<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:14443</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-26T12:31:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/428</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14443">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14443</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-26T12:30:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:14443 Rechtbank Noord-Holland , 02-12-2025 / 25/428</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14443:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college van handhavend optreden mocht afzien, omdat geen sprake is van een overtreding. Het gebruik van het terras valt onder de omgevingsvergunning, waarmee afwijking van het omgevingsplan mogelijk is gemaakt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14443:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: HAA 25/428</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 december 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser 1] en [eiser 2] , uit Spanbroek, eisers</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. G.M. Pierik),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer </bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. B.M. Kocken en mr. G. Alagöz).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij neemt aan de zaak deel: <emphasis role="bold">V.O.F. Herberg Spanbroek</emphasis>, uit Spanbroek (vergunninghoudster)</para>
      <para>(gemachtigde: J. Paauw).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het college om niet op grond van het omgevingsplan handhavend op te treden ten aanzien van de buitenruimte aan de achterzijde van de groepsaccommodatie van vergunninghoudster. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit van het college om niet handhavend op te treden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college van handhavend optreden mocht afzien, omdat geen sprake is van een overtreding. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Onder 2 staat het procesverloop in dit geding. Onder 3 en 4 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. Onder 5 en 6 staat het toetsingskader. Onder 7 volgt de bespreking van de beroepsgronden door de rechtbank. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vraag: valt het gebruik van het terras onder de aan vergunninghoudster verleende omgevingsvergunning? Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Met het bestreden besluit van 9 december 2024 op het bezwaar van eisers is het college gebleven bij de weigering om handhavend op te treden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft schriftelijk op het beroep gereageerd. Vergunninghoudster heeft ook schriftelijk gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 9 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser [eiser 1] en de gemachtigde van eisers; de gemachtigden van het college, vergezeld door [naam 1] ; [naam 2] en [naam 3] als vennoten van vergunninghoudster en de gemachtigde van vergunninghoudster.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Voorgeschiedenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Op 29 december 2017 heeft vergunninghoudster een omgevingsvergunning gevraagd aan het college. Deze aanvraag betrof het vestigen van een logiesfunctie, het realiseren van een bovenwoning en het realiseren van een bedrijfsruimte onder de woning op het perceel [perceel] in Spanbroek. Op 26 juli 2018 heeft het college aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor het (ver)bouwen van een bouwwerk, het handelen in strijd met regels van ruimtelijke ordening en het in gebruik nemen of gebruiken van een met het oog op brandveiligheid aangewezen bouwwerk. Met deze omgevingsvergunning is in afwijking van het ter plaatse geldende bestemmingsplan een horecabestemming gevestigd op het perceel. Dit kon met toepassing van artikel 4, aanhef en onder 9, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor). Deze omgevingsvergunning is onherroepelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Totstandkoming van het bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Eisers zijn eigenaars en bewoners van de woning aan de [adres] te Spanbroek. Aan de achterkant van hun woning hebben zij een tuin die grenst aan de buitenruimte aan de achterzijde van het perceel van vergunninghoudster. Vergunninghoudster gebruikt die buitenruimte als terras.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Eisers hebben het college op 18 april 2024 verzocht handhavend op te treden tegen  het gebruik van het terras, omdat de hiervoor benodigde omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan volgens hen ontbreekt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Bij besluit van 10 juli 2024 heeft het college het handhavingsverzoek afgewezen. Volgens het college valt het gebruik van de buitenruimte namelijk onder de omgevingsvergunning van 26 juli 2018.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Op 25 juli 2024 hebben eisers tegen dat besluit bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Na de hoorzitting van 22 oktober 2024 heeft de commissie voor de bezwaarschriften van de gemeente Opmeer advies uitgebracht. In dat advies adviseert de commissie om het besluit van 10 juli 2024 in stand te laten, omdat het terras de wijziging in bestemming die met de omgevingsvergunning mogelijk is gemaakt, volgt. Het terras is onlosmakelijk verbonden met de bestemming van het pand. Volgens de commissie is het dan ook logisch dat het terras wordt gebruikt. Om die redenen is het gebruik van het terras niet in strijd met het omgevingsplan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Met het bestreden besluit van 9 december 2024 heeft het college het advies van de commissie gevolgd.</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Toetsingskader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overgangsrecht invoering Omgevingswet</emphasis>
        </para>
        <para>5. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Ow hebben alle gemeentes van rechtswege een omgevingsplan met regels over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Het omgevingsplan van de gemeente Opmeer bestaat voor nu nog uit een tijdelijk deel waarin, onder meer, het bestemmingplan ‘Herziening Hoogwoud, Opmeer en Spanbroek 2017’ is opgenomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Eisers hebben op 18 april 2024 het verzoek om handhaving gedaan. Dit betekent dat de Ow van toepassing is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omgevingsplan</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>6. Op het perceel van vergunninghoudster geldt het hiervoor vermelde bestemmingsplan, als onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Aan het perceel is daarin de bestemming ‘Bedrijf’ toegekend met de functieaanduiding ‘detailhandel’.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Valt het gebruik van het terras onder de omgevingsvergunning?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>7. Eisers betogen dat het gebruik van het terras op basis van de verleende omgevingsvergunning niet is toegestaan. Daarbij stellen eisers dat op grond van de omgevingsvergunning niet blijkt dat ook het gebruik van het terras is vergund. De afwijking van het omgevingsplan ziet alleen op het pand. Een terras of buitenruimte wordt niet genoemd in de omgevingsvergunning, aldus eisers.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Deze beroepsgrond slaagt niet. In de omgevingsvergunning is vermeld dat deze betrekking heeft op het perceel van vergunninghoudster. De tekst van de omgevingsvergunning noemt weliswaar geen terras, maar vermeldt evenmin dat de vergunde afwijking van het bestemmingsplan alleen het pand op het perceel betreft. De als  terras gebruikte buitenruimte is ingetekend op de plattegrond die als bijlage B104 bij de omgevingsvergunning is gevoegd en dus daarvan deel uitmaakt.<footnote-ref linkend="_4a212d2f-e2b1-4e27-bc74-dd4b2aca22ab" /> Daarnaast is van belang dat het college de omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik heeft verleend met toepassing van artikel 4, aanhef en onder 9, van bijlage II bij het Bor. De tekst van deze bepaling spreekt over het gebruik van bouwwerken, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, waarvoor met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van een bestemmingsplan. De vergunde afwijking betreft uitdrukkelijk gebruik als horeca in de vorm van een groepsaccommodatie. Het gebruik van het terras past ook bij dat gebruik, in die zin dat gasten de beschikking hebben over een buitenruimte waar zij kunnen zitten en iets kunnen eten of drinken. De rechtbank komt gelet op het voorgaande tot de conclusie dat de omgevingsvergunning ook op het terras ziet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>Eiseres betogen ook dat het terras in strijd met het omgevingsplan is en dat de door de burgemeester aan vergunninghoudster verleende horeca-exploitatievergunning die strijdigheid niet wegneemt. Nu de rechtbank echter van oordeel is dat het gebruik van het terras onder de omgevingsvergunning van 26 juli 2018 valt, waarmee afwijking van het omgevingsplan mogelijk is gemaakt, behoeven deze overige beroepsgronden geen verdere bespreking.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college niet handhavend hoeft op te treden op grond van het omgevingsplan. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J. de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. N.G. Dankerlui, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 2 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_4a212d2f-e2b1-4e27-bc74-dd4b2aca22ab" label="1">
    <para> Vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4404.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>