<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:14901</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-09T13:31:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11860375 \ CV FORM  25-5703</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14901">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14901</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-09T13:30:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:14901 Rechtbank Noord-Holland , 10-12-2025 / 11860375 \ CV FORM  25-5703</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14901:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden; de copiloot kon de vlucht niet uitvoeren omdat hij de wettelijke rusttijden in acht moest nemen. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De planning van het personeel is inherent aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en daarmee geen buitengewone omstandigheid. Het verzoek wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14901:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11860375 \ CV FORM  25-5703</para>
      <para>Uitspraakdatum: 10 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [eiser 1]
    </title>
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	[eiser 2]</emphasis>
      <?linebreak?>beiden wonende te [plaats 1]</para>
    <bridgehead role="bold">3.	[eiser 3]</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="bold">4.	[eiser 4]</emphasis>
      <?linebreak?>beiden wonende te [plaats 2]<?linebreak?><emphasis role="bold">5.	[eiser 5]</emphasis></para>
    <para>
      <emphasis role="bold">6.	[eiser 6]</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">7.	[eiser 7]</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">8.	[eiser 8]</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">9.	[eiser 9]</emphasis>
      <?linebreak?>allen wonende te [plaats 3]</para>
    <bridgehead role="bold">10.	[eiser 10]</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="bold">11.	[eiser 11]</emphasis>
      <?linebreak?>beiden wonende te [plaats 4]</para>
    <bridgehead role="bold">12.	[eiser 12]</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="bold">13.	[eiser 13] </emphasis>
      <?linebreak?>beiden wonende te [plaats 1]</para>
    <parablock>
      <para>verzoekende partij</para>
      <para>verder te noemen: de passagiers</para>
      <para>gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EasyJet Europe Airline GmbH</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Wenen, Oostenrijk</para>
      <para>verwerende partij  </para>
      <para>verder te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
        <?linebreak?>De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden; de copiloot kon de vlucht niet uitvoeren omdat hij de wettelijke rusttijden in acht moest nemen. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De planning van het personeel is inherent aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en daarmee geen buitengewone omstandigheid. Het verzoek wordt toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verloop blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het vorderingsformulier (formulier A);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen, het kind van passagier sub 3 en het kind van passagiers sub 12 en sub 13 op 22 juli 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Napels, Italië, met vlucht EC4232 dan wel EJU4232 (hierna: de vlucht).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Passagier sub 3 heeft het eventuele vorderingsrecht van haar minderjarige kind aan zichzelf overgedragen. Passagiers sub 12 en sub 13 hebben het eventuele vorderingsrecht van hun minderjarige kind eveneens aan zichzelf overgedragen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:</para>
        <para>- € 3.750,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>- € 500,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;<?linebreak?>- de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De kantonrechter begrijpt dat de passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon.<footnote-ref linkend="_3381d48f-223e-4165-9f54-09fe6f939d1e" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.<footnote-ref linkend="_48f8c621-873d-434f-b707-8a04c7e669b7" /></para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.<footnote-ref linkend="_7e35a3a1-5628-4886-8b90-a6a84e3d99e9" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vervoerder voert aan dat de copiloot (‘first officer’) niet beschikbaar was om de vlucht in kwestie uit te voeren vanwege vertragingen op vluchten die een dag eerder werden uitgevoerd. Volgens de vervoerder waren deze vertragingen het gevolg van buitengewone omstandigheden. Dit leidde ertoe dat de copiloot de vlucht in kwestie niet uit kon voeren omdat hij onvoldoende rusttijd in acht kon nemen. Er was geen reservecopiloot beschikbaar. Het is niet mogelijk om een vlucht uit te voeren zonder copiloot. Daarop heeft de vervoerder de vlucht geannuleerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het verweer van de vervoerder slaagt niet. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat maatregelen met betrekking tot de planning van de bemanning en de dienstregeling van het personeel onder de normale uitoefening van de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij vallen. Ook de onverwachte afwezigheid van een of meer personeelsleden die onontbeerlijk zijn om een vlucht uit te voeren, is inherent aan de normale uitoefening van de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij. Dat de afwezigheid van de copiloot mogelijk werd veroorzaakt door beperkingen van de luchtverkeersleiding op vluchten van de dag ervoor, maakt dit niet anders omdat het beheer van deze afwezigheid dan alsnog intrinsiek verbonden blijft met de planning van de bemanning van de vlucht in kwestie.<footnote-ref linkend="_1d5f6e7e-98a4-4e35-a55d-11c853381375" /> Dit betekent dat de annulering van de vlucht niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De verzochte hoofdsom zal worden toegewezen. De over de hoofdsom verzochte wettelijke rente is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.<footnote-ref linkend="_f3dcb898-6b73-4bc2-8163-15260e4696af" /></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing<?linebreak?>De kantonrechter:</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 4.250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.750,00 vanaf 22 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 257,00 aan griffierecht en € 271,00 aan salaris gemachtigde, <?linebreak?>en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 135,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier								De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_3381d48f-223e-4165-9f54-09fe6f939d1e" label="1">
    <para> Artikel 7 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_48f8c621-873d-434f-b707-8a04c7e669b7" label="2">
    <para> Artikel 5 lid 3 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7e35a3a1-5628-4886-8b90-a6a84e3d99e9" label="3">
    <para> Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d5f6e7e-98a4-4e35-a55d-11c853381375" label="4">
    <para> HvJEU 11 mei 2023, C-156/22, C-157/22 en C-158/22, ECLI:EU:C:2023:393.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f3dcb898-6b73-4bc2-8163-15260e4696af" label="5">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>