<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:13574</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-25T16:30:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HAA 23/7541</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:13574">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:13574</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-25T16:11:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:13574 Rechtbank Noord-Holland , 09-09-2025 / HAA 23/7541</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:13574:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van eiseres om handhaving. De handhaving ziet op de (ver)bouw en aanwezigheid van het zwembad op het perceel van haar buren, omdat de aanleg en ingebruikneming van het zwembad in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het aannemelijk is dat in de jaren '60 een vergunning/toestemming is verleend voor de bouw van het zwembad. Het college heeft dan ook terecht het verzoek om handhaving afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:13574:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: HAA 23/7541 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , uit [plaats] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H.M. Kabir),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal</emphasis>, het college </para>
      <para>(gemachtigden: mr. R. Ruitenberg en mr. J. Tielen)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam 1] en [naam 2] uit [plaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <para>1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van eiseres om handhaving. De handhaving ziet op de (ver)bouw en aanwezigheid van het zwembad op het perceel van haar buren, omdat de aanleg en ingebruikneming van het zwembad in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. Eiseres is het niet eens met deze afwijzing die, na het bezwaar van eiseres, in stand is gelaten in het bestreden besluit. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het verzoek.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het aannemelijk is dat destijds een vergunning/toestemming is verleend voor de bouw van het zwembad. Het college heeft dan ook terecht het verzoek om handhaving afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Eiseres heeft het college gevraagd handhavend op te treden tegen een onrechtmatige situatie, bestaande uit de aanwezigheid van een zwembad dat zich bevindt op het perceel aan [adres] te [plaats] . Bij besluit van 4 april 2023 heeft het college  het verzoek om handhaving afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In het bestreden besluit van 6 november 2023 verklaart het college het bezwaar ontvankelijk en ongegrond. Voor de motivering verwijst het college naar het advies van de commissie bezwaarschriften van 31 oktober 2023.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>Eiseres heeft bij brief van 18 december 2023 beroep ingesteld tegen het </para>
        <para>bestreden besluit. Per brief van 25 januari 2024 heeft eiseres de beroepsgronden aangevuld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De huidige eigenaar van het perceel aan [adres] te [plaats] , heeft als derde-partij deelgenomen aan de beroepsprocedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de waarnemer van de gemachtigde van eiseres mr S.A.B.  Boer, (de gemachtigden van) het college en [naam 1] en [naam 2] (derde-partij).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Ter zitting is het onderzoek geschorst en is het college verzocht de situatietekeningen bestaand en nieuw met bladnummer 1.1 en 1.2 van 30 maart 2020 binnen twee weken na de zitting in te dienen. Procespartijen is na ontvangst van de stukken gevraagd of zij voortzetting van de zitting wensten. Partijen hebben niet aangegeven een nadere zitting te wensen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>Heden heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toetsingskader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Op het betreffende perceel [adres] is thans het bestemmingsplan ‘Bloemendaal’ (hierna: het bestemmingsplan) van toepassing. Het zwembad is gesitueerd op de enkelbestemming ‘Wonen’, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In artikel 23.1.1 van het bestemmingsplan is voor de bestemming Wonen bepaald dat zwembaden zijn toegestaan mits die <emphasis role="italic">bestaand </emphasis>en <emphasis role="italic">vergund </emphasis>zijn.</para>
