<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:15214</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-29T10:44:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11924019 \ VV EXPL  25-153</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15214">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15214</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-29T10:38:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:15214 Rechtbank Noord-Holland , 04-11-2025 / 11924019 \ VV EXPL  25-153</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15214:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huur. Kort geding. Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Vroegsignalering. Na aanvankelijke afwijzing in de bodemzaak wordt in kort geding de ontruiming alsnog toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:15214:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11924019 \ VV EXPL  25-153</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstekvonnis in kort geding van 4 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser 1] , </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [eiser 2] , </emphasis>
      </para>
      <para>beiden te [plaats] ,</para>
      <para>eisende partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [eiser 1] c.s.,</para>
      <para>gemachtigde: mr. O.J. Boeder,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] , </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [gedaagde 2]</emphasis>, </para>
      <para>beiden te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [gedaagde 1] c.s.,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding van 17 oktober 2025<?linebreak?>- de mondelinge behandeling van 4 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt<?linebreak?>- de verstekverlening tegen de niet verschenen gedaagden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] c.s. huurt van [eiser 1] c.s. een woning aan [adres] te [plaats] (hierna: het gehuurde).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] c.s. is door de kantonrechter in deze rechtbank in een bodemprocedure bij verstekvonnis van 8 oktober 2025<footnote-ref linkend="_d26092d1-1938-433b-a1f5-d2a97b20626e" /> (onder meer) veroordeeld tot betaling van een huurachterstand van € 13.542,00. De kantonrechter heeft de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde afgewezen. Die beslissing is als volgt gemotiveerd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) Hoewel de hoogte van de huurachterstand in beginsel de ontruiming rechtvaardigt, wijst de kantonrechter de door verhuurder gevorderde ontbinding en ontruiming af.  Op grond van artikel 2 van het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening (hierna: het Besluit) moet een verhuurder betalingsachterstanden van huurders melden bij de gemeente. Verder moeten verhuurders huurders opmerkzaam maken op betalingsachterstanden en de mogelijkheden om daar hulp bij te krijgen. Een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en of ontruiming van het gehuurde wordt in beginsel afgewezen als zonder nadere toelichting tussen de datum van de zogenaamde vroegsignalering bij de gemeente en de datum waarop de dagvaarding is betekend een periode van minder dan twee maanden ligt. De reden hiervoor is dat de melding tot doel heeft de schuldhulpverlening op gang te brengen zodat een procedure tot ontbinding en ontruiming voorkomen kan worden.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De kantonrechter constateert dat de verhuurders de huurders pas op 1 augustus 2025 bij de gemeente hebben aangemeld in het kader van het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening en vervolgens op 29 augustus 2025 is gaan dagvaarden. Hierdoor is onvoldoende gebleken dat verhuurders redelijke maatregelen hebben genomen die erop gericht zijn (ontbinding en) ontruiming te voorkomen en aldus aan hun inspanningsverplichting hebben voldaan. Bovendien hebben verhuurders geen toelichting gegeven waarom de melding in dit geval zo kort voor datum waarop de dagvaarding is betekend is gedaan. </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser 1] c.s. vordert in deze procedure ontruiming van het gehuurde. Hij </para>
        <para> legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde 1] c.s. tot op heden niet aan de veroordeling in de bodemprocedure heeft voldaan en ook de huur voor september en oktober 2025 onbetaald heeft gelaten. [eiser 1] c.s. stelt dat de huurachterstand ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt en voert bezwaren aan tegen de gronden waarop in de bodemprocedure de ontbinding en ontruiming zijn afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vordering tot ontruiming wordt toegewezen omdat [eiser 1] c.s. daar een spoedeisend belang bij heeft en de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De periode van twee maanden vanaf van de “vroegsignalering” was ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding in dit kort geding immers verstreken en heeft niet geleid tot een traject van schuldhulpverlening. De huurachterstand is alleen maar toegenomen en rechtvaardigt ontruiming van het gehuurde in kort geding.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De (gevorderde) wettelijke minimale beveltermijn voor een ontruiming van drie dagen<footnote-ref linkend="_5b4e694d-51fd-4f20-b26f-c42c33f7c35c" /> komt de kantonrechter niet onredelijk voor. Voldoende aannemelijk is dat [gedaagde 1] c.s. het gehuurde niet meer in gebruik heeft.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] c.s. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser 1] c.s. worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>144,47</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>90,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>543,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>777,47</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De veroordeling tot betaling van de proceskosten wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] c.s. om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde aan [adres] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiser 1] c.s. zijn, en de sleutels af te geven aan [eiser 1] c.s.,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 777,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe of betekening van het vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 1] c.s. niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_d26092d1-1938-433b-a1f5-d2a97b20626e" label="1">
    <para> zaaknr./rolnr. 11862121 \ CV EXPL 25-5747.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5b4e694d-51fd-4f20-b26f-c42c33f7c35c" label="2">
    <para> artikel 555 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>