<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:14918</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-14T14:02:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11834613 \ CV FORM  25-5228</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14918">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14918</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-14T14:01:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:14918 Rechtbank Noord-Holland , 17-12-2025 / 11834613 \ CV FORM  25-5228</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14918:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart. EPGV. Achmea heeft namens twee passagiers compensatie verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. Achmea heeft echter onvoldoende onderbouwd dat Aviclaim een (geldige) machtiging had om namens haar in rechte op te treden. Daarom wordt Achmea niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14918:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rep.nr.: 11834613 \ CV FORM  25-5228</para>
      <para>Uitspraakdatum: 17 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Achmea Rechtsbijstand</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Tilburg</para>
      <para>verzoekende partij</para>
      <para>verder te noemen: Achmea</para>
      <para>gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EasyJet Europe Airline GmbH </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Wenen, Oostenrijk</para>
      <para>verwerende partij  </para>
      <para>verder te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
      <para>Achmea heeft namens twee passagiers compensatie verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. Achmea heeft echter onvoldoende onderbouwd dat Aviclaim een (geldige) machtiging had om namens haar in rechte op te treden. Daarom wordt Achmea niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verloop blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het vorderingsformulier (formulier A);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Twee passagiers (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 14 augustus 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Venetië, Italië, met vlucht EJU4072 (hierna: de vlucht).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrechten overgedragen aan Achmea.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Achmea heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Achmea verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:</para>
        <para>- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>- € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;<?linebreak?>- de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Achmea baseert het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Achmea stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 250,- per persoon.<footnote-ref linkend="_bc63a54a-6c9e-45cd-a335-bbcd322d076f" /><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vervoerder voert verweer. Op het verweer wordt – voor zover relevant – ingegaan bij de beoordeling van het geschil.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De vervoerder betwist dat Aviclaim beschikt over een (geldige) volmacht om namens Achmea te procederen. Hij voert aan dat de overgelegde volmacht vermeldt dat deze geldig was van 1 mei 2023 tot en met 30 april 2024. Het vorderingsformulier is op 8 augustus 2025 ingediend. Dit betekent dat de volmacht op dat moment niet meer geldig was, aldus de vervoerder.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het verweer van de vervoerder slaagt. Vanwege de betwisting door de vervoerder heeft Achmea onvoldoende onderbouwd dat Aviclaim op het moment van het indienen van het vorderingsformulier (en nog steeds) gemachtigd was (en is) om namens haar in rechte op te treden. Daarom zal Achmea niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van Achmea omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van Achmea, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing<?linebreak?>De kantonrechter:</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart Achmea niet-ontvankelijk;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Achmea tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde;<?linebreak?>en veroordeelt Achmea tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,<?linebreak?>vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier								De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_bc63a54a-6c9e-45cd-a335-bbcd322d076f" label="1">
    <para> Artikel 7 van de Verordening.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>