<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:13607</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-27T10:15:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/369967 / KG ZA 25-613</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:13607">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:13607</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-27T10:14:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:13607 Rechtbank Noord-Holland , 27-10-2025 / C/15/369967 / KG ZA 25-613</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:13607:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort-geding. Verstek. Bruikleenovereenkomst. Ontruiming.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:13607:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Noord-Holland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/15/369967 / KG ZA 25-613</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 27 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE STICHTING RAPHAËL</emphasis>, </para>
      <para>statutair gevestigd te Schoorl, gemeente Bergen,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de Raphaëlstichting,</para>
      <para>advocaat: mrs. C.W. Kniestedt en J.B.J. Swagerman,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1] , </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. ZIJ DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN, GELEGEN AAN DE [adres] TE [woonplaats]</emphasis>,</para>
      <para>te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagden] ,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 7 oktober 2025, met producties 1-11;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 20 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>	zijn gemaakt;</para>
      <para>- de e-mail van [gedaagde sub 1] van 20 oktober 2025;</para>
      <para>- het tijdens de mondelinge behandeling tegen [gedaagden] verleende verstek.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De Raphaëlstichting vordert - samengevat - dat [gedaagden] het pand aan de [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] (hierna: het pand) ontruimen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De Raphaëlstichting legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. De Raphaëlstichting is eigenaar van het pand. Op 15 juli 2025 is tussen de Raphaëlstichting en [gedaagde sub 1] een bruikleenovereenkomst tot stand gekomen. In augustus 2025 heeft de Raphaëlstichting geconstateerd dat [gedaagde sub 1] zijn verplichtingen als goed huisvader ernstig heeft geschonden. Zo zijn er in het pand tal van vernielingen aangericht en is bovendien de brandmeldinstallatie onbruikbaar gemaakt. Als gevolg van dit laatste is de dekking van de opstalverzekering van de Raphaëlstichting komen te vervallen, waardoor de Raphaëlstichting een groot risico loopt op het lijden van onverzekerde schade. De Raphaëlstichting heeft daarom de bruikleenovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden, dan wel opgezegd. [gedaagden] verblijven nu dan ook zonder recht of titel in het pand, aldus de Raphaëlstichting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De e-mail van [gedaagde sub 1] met een verzoek de mondelinge behandeling uit te stellen is na de behandeling van de zaak ter kennis gebracht van de voorzieningenrechter en mede om die reden niet in behandeling genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter zal de vorderingen op de hierna te melden wijze toewijzen, omdat deze naar hun aard spoedeisend zijn en haar niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, behoudens het navolgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De gevorderde ontruimingskosten worden afgewezen, omdat de met de ontruiming gemoeide kosten slechts toewijsbaar zijn als zij in redelijkheid zijn gemaakt, hetgeen niet op voorhand kan worden beoordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen, gelet op de artikelen 556 lid 1 en 557 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Het vonnis kan namelijk - mocht dit nodig zijn - ten uitvoer gelegd worden met behulp van de sterke arm van politie en justitie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Tenuitvoerlegging van het vonnis op alle dagen en uren zal worden afgewezen omdat niet is onderbouwd waarom nodig is dat (bijvoorbeeld) ’s nachts of op zondag zou moeten worden geëxecuteerd (artikel 64 Rv). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Het gevorderde komt de voorzieningenrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om binnen vier dagen na betekening van dit vonnis het pand blijvend te verlaten met al de hunnen en het hunne, onder afgifte van de sleutels en de ruimten ontruimd ter vrije beschikking te stellen aan de Raphaëlstichting, onder bepaling dat dit vonnis gedurende één jaar na de datum waarop het vonnis is gewezen tegen een ieder die nadien zonder toestemming verblijft in het pand of daar binnentreedt, ten uitvoer kan worden gelegd, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.726,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>