<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:12442</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T09:29:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/357341 / JU RK 24-1418</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:12442">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:12442</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T09:29:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:12442 Rechtbank Noord-Holland , 16-01-2025 / C/15/357341 / JU RK 24-1418</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:12442:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. Het enige doel van de ondertoezichtstelling was contactherstel met de vader. De daarvoor nodige hulpverlening zal naar verwachting niet binnen de termijn van de verlenging daadwerkelijk van start gaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:12442:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/15/357341 / JU RK 24-1418</para>
      <para>Datum uitspraak: 16 januari 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming, </emphasis>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>hierna te noemen: de GI, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de minderjarige 1]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de minderjarige 2]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [de minderjarige 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende in [plaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.E. Kötter, kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonende in [plaats] .	</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 10 januari 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief met bijlagen van de GI van 9 januari 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het emailbericht met bijlagen van de moeder van 10 januari 2025.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zitting met gesloten deuren is geweest op 16 januari 2025. Aanwezig waren:</para>
      <para>- de vader;</para>
      <para>- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;</para>
      <para>- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>
        [de minderjarige 1] is uitgenodigd om voorafgaand aan de mondelinge behandeling met de kinderrechter te praten over het verzoek. Hij heeft hiervan geen gebruik gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] (hierna; de kinderen) wonen bij hun moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van de kinderrechter van 19 november 2021 zijn [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld. Die ondertoezichtstelling is daarna verlengd en duurt nog tot 19 januari 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De beschikking van 17 december 2024 en nadere standpunten nadien</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van de kinderrechter van 17 december 2024 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verlengd tot 19 januari 2025 en de beslissing voor het overige deel aangehouden tot de zitting van 16 januari 2025. De reden daarvoor was dat de kinderen nog steeds zodanig opgroeien dat zij ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Zij verkeren in een ernstig loyaliteitsconflict en er is al lang geen contact meer tussen de vader en de kinderen. Gebleken is dat het hulpverleningstraject van [GGZ-instelling] het enige passende traject zou zijn. Beide ouders willen aan dit traject meewerken. De GI heeft aangegeven dat [GGZ-instelling] alleen het traject wil starten als de GI de regie heeft en de moeder heeft aangegeven dat zij bericht heeft gekregen van [GGZ-instelling] dat dit traject ook in het vrijwillig kader kan plaatsvinden en een ondertoezichtstelling niet meer nodig is. De kinderrechter begrijpt dat het traject van [GGZ-instelling] een laatste kans is om de zaak vlot te trekken, maar acht zich nog onvoldoende geïnformeerd om een juiste beslissing te nemen, nu de moeder en de GI tegenstrijdige informatie hebben overgelegd. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling daarom verlengd om zeker te stellen dat het traject bij [GGZ-instelling] op 7 januari 2025 zou aanvangen. De kinderrechter heeft de GI daarnaast de opdracht gegeven de rechtbank een verklaring van [GGZ-instelling] te doen toekomen waarin staat vermeld wat de exacte voorwaarden zijn om het traject van [GGZ-instelling] te doorlopen. Daarin dient duidelijk en ondubbelzinnig te worden opgenomen of voor deze moeder en vader het traject enkel onder regie van de GI of ook in het vrijwillig kader onder regie van het Jeugdteam kan plaatsvinden.”</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De GI heeft in haar brief van 9 januari 2025 verwezen naar de brief van [GGZ-instelling] , die op 6 december 2024 bij de rechtbank is ingediend. Daaruit blijkt dat [GGZ-instelling] een GI als regievoerder wil hebben. De GI heeft op verzoek van de rechtbank nogmaals de mailwisseling met [GGZ-instelling] van 19 en 20 november 2024 en de brochure van [GGZ-instelling] overgelegd. De GI benoemt verder dat er op 7 januari 2025 een intake heeft plaatsgevonden. Deze is positief verlopen en ouders zijn gemotiveerd om deze behandeling aan te gaan. Er is een schema gemaakt tot aan april 2025 met de afspraken.