<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:15840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-31T17:58:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 25 _ 3185</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2026/298</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2026021805</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2026-0328</rdf:li>
          <rdf:li>NDFR Nieuws 2026/300</rdf:li>
          <rdf:li>Douanerechtspraak 2026/22</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2026/14.2.3</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2026/577 met annotatie van mr. A. Wolkers</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15840">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-13T14:05:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:15840 Rechtbank Noord-Holland , 31-12-2025 / AWB - 25 _ 3185</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15840:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser huurt een loods en in die loods is waterpijptabak zonder accijnszegels aangetroffen. Verweerder heeft aan eiser daarom een naheffingsaanslag accijns opgelegd. De rechtbank oordeel dat dit terecht is omdat eiser als huurder en sleutelhouder van de loods degene is die de tabak voorhanden had. Dat eiser niet wist wat er in de desbetreffende dozen zat baat hem niet omdat wetenschap geen vereiste is om iemand als belastingplichtige voor de accijns aan te merken. Een aanslag is geen strafbeschikking. Dat aan eiser ook een straf is opgelegd leidt daarom niet tot vermindering van de aanslag. Dat eiser de aanslag niet kan betalen is een invorderingskwestie waarvoor eiser zich zou moeten wenden tot de ontvanger. Een eerder aan eiser opgelegde gevangenisstraf baat hem ook niet omdat die straf is opgelegd voor een ander strafbaar feit. Het beroep is ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15840:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank noord-holland</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: HAA 25/3185</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 december 2025 in de zaak tussen</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiser] h.o.d.n. [bedrijf] , wonende te [woonplaats] , eiser,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de inspecteur van de Douane, verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bestreden uitspraken op bezwaar </title>
    <para>De uitspraak van verweerder van 30 juni 2025 op het bezwaar van eiser tegen de naheffingsaanslag accijns die aan hem is opgelegd wegens het voorhanden hebben van waterpijptabak zonder dat daarover de verschuldigde accijns is voldaan.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting</title>
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2025. </para>
      <para>Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 1] en mr. drs. [naam 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Niet in geschil is dat eiser op 12 mei 2023 de huurder was van loods nummer [#] op het adres [adres] te [gemeente] en dat hij beschikte over onder meer de afstandsbediening voor de roldeur van die loods. Evenmin is in geschil dat in die loods op die datum door de politie onder meer een partij waterpijptabak (de tabak) in beslag is genomen die niet was voorzien van Nederlandse accijnszegels. </para>
    <para />
    <para>2. De tabak is door de politie in beslag genomen en overgedragen aan de Douane die vervolgens heeft vastgesteld dat het in totaal 246 kilogram tabak betrof.</para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft de naheffingsaanslag opgelegd wegens het voorhanden hebben van de tabak. </para>
    <para />
    <para>4. Eiser heeft aangevoerd dat hij zich niet bewust was van de aanwezigheid van de tabak, hij wist alleen dat er erectiemiddelen in de loods waren opgeslagen. Verder heeft hij aangevoerd dat hij reeds zwaar is gestraft met een boete van € 6.000 en een gevangenisstraf van twee maanden. Ook stelt hij de naheffingsaanslag niet te kunnen betalen omdat hij in slechte financiële omstandigheden verkeert. Hij heeft voor meer dan € 30.000 schulden bij zijn familie en heeft anderhalf jaar zonder werk gezeten. Inmiddels heeft hij zijn leven weer op orde en het afbetalen van de naheffingsaanslag zou hem nog zeker 15 jaar blijven achtervolgen.</para>
    <para />
    <para>5. Voor de uitslag tot gebruik van tabak wordt accijns geheven.<footnote-ref linkend="_3bcbfc20-372f-4110-8a79-431d9386a593" /> Onder uitslag tot gebruik wordt onder meer begrepen het voorhanden hebben van tabak wanneer daarover geen accijns is geheven.<footnote-ref linkend="_7c097f6f-2d73-4b93-828d-ff7d3121d561" /> De accijns wordt geheven van de persoon die de tabak voorhanden heeft en enig andere persoon die bij het voorhanden hebben ervan is betrokken.<footnote-ref linkend="_cef63e5c-f383-4a14-8e18-124f9608f1cf" /></para>
    <para />
