<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:11664</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-27T09:37:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11350207</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:11664">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:11664</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-27T09:36:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:11664 Rechtbank Noord-Holland , 23-04-2025 / 11350207</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:11664:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De vraag die beantwoord moet worden is of {gedaagde} de schade die is ontstaan tijdens de huurperiode aan de huurauto van A B Autoverhuur dient te vergoeden. Omdat geen beschrijving van de onderhoudsstaat van de huurauto is opgemaakt en A B Autoverhuur onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat de auto zich bij aanvang van de huur in goede staat bevond, geniet A B Autoverhuur niet de voordelen van het bewijsvermoeden van artikel 7:218 lid 2 van het Burgerlijke Wetboek (BW). De kantonrechter wijst de vordering van verhuurder af, omdat niet is gebleken van een toerekenbare tekortkoming van {gedaagde}. De tegenvorderingen van {gedaagde} – het ongedaan maken van de Elena registratie en terugbetaling van de borg – worden toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:11664:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11350207 \ CV EXPL  24-7246</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 23 april 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">A B AUTOVERHUUR AUTOVERHUUR B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Haarlem,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>gedaagde partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: A B Autoverhuur,</para>
      <para>gemachtigde: mr. O.J. Boeder (Boeder Incasso),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats],</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: mr. V. Groenen (ARAG Rechtsbijstand).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vraag die beantwoord moet worden is of [gedaagde] de schade die is ontstaan tijdens de huurperiode aan de huurauto van A B Autoverhuur dient te vergoeden. Omdat geen beschrijving van de onderhoudsstaat van de huurauto is opgemaakt en A B Autoverhuur onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat de auto zich bij aanvang van de huur in goede staat bevond, geniet A B Autoverhuur niet de voordelen van het bewijsvermoeden van artikel 7:218 lid 2 van het Burgerlijke Wetboek (BW). De kantonrechter wijst de vordering van verhuurder af, omdat niet is gebleken van een toerekenbare tekortkoming van [gedaagde]. De tegenvorderingen van [gedaagde] – het ongedaan maken van de Elena registratie en terugbetaling van de borg – worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 10 oktober 2024;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie van <?linebreak?>20 november 2024;</para>
      <para>.</para>
      <para>- het tussenvonnis van 4 december 2024, waarbij de mondelinge behandeling is bepaald van 4 maart 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para>- de akte van A B Autoverhuur van 4 maart 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft op 19 maart 2024 een huurovereenkomst gesloten met A B Autoverhuur, op grond waarvan hij van A B Autoverhuur voor 23 maart 2024 een Ford met kenteken [kenteken 1] (hierna: de huurauto) heeft gehuurd voor een bedrag van </para>
        <para>€ 140,00. Het eigen risico bedraagt € 1.250,00. [gedaagde] heeft op 23 maart 2024 een borg van € 300,00 betaald.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De algemene voorwaarden die op de huurovereenkomst van toepassing zijn bepalen (onder meer):</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 8 Verplichtingen huurder</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">1. Onverminderd het onderstaande dient huurder met het voertuig om te gaan zoals een goed huurder betaamt en ervoor te zorgen dat het voertuig overeenkomstig zijn bestemming wordt gebruikt. Zo is het huurder verboden het voertuig te gebruiken op een circuit dan wel op een terrein waarvoor het voertuig niet geschikt is of op een terrein waarvan huurder of bestuurder te kennen is gegeven dat betreding daarvan op eigen risico is.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 11 Aansprakelijkheid van de huurder voor schade</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Huurder is in geval van schade van de verhuurder per schadegeval aansprakelijk tot het op het huurcontract vermelde eigen risico. Voor voertuigen tot 3500 kilogram geldt in geval van bovenhoofdse schade een eigen risico dat maximaal € 1500,- bedraagt en voor andere schadegevallen maximaal € 1000,-.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Indien de schade evenwel is ontstaan ten gevolge van handelen of nalaten in strijd met artikel 8, is huurder volledig aansprakelijk voor schade van de verhuurder, tenzij hij bewijst dat dit handelen of nalaten hem niet toerekenbaar is of volledige vergoeding naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. </emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 12 Gebreken aan de auto en aansprakelijkheid van de verhuurder</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">1.Verhuurder is verplicht op verlangen van huurder gebreken te verhelpen, tenzij dit onmogelijk is of uitgaven vereist die in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet van verhuurder zijn te vergen. Deze verplichting geldt niet indien huurder jegens verhuurder aansprakelijk is voor het ontstaan van het gebrek en/of voor het gevolg van het gebrek. