<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:15913</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-21T11:39:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8587837</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15913">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15913</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-21T11:38:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:15913 Rechtbank Noord-Holland , 24-12-2025 / 8587837</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15913:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart; Vertraging. Storing in het bagagesysteem. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15913:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 8587837 \ CV EXPL  20-5207</para>
      <para>Uitspraakdatum: 24 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>hierna te noemen: de passagier</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>buitenlandse vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Emirates</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten)</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD advocaten)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
      <para>De passagier heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een storing in het bagagesysteem op de luchthaven van vertrek. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering wordt toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding:</para>
      <para>- de conclusie van antwoord;</para>
      <para>- de conclusie van repliek;</para>
      <para>- de conclusie van dupliek.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 30 maart 2018 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Dubai Airport (Verenigde Arabische Emiraten) naar Ngurah Rai Airport, Bali (Indonesië) , met vluchtnummers EK148 en EK360.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vervoerder heeft vlucht EK148 van Amsterdam naar Dubai (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. Hierdoor heeft de passagier de overstap gemist. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>-	€ 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2018, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;<?linebreak?>-  € 181,50 dan wel begroot op € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 21 januari 2019 dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;<?linebreak?>- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie vertraagd werd uitgevoerd door een storing in het bagagesysteem op luchthaven Schiphol. Als gevolg hiervan is de bagage te laat bij het toestel geleverd stond het toestel 24 minuten later dan gepland gereed voor vertrek. Vervolgens moest het toestel 6 minuten wachten op toestemming van de luchtverkeersleiding om te mogen vertrekken. De vlucht in kwestie is met vertraging van 30 minuten vertrokken en met een vertraging van 32 minuten aangekomen op Dubai. Ter onderbouwing heeft de vervoerder een vluchtrapport en e-mails van Schiphol overgelegd. Ondanks de vertraging had de passagier een uur overstaptijd. De passagier heeft ook niet aangetoond dat hij door de vertraging de overstap had gemist. Desalniettemin heeft de vervoerder de passagier omgeboekt op het eerst beschikbare alternatief, waardoor de passagier met 6 uur en 45 minuten vertraging is aangekomen is op de eindbestemming en niet ruim 31 uur later, zoals de passagier stelt. Het niet beschikbaar zijn van luchthaven faciliteiten is niet inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder. De vervoerder kan hier geen invloed op uitoefenen of voorkomen. Het gaat immers om systemen van de luchthaven en niet van de vervoerder. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De passagier betwist dit. Ten eerste is de passagier met een vertraging van 8 uur en 14 minuten aangekomen en niet met 6 uur en 45 minuten. Daarnaast betwist de passagier niet dat er een storing was in het bagagesysteem, maar wel dat dit de vertraging heeft veroorzaakt. Uit de overgelegde producties in de CvA blijkt dat de storing drie uur voor vertrek van de vlucht in kwestie was verholpen. De vertraging van 6 minuten is niet onderbouwd met stukken van de luchtverkeersleiding. Met betrekking tot de overstap op de aansluitende vlucht stelt de passagier dat hij 3 uur en 20 minuten voor vertrek van de aansluitende vlucht is omgeboekt door de vervoerder, omdat het niet mogelijk was om de overstap te halen. Ter onderbouwing heeft hij de e-mail van de vervoerder overgelegd. Een storing in het bagagesysteem is inherent aan de normale uitoefening van de vervoerder. Daarom is dit geen buitengewone omstandigheid. De vervoerder had ook de keuze kunnen maken om zonder bagage te vliegen, daarom is er geen sprake van een buitengewone omstandigheid, aldus de vervoerder. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De vervoerder brengt hier het volgende tegenin. De luchthaven is pas begonnen met herstarten om 15:45 uur (lokale tijd). De 6 minuten vertraging vanwege het moeten wachten op toestemming van de luchtverkeersleiding om te mogen vertrekken heeft de vervoerder onderbouwd met het vluchtrapport. Overigens worden klaringen via de radio gegeven waardoor er geen schriftelijke stukken beschikbaar zijn. De passagier heeft zijn overstap niet gemist door de vertraging van de vlucht in kwestie, maar omdat hij is omgeboekt door de vervoerder. De passagier betwist niet dat het gevolg is van beslissingen van de luchtverkeersleiding. De vervoerder heeft geen invloed op het bagage proces en zij kan niets doen om de storing op te lossen en het proces te bespoedigen. De vervoerder heeft geen enkele zeggenschap over Schiphol. Het niet meenemen van bagage zou voor nog meer overlast hebben gezorgd. Het bagagesysteem begon pas om 12:45 uur (lokale tijd) weer te werken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt als volgt. Een storing die zich voordoet in de systemen van de luchthaven is niet inherent aan de normale bedrijfsuitvoering en ligt buiten de invloeds- en risicosfeer van een luchtvaartmaatschappij. Echter, gelet op de betwisting door de passagier, heeft de vervoerder onvoldoende aannemelijk gemaakt in hoeverre de vertraging van de vlucht het gevolg was van de storing van het bagagesysteem. De vervoerder heeft geen stukken overgelegd, waaruit blijkt dat op het moment dat de vlucht in kwestie gepland stond om te vertrekken er nog sprake was van een storing. In de conclusie van dupliek voert hij aan dat het probleem pas om 15:45 uur (lokale tijd) was verholpen, maar heeft hier geen stukken van overgelegd. In de e-mail van 12:08 uur (lokale tijd) (productie 3 CvA) geeft Schiphol ook aan dat de storing onder controle is. Daarom is niet vast komen te staan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de bespreking van alle redelijke maatregelen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Het gevorderde bedrag is hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. De kantonrechter zal de vordering daarom toewijzen tot het wettelijke tarief, namelijk € 108,90 (inclusief btw), en voor het overige afwijzen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagier heeft daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat hij dit ook al vanaf een eerdere datum had.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 708,90, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 600,00 vanaf 30 maart 2018, en over € 108,90 vanaf 17 maart 2020 tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:</para>
        <para>dagvaarding 					€ 	100,89;<?linebreak?>griffierecht						€ 	236,00;<?linebreak?>salaris gemachtigde		€ 	270,00;</para>
        <para>vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>