        <para>In artikel 1.20 van het bestemmingsplan is ‘bestaand’ als volgt gedefinieerd:</para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>bij bebouwing: een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning of omgevingsvergunning;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ij gebruik: gebruik zoals dat bestond op het tijdstip van inwerkintreding van het bestemmingsplan.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Het eerste bestemmingsplan “Duin en Daal” dateert van 1978. Op basis van dat bestemmingsplan was het toegestaan om een zwembad te bouwen op in het bestemmingsplan omschreven voorwaarden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beroepsgronden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Eiseres voert twee beroepsgronden aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>De eerste beroepsgrond houdt in dat de bouw en het gebruik van het zwembad in strijd is met het bestemmingsplan. Eiseres stelt daartoe dat het college niet kan aantonen dat destijds, dat wil zeggen in 1964 dan wel in 1967, een vergunning is verleend. Volgens eiseres volstaat de door het college aangebrachte maatstaf, namelijk dat niet onaannemelijk is dat het zwembad reeds vóór 1964 aanwezig was, niet. Volgens eiseres is de maatstaf niet of het niet onaannemelijk is dat het zwembad toen vergund was. Het gaat volgens eiseres om de feitelijke vraag of een vergunning is verleend of niet. Eiseres stelt dat het college in het archief geen vergunning voor het zwembad heeft aangetroffen. De in het geding gebrachte tekeningen en bouwvergunningen kunnen volgens eiseres niet als zodanig worden beschouwd. Daarbij mag het onvermogen van het college om (uit het archief) een vergunning te reproduceren, niet voor rekening van eiseres komen. Nu het college niet kan bewijzen dat een vergunning is verleend, moet ervan uit worden gegaan dat dit niet is gebeurd. In het archief zijn wel andere documenten uit die periode gevonden, wat impliceert dat het bouwarchief compleet is. Dit leidt tot de conclusie dat het zwembad niet ‘bestaand’ was op het peilmoment in 2012 (want niet vergund). Tot slot voert eiseres met betrekking tot het handhavingsbesluit nog aan dat niet in 1967 een vergunning is verleend, maar in 1964. Die laatste vergunning ziet op het renoveren van het ‘woonhuis met kantoor’. Het zwembad is nergens in de tekst van de vergunning vermeld, en ook niet op de bouwtekeningen. Het zwembad staat alleen op de situatietekening. Dit betekent echter niet dat het zwembad mee is vergund.  Duidelijk is dat het zwembad – door het niet te vermelden in de tekst dan wel op de bouwtekeningen – geen deel uitmaakte van de aanvraag en dus ook niet van de vergunning, aldus eiseres.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>De tweede beroepsgrond houdt in dat het college in redelijkheid niet kon afzien van handhavend optreden nu het belang van eiseres opweegt tegen het belang van de derde-partij. Eiseres voert aan dat handhavend optreden zonder meer in verhouding staat tot de daarmee te dienen belangen. De hoofdregel in het bestemmingsplan is dat het bouwen van een zwembad niet is toegestaan. Daardoor kan van handhavend optreden in dit concrete geval niet worden afgezien. Een van de doelen van het verbod op zwembaden is om overlast voor omliggende percelen te voorkomen. Door niet handhavend op te treden tegen dit zwembad, wordt de bewuste afweging van de gemeenteraad in het bestemmingsplan om zwembaden te verbieden, uitgehold. Uit niets blijkt dat de raad dit voor ogen heeft gehad.</para>
        <para>Eiseres vreest dat de bouw en het gebruik van het betreffende zwembad dag en nacht geluidsoverlast meebrengt. Dit gaat om geluiden van spelende mensen, kletteren van water en de operationele geluiden van bijbehorende installaties (water- en warmtepompen, en filters). Omdat het zwembad zo dicht bij de erfgrens staat, zullen de geluiden de rust van eiseres in de buiten- en binnenruimte verstoren. Daarnaast brengt het gebruik van het zwembad een schending van de privacy van eiseres mee. Het zwembad kan fungeren als sociale trekpleister, en dus geluiden van meer mensen. Die mensen hebben ook zicht op het perceel van eiseres, terwijl eiseres veel waarde hecht aan afzondering en rust. Dit alles vermindert het woongenot van eiseres. Het belang van het handhaven van een goede ruimtelijke ordening weegt zwaarder dan het belang van derde-partij bij het hebben van een niet-vergund zwembad. Dat zij nu worden getroffen, is hun eigen risico bij het verbouwen en gebruiken van het zwembad. Dat het zwembad al voor lange tijd aanwezig is op het perceel, betekent niet dat dat altijd gebruikt is. De vorige eigenaren gebruikten het zwembad niet, en er zat geen water in. Nu de nieuwe eigenaar (derde-partij) het zwembad wil verbouwen en in gebruik nemen, zal de overlast voor eiseres gaan beginnen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt college</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>Het college stelt zich met betrekking tot de eerste beroepsgrond op het standpunt dat op de situatietekening uit 1967, behorend bij de vergunning uit 1964, middels een stempel duidelijk door de gemeente Bloemendaal akkoord is gegeven. Daarom kan het college er in redelijkheid vanuit gaan dat het zwembad in 1967 vergund is. Het college stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een overtreding, zodat het niet bevoegd is om handhavend op te treden. Het zwembad is ingetekend op de zich in het archief bevindende tekening. Het college acht het vervolgens ook niet onaannemelijk dat het zwembad vóór 1964 al vergund was. Hierom is het aannemelijk dat het zwembad vergund is als bedoeld in artikel 23.1.1, aanhef en onder c, van het bestemmingsplan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>Als subsidiair standpunt stelt het college dat, mocht wel sprake zijn van een overtreding, handhavend optreden in dit concrete geval onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Het belang van eiseres is gelegen in vrees voor geluidsoverlast. Deze vrees kan ook op een andere manier worden weggenomen, dan het zwembad geheel verwijderen. De derde-partij heeft op de hoorzitting verklaard bereid te zijn om isolatiemaatregelen te treffen om eventuele geluidsoverlast tegen te gaan. Daarnaast is handhavend optreden ook onevenredig gelet op de lange tijdsduur dat het zwembad reeds op het perceel aanwezig is. Het belang van eiseres weegt niet op tegen het belang van de derde partij.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>Uit de in het geding gebrachte archiefstukken van de gemeente blijkt dat op 3 november 1964 een aanvraag is ingediend om een bouwvergunning te verlenen. Bij de aanvraag zijn ook tekeningen ingediend, zo blijkt uit de aanvraag. Bij de toelichting op de aanvraag staat (voor zover van belang) vermeld: “verbouwing betreft voornamelijk het weder in goede staat brengen van deze villa”. De vergunning is verleend op 18 december 1964. Naast deze aanvraag zijn ook een aantal tekeningen uit het archief in het geding gebracht. Deze tekeningen lijken in 1967 te zijn ingediend. Op de tekeningen is een zwembad ingetekend. Op een van de tekeningen staat dat het tuinontwerp afkomstig is van [naam 3] . Op die tekening wordt aangegeven “akkoord”, met stempel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>Tussen partijen is verder niet in geschil dat het zwembad al meer dan 50 jaar aanwezig is. Tussen partijen is ook niet in geschil dat het eerste bestemmingsplan “Duin en Daal” dateert van 1978 (bijlage 10 bezwaardossier). Omdat op het perceel een villa is gelegen, is artikel 3, eerste lid, sub m van dat bestemmingsplan van toepassing. Dat artikel bepaalt dat bij ieder huis op het bijbehorende erf een zwembad zonder overkapping mag worden gebouwd met een grondoppervlakte van maximaal 4% van de bouwperceeloppervlakte tot een maximum van 100m2, mits de afstand tot de perceelgrenzen tenminste 3,50 meter bedraagt bij zwembaden tot en met 35m2 en tenminste  10 meter bij zwembaden groter dan 35 m2. Tussen partijen is voorts niet in geschil dat het zwembad niet groter is dan 35m2. Weliswaar stelt eiseres dat het zwembad niet zou voldoen aan de minimale afstand die wordt aangehouden tot aan de perceelgrens maar dit heeft zij  niet onderbouwd en dit wordt weersproken door de derde partij.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>De rechtbank gaat uit van de gegevens die uit het archief van de gemeente blijken. Uit die gegevens blijkt dat een vergunning is verleend voor bouwwerkzaamheden. Op basis van de gegevens zoals deze uit het archief blijken, heeft het college mogen aannemen dat in of vóór 1967 een vergunning of tenminste toestemming was verleend voor het zwembad. De juridische situatie en de toetsing die heeft plaatsgevonden in 1964/1967 en de toetsing van de situatie aan het daarna geldende bestemmingsplan van 1978 laat zich mogelijk niet één op één vertalen naar hoe vergunningen na toetsing aan een geldend bestemmingplan tegenwoordig worden verleend onder de Wabo en de Omgevingswet. De rechtbank houdt het er dus voor dat in 1964/1967 een vergunning/toestemming is verleend voor het zwembad. Dat brengt mee dat het college terecht heeft gesteld dat geen sprake is van een overtreding en dat het college niet handhavend kan optreden tegen de aanwezigheid van het zwembad. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <para>Dit oordeel leidt tot het ongegrond verklaren van de eerste beroepsgrond. Daarmee behoeft de tweede beroepsgrond geen verdere bespreking. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>Gelet op het bovenstaande heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat  geen sprake is van een overtreding. Het college heeft het verzoek om handhaving dan ook terecht  afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres heeft daarom geen recht op teruggave van het griffierecht. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, rechter, in aanwezigheid van mr. I.A. Bakker, griffier.</para>
        <para>Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>griffier</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>rechter</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bestemmingsplan Bloemendaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.20</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">bestaand:</emphasis>
