<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:1353</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-27T07:01:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/358534 / FA RK 24-5578</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/120</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:1353">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:1353</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-13T12:10:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:1353 Rechtbank Noord-Holland , 12-02-2025 / C/15/358534 / FA RK 24-5578</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:1353:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het uitsluitend gebruik van de woning wordt aan de man toegekend. De man heeft de volledige eigendom van de woning en zal er na de scheiding blijven wonen. De vrouw krijgt een ruime termijn om een andere woning te vinden. Partijen hebben een co-ouderschap voor hun dochter en de vrouw heeft ook de zorg voor haar twee kinderen uit een eerdere relatie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:1353:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Familie en Jeugd</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>voorlopige voorzieningen/tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rekestnr.: C/15/358534 / FA RK 24-5578</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 12 februari 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de man,</para>
      <para>advocaat mr. M.J. Meijer, kantoorhoudende te Haarlem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. R. Croes-Bleijendaal, kantoorhoudende te Heerhugowaard.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift, met bijlagen, van de man, ingekomen op 1 november 2024;</para>
      <para>- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen, van de vrouw, ingekomen op 20 januari 2025;</para>
      <para>- het verweerschrift op zelfstandig verzoek, met bijlagen, van de man, ingekomen op 23 januari 2025;</para>
      <para>- het f-formulier, met bijlage, van de advocaat van de vrouw van 23 januari 2025.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 27 januari 2025 in aanwezigheid van partijen, de man bijgestaan door mr. M.J. Meijer en de vrouw door mr. R. Croes-Bleijendaal en een tolk in de Engelse taal. Ter zitting heeft mr. M.J. Meijer een overzicht van de woonlasten overlegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De man heeft een verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen bij de rechtbank ingediend. Dit verzoek is bij de rechtbank geregistreerd onder het zaak- en rekestnummer C/15/359788 / FA RK 24-6208.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De man heeft de Canadese nationaliteit en de vrouw heeft de Roemeense nationaliteit. [de minderjarige] heeft de Canadese en Roemeense nationaliteit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Partijen zijn op [huwelijksdatum] in [plaats] met elkaar gehuwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit dit huwelijk is geboren de minderjarige [de minderjarige] :</para>
        <para>-	[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Voorts behoren nog tot het huishouden de twee kinderen uit een eerdere relatie van de vrouw:</para>
      <para>- [kind 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ); </para>
      <para>- [kind 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ). </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">echtelijke woning</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De man heeft verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan [adres] , met de daarbij behorende goederen voor dagelijks gebruik, met bevel aan de vrouw deze woning tezamen met haar twee kinderen uit haar vorige relatie te verlaten en deze niet meer te betreden. De man verzoekt dat de verzochte voorziening met behulp van de sterke arm van politie en justitie ten uitvoer kan worden gelegd. <?linebreak?>De man stelt dat de echtelijke woning geen deel uitmaakt van de gemeenschap van goederen en zijn eigendom is. Het is dan ook van belang dat er nu duidelijkheid komt omtrent datgene wat als vaststaand feit gaat gebeuren op de korte termijn. Het is immers onvermijdelijk dat de vrouw, ongeacht de uitkomst van deze procedure, de woning van de man zal moeten verlaten. Een voortijdige acceptatie van de situatie is meer dan wenselijk om onnodige (verhuis)kosten en een dubbel gewenningsproces voor [de minderjarige] te voorkomen. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat het belang van minderjarige kinderen dient te prevaleren (zie HR 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5901) en dat onnodige belasting van minderjarigen met frequente wijzigingen in hun woonsituatie moet worden voorkomen.  <?linebreak?>Daar komt bij dat voorkomen dient te worden dat door toedoen van de vrouw schulden ontstaan met betrekking tot de woning. Het is de man immers niet bekend hoe de vrouw de helft van de eigenaarslasten en alle gebruikerslasten kan betalen. Gelet op het voorgaande en gelet op het feit dat de spanningen tussen partijen zijn opgelopen, is het in het belang van [de minderjarige] dat de man voor de zeer nabije toekomst deze woning alleen met [de minderjarige] kan bewonen. De man zal zelf alle kosten aangaande de woning blijven voldoen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Op de zitting is door en namens de man hieraan toegevoegd dat hij samen met de vrouw in een slaapkamer boven slaapt, [de minderjarige] in de kleine slaapkamer en [kind 1] en [kind 2] samen in de grote slaapkamer slapen. Op deze manier kan [de minderjarige] er alvast aan wennen dat zij alleen in een slaapkamer slaapt, aangezien zij eerder met [kind 1] op één slaapkamer sliep. De man heeft verder aangegeven dat hij stabiliteit wil en een rustige thuissituatie. De man kan ermee leven als de vrouw en haar kinderen nog zes weken in de woning blijven om een eigen woning te zoeken. Dit kan ook een langere termijn zijn als de thuissituatie kalm blijft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vrouw heeft hiertegen verweer gevoerd en heeft zelf verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en de daarin bevindende inboedel, met bevel aan de man om deze woning te verlaten en niet verder te betreden. <?linebreak?>De vrouw stelt dat de huidige situatie inmiddels onhoudbaar is geworden. De man laat de oudste twee kinderen van de vrouw – die voorheen ieder een eigen kamer hadden – op één kamer slapen ‘omdat hij nu eenmaal de baas is in huis’. Daarnaast heeft hij het internet ontoegankelijk gemaakt voor de vrouw en haar twee oudste kinderen, waardoor [kind 1] zijn huiswerk niet meer kan maken.<?linebreak?>De vrouw is zich ervan bewust dat zij de woning uiteindelijk zal moeten verlaten, maar het is gezien de huidige woningmarkt niet gemakkelijk om iets anders te vinden. Dit geldt voor de vrouw nog meer, nu zij een woning zal moeten vinden die geschikt is voor haar drie kinderen. Dit in tegenstelling tot de man, die enkel een woning voor zichzelf (en eventueel [de minderjarige] ) behoeft. De vrouw is geboren en opgegroeid in wat nu [land] is, waardoor zij geen familie of sociale kring in Nederland heeft waarbij zij tijdelijk kan verblijven. De vrouw komt, gezien haar inkomen, niet in aanmerking voor een particuliere huurwoning. Voor een sociale huurwoning staat zij niet lang genoeg ingeschreven. De man heeft daarentegen een hoger inkomen dan de vrouw, zodat hij wel in staat is om particulier te huren. Verder is de vrouw gebonden aan de omgeving [omgeving] , nu niet alleen [de minderjarige] , maar ook [kind 1] daar naar school gaat. [kind 2] werkt bij de [bedrijf] in [plaats] . De vrouw werkt zelf op [bedrijf] . De vrouw is gelet op het voorgaande van oordeel dat zij een groter belang heeft bij toekenning van het exclusieve gebruiksrecht van de echtelijke woning dan de man en is van mening dat een belangenafweging daarom haar kant op dient te vallen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de zitting zijn de stellingen van de man door de vrouw betwist en is aangegeven dat niet alleen het belang van [de minderjarige] moet worden meegewogen, maar ook het belang van [kind 1] en [kind 2] . De vrouw moet een woning vinden die geschikt is voor drie kinderen, omdat de vaders van [kind 1] en [kind 2] in het buitenland wonen. De vrouw is druk op zoek naar een nieuwe woning, maar tot nu toe is dit nog niet gelukt. Zij wordt hierin ook beperkt, omdat de man heeft aangegeven dat de vrouw [de minderjarige] niet krijgt als zij naar bijvoorbeeld [plaats] verhuist. De vrouw heeft tot slot ter zitting aangegeven dat zij op 1 november 2024 een brief naar de man heeft gestuurd of partijen voor een bepaalde tijd samen in de woning konden blijven, maar hierop is geen reactie gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Gelet op artikel 4, lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek ter zake van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat beide partijen belang hebben bij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, waardoor een belangenafweging dient plaats te vinden tussen de belangen van de man enerzijds en de belangen van de vrouw anderzijds. Doordat geen van beide partijen op korte termijn over vervangende