<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:12679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-13T09:39:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11648685</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:12679">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:12679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-13T09:38:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:12679 Rechtbank Noord-Holland , 22-10-2025 / 11648685</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:12679:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart; EPGV; TAP; niet is komen vast te staan dat de vervoerder aan de passagiers redelijk alternatief vervoer heeft aangeboden; verzoek toegewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:12679:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11648685 \ CV FORM 25-2382</para>
      <para>Uitspraakdatum: 22 oktober 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [verzoeker 1]
    </title>
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	[verzoeker 2]</emphasis>
      <?linebreak?>beiden wonende te [plaats 1]</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">3.	[verzoeker 3]</emphasis>wonende te [plaats 2]</para>
    <bridgehead role="bold">4.	[verzoeker 4]</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">5.	[verzoeker 5]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>beiden wonende te [plaats 3] <?linebreak?>verzoekende partij</para>
      <para>verder te noemen: de passagiers</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
      <para>
        <?linebreak?>de vennootschap naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EasyJet Europe Airline GmbH</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Wenen (Oostenrijk)</para>
      <para>verwerende partij  </para>
      <para>verder te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verloop blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het vorderingsformulier (formulier A);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 7 juli 2024 moest vervoeren van Kopenhagen Airport (Denemarken) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU7940 (hierna: de vlucht).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:</para>
        <para>- € 1.250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>- € 187,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;<?linebreak?>- de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier.<footnote-ref linkend="_3045fb77-2695-47a8-98ae-25460ec3fd71" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Voor zover de vervoerder betwist dat de passagiers over een bevestigde boeking voor een vlucht op 29 mei 2023 van Kopenhagen naar Amsterdam beschikten, gaat de kantonrechter hieraan voorbij. De vervoerder wordt hierbij niet in zijn verdediging geschaad omdat de passagiers onder meer de tickets voor vlucht EJU7940 met vertrekdatum 7 juli 2024 van Kopenhagen naar Amsterdam hebben overgelegd en hij reeds inhoudelijk verweer heeft gevoerd. Bovendien blijkt uit dit verweer dat hij de door hen gemaakte kosten heeft vergoed. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd. Daarom moet de vervoerder in beginsel compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering van de vlucht het gevolg is geweest van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.<footnote-ref linkend="_fe37229a-d90d-4509-b514-e094c442353a" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat wat er ook zij van eventuele buitengewone omstandigheden, de vervoerder onvoldoende heeft onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen of te beperken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De vervoerder stelt in dit verband dat er binnen 24 uur geen alternatieve vlucht beschikbaar was, maar hij de passagiers alsnog heeft omgeboekt op de eerst mogelijke vlucht naar Amsterdam. De kantonrechter overweegt dat het omboeken van passagiers naar een door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde alternatieve vlucht niet per definitie een redelijke maatregel vormt. Het is in een dergelijk geval aan de vervoerder om te onderbouwen dat er geen sneller alternatief met plaats beschikbaar was.<footnote-ref linkend="_4d36da15-ef14-443c-867d-62726bcdaa1e" /> Dit heeft hij echter nagelaten. Daarom is niet gebleken dat hij de passagiers een redelijk alternatief heeft aangeboden. Het verzoek tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen. De over de hoofdsom verzochte wettelijke rente is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Het verzoek heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of deze kosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Het verzochte bedrag is niet hoger dan het volgens het Besluit berekende tarief. De verzochte buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.<footnote-ref linkend="_c853e4af-e685-43ed-b8c4-40f8358aa36b" /><?linebreak?><emphasis role="bold">5. De beslissing</emphasis><?linebreak?>De kantonrechter:<?linebreak?>5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.437,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.250,00 vanaf 7 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; <?linebreak?>5.2. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 204,00 aan salaris gemachtigde; </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.<?linebreak?></para>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier								De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_3045fb77-2695-47a8-98ae-25460ec3fd71" label="1">
    <para> Artikel 7 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fe37229a-d90d-4509-b514-e094c442353a" label="2">
    <para> Artikel 5 lid 3 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4d36da15-ef14-443c-867d-62726bcdaa1e" label="3">
    <para> HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:460.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c853e4af-e685-43ed-b8c4-40f8358aa36b" label="4">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>