<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:14189</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-12T14:48:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11821720 \ CV FORM  25-5068</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14189">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14189</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-12T14:48:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:14189 Rechtbank Noord-Holland , 03-12-2025 / 11821720 \ CV FORM  25-5068</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14189:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart. EPGV. De passagier heeft schadevergoeding van de vervoerder verzocht vanwege een vermeende beschadigde koffer en de verdwijning dan wel ontvreemding van de inhoud daarvan. De vervoerder betwist het bestaan en de hoogte van de door de passagier gestelde schade. Het verweer van de vervoerder slaagt en het verzoek van de passagier wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14189:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11821720 \ CV FORM  25-5068</para>
      <para>Uitspraakdatum: 3 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats], België</para>
      <para>verzoekende partij</para>
      <para>verder te noemen: de passagier</para>
      <para>procederende in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Transavia</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Schiphol</para>
      <para>verwerende partij  </para>
      <para>verder te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink (LVH Advocaten)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
      <para>De passagier heeft schadevergoeding van de vervoerder verzocht vanwege een vermeende beschadigde koffer en de verdwijning dan wel ontvreemding van de inhoud daarvan. De vervoerder betwist het bestaan en de hoogte van de door de passagier gestelde schade. Het verweer van de vervoerder slaagt en het verzoek van de passagier wordt afgewezen.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verloop blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het vorderingsformulier (formulier A);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 26 maart 2025;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de e-mail van de passagier inhoudende een vermindering van verzoek van 3 april 2025;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 30 juli 2025 waarin de rechtbank Amsterdam zich onbevoegd verklaard om van het verzoek kennis te nemen en de zaak heeft doorverwezen naar de rechtbank Noord-Holland;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift.<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 17 maart 2024 vervoeren van Brussel, België, naar Faro, Portugal, met vlucht HV9007 (hierna: de vlucht).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De passagier heeft schadevergoeding van de vervoerder verzocht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De passagier verzoekt, na vermindering van eis, de vervoerder te veroordelen tot betaling van:</para>
        <para>- € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagier baseert haar verzoek op het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (hierna: het Verdrag van Montreal). De passagier stelt dat haar koffer in de ruimbagage tijdens de vlucht is beschadigd, waarbij er kleding, onderkleding en een zonnebril op sterkte zijn ontvreemd dan wel verdwenen. De kantonrechter begrijpt dat zij stelt dat zij hierdoor een schade heeft geleden van € 4.927,95. Zij verzoekt vergoeding van deze schade op grond van artikel 17 van het Verdrag van Montreal. Daarnaast verzoekt zij een bedrag van € 100,- voor kosten van telefonisch contact. Zij heeft de totale hoogte van het verzoek beperkt tot € 5.000,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het verzoek tot vergoeding van telefoonkosten zal worden afgewezen omdat de passagier onvoldoende concreet heeft gesteld en in het geheel niet heeft onderbouwd waar deze kosten uit bestaan en wat de grondslag is van dit gedeelte van het verzoek. De enkele toelichting dat het gaat om een ‘algemene schadevergoeding voor telefonisch contact met de vervoerder en andere partijen’ is, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onvoldoende.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kantonrechter begrijpt dat de passagier stelt dat zij vanwege de beschadiging en verdwijning van de bagage een schade heeft geleden van € 4.927,95. Deze schade bestaat uit de kosten van kleding, onderkleding, een zonnebril op sterkte en een koffer. Ter onderbouwing verwijst zij onder meer naar een aantal facturen, een offerte voor een zonnebril en een schermafdruk van een pagina van een webwinkel over een koffer.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De vervoerder betwist dit. Hij voert aan dat de facturen in de bijlage optellen tot een ander bedrag dan wat door de passagier is verzocht. Daarnaast is een van de facturen gedateerd na de vlucht in kwestie, waardoor deze niet kan dienen als bewijs dat deze artikelen zich daadwerkelijk in de koffer bevonden. Verder betwist hij de gestelde schade aan de koffer. Hij voert aan dat er geen foto’s of een factuur van de koffer zijn overgelegd maar alleen een schermafdruk van een pagina van een webwinkel met een nieuwe koffer. Ten slotte is voor de zonnebril alleen een offerte voor een nieuwe bril overgelegd en geen factuur van de werkelijke kosten van de eventueel beschadigde bril.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het verweer van de vervoerder slaagt. Vanwege de gemotiveerde betwisting door de vervoerder was het aan de passagier om te bewijzen dat zij daadwerkelijk de door haar gestelde schade heeft geleden. Naar het oordeel van de kantonrechter is zij daar niet in geslaagd. De offerte voor een nieuwe zonnebril, factuur van later bestelde onderkleding en schermafbeelding van een webpagina voor een koffer, zijn hiervoor niet voldoende omdat daaruit niet zonder meer blijkt dat deze artikelen (met deze waarde) zich in de bagage van de passagier bevonden en dat deze zijn verdwenen, dat de koffer van de passagier hetzelfde model betrof of dat deze koffer dermate beschadigd was dat het noodzakelijk was om deze te vervangen. Omdat de passagier niet heeft toegelicht welk gedeelte van het door haar verzochte bedrag ziet op welke artikelen, is het niet zonder meer mogelijk om de schade te splitsen per schadepost en deze schadeposten afzonderlijk te beoordelen. Al met al kan niet worden geoordeeld dat de passagier de door haar gestelde schade heeft geleden door vernieling, verlies of beschadiging van de bagage, zoals bedoeld in het Verdrag van Montreal. Het verzoek van de passagier zal worden afgewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de passagier omdat zij ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing<?linebreak?>De kantonrechter:</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst het verzochte af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 271,00 aan salaris gemachtigde;<?linebreak?>en veroordeelt de passagier tot betaling van € 135,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt; </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier								De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>