woonruimte kan beschikken, acht de rechtbank het noodzakelijk om een ruime termijn te geven aan diegene die de echtelijke woning moet verlaten en voor een alternatieve woonruimte moet zorgen. Het belang van een ruime termijn om vanuit de echtelijke woning een geschikte woning te vinden geldt voor de man omdat hij de helft van de tijd voor [de minderjarige] zorg zal dragen, maar geldt nog sterker voor de vrouw omdat zij naast [de minderjarige] ook de zorg draagt voor haar twee andere kinderen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De rechtbank is alles overwegende van oordeel dat het van belang is dat een toekomstbestendige ordemaatregel wordt getroffen, waardoor de man, die de volledige eigendom heeft van de woning en ook na de echtscheiding in de woning blijft wonen, bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de daarin bevindende inboedelgoederen aan [adres] . Zoals eerder overwogen zal de vrouw een ruime termijn gegund moeten worden om voor zichzelf en haar kinderen een andere woning te vinden. Naar het oordeel van de rechtbank is dit ook mogelijk, omdat ter zitting is gebleken dat het samenzijn in de woning van partijen minder wenselijk is maar niet onhoudbaar. Daarnaast geeft het partijen de ruimte om het werk en de zorgtaken opnieuw in te richten en zich voor te bereiden op de nieuwe situatie. Het verzoek van de man zal dan ook worden toegewezen met ingang van 1 juli 2025. Voor deze datum dient de vrouw de woning met [kind 1] en [kind 2] te verlaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Het verzoek van de man om te bepalen dat de te geven beslissing ten aanzien van de woning ten uitvoer kan worden gelegd met behulp van de sterke arm van politie en justitie, zal worden afgewezen wegens gebrek aan belang. Uit artikel 822 lid 1 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) volgt immers dat het bevel dat de vrouw de echtelijke woning dient te verlaten en verder niet mag betreden, zelf de titel verschaft om tot ontruiming van de echtelijke woning met behulp van de sterke arm over te gaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank merkt tot slot op dat van beide partijen, zowel voor het vinden van geschikte woonruimte respectievelijk voor het geven van toestemming om de woning met [de minderjarige] te betrekken, de nodige flexibiliteit mag worden verwacht, omdat de kans groot is dat het zelfs op deze termijn het zeer moeilijk gaan worden om vlakbij de echtelijke woning een geschikte woning te vinden. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zorgregeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Nu de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar het recht van Nederland te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat partijen ter zitting overeenstemming hebben bereikt dat de zorg voor [de minderjarige] gelijk wordt verdeeld (co-ouderschap). De rechtbank zal dan ook met ingang van 1 juli 2025 of zoveel eerder wanneer de vrouw de echtelijke woning verlaat, een zorgregeling vaststellen waarbij [de minderjarige] in de even weken vanaf de zondag ervoor (oneven week) 18.00 uur tot de daaropvolgende zondag 18.00 uur bij de man verblijft, en in de oneven weken vanaf de zondag ervoor (even week) 18.00 uur bij de vrouw. Daarnaast wordt bepaald dat de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij gelijke helfte worden verdeeld. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">toevertrouwing minderjarige</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <parablock>
        <para>De man heeft verzocht te bepalen dat [de minderjarige] aan hem wordt toevertrouwd. </para>
        <para>De man heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij al sinds lange tijd de primaire verzorger is van [de minderjarige] . Dit mede gezien de zeer wisselende werktijden van de vrouw en het feit dat zij ook de zorg heeft voor haar twee andere kinderen. Het is verder niet in het belang van [de minderjarige] om de hoofdverblijfplaats bij de vrouw te bepalen, omdat de man meer dan de vrouw in staat is om te voorzien in een stabiele leefomgeving voor haar. Onnodige veranderingen in de woonsituatie moeten worden vermeden. Tot slot mogen financiële overwegingen nooit doorslaggevend zijn bij de beslissing over het hoofdverblijf van de minderjarige. De man staat daarentegen niet afwijzend tegen de constructie dat [de minderjarige] feitelijk bij hem verblijft, maar bij de vrouw wordt ingeschreven. De vrouw ontvangt dan kinderbijslag en kindgebonden budget.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>De vrouw heeft hiertegen verweer gevoerd en heeft zelf verzocht om toevertrouwing van [de minderjarige] . <?linebreak?