<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:14912</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-14T15:46:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11360479 \ CV EXPL  24-7411</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14912">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14912</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-14T15:46:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:14912 Rechtbank Noord-Holland , 17-12-2025 / 11360479 \ CV EXPL  24-7411</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14912:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. Omdat de vervoerder geen verweer heeft gevoerd tegen de hoofdsom, wordt deze toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14912:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11360479 \ CV EXPL  24-7411</para>
      <para>Uitspraakdatum: 17 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. <emphasis role="bold">[eiser 1]</emphasis>, pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen <emphasis role="bold">[minderjarige 1] </emphasis>en <emphasis role="bold">[minderjarige 2] </emphasis><?linebreak?><emphasis role="bold">2.   [eiser 2]</emphasis><?linebreak?>allen wonende te [plaats 1]</para>
    <bridgehead role="bold">3.   [eiser 3]</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">4.   [eiser 4]</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">5.   [eiser 5]</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="bold">6.	  [eiser 6]</emphasis>pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kind <emphasis role="bold">[minderjarige 3]</emphasis></para>
    <para>
      <emphasis role="bold">7.  [eiser 7]</emphasis>
      <?linebreak?>allen wonende te [plaats 2] </para>
    <parablock>
      <para>eisers</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de buitenlandse vennootschap Société Anonyme (S.A.)</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Royal Air Maroc</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Casablanca, Marokko</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. T. Teke (Advocatenpraktijk Teke)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
      <para>De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. Omdat de vervoerder geen verweer heeft gevoerd tegen de hoofdsom, wordt deze toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding;</para>
      <para>- het bericht met aanvullende producties van de passagiers van 30 oktober 2024;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord;</para>
      <para>- het bericht met aanvullende producties van de passagiers van 19 februari 2025;</para>
      <para>- de conclusie van repliek;</para>
      <para>- de conclusie van dupliek.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 21 juli 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Nador, Marokko, met vlucht AT1681 (hierna: de vlucht).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Passagier sub 1 en passagier sub 7 zijn door de kantonrechter gemachtigd om in deze procedure op te treden namens hun minderjarige kinderen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:<?linebreak?>-	€ 4.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;<?linebreak?>-  € 635,25 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;<?linebreak?>- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon.<footnote-ref linkend="_c9debda8-690f-4908-999a-48d6f966bf14" /><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vervoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de hoofdsom maar alleen tegen de vorderingen tot vergoeding van wettelijke rente over de hoofdsom, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Omdat de vervoerder geen verweer tegen de hoofdsom heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van compensatie worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De passagiers hebben wettelijke rente over de hoofdsom gevorderd vanaf de datum van de vlucht. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade direct opeisbaar is.<footnote-ref linkend="_75475895-0c10-40c1-a3ae-93a467abca9e" /> Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. Dat is de dag waarop de passagiers op de bestemming hadden moeten aankomen. De werkwijze en proceshouding van de passagiers, waar hierna op in zal worden gegaan, doen hier niet aan af. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf de datum van de vlucht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De vervoerder stelt dat hij rauwelijks is gedagvaard. Hij voert aan dat de onderhavige procedure onnodig aanhangig is gemaakt en dat de passagiers een procedure hadden kunnen voorkomen door de vordering op de juiste wijze in te dienen (via zijn website). De gemachtigde van de passagiers heeft op 6 december 2023 een aanmaning namens de passagiers verstuurd naar een e-mailadres van de vervoerder. Hierop is een automatisch antwoord verstuurd dat verwijst naar de website van de vervoerder. De passagiers hebben hun vordering volgens de vervoerder niet via deze website ingediend. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat de vervoerder heeft erkend dat de aanmaning van 6 december 2023 hem per e-mail heeft bereikt. Voor zover de vervoerder heeft aangevoerd dat de passagiers de vorderingen (ook) via het formulier op zijn website hadden moeten indienen, oordeelt de kantonrechter dat het indienen van een buitengerechtelijk verzoek tot compensatie in beginsel vormvrij is. Van rauwelijks dagvaarden is daarom geen sprake.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder heeft deze vordering betwist. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De passagiers hebben bij repliek een verzoek gedaan tot vergoeding van de werkelijke proceskosten. Zij hebben daarin strikt genomen geen vergoeding van de werkelijke proceskosten gevorderd omdat zij hun eis niet hebben gewijzigd. Los daarvan ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de vervoerder in de werkelijke proceskosten van de passagiers te veroordelen. Daarvoor bestaat namelijk alleen aanleiding indien sprake is van buitengewone omstandigheden, zoals misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Dit kan niet snel worden aangenomen, omdat iedereen het recht heeft om een zaak te laten beoordelen door de rechter (artikel 6 EVRM).<footnote-ref linkend="_5aebe482-7952-4395-8636-034d67256696" /> In dit geval is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van zulke buitengewone omstandigheden. De enkele omstandigheid dat partijen van inzicht verschillen over het verloop van de buitengerechtelijke procedure, maakt niet zonder meer dat de vervoerder onrechtmatig tegen de passagiers heeft gehandeld of dat zijn betoog over de buitengerechtelijke fase evident ongegrond was.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 4.635,25, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.000,00 vanaf 21 juli 2022, en over € 635,25 vanaf 9 juli 2024, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:</para>
        <para>dagvaarding 					€ 	135,97;<?linebreak?>griffierecht						€ 	248,00;<?linebreak?>salaris gemachtigde		€ 	542,00; </para>
        <para>vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 135,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_c9debda8-690f-4908-999a-48d6f966bf14" label="1">
    <para> Artikel 7 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_75475895-0c10-40c1-a3ae-93a467abca9e" label="2">
    <para> Artikel 6:83 sub b BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5aebe482-7952-4395-8636-034d67256696" label="3">
    <para> HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360, 5.3.3 en 5.3.4.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>