<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:15855</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T07:47:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/369534 / KG ZA 25-580</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15855">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15855</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T07:46:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:15855 Rechtbank Noord-Holland , 28-11-2025 / C/15/369534 / KG ZA 25-580</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15855:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Vonnis tot ontruiming van een woning overeenkomstig de afspraken van partijen. Machtiging sterke arm overbodig.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15855:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Noord-Holland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/15/369534 / KG ZA 25-580</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 28 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 1]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1],</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser 1],</para>
      <para>advocaat: mr. M. Bathoorn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2],</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>advocaat: mr. E. Aslan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met producties 1 t/m 5 </para>
      <para>- de conclusie van antwoord met productie 1<?linebreak?>- de mondelinge behandeling van 16 oktober 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. <?linebreak?>- de pleitnotities van mr. Bathoorn namens [eiser 1]</para>
      <para>- de door [gedaagde] ondertekende arbeidsovereenkomst van [eiser 1]</para>
      <para>- het afschrift van de bankrekening van [gedaagde] (met salarisbetaling) van [eiser 1]</para>
      <para>- het bericht van mr. Bathoorn met het verzoek om vonnis te wijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling zijn verschenen:</para>
      <para>- [eiser 1], bijgestaan door mr. Bathoorn</para>
      <para>- [gedaagde], bijgestaan door mr. Aslan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na de mondelinge behandeling is de procedure aangehouden om [gedaagde] de gelegenheid te geven een ondertekende arbeidsovereenkomst en een afschrift van zijn salarisbetaling in november te overleggen. Op 26 november 2025 heeft [eiser 1] de rechtbank bericht dat [gedaagde] hieraan heeft voldaan en verzocht conform de ter zitting gemaakte afspraak vonnis te wijzen en [gedaagde] te veroordelen uiterlijk 31 januari 2026 de woning te ontruimen. Vervolgens is vonnis bepaald.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser 1] is de moeder van [gedaagde]. [eiser 1] is eigenaar van de woning gelegen aan het [adres] te ([postcode]) [plaats 2] (hierna: de woning). In 2019 is [gedaagde] wegens privéomstandigheden ingetrokken in de woning. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Sinds september 2024 is [eiser 1] woonachtig in een verzorgingstehuis in [plaats 1]. Om de door [eiser 1] gewenste zorg te kunnen bekostigen wenst zij</para>
        <para>haar woning te verkopen, zodat [gedaagde] is verzocht om de woning te verlaten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen hebben vervolgens afspraken gemaakt welke afspraken op 20 februari 2025 zijn vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. In de vaststellingsovereenkomst staat:</para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Opleveren van de woning</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">
              [gedaagde] zal de woning vóór 1 september 2025 leeg, schoon en in onbewoonde staat verlaten. [gedaagde] realiseert zich terdege dat hij de woning tot uiterlijk 31 augustus 2025 mag en kan bewonen en geen dag langer. [gedaagde] onthoudt zich beslist van enig hiervan afwijkend gedrag.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">
              [gedaagde] zal zorgdragen voor het inleveren van alle (huis)sleutels uiterlijk op 31 augustus 2025.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">
              [gedaagde] garandeert pertinent dat de woning, met inbegrip van de (on)roerende aanhorigheden, niet – door hem – is of wordt belast met enig beperkt c.q. zakelijk (gebruikers)recht. </emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In een e-mail van 31 augustus 2025 heeft [gedaagde] aan [eiser 1] bericht dat het hem ondanks inspanningen nog niet is gelukt andere woonruimte te vinden. Voor die situatie moet volgens [gedaagde] een onderhandelde oplossing bedacht worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser 1] vordert: </para>
        <para>I. te bepalen dat [gedaagde] uiterlijk binnen zeven dagen, dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, na betekening van dit vonnis de woning schoon, leeg en in onbewoonde staat zal verlaten, onder afgifte van de (huis)sleutels;</para>
        <para>II. te bepalen dat het onder I. gevorderde met behulp van de sterke arm van politie en justitie ten uitvoer kan worden gelegd;</para>
        <para>III. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dit vonnis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser 1] stelt dat partijen gebonden zijn aan de afspraken zoals vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst. De vaststellingsovereenkomst regelt – uitdrukkelijk – dat [gedaagde] de woning moet verlaten c.q. ontruimen. [gedaagde] is gehouden tot nakoming.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft onder meer aangevoerd dat het tot op heden niet gelukt is om vervangende woonruimte te vinden. Om die reden kan [gedaagde] de woning niet verlaten. [gedaagde] beroept zich daarom op de redelijkheid en billijkheid. [gedaagde] erkent het belang van [eiser 1], maar acht het onevenredig dat hij de woning moet verlaten voordat hij vervangende woonruimte heeft gevonden. [gedaagde] stelt daarom voor om een nieuwe vaststellingsovereenkomst te sluiten met de mogelijkheid om de woning te gebruiken totdat [gedaagde] vervangende woonruimte heeft gevonden, althans uitstel van ontruiming van zes maanden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontruiming woning</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter zitting hebben partijen afgesproken dat het [gedaagde] wordt toegestaan om uiterlijk 31 januari 2026 de woning te verlaten, mits hij een door hem ondertekende arbeidsovereenkomst en een bankafschrift met daarop een salarisbetaling kan overleggen en zekerheidshalve een titel tot ontruiming tegen die datum wordt verstrekt. </para>
        <para>Conform de afspraak heeft [gedaagde] de genoemde stukken overgelegd en is de voorzieningenrechter verzocht dienovereenkomstig een vonnis te wijzen waarin [gedaagde] tot die ontruiming wordt veroordeeld, zodat [eiser 1] bij niet tijdige ontruiming tot executie kan overgaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter [gedaagde] veroordelen om de woning op uiterlijk 31 januari 2026 te ontruimen met afgifte van de sleutels aan [eiser 1]. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Machtiging sterke arm</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering overbodig is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Gelet op de familierelatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om de woning uiterlijk 31 januari 2026 te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiser 1] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiser 1],</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.<?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <?linebreak?>1589</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>