<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:13098</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-20T12:22:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr"> 11751931 \ CV EXPL  25-3878</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:13098">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:13098</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-20T10:58:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:13098 Rechtbank Noord-Holland , 12-11-2025 /  11751931 \ CV EXPL  25-3878</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:13098:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart. Bevoegdheidsincident. Nederlandse rechter is niet bevoegd omdat de vervoerder in de VS is gevestigd en Schiphol slechts een overstapluchthaven was.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:13098:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11751931 \ CV EXPL  25-3878</para>
      <para>Uitspraakdatum: 12 november 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar het recht harer vestiging<?linebreak?><emphasis role="bold">AirHelp Germany GmbH</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Berlijn, Duitsland</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>hierna te noemen: AirHelp</para>
      <para>gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de buitenlandse vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Delta Air Lines Inc.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Atlanta, Verenigde Staten</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>hierna te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding;</para>
      <para>- de incidentele conclusie tot onbevoegdheid.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>AirHelp heeft niet meer gereageerd. Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 16 juni 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Detroit, Verenigde Staten, naar Sault Ste. Marie, Verenigde Staten, met vluchtcombinatie DL137 en DL4278.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vervoerder heeft vlucht DL137 van Amsterdam naar Detroit (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de aansluitende vlucht gemist. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagier heeft haar eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vervoerder heeft de kantonrechter verzocht zich onbevoegd te verklaren, met veroordeling van AirHelp in de kosten van het incident. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De vervoerder legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. Hij stelt dat de passagier niet alleen een boeking had om te reizen van Amsterdam, via Detroit naar Sault Ste. Marie. Volgens hem is de passagier overeengekomen om vervoerd te worden van Belgrado, Servië, via Amsterdam-Schiphol Airport en via Detroit, naar Sault Ste. Marie, met de vluchtcombinatie JU260, DL137 en DL4278. Dit betekent dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft, aldus de vervoerder. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>In dit incident staat de vraag centraal of de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland bevoegd is kennis te nemen van het geschil.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat in dit geval de rechtsmacht van de Nederlandse rechter worden beoordeeld aan de hand van het Nederlandse procesrecht.<footnote-ref linkend="_bf7e1a0e-bbfd-4bb3-b603-0c425b3a727f" /> Daaruit volgt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft als de gedaagde partij zijn woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft.<footnote-ref linkend="_e8a6d7f7-0a9e-42c4-b9e3-aa39a02335e1" /> De vervoerder is gevestigd in de Verenigde Staten en heeft dus geen woonplaats in Nederland.<footnote-ref linkend="_5e5ce915-324c-456c-afdc-45ff7acabb3b" /> AirHelp heeft niet gesteld dat de boeking voor de vlucht in kwestie een aangelegenheid was die het filiaal van de vervoerder op Schiphol betreft, zodat de vervoerder ook niet op grond daarvan een woonplaats in Nederland heeft.<footnote-ref linkend="_4906a0d8-ae87-4cb3-82f0-03854b8f5c67" /> Daarom kan de kantonrechter geen bevoegdheid ontlenen aan de woonplaats van de vervoerder.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De Nederlandse rechter heeft eveneens rechtsmacht als de verbintenis die aan de vordering ten grondslag ligt, in Nederland is uitgevoerd.<footnote-ref linkend="_35e28f30-411d-4ff2-831d-855844a54a52" /> De plaats van uitvoering van diensten is in Nederland gelegen als deze volgens de overeenkomst in Nederland verstrekt werden.<footnote-ref linkend="_48595c3b-d033-497c-ac82-e811fcedea3a" /> Het Hof heeft geoordeeld dat diensten van luchtvervoer worden verstrekt op zowel de plaats van vertrek als de plaats van aankomst van het vliegtuig.<footnote-ref linkend="_62817cf0-17d4-44a2-97a4-9562b06c42c6" /> In dit incident staat als onbetwist vast dat de passagier niet is vertrokken vanaf Amsterdam-Schiphol Airport, maar vanuit Belgrado, Servië. De plaats van aankomst was Sault Ste. Marie, Verenigde Staten. Amsterdam-Schiphol Airport kan niet als plaats van uitvoering van de overeenkomst worden aangemerkt. Dit was immers slechts een overstapluchthaven.<footnote-ref linkend="_7e8b4615-240a-4c4e-95c2-f979c402602b" /> Dit betekent dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft op grond van de plaats van uitvoering van de overeenkomst.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter ziet in dit geschil ook geen andere aanknopingspunten waaraan de Nederlandse rechter rechtsmacht kan ontlenen. Dit betekent dat de vordering van de vervoerder slaagt. De kantonrechter zal zich onbevoegd verklaren om van het geschil kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 82,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad;<?linebreak?><emphasis role="underline">in de hoofdzaak</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt AirHelp in de kosten van de hoofdzaak, die aan de zijde van de vervoerder worden vastgesteld op nihil.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_bf7e1a0e-bbfd-4bb3-b603-0c425b3a727f" label="1">
    <para> Artikel 6 van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e8a6d7f7-0a9e-42c4-b9e3-aa39a02335e1" label="2">
    <para> Artikel 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5e5ce915-324c-456c-afdc-45ff7acabb3b" label="3">
    <para> Op grond van artikel 1:10 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4906a0d8-ae87-4cb3-82f0-03854b8f5c67" label="4">
    <para> Artikel 1:14 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_35e28f30-411d-4ff2-831d-855844a54a52" label="5">
    <para> Artikel 6 lid onder a Rv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_48595c3b-d033-497c-ac82-e811fcedea3a" label="6">
    <para> Artikel 6a onder bRv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_62817cf0-17d4-44a2-97a4-9562b06c42c6" label="7">
    <para> HvJEU 9 juli 2009, C-204/08, ECLI:EU:C:2009:439.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7e8b4615-240a-4c4e-95c2-f979c402602b" label="8">
    <para> Zie ook HvJEU 3 februari 2022, C-20/21, ECLI:EU:C:2022:71.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>