<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:15681</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-27T11:48:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11591584 CV EXPL 25-1674</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15681">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15681</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-27T11:48:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:15681 Rechtbank Noord-Holland , 16-04-2025 / 11591584 CV EXPL 25-1674</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15681:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstekzaak tussenvonnis ambtshalve toetsing. Dierenarts vordert betaling van factuur voor behandeling paard. Onvoldoende toegelicht of is voldaan aan de informatieplichten. Incassokostenbeding wordt vermoed oneerlijk te zijn. Eisende partij mag zich bij akte uitlaten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15681:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11591584 CV EXPL 25-1674</para>
      <para>Uitspraakdatum: 16 april 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser], h.o.d.n. [bedrijf]</emphasis>
      </para>
      <para>te [plaats 1]</para>
      <para>de eisende partij</para>
      <para>gemachtigde: LikiFin</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>te [plaats 2]</para>
      <para>de gedaagde partij</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van                          € 1.863,16, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 19 februari 2025 tot de dag van de volledige voldoening, en de proceskosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De vordering is gebaseerd op twee overeenkomsten tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.<footnote-ref linkend="_525538a1-cc8f-46d5-bfad-cee6d7154983" /></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Uit de als productie 1 overgelegde <emphasis role="italic">Toelichting over de wijze waarop is voldaan aan (pre)contractuele informatieverplichting(en)</emphasis> (hierna: Toelichting) leidt de kantonrechter af dat sprake is van een overeenkomst op afstand. De eisende partij heeft echter onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd op welke wijze zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230m en artikel 6:230v BW. Uit de Toelichting valt dit niet af te leiden. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij wijze van uitzondering wordt de eisende partij in de gelegenheid gesteld om de hiervoor bedoelde informatie alsnog bij akte te verstrekken. De eisende partij moet expliciet en op een duidelijke manier stellen en onderbouwen hoe zij ten aanzien van de gedaagde partij heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Als de eisende partij daaraan niet of niet volledig voldoet, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie in het dossier. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het ontbreken van een dergelijke onderbouwing in eventuele vervolgzaken kan leiden tot afwijzing van de vordering.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst met de gedaagde partij algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin geen bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument, in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder a BW, waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Uit de overlegde stukken blijkt dat op de overeenkomst de Algemene Voorwaarden van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde van toepassing zijn verklaard. De kantonrechter zal de daarin opgenomen bedingen die verband houden met de vordering hierna toetsen op (on)eerlijkheid.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 6.6 van de algemene voorwaarden luidt als volgt: </para>
        <para>“<emphasis role="italic">Indien de Debiteur in verzuim is en tot incasso wordt overgegaan, is de Debiteur, naast het verschuldigde bedrag en de daarop verschenen rente, gehouden tot een volledige vergoeding van zowel de buitengerechtelijke als de gerechtelijke incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten worden, exclusief BTW gesteld op ten minste 15% van de verschuldigde hoofdsom met rente zulks met een minimum van 50,00 (vijftig euro).</emphasis>” </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>In dit artikel wordt ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Er wordt immers van uitgegaan dat alle kosten verschuldigd zijn. Daarbij is ook geen maximum opgenomen, wat ertoe leidt dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument zouden kunnen komen. Dat zou tot gevolg hebben dat de consument belast wordt met hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. Ook is in dit geval de bedongen vergoeding altijd ten minste 15% van het verschuldigde bedrag, met een minimum van € 50,00 en daarmee hoger dan de wettelijke vergoeding. Tot slot volgt uit de tekst van het beding dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra de vordering uit handen wordt gegeven, terwijl de wettekst voorschrijft dat éérst nog een zogenoemde veertiendagenbrief moet worden verstuurd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de kantonrechter voornemens om artikel 6.6 van de algemene voorwaarden te vernietigen voor zover dit betrekking heeft op buitengerechtelijke incassokosten. De eisende partij krijgt de gelegenheid om zich hierover uit te laten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Artikel 6.6 van de algemene voorwaarden ziet ook op de proceskosten. Voor zover de eisende partij op grond van dit beding aanspraak kan maken op gerechtelijke kosten die boven het liquidatietarief uitkomen, is dit beding oneerlijk. Dit heeft echter geen gevolg voor de proceskostenveroordeling in deze procedure, omdat de (kanton)rechter op grond van de artikelen 237 en 242 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ertoe gehouden is om de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te veroordelen en deze proceskosten niet lager mogen worden vastgesteld dan het liquidatietarief.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van 14 mei 2025 voor het nemen van een akte door de eisende partij, waarin zij zich kan uitlaten als onder 2.4 en 2.10 is omschreven;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_525538a1-cc8f-46d5-bfad-cee6d7154983" label="1">
    <para> Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>