<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:11472</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-06T12:48:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/359831 / HA RK 24-181</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:11472">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:11472</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-06T12:45:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:11472 Rechtbank Noord-Holland , 02-10-2025 / C/15/359831 / HA RK 24-181</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:11472:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Benoemen voorlopig deskundige. Oordeel van de rechtbank over de vraag of een plastich chirurg dan wel een (algemeen) chirurg met aandachtsgebied hand-polschirurgie moet worden benoemd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:11472:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Noord-Holland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: C/15/359831 / HA RK 24-181</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 2 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoeker] ,</para>
      <para>advocaat: mr. A.J.K. de Graaf,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ZAANS MEDISCH CENTRUM</emphasis>, </para>
      <para>te Zaanstad,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: ZMC,</para>
      <para>advocaat: mr. M. van Gool.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift,</para>
      <para>- het verweerschrift,</para>
      <para>- de akte overlegging nadere producties van [verzoeker] ,</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 21 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De beschikking is bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft de ziekte van Morbus Dupuytren, een aandoening aan het bindweefsel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [verzoeker] is op 31 oktober 2019 in het ZMC geopereerd door dr. [de traumachirurg] (hierna: [de traumachirurg] ) in verband met de ziekte van Morbus Dupuytren aan zijn linkerpink. Na deze operatie heeft [verzoeker] problemen ondervonden aan zijn pink en is hij opnieuw geopereerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 30 november 2020 heeft [verzoeker] ZMC aansprakelijk gesteld voor de materiële en immateriële schade die [verzoeker] lijdt en heeft geleden. Op 23 juli 2024 is de verjaring gestuit.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	Het verzoek en het verweer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht zal bevelen. [verzoeker] verzoekt een plastisch chirurg te benoemen. Aan het verzoek legt [verzoeker] ten grondslag dat hij door de verkeerde chirurg op een verkeerde manier is geopereerd en de verkeerde nazorg heeft gekregen waardoor hij uiteindelijk opnieuw geopereerd moest worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>ZMC verzet zich niet tegen het verzoek en de voorgestelde vragen. ZMC verzet zich wel tegen de personen die door [verzoeker] als deskundige worden voorgesteld. ZMC stelt dat er geen plastisch chirurg als deskundige moet worden benoemd, maar een chirurg met aandachtsgebied handchirurgie.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het verzoek van [verzoeker] om een voorlopig deskundige te benoemen is op de wet gegrond en zal worden toegewezen. Omdat partijen verschillen over de persoon van de te benoemen deskundige zal de rechtbank vaststellen wie als deskundige moet worden benoemd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Persoon deskundige</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] wenst dat een plastisch chirurg wordt benoemd als voorlopig deskundige. </para>
        <para>ZMC voert daar verweer tegen. ZMC wijst erop dat [de traumachirurg] een chirurg is met aandachtgebied hand-polschirurgie, waardoor een plastisch chirurg niet als een beroepsgenoot van [de traumachirurg] kan worden gezien. ZMC stelt dat een chirurg benoemd moet worden die een gelijke achtergrond heeft als [de traumachirurg] en een chirurg die werkt in een vergelijkbare werksituatie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
        <para>Partijen verwijzen ter onderbouwing van hun standpunt om de door hun gewenste (plastische) chirurg als deskundige te benoemen onder meer naar de door [verzoeker] als productie 28 overgelegde informatie van de website van de ziekte van Dupuytren. Uit deze uitdraai blijkt dat het belangrijk is dat een plastisch chirurg óf een handchirurg de operatie verricht. Op grond van de informatie van deze website maakt het dus niet uit of een plastisch chirurg of een (algemeen) chirurg als deskundige wordt genoemd. Uit deze informatie en de informatie die blijkt uit de richtlijn “ziekte van Dupuytren” van de Federatie Medisch Specialisten overgelegd in productie 27 door [verzoeker] , blijkt wel dat het belangrijk is dat een deskundige wordt benoemd die zich heeft gespecialiseerd in handchirurgie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Op grond van deze informatie heeft de rechtbank in eerste instantie prof. dr. M.J.P.F. Ritt (hierna: Ritt) gevraagd om als deskundige op te treden. Ritt bleek niet als deskundige te kunnen optreden. Vervolgens heeft de rechtbank de door ZMC voorgestelde dr. N.W.L. Schep (hierna: Schep) benaderd. Tegen het benoemen van dr. Schep als deskundige heeft [verzoeker] geen verweer gevoerd, anders dan zijn algemene