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De GI handhaaft het verzoek. [GGZ-instelling] blijft erbij dat zij de regie van de GI nodig hebben. [GGZ-instelling] werkt namelijk liever met een gedwongen kader dan met een vrijwillig kader zodat er druk uitgeoefend kan worden met een schriftelijke aanwijzing als het proces stagneert. [GGZ-instelling] heeft mondeling aan de GI kenbaar gemaakt dat als de GI wegvalt, het traject zal worden beëindigd. Daarnaast wijst de GI erop dat de financiering voor de hulp aan de kinderen rond is. Voor de hulp aan de ouders moet echter een apart dossier worden aangemaakt en voor de vergoeding van die hulp is een verwijsbrief van de huisarts nodig. Dit heeft [GGZ-instelling] bij de intake met de ouders ook benoemd. De vader heeft dit in orde gemaakt, maar de moeder heeft hier nog niet aan meegewerkt. De moeder is ook niet ingegaan op de uitnodiging van [GGZ-instelling] om meer uitleg te krijgen over de noodzaak van deze verwijsbrief. Als de moeder de verwijsbrief niet binnen twee weken aanlevert (en de hulp ook niet zelf financiert), kan het traject bij [GGZ-instelling] niet van start gaan. Concluderend is zowel een gedwongen kader als een verwijsbrief van de huisarts voor de moeder nodig om het traject bij [GGZ-instelling] van start te laten gaan, aldus de GI.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Door en namens moeder is ter zitting naar voren gebracht dat hulpverlening door [GGZ-instelling] ook in het vrijwillige kader mogelijk is zodat een ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk is. De moeder is bereid om vrijwillig mee te werken aan het traject bij [GGZ-instelling] . Daarnaast is door de GI eerder gezegd dat de financiering rond was, maar dit blijkt nu niet het geval te zijn. Er wordt nu een verwijsbrief van de huisarts met een diagnose uit de DSM-IV gevraagd van de moeder om deze financiering alsnog rond te krijgen. De moeder heeft in het kader van de ondertoezichtstelling overal aan meegewerkt, maar van deze brief is de moeder geschrokken. De diagnoses waar om wordt gevraagd zijn niet niks en bovendien is hiervan bij de moeder geen sprake. De huisarts kan deze daarom niet op papier zetten en dat wil de moeder ook niet. Dit zou namelijk oplichting van de verzekering zijn en de moeder vindt het kwalijk dat de GI daaraan wil meewerken. De financiering kan dus zo niet rondkomen. Ook kan de moeder het bedrag dat [GGZ-instelling] vraagt niet zelf betalen. Namens de moeder wordt daarom verzocht om het verzoek af te wijzen, omdat onvoldoende is gemotiveerd dat het traject bij [GGZ-instelling] niet op vrijwillige basis kan en omdat de financiering niet rondgemaakt kan worden.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De vader staat achter het verzoek. Hij heeft ter zitting verteld dat er een intake bij [GGZ-instelling] is geweest waarbij ook is uitgelegd waarom het traject niet in een vrijwillig kader kan plaatsvinden. De vader wijst erop dat dit traject de laatste mogelijkheid is om contactherstel te realiseren. Als de moeder dit, zoals zij telkens zegt, ook wil, dan begrijpt de vader niet waarom zij hier niet aan meewerkt. Het gaat bovendien nog maar om een ondertoezichtstelling voor vier maanden en er is nog niet eerder zo’n mooi traject aangeboden met kans van slagen. De vader betreurt het dat de houding van de moeder zorgt voor vertraging en wisselingen van traject. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter onderschrijft het belang van het contactherstel tussen de kinderen en de vader. Dit is nu nog het enige doel van de ondertoezichtstelling. Het traject bij [GGZ-instelling] zou volgens het verzoek de enige en laatste mogelijkheid zijn om dit doel te bereiken. Ter zitting is duidelijk geworden dat de financiering van de hulp in het kader van het traject bij [GGZ-instelling] nog niet rond is. Daarvoor zou volgens [GGZ-instelling] voor ieder van de ouders een verwijsbrief van de huisarts nodig zijn met daarin een psychiatrische diagnose uit de DSM-IV om in aanmerking te komen voor vergoeding van deze zorg (naar de kinderrechter begrijpt: door de ziektekostenverzekering). De vader heeft dit geregeld maar uit de door de moeder overlegde brief van haar huisarts blijkt dat er de huisarts geen verwijsbrief kan en wil maken omdat er volgens de huisarts bij de moeder geen sprake is van zo’n psychiatrische diagnose. De moeder leeft van een uitkering en kan het traject bij [GGZ-instelling] niet zelf bekostigen. Bij deze stand van zaken valt, hoe betreurenswaardig ook, niet te verwachten dat de hulpverlening bij [GGZ-instelling] binnen de verzochte verlenging van de ondertoezichtstelling daadwerkelijk van start kan gaan. Onder deze omstandigheden ziet de kinderrechter geen reden om de ondertoezichtstelling te verlengen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst af het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van:</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold">
            [de minderjarige 1]
          </emphasis>, geboren op [geboortedatum] in [plaats] , </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [de minderjarige 2]
          </emphasis>, geboren op [geboortedatum] in [plaats] .</para>
        <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2025 door mr. J.C.M. Swinkels, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. Moes als griffier, en op schrift gesteld op 23 januari 2025.<?linebreak?></para>
      </parablock>
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC" />
            </row>
            <row>
              <entry />
              <entry />
              <entry />
            </row>
            <row>
              <entry />
              <entry />
              <entry />
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC" />
            </row>
            <row>
              <entry />
              <entry />
              <entry />
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>