met een machete te zwaaien en steekbewegingen te maken, hem te slaan met een klauwhamer en hem met de dood te bedreigen. [slachtoffer 1] , zo blijkt uit zijn slachtofferverklaring op de terechtzitting, ervaart hiervan nog dagelijks de gevolgen. </para>
        <para>Naast de gevolgen voor [slachtoffer 1] veroorzaken dit soort feiten, gepleegd op klaarlichte dag in een druk winkelgebied, ook sterke gevoelens van onveiligheid in de directe omgeving en in de samenleving. De rechtbank neemt dit de verdachte zeer kwalijk.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter zitting heeft de verdachte spijt betuigd. Deze spijtbetuiging is op de rechtbank oprecht overgekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op </para>
        <para>het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 25 september 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke delicten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het over de verdachte uitgebrachte reclasseringsadvies gedateerd 14 oktober 2025 van [naam 2] als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland. Op basis van het wegingskader ASR is de reclassering tot het advies gekomen om het jeugdstrafrecht toe te passen. Daarbij is in de eerste plaats de jonge leeftijd van de verdachte en zijn beperkte justitiële voorgeschiedenis van belang. Daarnaast komt de reclassering tot dit advies op basis van de beperkte emotionele handelingsvaardigheden van de verdachte, die samenhangen met de traumagerelateerde klachten, het vermoeden dat sprake is van een beneden gemiddelde intelligentie dan wel een licht verstandelijke beperking, de gemakkelijke beïnvloedbaarheid van de verdachte en zijn impulsieve handelen. Tot slot lijkt de verdachte pedagogisch beïnvloedbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De reclassering heeft in haar advies verder geadviseerd bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met daaraan verbonden de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>meldplicht bij de reclassering;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ambulante behandeling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>begeleid wonen of maatschappelijke opvang; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dagbesteding. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De op te leggen straf</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de verdachte ten tijde van het feit meerderjarig was, namelijk achttien jaar. Uitgangspunt is dan berechting volgens het volwassenenstrafrecht. Er kan door de rechtbank echter besloten worden om voor jongvolwassenen – met toepassing van artikel 77c Sr – jeugdsancties toe te passen indien daartoe grond wordt gevonden in de persoonlijkheid van de verdachte of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan.</para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het gemotiveerde advies van de reclassering en gelet op de bevindingen ter zitting, er aanleiding is om toepassing te geven aan het jeugdstrafrecht en zal de verdachte dan ook conform het jeugdstrafrecht bestraffen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en de </para>
        <para>LOVS-oriëntatiepunten voor de straftoemeting voor minderjarigen. Hierin is als </para>
        <para>uitgangspunt opgenomen dat voor een winkeloverval vanaf 4 maanden jeugddetentie wordt opgelegd. Strafverzwarende omstandigheden zijn onder meer fysiek geweld, letsel en bedreiging met een wapen. Iedere strafverzwarende omstandigheid telt daarbij in beginsel voor 1 maand jeugddetentie. Gelet op de ernst van het feit kan niet worden volstaan met de oplegging van een andere straf dan een (deels) onvoorwaardelijke jeugddetentie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht het, in lijn met het advies van de reclassering, van belang dat aan de verdachte een deels voorwaardelijke straf wordt opgelegd met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden, zoals de reclassering heeft geadviseerd. Deze voorwaardelijke straf dient ertoe de verdachte ervan te weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit en hem de hulp te bieden die nodig is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van 270 </para>
        <para>dagen moet worden opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis </para>
        <para>heeft doorgebracht, waarvan 171 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en </para>
        <para>met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. </para>
        <para>Dit is conform de strafeis van de officier van justitie, met uitzondering van de duur van de proeftijd. Het opleggen van een proeftijd van drie jaren, zoals gevorderd door de officier van justitie, is in het jeugdstrafrecht niet mogelijk (artikel 77y Sr). De duur van de opgelegde straf houdt in dat de verdachte een dag na het vonnis, te weten op 30 oktober 2025, in de onderhavige strafzaak in vrijheid zal worden gesteld en dan zal worden opgenomen bij Stichting [naam 1] , zoals de reclassering heeft geadviseerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het reclasseringsadvies is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zonder begeleiding en behandeling wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank beveelt daarom dat de bijzondere voorwaarden uit het reclasseringsadvies dadelijk uitvoerbaar zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet verder, in tegenstelling tot de officier van justitie, geen aanleiding om een 38v-maatregel op te leggen met daaraan verbonden elektronische monitoring. Met de raadsvrouw is de rechtbank van mening dat er geen noodzaak is voor het opleggen van een locatieverbod voor Alkmaar en contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer 1] . De verdachte woont niet in de omgeving van Alkmaar en heeft daar ook overigens niets te zoeken. Bovendien is niet gebleken dat de verdachte na dit feit nog contact heeft gezocht met het slachtoffer.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Bijkomende straf</title>
    <para>De rechtbank is van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een paar handschoenen, zoals vermeld onder 1 op de beslaglijst, moet worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het bewezen verklaarde feit met behulp van die handschoenen, die aan de verdachte toebehoren, is begaan. Bij de beslissing over deze bijkomende straf die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen</title>
    <para>De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de op de beslaglijst onder 9 en 11 vermelde telefoon en schoenen, dienen te worden teruggegeven aan de verdachte.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 15.066,38 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 996,38	 het glas van de vitrines;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 6.421		 telefoons;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 115		 beveiligingscamera;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 464		 horloge;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 3.600		 het frame van de vitrines.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter zitting heeft [slachtoffer 1] een factuur van de aankoop van een nieuwe beveiligingscamera overgelegd van € 109,95.</para>
        <para>