>De vrouw stelt dat zij altijd de hoofdverzorger van [de minderjarige] geweest. Partijen hebben immers altijd de afspraak gehad dat de vrouw de zorg voor de kinderen op zich zou nemen. De vrouw acht het in het belang van [de minderjarige] dat zij ook nadat de samenleving van partijen is geëindigd, de hoofdverzorger van [de minderjarige] blijft. Daarnaast acht de vrouw het in het belang van [de minderjarige] dat zij woont waar haar oudere broers ook wonen, zoals zij gewend is. Het is verder in het belang van [de minderjarige] en partijen dat de vrouw toeslagen voor [de minderjarige] kan aanvragen. De vrouw heeft een aanzienlijk lager inkomen dan de man, zodat zij recht heeft op een hoger bedrag aan kindgebonden budget. Dit hogere bedrag aan kindgebonden budget zal ten goede komen aan [de minderjarige] en de man zal daarvan profiteren aangezien hij daardoor een lagere kinderbijdrage dient te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <para>Nu de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar het recht van Nederland te beslissen op het verzoek tot toevertrouwing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat de hoofdverblijfplaats in beginsel wordt bepaald bij de ouder bij wie het kind het meeste verblijft. Nu de zorgtaken tussen de ouders 50/50 worden verdeeld, is het in het belang van [de minderjarige] dat zij wordt toevertrouwd aan de vrouw, aangezien de vrouw bij toevertrouwing van [de minderjarige] een hoger kindgebonden budget ontvangt. Dit bedrag komt ten goede aan [de minderjarige] . Bovendien heeft de man ook aangegeven dat hij kan instemmen dat [de minderjarige] bij de vrouw wordt ingeschreven, zodat de vrouw de kinderbijslag en het kindgebonden budget gaat ontvangen. Gelet op het voorgaande zal het verzoek van de vrouw met ingang van 1 juli 2025 worden toegewezen of zoveel eerder wanneer de vrouw de echtelijke woning verlaat, onder afwijzing van het verzoek van de man.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">kinderbijdrage</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.16.</nr>
      <para>De man heeft verzocht te bepalen dat de vrouw aan hem als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] (hierna: kinderbijdrage) een bedrag van € 50 per maand dient te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.17.</nr>
      <para>De vrouw heeft hiertegen verweer gevoerd en heeft zelf verzocht te bepalen dat de man een kinderbijdrage dient te betalen van € 500 per maand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.18.</nr>
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 3 van de Alimentatieverordening (nr. 4/2009 Raad van de Europese Unie van 18 december 2008) is de rechtbank bevoegd ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van de kinderbijdrage, aangezien de onderhoudsgerechtigde in Nederland haar woonplaats heeft. Ingevolge artikel 3 van het Haagse Protocol van 2007 </para>
        <para>inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen is het recht van de gewone verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde van toepassing. De rechtbank zal daarom Nederlands recht toepassen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.19.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank rondt in haar beoordeling bedragen telkens op hele euro’s af.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="underline">ingangsdatum</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.20.</nr>
      <para>De rechtbank sluit voor de ingangsdatum van een eventuele kinderbijdrage aan bij eerder genoemde datum van 1 juli 2025 (of een eerdere datum, waarop de vrouw de echtelijke woning zal verlaten. Pas vanaf datum moment is er tussen partijen sprake van een gescheiden huishouding met alle gevolgen voor het kindgebonden budget van dien. De rechtbank gaat er vanuit dat partijen bestaande afspraken over de kosten van de huishouding en de kosten van de kinderen blijven uitvoeren, zolang zij de echtelijke woning nog gezamenlijk bewonen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">behoefte</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.21.</nr>
      <para>De rechtbank hanteert voor de vaststelling van de behoefte van [de minderjarige] aan een kinderbijdrage de behoeftetabel die behoort bij het rapport van de Expertgroep Alimentatienormen (hierna: Tremarapport). Uitgangspunt van deze tabel is dat ouders een bepaald percentage van hun gezinsinkomen aan hun kinderen besteden. Naast het aantal kinderen is het netto besteedbare gezinsinkomen van partijen een belangrijke factor bij de bepaling van de hoogte van de behoefte. Dit inkomen wordt in de regel gevormd door de middelen die ouders gebruikelijk voorafgaand aan het verbreken van de samenleving ter beschikking stonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.22.</nr>