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 19 Verwerking van persoonsgegevens van de huurder en van de bestuurder</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. <emphasis role="italic">De in het eerste lid genoemde gegevens kunnen tevens worden opgenomen in het Autoverhuur Waarschuwing Systeem. (…) De persoonsgegevens van huurder en/of van bestuurder kunnen in ieder geval worden opgenomen indien er sprake is van verduistering van het voertuig, indien de huurprijs niet of niet tijdig wordt voldaan en indien er opzettelijk schade wordt toegebracht aan het voertuig. Zie voor een volledige opsomming wwww.bovvag.nl/elena.</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Tijdens het gebruik van de huurauto door [gedaagde] op 23 maart 2024 is schade aan de huurauto ontstaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op 23 maart 2024 een tweede huurovereenkomst gesloten met A B Autoverhuur, op grond waarvan hij van A B Autoverhuur een Peugeot Boxer met kenteken [kenteken 2] (hierna: de vervangende huurauto) heeft gehuurd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Tijdens het gebruik van de vervangende huurauto kwam rook onder de motorkap vandaan. [gedaagde] heeft zijn rit gestaakt en contact met A B Autoverhuur opgenomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft in opdracht van (een medewerker van) A B Autoverhuur een rijproef uitgevoerd in de vervangende huurauto, waarvoor [gedaagde] is geslaagd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>A B Autoverhuur heeft op 27 maart 2024 een factuur voor een bedrag van € 4,14 voor 2 liter brandstof voor de vervangende huurauto aan [gedaagde] gezonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Het schadeherstelbedrijf Bosch Car Service Spaarnestad (hierna: het schadeherstelbedrijf) heeft op 28 maart 2024 aan het leasebedrijf van A B Autoverhuur, Leaseport B.V. (hierna: Leaseport) een factuur gezonden voor een bedrag van € 1.916,87. Leaseport heeft deze herstelkosten verhaald op A B Autoverhuur.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Het schadeherstelbedrijf heeft aan Leaseport en A B Autoverhuur over de oorzaak van de schade aan de huurauto de volgende (ongedateerde) mail gestuurd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Goedemorgen,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hierbij diverse foto’s van de koppeling.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Na demontage van de versnellingsbak zien wij een grote ravage.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zoals te zien op de foto’s zijn alle delen verbrand.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit beeld ontstaat meestal door een bedieningsfout, rijden met een slippende koppeling en daarbij b.v. de handrem er op laten staan.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij deze koppeling is het zelfs zo erg geweest dat het druklager en zelfs de leiding is verbrand, dit ook te zien op de foto’s.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Na de vervanging, de bediening gecontroleerd { koppelingspedaal} dit functioneert allen naar behoren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Omdat de schade aan de huurauto volgens A B Autoverhuur is veroorzaakt door [gedaagde] heeft A B Autoverhuur deze kosten doorberekend aan [gedaagde]. A B Autoverhuur heeft op 27 april 2024 een factuur aan [gedaagde] gezonden voor een bedrag van € 2.320,69. Op deze factuur is het bedrag van € 300,00 aan borg in mindering gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is ondanks sommaties niet tot betaling van de facturen overgegaan.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>A B Autoverhuur heeft [gedaagde] op grond van artikel 19 van haar algemene voorwaarden laten registreren in het landelijk waarschuwingssysteem Elena.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>A B Autoverhuur vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 2.324,83 aan hoofdsom, € 348,72 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 45,37 aan vervallen rente, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum dagvaarding en de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer en vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter A B Autoverhuur bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Primair:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>a. het intrekken van de Elena registratie;</para>
      <para>b. betaling van de waarborgsom van € 300,00;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Subsidiair:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>a. het matigen van het schadebedrag naar het overeengekomen bedrag van de eigen risico en de waarborgsom daarmee te verrekenen;</para>