      </para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>bij bebouwing: een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning of omgevingsvergunning.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ij gebruik: gebruik zoals dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan;</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 19 Tuin</title>
    <paragroup>
      <nr>19.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bestemmingsomschrijving</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>19.1.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Algemeen</emphasis>
          </para>
          <para>De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</para>
        </parablock>
        <orderedlist numeration="loweralpha">
          <listitem>
            <para>tuinen, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>water en waterhuishoudkundige voorzieningen;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>erkers bij woningen;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>
              <emphasis role="underline">bestaande vergunde zwembaden;</emphasis>
            </para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>bestaande, onherroepelijk vergunde, naar het openbaar toegankelijk gebied gerichte erf- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van meer dan 1 meter;</para>
          </listitem>
        </orderedlist>
        <para>met de daarbij behorende:</para>
        <parablock>
          <para> (toegangs)paden;</para>
          <para> per perceel ten hoogste twee parkeerplaatsen ten behoeve van het hoofdgebouw;</para>
          <para> per perceel één ontsluiting voor autoverkeer.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>19.2.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</emphasis>
          </para>
          <para>Ten aanzien van de in lid 19.1.1 bedoelde gronden geldt, dat:</para>
          <para>g. de bouw van zwembaden niet is toegestaan;</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 23 Wonen</title>
    <paragroup>
      <nr>23.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bestemmingsomschrijving</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>23.1.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Algemeen</emphasis>
          </para>
          <para>De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</para>
        </parablock>
        <orderedlist numeration="loweralpha">
          <listitem>
            <para>wonen;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>aan huis gebonden beroepen;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>
              <emphasis role="underline">bestaande, vergunde zwembaden en tennisbanen;</emphasis>
            </para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>bestaande, onherroepelijk vergunde, naar het openbaar toegankelijk gebied gerichte erf- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van meer dan 1 meter;</para>
          </listitem>
        </orderedlist>
        <para>met daarbij behorende:</para>
        <parablock>
          <para> tuinen, terreinen en erven;</para>
          <para> parkeervoorzieningen;</para>
          <para> water en waterhuishoudkundige voorzieningen;</para>
          <para> per perceel maximaal één ontsluiting voor autoverkeer, mits daarvoor een vergunning op basis van de Algemeen Plaatselijke Verordening is verleend.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>23.2.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Bijgebouwen</emphasis>
          </para>
          <para>Ten aanzien van de in lid 23.1.1 bedoelde gronden geldt dat:</para>
          <para>l. de bouw van overdekte zwembaden is niet toegestaan;</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>23.2.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</emphasis>
          </para>
          <para>Ten aanzien van de in lid 23.1.1 bedoelde gronden geldt dat:</para>
          <para>f. de bouw van open zwembaden is niet toegestaan;</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>41.1.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Een bouwwerk dat ....</emphasis>
          </para>
          <para>Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning of omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:</para>
        </parablock>
        <orderedlist numeration="loweralpha">
          <listitem>
            <para>gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan.</para>
          </listitem>
        </orderedlist>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>41.2.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Het gebruik van grond ....</emphasis>
          </para>
          <para>Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>