<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:11579</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-09T17:11:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WM VERZ  24-1235</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:11579">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:11579</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-09T17:09:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:11579 Rechtbank Noord-Holland , 17-01-2025 / WM VERZ  24-1235</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:11579:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedraging is komen vast te staan, maar gelet op de omstandigheden van het geval matigt de kantonrechter de boete naar € 52,50 (met handhaving van de administratiekosten).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:11579:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-HOLLAND</title>
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>locatie Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 11273418 \ WM VERZ  24-1235</para>
      <para>CJIB-nummer	: ['nummer']</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 17 januari 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>naam		: [betrokkene]</para>
      <para>adres		: [betrokkene]</para>
      <para>woonplaats	: [betrokkene] </para>
      <para>(hierna te noemen: betrokkene).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De verkeersboete en het beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 17 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: een bromfiets plaatsen op andere wijze dan is toegestaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene voert aan dat er geen verkeersbord aanwezig was die aangaf dat parkeren ter plaatse verboden was. Daarnaast stelt betrokkene dat er geen duidelijke belijning op het wegdek aanwezig was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“…Ik zag voornoemde voertuig geparkeerd staan op de blinde geleidenstrook. Ik zag dat het voertuig buiten de aangewezen van aangeduid met RVV Bord E8, geparkeerd stond. Ik heb toen een pardontijd van minimaal 5 minuten in acht genomen en geen activiteiten op en rondom het voertuig waargenomen.…”.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt met betrekking op de opgelegde boete te handhaven. Daarnaast stelt de vertegenwoordiger van de officier van justitie dat de redelijke termijn van berechting is overschreden, zodat de boete wel dient te worden gematigd met 25%. Daarbij is verwezen naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden<footnote-ref linkend="_558b9dfe-815e-4b86-bab7-79f5af479859" />.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. In het dossier bevindt zich een verklaring van de verbalisant met foto’s van de gedraging. Uit die verklaring en de foto’s blijkt voldoende dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is begaan. Bij de pleeglocatie staat met een bord E8 aangegeven waar weggebruikers hun bromfiets mogen parkeren. Van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat deze oplettend is op de aanwezige bebording. De bebording is leidend voor de weggebruiker en er is geen verplichting om daarnaast nog andere uiterlijke kenmerken, zoals markeringen in het wegdek, aan te brengen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter volgt het standpunt van de officier van justitie dat de redelijke termijn van berechting is overschreden en ziet, met verwijzing naar de genoemde uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, aanleiding om de boete met 25% te matigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd zal worden gewijzigd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;</para>
      <para>‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en wijzigt die beschikking, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 52,50 (met handhaving van de administratiekosten);</para>
      <para>‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. F.J. Lourens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier								De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. <emphasis role="bold">Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum toezending: </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_558b9dfe-815e-4b86-bab7-79f5af479859" label="1">
    <para>Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2023, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2023:6369. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>