<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:13626</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T15:09:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11896127 CB VERZ 25-66</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:13626">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:13626</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-05T14:30:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:13626 Rechtbank Noord-Holland , 14-11-2025 / 11896127 CB VERZ 25-66</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:13626:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek curatele. De kantonrechter is, gelet op de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting, van oordeel dat de grond van een ondercuratelestelling niet aanwezig is. Ook ziet de kantonrechter geen aanleiding om (ambtshalve) een onderbewindstelling en mentorschap in te stellen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:13626:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer	: 11896127 CB VERZ 25-66 KVG</para>
    <para>datum           	: 14 november 2025</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>beschikking op een verzoek tot ondercuratelestelling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>op verzoek van:</para>
      <para>
        [verzoeker] ,</para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker (tevens zoon),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>hierna te noemen: betrokkene (tevens moeder),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met als verweerder aangemerkt:</para>
      <para>
        [dochter] ,</para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>hierna te noemen: dochter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoek met bijlage(n), ontvangen op 26 september 2025;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een aanvulling, ontvangen op 1 en 10 oktober 2025;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweer van betrokkene, ontvangen op 8 oktober 2025;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweer van dochter, ontvangen op 8 oktober 2025;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de bereidverklaring van de voorgestelde curator.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is mondeling behandeld op 14 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>verzoek en verweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker vraagt om het instellen van een curatele voor betrokkene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is gebaseerd op de stelling dat betrokkene wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand, tijdelijk of duurzaam haar belangen niet behoorlijk waarneemt of haar veiligheid of die van anderen in gevaar brengt en dat een voldoende behartiging van de belangen van betrokkene niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker voert daartoe aan zich ernstige zorgen te maken over de financiële situatie van moeder. Verzoeker stelt dat er sprake is van zware dementie en wilsonbekwaamheid, waardoor moeder niet in staat is zelf haar financiën te regelen. Moeder weigert echter een neuropsychologisch onderzoek te ondergaan. Bovendien is moeder reeds het slachtoffer geworden van een zogeheten ‘babbeltruc’. Nadien is verzoeker erachter gekomen dat het saldo van de bankrekening van moeder nagenoeg nihil was. Verzoeker maakt zich met name zorgen om de reeds verkochte vakantiewoning in Oostenrijk. Verzoeker stelt dat moeder de financiële gevolgen van desbetreffende handelingen niet meer kan overzien. Onlangs is de volmacht van verzoeker om de financiële belangen van moeder te behartigen door moeder zelf ingetrokken. Verzoeker vertrouwt de omstandigheden niet en geeft ter zitting aan dat hij bang is dat het geld van moeder naar zijn zuster gaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene verweert zich tegen het verzoek. Betrokkene geeft daarbij aan dat het verzoek is gebaseerd op onjuistheden en onwaarheden. Vijf jaar geleden heeft zij een hersenbloeding gehad waardoor haar, naar de kantonrechter begrijpt, cijfermatige competenties zijn afgenomen. Echter, dit brengt niet met zich dat zij niet meer in staat is om haar financiën te regelen zo nodig met hulp van haar dochter. Betrokkene geeft aan dat er destijds grotere uitgaven zijn gedaan in verband met de verbouwing van zowel het appartement in Oostenrijk, als de woning in Nederland, waardoor haar vermogen is afgenomen. Ook zijn er bedragen geschonken aan goede doelen. Betrokkene is prima in staat om financiële beslissingen te maken en haar financiën te regelen zo nodig met hulp van dochter. Tot slot geeft zij aan dat het contact met haar zoon al jaren uiterst moeizaam verloopt. Betrokkene heeft de volmacht dan ook ingetrokken, zodat zoon niet onbeperkt toegang heeft tot haar financiën, met in het bijzonder de opbrengst van de verkochte vakantiewoning.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dochter verweert zich ook tegen het verzoek. Allereerst geeft zij aan dat zij er niet van op de hoogte is dat het verzoek ook namens haar is ingediend door verzoeker. Dat is een kwalijke zaak. Zij is absoluut niet akkoord met het verzoek. Daartoe voert zij aan dat er geen sprake is van zware dementie en wilsonbekwaamheid bij moeder. Moeder heeft vijf jaar geleden een kleine hersenbloeding gehad, waarna de geriater van het ziekenhuis spreekt van verdenking van een licht cognitieve stoornis. Zij heeft hulp nodig bij haar financiën, maar dit loopt momenteel prima. Moeder regelt wat betreft de zorg vrijwel alles zelf. Het feit dat moeder niet direct openstond voor een neuropsychologisch onderzoek maakt haar niet zorgmijdend. Momenteel wordt een neuropsychologisch onderzoek ingepland. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter is, gelet op de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting, van oordeel dat de grond voor een ondercuratelestelling niet aanwezig is. Volgens de aanwezige medische informatie is er sprake van een verdenking van een licht cognitieve stoornis bij betrokkene. Er is niet gebleken dat betrokkene als gevolg van deze verdenking niet haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen kan behartigen. De kantonrechter heeft vastgesteld dat betrokkene ter zitting adequaat op haar vragen reageert. Daarnaast oogt zij scherp, kan zij goed teruggrijpen op vragen, legt zij verbanden, heeft zij overzicht in haar situatie en weet zij goed uit te leggen waarom zij bepaalde beslissingen heeft genomen. Dit blijkt ook uit het door haar zelf geschreven verweer. Zo heeft betrokkene haar keuzes omtrent de intrekking van de volmacht en verkoop van het vakantieappartement duidelijk weten te onderbouwen. De ernstig verstoorde familiaire verhouding komt ter zitting duidelijk naar voren en lijkt mede aanleiding te geven voor het verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker zegt zich ernstige zorgen te maken om de financiële situatie van betrokkene en zegt bang te zijn dat het geld van betrokkene naar zijn zuster gaat. De laatst genoemde zorg wordt niet onderbouwd door verzoeker en duidelijk weersproken door betrokkene zelf. De kantonrechter ziet dan ook geen enkele reden om aan te nemen dat dochter financieel misbruik maakt van moeder. Naar de kantonrechter begrijpt, verloopt de financiële administratie goed en is er sprake van een gezonde financiële situatie en roept betrokkene de hulp in van dochter waar nodig. Gelet op de leeftijd van betrokkene en de digitale competenties is de inschakeling van wat hulp bij financiën begrijpelijk. Daarnaast vallen ouderen helaas vaker ten prooi aan zogeheten ‘babbeltrucs’ en zal de gevraagde maatregel dit gevaar niet wegnemen. Tot slot overweegt de kantonrechter geen aanleiding te zien een contra expertise te gelasten. Verzoeker heeft zijn verzoek tot contra expertise ook gelet op de stukken en het verhandelde onvoldoende gemotiveerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorstaande ziet te kantonrechter ook geen aanleiding om (ambtshalve) een onderbewindstelling en mentorschap in te stellen. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat betrokkene als gevolg van haar geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt ten volle haar belangen van vermogensrechtelijke aard en niet-vermogensrechtelijke aard zelf waar te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek af. </para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.C.R.W. VerLoren van Themaat-van der Hoeven, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:</para>
    </parablock>
    <para>a.	door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking 	(digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de 	uitspraak;</para>
    <para>b.	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat 	deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>