      <para>Het netto besteedbaar inkomen (NBI) bestaat uit het bruto inkomen uit arbeid, uitkering en/of vermogen, verminderd met de belastingen en premies die daarover verschuldigd zijn, waarbij tevens de relevante heffingskortingen in aanmerking worden genomen. Ook worden hierbij de netto uitgaven voor inkomensvoorzieningen, zoals de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering, in aanmerking genomen. Geen rekening wordt gehouden met de fiscale gevolgen van het zijn van eigenaar van een woning en de bijtelling vanwege een auto van de zaak. Het NBI wordt vermeerderd met het kindgebonden budget waarop recht bestond ten tijde van de samenleving.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.23.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat voor de behoefte van [de minderjarige] gerekend kan worden met de overgelegde loonstroken van partijen uit 2024. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.24.</nr>
      <para>De man is in loondienst werkzaam bij [bedrijf] . Uit de overgelegde loonstroken van 2024 blijkt dat de man een bruto salaris heeft van € 4.800 per maand (exclusief 8% vakantiegeld). Daarnaast volgt uit de loonstroken dat hij € 147 per maand afdraagt voor zijn pensioen en € 16 per maand voor de WGA-premie. De rechtbank houdt verder rekening met een bedrag van € 340 per maand aan leasevervangende toeslag, omdat deze toeslag voor de man vrij te besteden is, fiscaal wordt belast en daarom als verkapt loon wordt aangemerkt. Daar komt bij dat de man naast de toeslag ook nog een onbelaste kilometervergoeding krijgt. <?linebreak?>Uitgaande van voorgaande informatie en rekening houdend met de aanspraak van de man op de algemene heffingskorting en de arbeidskorting bedraagt zijn NBI zodoende € 3.814 per maand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.25.</nr>
      <para>De vrouw is in loondienst werkzaam bij [bedrijf] . Uit de overgelegde loonstroken volgt dat de vrouw een bruto salaris heeft van € 2.450 per maand (exclusief 8% vakantiegeld en tantième van € 550 per jaar). Daarnaast volgt uit de loonstroken dat zij € 22 per maand afdraagt voor haar pensioen. Uitgaande van voorgaande informatie en rekening houdend met de aanspraak van de vrouw op de algemene heffingskorting, arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting bedraagt haar NBI zodoende € 2.643 per maand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.26.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande bedroeg het netto besteedbaar gezinsinkomen € 6.457 <?linebreak?>(€ 3.814 + € 2.643) per maand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.27.</nr>
      <para>Nu de rechtbank weet wat de ouders te besteden hadden, kan de rechtbank berekenen welk gedeelte daarvan ongeveer aan [de minderjarige] werd uitgegeven en wat dus de behoefte van [de minderjarige] is. Zoals eerder genoemd, maakt de rechtbank hiervoor gebruik behoeftetabel. Uit die tabel volgt dat de ouders bij een gezinsinkomen van € 6.457 per maand, gemiddeld € 865 per maand aan [de minderjarige] uitgeven.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">draagkracht van partijen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.28.</nr>
      <para>De rechtbank moet vervolgens beoordelen of partijen over voldoende draagkracht beschikken om elk hun eigen aandeel in deze behoefte te kunnen betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.29.</nr>
      <para>Het bedrag aan draagkracht wordt volgens de richtlijn, zoals vermeld in het Tremarapport van 2025, vastgesteld aan de hand van de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + 1.310)]. Deze benadering houdt in dat op het NBI 30% in mindering wordt gebracht in verband met forfaitaire woonlasten, dat rekening wordt gehouden met een bedrag van € 1.310 aan overige lasten en dat wordt uitgegaan van een draagkrachtpercentage van 70.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.30.</nr>
      <para>De rechtbank gaat bij de beoordeling van de draagkracht van de man uit van zijn inkomen zoals onder 3.24 vermeld. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de inkomensafhankelijke combinatiekorting, omdat partijen vanwege het aanstaande co-ouderschap hier beiden recht op (gaan) hebben. De rechtbank ziet verder geen aanleiding om rekening te houden met de advocaatkosten, omdat onvoldoende is gebleken dat de man deze kosten niet kan voldoen met zijn spaargeld en hiervoor een betalingsregeling is aangegaan. Er wordt tot slot geen rekening gehouden met de herinrichtingskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.31.</nr>
