<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:14595</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-18T15:35:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/5229</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14595">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14595</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-18T15:34:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:14595 Rechtbank Noord-Holland , 15-12-2025 / 25/5229</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14595:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mededeling dat rijbewijs op grond van artikel 123b van de Wegenverkeerswet 1994 ongeldig is, is geen besluit is in de zin van de Awb. Het verzoek om een voorlopige voorziening is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14595:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: HAA 25/5229</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 december 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker] , uit Heemstede, verzoeker</title>
    <para>
      <?linebreak?>en<?linebreak?></para>
  </section>
  <section>
    <title>de Officier van Justitie (OvJ).</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de mededeling dat zijn rijbewijs ongeldig is geworden en dat hij daarom zijn rijbewijs moet inleveren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Dit heeft de OvJ op 4 november 2025 schriftelijk aan verzoeker meegedeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om, zolang nog niet op het bezwaar is beslist, een voorlopige voorziening te treffen, namelijk tijdelijke schorsing van de ongeldigverklaring</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_0d2e5c28-8f24-4c47-862c-ad212903fa33" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>2. Uit artikel 7:1 en 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat alleen bezwaar (en beroep) kan worden ingesteld tegen <emphasis role="italic">een besluit</emphasis> van een bestuursorgaan. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan dat op rechtsgevolg is gericht<footnote-ref linkend="_710e160f-f3d6-470f-9580-247b81b8407d" />. De vraag in deze zaak is of de mededeling van de OvJ van 4 november 2025 een besluit is. </para>
    <para />
    <para>3. De OvJ heeft aan eiser meegedeeld dat zijn rijbewijs op grond van het bepaalde in artikel 123b van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) ongeldig is. Deze mededeling is door de OvJ gemotiveerd door er op te wijzen dat:</para>
    <para>- verzoeker op 16 mei 2024 is veroordeeld voor het rijden onder invloed van alcohol. Het alcoholpercentage was 935 g/l<footnote-ref linkend="_ae8f4f56-86b9-429c-969a-7ae3f8a751e4" />;</para>
    <para>- deze veroordeling op 31 mei 2024 onherroepelijk is geworden;</para>
    <para>- eiser al eerder hiervoor is veroordeeld of hiervoor al eerder een strafbeschikking heeft gekregen.</para>
    <para />
    <para>4. In artikel 123b van de WVW 1994 staat – samengevat – dat een rijbewijs zijn geldigheid voor alle categorieën waarvoor het is afgegeven en voor de resterende duur van de geldigheid verliest, indien de houder bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak als bestuurder van een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, is veroordeeld wegens overtreding van artikel 8, tweede, derde of vierde lid, indien het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht dan wel het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat uit artikel 123b WVW1994 volgt dat een rijbewijs van rechtswege ongeldig is als sprake is van een in dat artikel genoemd geval. Daarvoor is geen mededeling of beslissing van de OvJ of een ander nodig. De ongeldigheid ontstaat rechtstreeks uit de wet (van rechtswege).<footnote-ref linkend="_5da8c8a5-8b25-4c6c-a1d6-e3914a9d0da1" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>De mededeling dat verzoekers rijbewijs op grond van het bepaalde in artikel 123b van de WVW 1994 ongeldig is, is daarom niet gericht op rechtsgevolg en valt daarom niet aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.<footnote-ref linkend="_4f996c48-59c1-4a4d-99e1-635eb16a0908" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Tegen de mededeling dat verzoekers rijbewijs ongeldig is staat daarom geen bezwaar en ook geen beroep open. Er kan daarom ook geen voorlopige voorziening bij de bestuursrechter worden gevraagd.<footnote-ref linkend="_9a2f81b8-fda1-4036-9f66-92e6829efcbe" /> Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorzienig is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	Omdat het verzoek niet-ontvankelijk is, zal het verzoek niet inhoudelijk worden behandeld. Bij deze beslissing is geen ruimte voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H. Affourtit-Kramer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Degen, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 15 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_0d2e5c28-8f24-4c47-862c-ad212903fa33" label="1">
    <para>Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_710e160f-f3d6-470f-9580-247b81b8407d" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae8f4f56-86b9-429c-969a-7ae3f8a751e4" label="3">
    <para> Het feit is gekwalificeerd als overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de WVW 1994.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5da8c8a5-8b25-4c6c-a1d6-e3914a9d0da1" label="4">
    <para> Zie onder meer de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 2 mei 2017 (ECLI:NL:GHDHA:2017:1472), de uitspraak van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 2 februari 2024 (ECLI:NL:GHSHE:2024:335).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4f996c48-59c1-4a4d-99e1-635eb16a0908" label="5">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 augustus 2019 (ECLI:NLRVS:2019:2908).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9a2f81b8-fda1-4036-9f66-92e6829efcbe" label="6">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>