verweer dat de operatie volgens hem door een plastisch chirurg had moeten worden verricht en dat om die reden een plastisch chirurg als deskundige benoemd moet worden. De rechtbank is op dat verweer onder 4.3 al ingegaan. Uit het verweerschrift en productie 11 van ZMC blijkt dat Schep, net als [de traumachirurg] traumachirurg is en als aandachtsgebied hand, pols en elleboogchirurgie heeft. De rechtbank leidt daaruit af dat Schep zich heeft gespecialiseerd in handchirurgie en op basis van de onder 4.3 genoemde informatie dus als deskundige kan worden benoemd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Dr. Schep heeft aan de rechtbank laten weten vrij te staan en bereid te zijn het onderzoek te verrichten. De rechtbank zal overgaan tot benoeming van dr. Schep als voorlopig deskundige. Aan dr. Schep zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Dr. Schep heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 5.000,00 (inclusief btw). Indien partijen niet kunnen instemmen met de hoogte van dit voorschot, dan moeten zij dat binnen twee weken na datum van deze beschikking aan de rechtbank meedelen. In dat geval  zal de rechtbank over de aangevoerde bezwaren een beslissing nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft in het verzoekschrift verzocht te bepalen dat ZMC het voorschot op de kosten van de deskundige dient te deponeren. ZMC heeft in het verweerschrift verweer gevoerd tegen dit verzoek. Tijdens de mondelinge behandeling heeft ZMC voorgesteld dat partijen beiden de helft van het voorschot betalen. Dit voorstel is door [verzoeker] geaccepteerd. De rechtbank zal dit voorstel volgen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>In het verweerschrift vraagt ZMC de rechtbank de deskundige te verzoeken om na te gaan of hij over voldoende informatie beschikt om een oordeel te geven over het handelen van het ziekenhuis en eventuele ontbrekende gegevens op te vragen. De rechtbank zal onder het dictum van deze beslissing de (standaard) instructie opnemen dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten. Door het geven van deze instructie is naar het oordeel van de rechtbank aan het verzoek van ZMC voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>ZMC verzoekt in het verweerschrift voorts dat als de deskundige het noodzakelijk acht om [verzoeker] op te roepen en te horen, ook [de traumachirurg] in het kader van wederhoor door de deskundige moet worden benaderd om zijn visie op het geschil te kunnen vernemen. Tegen dit verzoek is geen verweer gevoerd. De rechtbank zal dit verzoek toewijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan één van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij. </para>
        <para>ZMC stelt in het verweerschrift voor dat partijen zes weken de gelegenheid krijgen om te reageren op de concept rapportage van de deskundige. Uitgangspunt is dat partijen daarvoor vier weken de gelegenheid krijgen. De rechtbank ziet geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij te verstrekken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>1a. 	[verzoeker] kampt met de gevolgen van M. Dupuytren aan de handen. Hiervoor is op 31 oktober 2019 een partiële fasciëctomie uitgevoerd in het Zaans Medisch Centrum. Kort na deze ingreep ontstond een recidief op basis van strengvorming in het litteken. Daarmee is de discussie ontstaan of de ingreep d.d. 31 oktober 2019 is uitgevoerd met toepassing van de correctie techniek betreffende de incisie. Is de ingreep lege artis uitgevoerd?</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1b. 	Daarnaast bestaat discussie over de verleende nazorg. Kunt u, mede aan de hand van de richtlijnen en gebruikelijke medische standaarden, beoordelen of de nazorg op een juiste wijze en conform de professionele standaard is verricht? Wilt u daarbij meer in het bijzonder ingaan op de verwijdering van het drukverband, de wijze van inzet van handtherapie en het gebruik van een spalk? </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1c. 	Indien u meent dat van onzorgvuldig handelen sprake is, wilt u dan zo uitvoerig en gemotiveerd mogelijk aangeven waarin dit onzorgvuldig handelen bestaat en hoe wel gehandeld had moeten worden? Wilt u bij uw antwoord zo mogelijk relevante literatuur vermelden?</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1d. 	Is dokter [de traumachirurg] , traumachirurg, bekwaam om een (complexe) Dupuytren te behandelen? </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien u van mening bent dat sprake is geweest van medisch handelen dat niet zorgvuldig is, in de zin dat een redelijk bekwaam vakgenoot anders zou hebben gehandeld, dan verzoeken partijen u tevens de volgende vragen te beantwoorden:  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2a. 	Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en ernst van het letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen?</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2b. 	Wilt u een actuele inventarisatie van de medische voorgeschiedenis van [verzoeker] op uw vakgebied vermelden?</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2c. 	Wat zijn uw bevindingen bij lichamelijk en eventueel hulponderzoek?</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2d. 	Wat is de diagnose op uw vakgebied?</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2e. 	Kunt u de door [verzoeker] aangegeven klachten en beperkingen verklaren op basis van uw onderzoeksbevindingen?</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Wat zijn naar uw mening de gevolgen voor [verzoeker] op uw vakgebied van dit door u aangegeven onzorgvuldig medisch handelen? Wilt u deze gevolgen en eventuele functionele beperkingen op uw vakgebied zo concreet mogelijk weergeven en zo mogelijk uitdrukken in een percentage blijvende functionele invaliditeit met inachtneming van de laatste editie van de AMA-Guide en eventueel toepasselijke (NOV-NVN-)richtlijnen?</para>