      <para>Op grond van de draagkrachtformule bedraagt de draagkracht van de man ten aanzien van [de minderjarige] € 1.074 per maand.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.32.</nr>
      <para>De rechtbank gaat bij de beoordeling van de draagkracht van de vrouw uit van haar inkomen zoals onder 3.25 vermeld. De rechtbank gaat er gelet op dit inkomen vanuit dat de vrouw € 8.856 per jaar aan kindgebonden budget (en alleenstaande ouderkop) voor [de minderjarige] en [kind 1] ontvangt/gaat ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.33.</nr>
      <para>Op grond van de draagkrachtformule bedraagt de draagkracht van de vrouw ten aanzien van [de minderjarige] € 370 per maand (€ 740 : 2 kinderen). De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met [kind 1] die eveneens behoeftig is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">draagkrachtvergelijking</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.34.</nr>
      <parablock>
        <para>De gezamenlijke draagkracht van partijen bedraagt € 1.444 (€ 1.074 + € 370) per maand. Dit bedrag overschrijdt de behoefte van [de minderjarige] van € 865 per maand, waardoor er aanleiding is om een draagkrachtvergelijking te maken. De verdeling van de kosten van [de minderjarige] over partijen wordt berekend volgens de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte, oftewel:<?linebreak?>Het eigen aandeel van de man bedraagt: € 1.074 : € 1.444 x € 865 = € 643 per maand.</para>
        <para>Het eigen aandeel van de vrouw bedraagt: € 370 : € 1.444 x € 865 = € 222 per maand.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">zorgkorting</emphasis>
          <?linebreak?>3.35.	Op het berekende aandeel dient de zorgkorting in mindering te worden gebracht. De rechtbank volgt ook in dit opzicht het Tremarapport, inhoudende dat het percentage van de zorgkorting afhankelijk is van de hoeveelheid omgang of zorg. De rechtbank acht het gelet op de zorgregeling redelijk om te rekenen met een zorgkorting van 35%. Er is geen aanleiding om af te wijken van het Tremarapport.  </para>
        <para>Omdat de behoefte € 865 per maand bedraagt, beloopt de zorgkorting een bedrag van € 303 per maand. De man wordt geacht dit bedrag minimaal te besteden aan [de minderjarige] bij de uitoefening van zijn zorgtaken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">conclusie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.36.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de man met ingang 1 juli 2025 – of zoveel eerder als de vrouw de echtelijke woning verlaat - een kinderbijdrage voor [de minderjarige] van € 340 (€ 643 - € 303) per maand aan de vrouw dient te voldoen. Het is hierbij van belang dat partijen er zorg voor dragen dat het kindgebonden budget en de kinderbijslag ten aanzien van [de minderjarige] en [kind 1] aan de vrouw zullen worden uitbetaald. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de man met ingang van 1 juli 2025 bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedelgoederen aan [adres] met bevel dat de vrouw met haar twee kinderen uit haar vorige relatie de woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] : </para>
        <para>-	[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,</para>
        <para>wordt toevertrouwd aan de vrouw, met ingang van 1 juli 2025 of zoveel eerder wanneer de vrouw de echtelijke woning verlaat; </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat met ingang van 1 juli 2025 of zoveel eerder wanneer de vrouw de echtelijke woning verlaat de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt zal zijn:<?linebreak?>-	[de minderjarige] verblijft in de even weken vanaf de zondag ervoor (oneven week) 18.00 uur tot de daaropvolgende zondag 18.00 uur bij de man, en in de oneven weken vanaf de zondag ervoor (even week) 18.00 uur bij de vrouw. </para>
        <para>De vakanties en feestdagen worden in onderling overleg bij gelijke helfte verdeeld; </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>bepaalt met ingang van 1 juli 2025 of zoveel eerder wanneer de vrouw de echtelijke woning verlaat de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] op € 340 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>
                  <?linebreak?>Deze beschikking is gegeven door mr. F.C. Bakker, rechter, in tegenwoordigheid van mr. N.L. de Groot, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2025.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>