<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:14207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-17T11:26:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11853307 \ CV FORM  25-5585</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14207">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-17T11:26:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:14207 Rechtbank Noord-Holland , 03-12-2025 / 11853307 \ CV FORM  25-5585</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14207:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart. De passagiers hebben compensatie, terugbetaling van ticketprijzen en vergoeding van de meerkosten van een alternatieve vlucht van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. Het verzoek om terugbetaling van de ticketprijzen wordt als onbetwist toegewezen. De vervoerder voert aan dat hij niet hoeft te compenseren omdat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vlucht moest geannuleerd worden omdat een vlucht die na de vlucht in kwestie zou worden uitgevoerd de nachtsluiting van Schiphol dreigde te schenden. Dit levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Het verzoek tot vergoeding van de meerkosten van de alternatieve vlucht hebben de passagiers echter onvoldoende onderbouwd, zodat dit wordt afgewezen. Daarom wordt het verzoek gedeeltelijk toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14207:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11853307 \ CV FORM  25-5585</para>
      <para>Uitspraakdatum: 3 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [verzoeker 1], wonende te [plaats 1]</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	[verzoeker 2]</emphasis>, wonende te [plaats 2]</para>
      <para>verzoekende partijen</para>
      <para>verder te noemen: de passagiers</para>
      <para>gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EasyJet Europe Airline GmbH</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Wenen, Oostenrijk</para>
      <para>verwerende partij  </para>
      <para>verder te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
        <?linebreak?>De passagiers hebben compensatie, terugbetaling van ticketprijzen en vergoeding van de meerkosten van een alternatieve vlucht van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. Het verzoek om terugbetaling van de ticketprijzen wordt als onbetwist toegewezen. De vervoerder voert aan dat hij niet hoeft te compenseren omdat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vlucht moest geannuleerd worden omdat een vlucht die na de vlucht in kwestie zou worden uitgevoerd de nachtsluiting van Schiphol dreigde te schenden. Dit levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Het verzoek tot vergoeding van de meerkosten van de alternatieve vlucht hebben de passagiers echter onvoldoende onderbouwd, zodat dit wordt afgewezen. Daarom wordt het verzoek gedeeltelijk toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verloop blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het vorderingsformulier (formulier A);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 27 juni 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, naar Kopenhagen, Denemarken, met vlucht EC7939 dan wel EJU7939 (hierna: de vlucht).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagiers hebben daarom compensatie, terugbetaling van ticketprijzen en vergoeding van de meerkosten van een alternatieve vlucht van de vervoerder verzocht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Passagier sub 1 heeft het eventuele vorderingsrecht van zijn minderjarige kind aan zichzelf overgedragen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:</para>
        <para>- € 1.933,70, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>- € 290,06 aan buitengerechtelijke incassokosten;<?linebreak?>- de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering moet compenseren met een bedrag van € 250,- per passagier<footnote-ref linkend="_006cd798-eb0f-44f6-9fbd-e0904de12af5" /> en hen de ticketkosten van passagier sub 1 moet terugbetalen (€ 206,52).<footnote-ref linkend="_c9abcd8d-f37d-4bad-9895-5058af38aad7" />Daarnaast stellen de passagiers dat passagier sub 1 kosten heeft gemaakt voor het boeken van een alternatieve vlucht. Zij verzoeken vergoeding van de meerkosten daarvan (€ 977,18). Op de grondslag van dit laatste verzoek zal worden ingegaan bij de beoordeling van het geschil.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Omdat de vervoerder geen verweer heeft gevoerd tegen het verzoek tot terugbetaling van de ticketkosten van passagier sub 1, zal dit gedeelte van het verzoek worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. Daarom moet de vervoerder in beginsel compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.<footnote-ref linkend="_05d4b6fb-94b1-452a-bde3-affee44ce9a9" />Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.<footnote-ref linkend="_07534f50-b01b-4f5c-a381-96e28bc0e974" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Hij voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievluchten Nice – Amsterdam – Kopenhagen – Amsterdam (vluchtnummers EJU1754, EJU7939 en EJU7940). Vlucht EJU1754 van Nice naar Amsterdam werd vertraagd uitgevoerd, met name omdat de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd oplegde. Deze vertraging dreigde vervolgens door te werken op de vlucht in kwestie en op de retourvlucht naar Amsterdam. Dit maakte het onmogelijk om vlucht EJU7940 van Kopenhagen naar Amsterdam uit te voeren zonder daarbij het nachtregime van Schiphol te schenden. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar vluchtrapporten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder hiermee echter onvoldoende onderbouwd waarom de vlucht in kwestie niet alsnog, zij het vertraagd, kon worden uitgevoerd. Weliswaar zou het nachtregime van Schiphol van toepassing zijn op de retourvlucht EJU7940 (van Kopenhagen naar Amsterdam), maar dat gold niet voor de vlucht in kwestie. De stelling van de vervoerder dat de bemanning nog moest terugkeren naar Amsterdam en dat het toestel gepland stond een dag later weer andere vluchten uit te voeren, maakt dit niet anders. Dit zijn immers interne, operationele gronden. Wellicht heeft de vervoerder daarbij keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van zijn onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat hem niet van zijn verplichting om de passagiers te compenseren. Daarmee heeft hij onvoldoende onderbouwd dat hij geen invloed had op de annulering van de vlucht en was deze niet het gevolg van buitengewone omstandigheden. De verzochte compensatie zal worden toegewezen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Met betrekking tot het verzoek tot vergoeding van de meerkosten van de alternatieve vlucht van passagier sub 1 stelt de kantonrechter het volgende voorop. De Verordening biedt gestandaardiseerde rechten bij annulering, vertraging of instapweigering en biedt in beginsel geen grondslag voor het vorderen van schadevergoeding. Het Hof heeft echter geoordeeld dat een passagier van een geannuleerde vlucht zich, om compensatie te verkrijgen, kan beroepen op de niet-nakoming door de luchtvaartmaatschappij van onder meer haar verplichting om bijstand te bieden.<footnote-ref linkend="_ee3fc900-6ee1-43ee-ac79-254038c11030" /> Hieronder valt ook haar plicht om informatie te verstrekken. Deze compensatie is wel beperkt tot hetgeen, gelet op de specifieke omstandigheden van het geval, noodzakelijk, passend en redelijk is om het verzuim van de luchtvaartmaatschappij om bijstand te bieden, goed te maken.<footnote-ref linkend="_b7ac1f96-03f7-43db-8e21-3a8fd6e8261b" /><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De passagiers stellen dat de vervoerder passagier sub 1 en zijn kind na de annulering niet heeft omgeboekt op een alternatieve vlucht. De kantonrechter begrijpt dat zij betogen dat de vervoerder daarmee niet heeft voldaan aan de bovengenoemde verplichting om bijstand te bieden. De vervoerder betwist dit. Hij voert aan dat de passagiers na de annulering een e-mail hebben ontvangen met daarin een link waarmee zij zich konden omboeken naar elke andere maatschappij, op kosten van de vervoerder. Ook kon daarbij gekozen worden voor terugbetaling.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter hebben de passagiers onvoldoende concreet gesteld en in het geheel niet onderbouwd dat de vervoerder na de annulering van de vlucht zijn verplichting om bijstand te bieden niet is nagekomen. De enkele algemene stelling dat zij niet zijn omgeboekt is daarvoor, gelet op de betwisting door de vervoerder, onvoldoende. Zij hebben immers niet gesteld dat zij daar wel om hebben verzocht. Het had op hun weg gelegen om concreter te maken wat de vervoerder hen in dit verband (niet) heeft aangeboden. Daarom slaagt dit gedeelte van het verzoek niet. Het verzoek tot vergoeding van de meerkosten van de door passagier sub 1 zelf geboekte alternatieve vlucht zal worden afgewezen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Voor wat betreft de over de hoofdsom verzochte wettelijke rente, moet onderscheid worden gemaakt tussen het verzoek tot compensatie en het verzoek tot terugbetaling van de ticketprijzen van passagier sub 1.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De wettelijke rente over de compensatie is toewijsbaar met ingang van de datum waarop de passagiers schade hebben geleden. Dat is de datum waarop zij op de eindbestemming hadden moeten aankomen. Het gaat om een verzoek tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade meteen opeisbaar is.<footnote-ref linkend="_0af7da1e-c248-4117-8fe7-f9e824aa695a" /> Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente over de compensatie wordt daarom toegewezen vanaf 27 juni 2024.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Bij annulering krijgen passagiers een keuze tussen terugbetaling binnen zeven dagen of een alternatieve vlucht.<footnote-ref linkend="_54d1a6ba-17d2-4a19-9487-14e1326a7f43" /> Uit de Verordening volgt niet op welk moment de termijn van zeven dagen begint te lopen. Omdat de passagiers een keuze krijgen, zal deze termijn niet eerder kunnen aanvangen dan het moment waarop de passagiers hun keuze hebben doorgegeven aan de vervoerder. De wettelijke rente over de terugbetaling van de ticketprijzen van passagier sub 1 is daarom niet toewijsbaar vanaf de datum van de vlucht. De passagiers hebben niet gesteld op welk moment zij voor het eerst expliciet hebben verzocht om terugbetaling van de ticketprijzen. Daarom wordt de wettelijke rente over dit gedeelte van de hoofdsom toegewezen vanaf de datum van het indienen van het vorderingsformulier.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Het verzochte bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het verzochte bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, te weten € 173,61 (inclusief btw), en voor het overige afwijzen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Omdat beide partijen op een aantal punten in het (on)gelijk worden gesteld, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.<footnote-ref linkend="_3bcb22cd-07b0-4b72-839a-4572b7c195c6" /></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing<?linebreak?>De kantonrechter:</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.130,13, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 750,00 vanaf 27 juni 2024 en over € 206,52 vanaf 26 augustus 2025, tot aan de dag van de algehele voldoening; </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier								De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_006cd798-eb0f-44f6-9fbd-e0904de12af5" label="1">
    <para> Artikel 7 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c9abcd8d-f37d-4bad-9895-5058af38aad7" label="2">
    <para> Artikel 8 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_05d4b6fb-94b1-452a-bde3-affee44ce9a9" label="3">
    <para> Artikel 5 lid 3 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_07534f50-b01b-4f5c-a381-96e28bc0e974" label="4">
    <para> Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ee3fc900-6ee1-43ee-ac79-254038c11030" label="5">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 8 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b7ac1f96-03f7-43db-8e21-3a8fd6e8261b" label="6">
    <para> HvJEU 8 juni 2023, C-49/22, ECLI:EU:C:2023:454.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0af7da1e-c248-4117-8fe7-f9e824aa695a" label="7">
    <para> Artikel 6:83 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_54d1a6ba-17d2-4a19-9487-14e1326a7f43" label="8">
    <para> Artikel 8 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3bcb22cd-07b0-4b72-839a-4572b7c195c6" label="9">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>