      <para> 4a. 	Is er een kans dat ook bij zorgvuldig handelen de door u vastgestelde restverschijnselen bij [verzoeker] zouden zijn opgetreden? Zo ja, wilt u gemotiveerd aangeven hoe groot u die kans acht en indien mogelijk uitdrukken in een percentage, eventueel rekening houdend met een marge? Indien het niet mogelijk is een percentage te noemen, wilt u deze kans dan uitdrukken in één van de volgende termen: zeker, zeer groot, groot, klein, zeer klein, verwaarloosbaar klein? Wilt u bij uw antwoord op deze vraag zo mogelijk relevante literatuur vermelden?</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4b. 	Wilt u daarbij specifiek ingaan op de stelling van [verzoeker] dat hij door het medisch onzorgvuldig handelen eerder in een eindtoestand is gekomen waardoor hij niet meer geopereerd kan worden zonder ernstige gevolgen? </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>5a. 	Is thans sprake van een medische eindtoestand of verwacht u nog een verbetering en in een eindtoestand van verslechtering ten opzichte van de huidige toestand?</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>5b. 	Op welke termijn is dit te verwachten en waar is dit eventueel van afhankelijk?</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>5c. 	In hoeverre zal deze verandering de op dit moment bestaande beperkingen en/of functiestoornissen beïnvloeden?</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. Zijn er uit hoofde van uw deskundigheid verdere op of aanmerkingen?</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>benoemt tot deskundige:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>de heer dr. N.W.L. Schep,</para>
        <para>werkzaam in het Maasstad Ziekenhuis,</para>
        <para>Maasstadweg 21,</para>
        <para>3079 DZ Rotterdam,</para>
        <para>telefoon: 010-2911911 (algemeen nummer Maasstad Ziekenhuis),</para>
        <para>e-mailadres:SchepN@maasstadziekenhuis.nl,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de griffier een kopie van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">het voorschot</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 5.000,- inclusief BTW,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>stelt partijen in de gelegenheid binnen twee weken na datum van deze beschikking verweer te voeren tegen de hoogte van het onder 5.4 genoemde voorschot,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>bepaalt dat [verzoeker] en ZMC beiden de helft van het voorschot, dus een bedrag van € 2.500,- per partij, dienen over te maken <emphasis role="underline">binnen twee weken</emphasis> na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <parablock>
        <para>draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het volledige voorschot</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">het onderzoek </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>bepaalt dat [verzoeker] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>wijst de deskundige er op dat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beiden te raadplegen op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>),</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>als de deskundige het noodzakelijk acht om [verzoeker] op te horen, de deskundige ook contact opneemt met dokter [de traumachirurg] om ook hem te horen,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <para>bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">het schriftelijk rapport </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12.</nr>
      <para>draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.13.</nr>
      <para>wijst de deskundige er op dat: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat de deskundige [verzoeker] in de gelegenheid moeten stellen om gebruik te maken van zijn inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in art. 7:464 lid 2 onder b BW en, indien [verzoeker] als eerste kennis wenst te nemen van het deskundigenrapport, een concept van dat rapport aan [verzoeker] (eventueel onder gesloten couvert via zijn advocaat) moet toesturen en [verzoeker] daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of [verzoeker] gebruik wil maken van zijn blokkeringsrecht (waarbij [verzoeker] zich van commentaar op het concept moet onthouden),</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat, indien [verzoeker] binnen die termijn mededeelt gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk moet staken en dit aan de rechtbank moet mededelen, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat, indien [verzoeker] geen gebruik maakt van zijn inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.14.</nr>
      <para>bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J. Blokland en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>MKG/JB</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>