          [slachtoffer 1] vordert een bedrag van € 3.500 aan immateriële schade.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] onvoldoende is onderbouwd voor zover het betreft de schade aan de telefoons en de schade aan het frame van de vitrines. De officier van justitie heeft dan ook gevorderd om deze schadeposten niet-ontvankelijk te verklaren. Het overige deel van de vordering aan gestelde materiële schade en immateriële schade kan volgens de officier van justitie worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] onvoldoende is onderbouwd voor zover het betreft de schade aan de telefoons en de schade aan het frame van de vitrines. De raadsvrouw heeft dan ook verzocht om deze schadeposten niet-ontvankelijk te verklaren. Verder heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van het horloge primair op het standpunt gesteld dat onvoldoende duidelijk is wat er met het horloge is gebeurd en subsidiair dat de schade aan het horloge onvoldoende is onderbouwd. Zij heeft dan ook verzocht om de vordering op dit punt af te wijzen, dan wel om deze schadepost niet-ontvankelijk te verklaren.</para>
        <para>De raadsvrouw heeft verder verzocht om de immateriële schadevergoeding te matigen tot een bedrag van € 2.000 dan wel € 2.500, wegens het ontbreken van een psychologisch rapport ter onderbouwing van die immateriële schade.</para>
        <para>De raadsvrouw heeft tot slot nog opgemerkt dat bij een schadevergoedingsmaatregel de gijzeling op nihil moet worden gesteld, indien toepassing wordt gegeven aan het jeugdstrafrecht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag een bedrag van € 1.570,33 rechtstreeks voortvloeit uit bewezen verklaarde feit. Dit is de schade aan het glas van de vitrines, de beveiligingscamera (ad. € 109,95) en het horloge. In tegenstelling tot de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat uit de aangifte van [slachtoffer 1] voldoende blijkt dat hij zijn horloge is kwijtgeraakt tijdens de winkeloverval. Op de zitting heeft [slachtoffer 1] verklaard dat hij het horloge niet meer heeft teruggevonden. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de aangifte van [slachtoffer 1] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is verder van oordeel dat de schade aan de telefoons en het frame van de vitrines onvoldoende is onderbouwd en daarom zal de rechtbank [slachtoffer 1] in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tevens komt de rechtbank vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 2.500 billijk voor, gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting en gelet op de schadevergoedingen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden toegewezen. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat het een winkeloverval betreft waarbij gebruik is gemaakt van een klauwhamer waarmee [slachtoffer 1] is geslagen, in het bijzijn van [slachtoffer 1] is gezwaaid en steekbewegingen zijn gemaakt met een machete en waarbij hij letsel heeft opgelopen. Op grond van het voorgaande zal de rechtbank de vordering tot het bedrag van € 2.500 toewijzen en voor het overige afwijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen en zal daarbij als ingangsdatum bepalen de datum van het indienen van de vordering tot schadevergoeding. </para>
        <para>De rechtbank zal bepalen dat indien de medeverdachte het bedrag aan materiële en immateriële schade geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd. Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die [slachtoffer 1] heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door [slachtoffer 1] gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen, namelijk diefstal met geweld in vereniging, aanleiding ter zake van de vordering van [slachtoffer 1] de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op te leggen. Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte en toepassing van het jeugdstrafrecht de gijzeling op nihil moet worden gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <parablock>
      <para>De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:</para>
      <para>33, 33a, 36f, 77c, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa en 312 Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot <emphasis role="bold">270 [tweehonderdzeventig] dagen </emphasis>jeugddetentie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot <emphasis role="bold">171 [honderdeenenzeventig] dagen niet</emphasis> ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als bijzondere voorwaarden dat:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Meldplicht bij reclassering</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte zich meldt bij de reclassering op het adres Zwarte Woud 2 in Utrecht. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ambulante behandeling</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte meewerkt aan het verkrijgen van verdiepingsdiagnostiek en laat zich, indien geïndiceerd, behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Begeleid wonen of maatschappelijke opvang</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte verblijft bij Stichting [naam 1] te Hilversum of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start op 30 oktober 2025. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dagbesteding</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:</para>
    </parablock>
    <para>- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
    <para>- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de op grond van artikel 14c gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14c, zesde lid, Sr uit te oefenen toezicht, <emphasis role="bold">dadelijk uitvoerbaar</emphasis> zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verbeurd: </para>
    </parablock>
    <para>1 STK Handschoen (Omschrijving: BZAO3827,Werckmann).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de teruggave aan de verdachte van:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>1 STK Kleding (Omschrijving: BZAO3831);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 STK GSM (Omschrijving: PL1100-2025169850-1755049, Apple).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer 1] </emphasis>geleden schade tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 4.070,33</emphasis>, bestaande uit € 1.570,33 als vergoeding voor de materiële en € 2.500 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte in de kosten door [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart [slachtoffer 1] ten aanzien van de schadeposten telefoons en frame van de vitrines niet-ontvankelijk in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de immateriële schadevergoeding voor het overige af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 4.070,33, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 0 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan [slachtoffer 1] of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat betalingen aan [slachtoffer 1] in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan [slachtoffer 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van die voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van (het onvoorwaardelijk deel van) de opgelegde jeugddetentie.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. C.M.A.V. van Kleef, voorzitter,</para>
      <para>mr. J.O. Rutten en mr. M. Rigter, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier mr. D. Koppe,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">(..)  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>