      <para>b. het intrekken van de Elena registratie;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>zowel primair als subsidiair betaling van de proces- en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vordering en de tegenvordering lenen zich voor gezamenlijke behandeling.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l BW. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat A B Autoverhuur voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest<footnote-ref linkend="_1ca4d6b0-a3fc-47fa-b57c-51ea31f234c7" />, gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst de volgende algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard: Algemene huurvoorwaarden voor de leden van de BOVAG Verhuurbedrijven, versie januari 2010 (hierna: de algemene voorwaarden). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Het beding dat voor de beoordeling van de vordering relevant is, te weten artikel 7.4 van de algemene voorwaarden, is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De verdere beoordeling van de vordering en de tegenvordering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De vraag die voorligt is of [gedaagde] de schade aan de huurauto aan A B Autoverhuur dient te vergoeden. De kantonrechter oordeelt dat dit niet het geval is en overweegt daartoe als volgt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsvermoeden </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Wanneer er schade ontstaat aan een verhuurde zaak die is ontstaan gedurende de looptijd van de overeenkomst geldt in beginsel het bewijsvermoeden van artikel 7:218 lid 2 BW. De kantonrechter oordeelt dat A B Autoverhuur de voordelen van dit bewijsvermoeden in deze zaak niet toekomt en overweegt daartoe, verwijzend naar de conclusie<footnote-ref linkend="_b9d26832-af82-47bf-b6a4-b9dc35c64f8e" /> van de advocaat-generaal, als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Volgens artikel 7:218 lid 2 BW is de huurder aansprakelijk voor schade aan de verhuurde zaak die is ontstaan door een aan hem toe te rekenen tekortschieten in de nakoming van een verplichting uit de huurovereenkomst. Dit artikel bevat het bewijsvermoeden dat alle schade – ontstaan tijdens de huurperiode – aan het gehuurde wordt vermoed te zijn ontstaan door het tekortschieten van de huurder. Het is voor de toepassing van dit bewijsvermoeden van belang om vast te stellen in welke toestand het gehuurde zich bevond bij aanvang en einde van de huurperiode. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De huurder wordt vermoed het gehuurde in onbeschadigde toestand te hebben ontvangen<footnote-ref linkend="_00ab0db2-13ba-49fc-be71-e89719e663ef" />. Wanneer schadevergoeding wordt gevorderd in verband met schade aan het gehuurde, zal de verhuurder moeten stellen, en bij betwisting moeten bewijzen, dat de schade tijdens de huurtijd is ontstaan. Als een beschrijving van het gehuurde is opgemaakt zal de verhuurder alleen nog hoeven te stellen en bij betwisting moeten bewijzen, dat de staat bij het einde van de huurtijd een andere is dan in de beschrijving is vastgelegd<footnote-ref linkend="_a1efc94b-22cf-4321-981d-f6b6ab708981" />. Als géén beschrijving van het gehuurde is opgemaakt, wordt de huurder vermoed het gehuurde in de toestand te hebben ontvangen zoals deze is bij het einde van de huurovereenkomst. In dat geval zal de verhuurder moeten stellen en bewijzen dat de staat bij aanvang een andere is geweest dan de staat bij opleveren c.q. dat de schade tijdens de huurtijd is ontstaan. Wanneer de verhuurder hierin niet slaagt, komt hem niet het voordeel van het bewijsvermoeden van artikel 7:218 lid 2 BW toe. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Vaststaat dat er géén beschrijving van de onderhoudsstaat van de huurauto in de huurovereenkomst is opgenomen. Er is wel een uitgifterapport van de huurauto opgemaakt, maar dat is, zoals op de zitting is besproken, specifiek gericht op de buitenzijde van de huurauto en niet op de onderhoudsstaat. Volgens artikel 7:224 lid 2 BW wordt de huurauto vermoed bij aanvang van de huurtijd in de staat te hebben verkeerd zoals deze was aan het einde van de huurtijd, in dit geval dus in beschadigde staat. A B Autoverhuur heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de huurauto bij aanvang van de huurovereenkomst, dus op het moment dat [gedaagde] de huurauto heeft meegekregen, in een andere staat verkeerde dan aan het einde van de huurovereenkomst. Zij heeft bijvoorbeeld nagelaten (keurings- en/of onderhouds)rapporten te overleggen waaruit de onderhoudstoestand van de huurauto voorafgaande aan de huurovereenkomst blijkt. De kantonrechter gaat voorbij aan het bewijsaanbod dat tijdens de mondelinge behandeling door A B Autoverhuur is gedaan en verwijst daarbij naar het tussenvonnis van 4 december 2024. Hierin is onder 1.5. overwogen dat partijen uiterlijk 10 dagen voor de dag van de zitting aan de kantonrechter en de wederpartij een kopie dienen te sturen van alle stukken die voor de beoordeling van de zaak noodzakelijk zijn en die nog niet in de procedure zijn overgelegd. De betreffende overweging 1.5 uit het tussenvonnis is gelijk aan (de inhoud van) artikel 4.4 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton, dat bij de gemachtigde van A B Autoverhuur bekend verondersteld mag worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande heeft A B Autoverhuur niet het voordeel van het bewijsvermoeden van artikel 7:218 lid 2 BW. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen sprake van wanprestatie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Omdat Kruif gemotiveerd betwist dat sprake is van wanprestatie is het aan A B Autoverhuur om voldoende concreet te stellen en te onderbouwen dat de schade aan de huurauto door een toerekenbare tekortkoming van [gedaagde] is ontstaan . Daar is A B Autoverhuur naar het oordeel van de kantonrechter niet in geslaagd. Daartoe wordt als volgt overwogen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Vaststaat dat [gedaagde], nadat ook problemen waren ontstaan bij de vervangende huurauto, een rijproef heeft gedaan en dat hij voor deze rijproef is geslaagd. Volgens A B Autoverhuur heeft een werknemer van haar, de heer Wolfsen, bij aankomst waargenomen dat de auto stonk en dat deze op de handrem stond. Anders dan A B Autoverhuur veronderstelt, blijkt hieruit niet dat [gedaagde] in de huurauto heeft gereden met de handrem erop. [gedaagde] betwist nadrukkelijk te hebben gereden met de handrem erop. Dat de huurauto stonk kan een aanwijzing zijn dat er iets mankeerde aan de koppeling, maar dit betekent niet automatisch dat dit door toedoen van [gedaagde] is veroorzaakt. [gedaagde] had immers ook gemeld dat er rook onder de motorkap uitkwam. Bovendien is het gebruikelijk dat een handgeschakelde auto bij stilstand op de handrem wordt gezet, zodat aan het gestelde dat de auto op de handrem stond ook geen conclusies over ondeskundig rijgedrag van [gedaagde] kunnen worden verbonden </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>Evenmin blijkt uit de mail van het schadeherstelbedrijf dat de schade aan de koppeling is veroorzaakt door [gedaagde]. Hierin wordt in zijn algemeenheid gesteld dat een dergelijke schade aan de koppeling meestal ontstaat door een bedieningsfout, zoals het rijden met een slippende koppeling en daarbij (bijvoorbeeld) de handrem erop laten staan. Dat dat ook het geval is bij de schade aan de huurauto in kwestie blijkt hieruit niet. Uit de mail blijkt dat er ook andere oorzaken mogelijk zijn. [gedaagde] heeft ook betwist dat er sprake is van onzorgvuldig of nalatig handelen. Volgens [gedaagde] heeft hij niets bijzonders gedaan met de huurauto. Hij heeft slechts 14 kilometer met de huurauto gereden en is bekend met het rijden met handgeschakelde auto’s. De kantonrechter volgt [gedaagde] in zijn stelling dat het bovendien onwaarschijnlijk is dat een dergelijke ravage aan de koppeling is veroorzaakt tijdens een rit van slechts 14 kilometer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>Voor de volledigheid merkt de kantonrechter nog op, verwijzend naar hetgeen onder rechtsoverwegingen 4.9 tot en met 4.12 is overwogen, dat [gedaagde] niet hoeft aan te tonen dat er sprake was van een andere oorzaak, zoals door A B Autoverhuur is gesteld. Dit was anders geweest, wanneer er wel een beschrijving van de onderhoudsstaat van de huurauto bij aanvang van de huurovereenkomst was opgemaakt. Dan was het bewijsvermoeden van artikel 7:218 lid 2 BW immers wél van toepassing geweest.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>De conclusie is dat niet vast is komen te staan dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten waardoor de schade aan de huurauto is ontstaan. [gedaagde] hoeft de door A B Autoverhuur gevorderde schade niet te betalen. Dit betekent dat de kantonrechter de vordering(en) van A B Autoverhuur zal afwijzen. Voorts is de kantonrechter van oordeel dat A B Autoverhuur geen grond heeft om de betaalde borg niet aan [gedaagde] terug te betalen. A B Autoverhuur zal dan ook tot terugbetaling van de borg van € 300,00 worden veroordeeld. Hetzelfde geldt voor de registratie van [gedaagde] in het Elena waarschuwingssysteem. Omdat ook hiervoor geen grond meer bestaat, wordt A B Autoverhuur ook veroordeeld tot het ongedaan maken van de registratie van [gedaagde] in voornoemd systeem. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>A B Autoverhuur is zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>476,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 238,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>119,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>595,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">de vordering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van A B Autoverhuur af,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">de tegenvordering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt A B Autoverhuur om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de registratie van [gedaagde] in het waarschuwingssysteem Elena ongedaan te maken;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt A B Autoverhuur tot betaling aan [gedaagde] van € 300,00;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt A B Autoverhuur in de proceskosten van € 595,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als A B Autoverhuur niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt A B Autoverhuur tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_1ca4d6b0-a3fc-47fa-b57c-51ea31f234c7" label="1">
    <para> HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b9d26832-af82-47bf-b6a4-b9dc35c64f8e" label="2">
    <para> Conclusie van advocaat-generaal B.J. Drijber bij de Hoge Raad van 17 maart 2023, ECLI:NL:PHR:2023:315.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_00ab0db2-13ba-49fc-be71-e89719e663ef" label="3">
    <para> artikel 7:218 lid 3 BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a1efc94b-22cf-4321-981d-f6b6ab708981" label="4">
    <para> Zie artikel 7:224 lid 2 BW</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>