<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:14187</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-04T14:01:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11314171 WM VERZ  24-1416</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14187">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14187</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-04T14:00:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:14187 Rechtbank Noord-Holland , 19-03-2025 / 11314171 WM VERZ  24-1416</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14187:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en matigt de boete tot een bedrag van € 187,50 (met handhaving van de administratiekosten).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:14187:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>locatie Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 11314171 \ WM VERZ  24-1416</para>
      <para>CJIB-nummer	: ['nummer']</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 19 maart 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>naam		: [betrokkene]</para>
      <para>adres		: [betrokkene]</para>
      <para>woonplaats	: [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)<?linebreak?>gemachtigde	: [gemachtigde].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het <?linebreak?>beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. <?linebreak?>De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft <?linebreak?>zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat betrokkene niet is staande gehouden. Dat er geen stopmiddel voorhanden was betekent niet dat er geen mogelijkheid <?linebreak?>tot staandehouding was. De verklaring van de verbalisant is summier, waardoor onduidelijk <?linebreak?>is of de verbalisant bijvoorbeeld een dienstvoertuig tot zijn beschikking had en of er andere verbalisanten in de buurt waren. Het hof volgt een nieuwe lijn waarin kritisch wordt bekeken <?linebreak?>of voldoende is gebleken dat er geen mogelijkheid tot staandehouding bestond. De gemachtigde verwijst ter onderbouwing naar uitspraken van het hof Arnhem-Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing <?linebreak?>en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. Wegens schending van de redelijke termijn heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie wel verzocht de boete te matigen met 25%.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verbalisant heeft verklaard dat er geen staandehouding heeft plaatsgevonden omdat hij in <?linebreak?>een voertuig zonder stop- of volgtransparant reed. Daarnaast verklaart de verbalisant dat er in <?linebreak?>het kader van de verkeersveiligheid geen staandehouding heeft plaatsgevonden. De kantonrechter oordeelt dat als een verbalisant geen stopmiddelen voorhanden heeft, andere omstandigheden relevant zijn om te beoordelen of er een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond.<footnote-ref linkend="_3072bac9-1d56-4033-aaf2-02a8051bf2c8" /></para>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat die omstandigheden geen reële mogelijkheid tot staandehouding boden. Betrokkene haalde in op een provinciale weg met één rijstrook, op het moment dat er tegenliggers aan kwamen. Onder deze omstandigheden was er zonder volg- of stopmiddelen <?linebreak?>geen reële mogelijkheid tot een veilige staandehouding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat de redelijke termijn van berechting inderdaad is overschreden. Betrokkene moet voor deze schending worden gecompenseerd. Onder verwijzing naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden<footnote-ref linkend="_221582b7-32a0-439c-9ba4-208714859983" /> zal de kantonrechter het bedrag van de boete matigen met 25%. Het beroep is gelet op de matiging gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd zal worden gewijzigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gedeeltelijk gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van € 453,50 (1 punt voor het beroepschrift bij de kantonrechter, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 907,00). De in administratief beroep gemaakte proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking<footnote-ref linkend="_a2b48ca2-06f6-45c1-ae34-916e797345a8" />. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>‒	verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;</para>
      <para>‒	verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en matigt de boete tot een bedrag van € 187,50 (met handhaving van de administratiekosten);</para>
      <para>‒	bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;</para>
      <para>‒	veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de</para>
      <para> 	betrokkene tot een bedrag van € 453,50.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier							De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. <emphasis role="bold">Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum toezending: </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_3072bac9-1d56-4033-aaf2-02a8051bf2c8" label="1">
    <para> Vgl. de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 oktober 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:GHARL:2022:9228.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_221582b7-32a0-439c-9ba4-208714859983" label="2">
    <para>Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2023, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2023:6369. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a2b48ca2-06f6-45c1-ae34-916e797345a8" label="3">
    <para> Vgl. de uitspraak van de Hoge Raad van 9 juli 2024, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:HR:2024:1012. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>