<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:15860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T09:34:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/372688 / KG ZA 25-775</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15860">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T09:34:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:15860 Rechtbank Noord-Holland , 23-12-2025 / C/15/372688 / KG ZA 25-775</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15860:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Mondeling vonnis. Overbedelingsvordering is omgezet in een schulderkenning. Het schuldig erkende bedrag is niet opeisbaar. De vordering wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15860:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Noord-Holland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/15/372688 / KG ZA 25-775</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 23 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats],</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser],</para>
      <para>advocaat: mr. C.J. Avis-Knuit,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde], </emphasis>
      </para>
      <para>te [plaats],</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>advocaat: mr. M.J. de Vries</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Haarlem. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak wordt behandeld door mr. W.S.J. Thijs, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. A. de Bert als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aanwezig zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- [eiser], bijgestaan door mr. Avis-Knuit</para>
    <para>- [gedaagde], bijgestaan door mr. de Vries.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling korte tijd geschorst om de voorzieningenrechter de gelegenheid te geven om zich over de zaak te beraden. Na hervatting van de zitting heeft de voorzieningenrechter in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft spoedeisend belang bij haar vordering alleen al omdat zij het geld of een deel daarvan nodig heeft in verband met de aankoop van een woning waarvoor het financieringsvoorbehoud op 15 januari 2026 afloopt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen zijn ex-echtelieden. Zij hebben het huwelijksvermogen verdeeld. Bij notariële akte van 9 oktober 2024 is de woning aan het [adres] in [plaats] toegedeeld aan [gedaagde]. In het kader van deze toedeling is de overbedelingsvordering van [eiser] op [gedaagde] voor een bedrag van € 34.418,50 omgezet in een schuldigerkenning van [gedaagde] aan [eiser].</para>
        <para>Ter zake van de terugbetaling van het schuldig erkende bedrag vermeldt de notariële akte:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het schuldig erkende bedrag is, zonder enige opzegging of ingebrekestelling, te allen tijde onmiddellijk opeisbaar in de navolgende gevallen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- bij vervreemding van het registergoed;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- bij faillissement of surséance van betaling van verkrijger of aanvragen daartoe</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- ingeval van ondercuratelestelling van verkrijger en ingeval onderbewindstelling van het vermogen van verkrijger;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- bij overlijden van verkrijger.</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Geen van de tussen partijen afgesproken gevallen van onmiddellijke opeisbaarheid doet zich nu voor. Ook als [eiser] zich destijds niet heeft gerealiseerd dat er geen vaste einddatum is afgesproken voor de terugbetaling van het schuldig erkende bedrag betekent dit niet dat zij dit bedrag nu kan opeisen. Dit betekent dat het schuldig erkende bedrag niet opeisbaar is en dat de vordering van [eiser] wordt afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft geen reden om af te wijken van het uitgangspunt dat in familiezaken de proceskosten tussen partijen zo worden gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten tussen partijen zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter sluit de zitting.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de voorzieningenrechter.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>