<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:14925</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-04T12:24:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/360598 / HA ZA 25-6</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2026-0049</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2026-0049</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14925">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14925</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-12T08:33:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:14925 Rechtbank Noord-Holland , 17-12-2025 / C/15/360598 / HA ZA 25-6</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14925:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Erfrecht. Afwijzing informatieverzoeken. Artikel 4:78 BW en 843a Rv (oud). Legitieme portie. Legaat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14925:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Noord-Holland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/15/360598 / HA ZA 25-6</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 17 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1], Zwitserland,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser],</para>
      <para>advocaat: mr. F. Borger van der Burg-Holstege,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2],</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>advocaat: mr. A.C. de Bakker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 16 juli 2025</para>
      <para>- de akte eiswijziging van [eiser]</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 10 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 21 december 2023 is de vader van [eiser] en [gedaagde], [erflater] (hierna: erflater), overleden. [gedaagde] is de enig erfgename van erflater. [eiser] is onterfd. Erflater heeft ten behoeve van [eiser] een legaat opgenomen in zijn testament:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Ik legateer, niet vrij van rechten en kosten ten laste van mijn erfgenaam, uit te keren binnen zes maanden na mijn overlijden zonder bijberekening van rente, aan mijn dochter [eiser], geboren op [geboortedatum] negentienhonderdvijfenzestig: een onverdeeld aandeel in mijn onroerende goederen in Roemenië (evenwel met uitdrukkelijke uitzondering van mijn villa [adres], Roemenië en het daarbij behorende perceel/terrein) ter grootte van een breukdeel dat wat de teller betreft correspondeert met haar legitieme portie als bedoeld in Afdeling 3 van Titel 4 Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek en wat de noemer betreft met de waarde van mijn vermogen ten tijde van mijn overlijden.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] beroept zich op haar legitieme portie en het legaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op 17 mei 2024 een boedelbeschrijving met onderliggende bescheiden verstrekt aan [eiser]. [eiser] heeft zich bij e-mail van 23 juli 2024 beroepen op de onvolledigheid van de boedelbeschrijving en de overige stukken, waardoor het volgens haar niet mogelijk was om de hoogte van de nalatenschap van erflater en dus ook het aan haar toekomende legaat vast te stellen. [eiser] heeft onder meer verzocht om inzage in alle bankafschriften van erflater van de laatste vijf jaar voor zijn overlijden en de taxatiewaarden van alle onroerende zaken van erflater op de datum van overlijden. [gedaagde] heeft bij brief van 7 augustus 2024 betwist dat [eiser] op grond van de toegezonden bescheiden niet in staat zou zijn om de legitimaire massa te berekenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft [gedaagde] op 23 december 2024 gedagvaard. [gedaagde] heeft de verzochte bankafschriften vervolgens op 1 maart 2025 verstrekt. [gedaagde] heeft in de conclusie van antwoord van 18 juni 2025 ook een toelichting van de taxateur op de waardebepaling van de onroerende zaken in Roemenië overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Na intrekking van een deel van de vorderingen tijdens de mondelinge behandeling vordert [eiser] – samengevat – dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het verstrekken van kopieën van taxatierapporten van het onroerend goed te Roemenië en alle bewijsstukken waaruit kan worden opgemaakt dat de schuld van de nalatenschap als gevolg van het vooroverlijden van mevrouw [erflaatster] een beloop heeft van € 74.522,28. [eiser] vordert ook dat de rechtbank haar machtigt om alle taxatierapporten die niet door [gedaagde] zijn verstrekt op te vragen. Tot slot vordert [eiser] veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij de taxatierapporten en de genoemde bewijsstukken nodig heeft voor de vaststelling van de hoogte van de legitieme portie en het legaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vorderingen van [eiser] hebben betrekking op de erfopvolging. Omdat erflater op het tijdstip van overlijden zijn gewone verblijfplaats had in Nederland, is de Nederlandse rechter bevoegd om over de vorderingen te oordelen en is Nederlands recht van toepassing.<footnote-ref linkend="_3f97a7d6-33ec-40c2-ac12-ff204557cd64" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] kan op grond van artikel 4:78 BW en 843a Rv (oud) alleen worden veroordeeld tot het verstrekken van documenten waarover zij beschikt. [gedaagde] ontkent dat taxatierapporten zijn opgesteld die zij niet aan [eiser] heeft verstrekt. Gelet op deze ontkenning, lag het op de weg van [eiser] om te onderbouwen welke taxatierapporten niet zijn verstrekt. Dat heeft [eiser] niet gedaan. De stelling dat er taxatierapporten zouden moeten zijn, volstaat niet. De vordering tot afgifte van taxatierapporten wordt daarom afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Omdat [eiser] niet heeft onderbouwd welke taxatierapporten niet zijn verstrekt, wordt ook de gevorderde machtiging om taxatierapporten op te vragen afgewezen. Voor toewijzing van deze vordering ontbreekt bovendien een rechtsgrond.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Ook de vordering tot het verstrekken van alle bewijsstukken waaruit kan worden opgemaakt dat de schuld van de nalatenschap als gevolg van het vooroverlijden van mevrouw [erflaatster] een beloop heeft van € 74.522,28 wordt afgewezen. Volgens [gedaagde] zijn alle benodigde bewijsstukken verstrekt. [eiser] heeft vervolgens niet onderbouwd welke benodigde bewijsstukken niet zijn verstrekt en dus niet aan haar stelplicht voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling aanvullende informatieverzoeken gedaan. Omdat deze informatieverzoeken geen onderdeel uitmaken van de vordering, kan de rechtbank daarop niet beslissen.<footnote-ref linkend="_46f866f7-d14d-4c37-806c-ffe549ca88f7" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>In zaken als deze worden de proceskosten, gelet op de relatie tussen partijen, veelal tussen hen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Uit het voorgaande volgt echter dat [eiser] de met de mondelinge behandeling gepaard gaande proceskosten van [gedaagde] nodeloos heeft veroorzaakt. De proceskosten worden daarom gedeeltelijk gecompenseerd, in die zin dat [eiser] alleen € 614,00 aan salaris advocaat (1 punt voor de mondelinge behandeling) aan [gedaagde] hoeft te betalen. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten van [gedaagde] tot een bedrag van € 614,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sijm en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_3f97a7d6-33ec-40c2-ac12-ff204557cd64" label="1">
    <para> Artikel 4 en 21 van Verordening (EU) nr. 650/2012 (de Europese Erfrechtverordening).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_46f866f7-d14d-4c37-806c-ffe549ca88f7" label="2">
    <para> Artikel 23 Rv.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>