    <para>6. De bewijslast dat eiser kan worden aangemerkt als belastingplichtige en dat de naheffingsaanslag niet op een te hoog bedrag is vastgesteld, rust op verweerder. </para>
    <para />
    <para>7. Vaststaat dat de tabak was opgeslagen in een loods die door eiser werd gehuurd en waarvan hij ook over de sleutel beschikte. Daarmee staat tevens vast dat eiser de feitelijke beschikkingsmacht had over de tabak en die tabak dus voorhanden had. Eiser is daarom terecht aangemerkt als belastingplichtige. </para>
    <para />
    <para>8. Verweerder heeft met het overleggen van de processen-verbaal van de politie van 12 mei 2023 en van 6 juni 2023 en het proces-verbaal van de douane van 6 juni 2023, verder voldoende aannemelijk gemaakt dat in de in beslag genomen dozen in totaal 246 potten tabak van elk 1 kilogram zaten. Hoewel de in beslag genomen dozen via verschillende opslagplaatsen pas op 6 juni 2023 bij de douane zijn aangekomen en pas op die datum is vastgesteld om hoeveel tabak het ging, ziet de rechtbank geen aanleiding te veronderstellen dat er uiteindelijk meer dozen met tabak bij de douane zijn aangekomen dan in eerste instantie door de politie in beslag zijn genomen. De rechtbank acht de verklaring van verweerder ter zitting dat het steeds om opslaglocaties van de politie ging waar een en ander afdoende wordt geregistreerd afdoende.</para>
    <para />
    <para>9. Verweerder heeft de naheffingsaanslag daarom terecht aan eiser opgelegd. Het tarief van de accijns bedroeg ten tijde van het belastbaar feit € 216,64 per kilogram tabak.<footnote-ref linkend="_48397cf8-ff30-46d2-9f21-26da8b35c2ab" /> De naheffingsaanslag van € 53.293 (246 x € 216,64) is dan ook niet op een te hoog bedrag vastgesteld. </para>
    <para />
    <para>10. De stelling van eiser dat hij niet wist dat in de dozen tabak zat waarover geen accijns was betaald, leidt niet tot een ander oordeel. Uit de wetsgeschiedenis<footnote-ref linkend="_54ae393c-bc26-49ed-8f75-1b14d9398047" /> volgt dat wetenschap geen vereiste is om iemand als belastingplichtig voor de accijns aan te merken wegens (betrokkenheid bij) het voorhanden hebben van tabak waarover geen accijns is geheven. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat ook het Unierecht geen wetenschap vereist.<footnote-ref linkend="_d9f53d21-ccdf-475d-8144-98c635057ea4" /> Dat de tabak niet het eigendom was van eiser, maakt niet dat eiser ten onrechte is aangemerkt als belastingplichtige vanwege het voorhanden hebben van de tabak. </para>
    <para />
    <para>11. Dat eiser de naheffingsaanslag niet kan betalen en verwacht nog zeker 15 jaar bezig te zullen zijn met de afbetaling daarvan, is geen  reden de naheffingsaanslag te vernietigen of te verminderen. Dat maakt immers niet dat de naheffingsaanslag ten onrechte aan hem is opgelegd. Voor een eventuele betalingsregeling dient eiser zich tot de ontvanger te wenden. </para>
    <para />
    <para>12. De naheffingsaanslag als zodanig is geen strafoplegging maar slechts bedoeld om de verschuldigde belasting te innen. Dat er tevens een fiscale strafbeschikking is opgelegd wegens het voorhanden hebben van de onveraccijnsde tabak, heeft daarom geen gevolgen voor de hoogte van de naheffingsaanslag. De gevangenisstraf is in dit verband niet relevant omdat deze is opgelegd in verband met de overtreding van de Geneesmiddelenwet. </para>
    <para />
    <para>13. Gelet op al het voorgaande is het beroep ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>14. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Ebbeling, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>H. van Lingen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is per post verzonden op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.</para>
      <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>de naam en het adres van de indiener;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de datum van verzending;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>e redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_3bcbfc20-372f-4110-8a79-431d9386a593" label="1">
    <para> Artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f en artikel 1, tweede lid, van de Wet op de accijns.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7c097f6f-2d73-4b93-828d-ff7d3121d561" label="2">
    <para> Artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cef63e5c-f383-4a14-8e18-124f9608f1cf" label="3">
    <para> Artikel 51, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_48397cf8-ff30-46d2-9f21-26da8b35c2ab" label="4">
    <para> Artikel 35, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de accijns.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_54ae393c-bc26-49ed-8f75-1b14d9398047" label="5">
    <para> Kamerstukken II 2008/09, 32 031, nr. 3, p. 8 en p. 23.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d9f53d21-ccdf-475d-8144-98c635057ea4" label="6">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie 10 juni 2021, C-279/19, ECLI:EU:C:2021:473.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>