<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:15596</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-21T09:11:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11237570 \ CV EXPL  24-5381</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15596">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15596</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-21T09:10:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:15596 Rechtbank Noord-Holland , 24-12-2025 / 11237570 \ CV EXPL  24-5381</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15596:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart. De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder stelt dat hij de annulering ten minste twee weken voor de geplande vertrektijd aan de passagier heeft medegedeeld. Omdat de passagier dit gemotiveerd heeft betwist slaagt het verweer van de vervoerder niet en wordt de vordering toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15596:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11237570 \ CV EXPL  24-5381</para>
      <para>Uitspraakdatum: 24 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats], Australië</para>
      <para>eiser</para>
      <para>hierna te noemen: de passagier</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de buitenlandse vennootschap: Osakeythiö (Finland)</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Finnair OYj</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Helsinki, Finland</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. T. Teke (Advocatenpraktijk Teke)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
      <para>De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder stelt dat hij de annulering ten minste twee weken voor de geplande vertrektijd aan de passagier heeft medegedeeld. Omdat de passagier dit gemotiveerd heeft betwist slaagt het verweer van de vervoerder niet en wordt de vordering toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding:</para>
      <para>- de conclusie van antwoord;</para>
      <para>- de conclusie van repliek;</para>
      <para>- de conclusie van dupliek.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 7, 8 en 9 juli 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Helsinki, Finland, en via Singapore, naar Melbourne, Australië, met vluchtcombinatie AY1306, AY131 en JQ8.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vervoerder heeft vlucht AY1306 van Amsterdam naar Helsinki (hierna: de vlucht) geannuleerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>-	€ 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;<?linebreak?>-  € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;<?linebreak?>- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,-.<footnote-ref linkend="_d7dfe2c1-812a-4adf-a155-bb7ea4e11e41" /><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat hij de annulering ten minste twee weken voor de geplande vertrektijd aan de passagier heeft medegedeeld.<footnote-ref linkend="_f0ecfe8c-a969-4d68-bc31-578bfe069d99" /></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat hij de annulering ten minste twee weken voor de geplande vertrektijd aan de passagier heeft medegedeeld. De vraag of de vervoerder de annulering tijdig aan de passagier heeft medegedeeld, moet niet worden beoordeeld aan de hand van de dag maar aan de hand van het tijdstip waarop de mededeling is gedaan.<footnote-ref linkend="_11fbbd42-2851-4680-bd3e-7ec864196669" /> Daarom gaat de kantonrechter ervan uit dat met het vereiste van twee weken wordt bedoeld een tijdsruimte van veertien dagen, oftewel veertien keer 24 uur. De stelplicht en eventuele bewijslast van het tijdstip van de mededeling rusten op de vervoerder.<footnote-ref linkend="_b7b37b38-566e-4e7b-9c7e-d083bdfe39fd" /> Ten slotte moet een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring, om haar werking te hebben, die persoon hebben bereikt.<footnote-ref linkend="_9797cdc8-576e-4830-9293-41a9388c4664" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vervoerder stelt dat hij de passagier op 23 juni 2022, om 18:45 uur Nederlandse tijd per e-mail een annuleringsbericht heeft toegezonden. Dit is 14 dagen en 4 minuten voor de geplande vertrektijd van de vlucht. Ter onderbouwing verwijst hij naar een schermafbeelding uit een intern systeem.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De passagier betwist dit. Hij voert – onder verwijzing naar een schermafbeelding – aan dat hij het bericht pas op 23 juni 2022, om 23:38 uur Nederlandse tijd heeft ontvangen. Dat is 13 dagen, 19 uur en 12 minuten (en daarmee niet twee weken) voor vertrek. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het verweer van de vervoerder slaagt niet. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij vanwege de betwisting door de passagier onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de passagier het annuleringsbericht twee weken voor vertrek heeft ontvangen. De door hem overgelegde schermafbeelding maakt dat niet anders omdat daaruit slechts het moment van verzending blijkt en niet zonder meer het moment van ontvangst. Ook de tegenwerping dat het door de passagier aangevoerde moment van ontvangst de Australische tijdzone zou betreffen kan niet slagen omdat, blijkens de stellingen van de vervoerder bij dupliek, dat tijdstip eerder was dan het gestelde moment van verzending. De gevorderde compensatie zal worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder betwist deze vordering. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht.<?linebreak?>Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagier heeft daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Hij heeft niet gesteld dat hij dit ook al vanaf een eerdere datum had.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 708,90, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 600,00 vanaf 9 juli 2022, en over € 108,90 vanaf 18 april 2024, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:</para>
        <para>dagvaarding 					€ 	135,97;<?linebreak?>griffierecht						€ 	218,00;<?linebreak?>salaris gemachtigde		€ 	270,00; </para>
        <para>vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_d7dfe2c1-812a-4adf-a155-bb7ea4e11e41" label="1">
    <para> Artikel 7 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f0ecfe8c-a969-4d68-bc31-578bfe069d99" label="2">
    <para> Artikel 5 lid 1 onder c van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_11fbbd42-2851-4680-bd3e-7ec864196669" label="3">
    <para> Zie artikel 5 lid 4 van de Verordening en HvJEU 21 december 2021, C-263/20, ECLI:EU:C:2021:1039.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b7b37b38-566e-4e7b-9c7e-d083bdfe39fd" label="4">
    <para> Artikel 5 lid 4 van de Verordening en artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9797cdc8-576e-4830-9293-41a9388c4664" label="5">
    <para> Artikel 3:37 van het Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>