<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:14191</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T15:10:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11853720 \ CV FORM  25-5596</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14191">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14191</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T15:09:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:14191 Rechtbank Noord-Holland , 03-12-2025 / 11853720 \ CV FORM  25-5596</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14191:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vlucht moest geannuleerd worden omdat een vlucht die na de vlucht in kwestie zou worden uitgevoerd de nachtsluiting van Schiphol dreigde te schenden. Dit levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Daarom slaagt het betoog van de vervoerder niet en wordt het verzoek toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14191:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11853720 \ CV FORM  25-5596</para>
      <para>Uitspraakdatum: 3 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [verzoeker 1]
    </title>
    <bridgehead role="bold">2.	[verzoeker 2]</bridgehead>
    <para>beiden wonende te [plaats 1]<?linebreak?><emphasis role="bold">3.	[verzoeker 3]</emphasis></para>
    <para>
      <emphasis role="bold">4.	[verzoeker 4]</emphasis>
      <?linebreak?>beiden wonende te [plaats 2]</para>
    <parablock>
      <para>verzoekende partijen</para>
      <para>verder te noemen: de passagiers</para>
      <para>gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EasyJet Europe Airline GmbH</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Wenen, Oostenrijk</para>
      <para>verwerende partij  </para>
      <para>verder te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
      <para>De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vlucht moest geannuleerd worden omdat een vlucht die na de vlucht in kwestie zou worden uitgevoerd de nachtsluiting van Schiphol dreigde te schenden. Dit levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Daarom slaagt het betoog van de vervoerder niet en wordt het verzoek toegewezen.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verloop blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het vorderingsformulier (formulier A);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 4 augustus 2024 vervoeren van Venetië, Italië, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC4071 dan wel EJU4071 (hierna: de vlucht).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:</para>
        <para>- € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>- € 150,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;<?linebreak?>- de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De kantonrechter begrijpt dat zij stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon.<footnote-ref linkend="_5beedf12-2eb1-4325-8df3-53fbb8466968" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.<footnote-ref linkend="_c0e71640-d719-454e-a325-231ef51ec835" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.<footnote-ref linkend="_1de51003-b7ae-4fea-baf1-4253f2dd24b8" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Hij voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievluchten Venetië – Parijs – Venetië – Amsterdam – Venetië. De vlucht van Venetië naar Parijs werd vertraagd uitgevoerd vanwege het moeten evacueren van een zieke passagier en een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. Deze vertraging werkte door op de vlucht van Parijs naar Venetië, die verder werd vertraagd door besluiten van de luchtverkeersleiding. Deze vertraging dreigde vervolgens door te werken op de vlucht in kwestie en op de retourvlucht naar Venetië. Dit maakte het onmogelijk om de retourvlucht van Amsterdam naar Venetië uit te voeren zonder daarbij het nachtregime van Schiphol te schenden. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar vluchtrapporten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder hiermee echter onvoldoende onderbouwd waarom de vlucht in kwestie niet alsnog, zij het vertraagd, kon worden uitgevoerd. Weliswaar zou het nachtregime van Schiphol van toepassing zijn op de retourvlucht van Amsterdam naar Venetië, maar dat gold niet voor de vlucht in kwestie. De stelling van de vervoerder dat de bemanning nog moest terugkeren naar Venetië en dat het toestel gepland stond een dag later weer andere vluchten uit te voeren, maakt dit niet anders. Dit zijn immers interne, operationele gronden. Wellicht heeft de vervoerder daarbij keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van zijn onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat hem niet van zijn verplichting om de passagiers te compenseren. Daarmee heeft hij onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij geen invloed had op de annulering van de vlucht en was deze niet het gevolg van buitengewone omstandigheden. De verzochte compensatie zal worden toegewezen. De wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onbetwist eveneens toewijsbaar.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.<footnote-ref linkend="_20e850fe-2902-48aa-9c52-872f72dd59c2" /></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing<?linebreak?>De kantonrechter:</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.150,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.000,00 vanaf 4 augustus 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 135,00 aan salaris gemachtigde, <?linebreak?>en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier								De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_5beedf12-2eb1-4325-8df3-53fbb8466968" label="1">
    <para> Artikel 7 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c0e71640-d719-454e-a325-231ef51ec835" label="2">
    <para> Artikel 5 lid 3 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1de51003-b7ae-4fea-baf1-4253f2dd24b8" label="3">
    <para> Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_20e850fe-2902-48aa-9c52-872f72dd59c2" label="4">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>