<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:11195</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-10T10:32:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/360952 / JU RK 25-56</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:11195">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:11195</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-10T10:32:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:11195 Rechtbank Noord-Holland , 14-01-2025 / C/15/360952 / JU RK 25-56</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:11195:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Spoeduithuisplaatsing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:11195:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Familie en Jeugd</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens: C/15/360952 / JU RK 25-56</para>
      <para>datum beslissing: 14 januari 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking spoeduithuisplaatsing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de gecertificeerde instelling de William Schrikker Stichting JB &amp; JR,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de GI,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,</bridgehead>
    <para>hierna te noemen [de minderjarige] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de moeder] , hierna te noemen: de moeder,</bridgehead>
    <para>wonende te [plaats] ,</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de vader] , hierna te noemen: de vader,</bridgehead>
    <para>wonende te [plaats] .</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <para>- het verzoekschrift met bijlage(n) van de GI van 14 januari 2025, ingekomen ter griffie op 15 januari 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de minderjarige] woont bij de ouders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van de kinderrechter van 14 december 2021 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling thans nog voortduurt tot 14 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI heeft een spoedmachtiging verzocht om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in de in het verzoekschrift genoemde verblijfplaats voor de duur van 4 weken. Daarnaast is verzocht om aansluitend een machtiging te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daaraan voorafgaand heeft de GI het verzoek telefonisch aan de kinderrechter gedaan. Dit verzoek is op 14 januari 2025 telefonisch door de kinderrechter (gedeeltelijk) toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de beschikking van 17 december 2024, waarbij de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] is verlengd voor 12 maanden, blijkt dat de concrete ontwikkelingsbedreigingen onder meer eruit bestaan dat [de minderjarige] is opgegroeid in een omgeving met veel spanningen en conflicten tussen de ouders, verslavingsproblematiek van de vader en huiselijk geweld. Hoewel de kinderrechter constateerde dat de opvoedomgeving bij de ouders nog steeds niet veilig was voor [de minderjarige] en er nog steeds escalaties plaatsvonden binnen het gezin, leek de recent ingezette hulpverlening van onder andere Gezinfact te leiden tot meer rust binnen het gezin. Uit de telefonische toelichting op het verzoek van de GI blijkt echter dat de vader, onder invloed van alcohol, [de minderjarige] in het weekend heeft bedreigd hem met een mes te zullen (neer)steken. De moeder heeft de politie gebeld, maar de vader weigerde de woning te verlaten. De moeder is toen met [de minderjarige] , en zijn broertje en zusje, vertrokken naar haar ouders en vervolgens naar een hotel. De vader heeft zich na twee dagen aangemeld bij een kliniek voor een detoxbehandeling en de moeder verblijft nu met alle drie kinderen weer in de woning. De vader heeft echter meerdere malen aangegeven de kliniek te zullen verlaten. De moeder heeft aangegeven de vader niet te zullen toelaten tot de woning, zolang hij zijn behandeling niet heeft afgerond. De GI heeft echter zorgen dat de moeder onvoldoende weerbaar is tegen de vader als hij voor de deur staat. Het risico dat de situatie dan opnieuw escaleert, is zeer groot. De kinderrechter is van oordeel dat op basis van de door de GI verstrekte informatie een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing per direct noodzakelijk is in het belang van [de minderjarige] . Gezien de labiele toestand van de vader is de kinderrechter van oordeel dat [de minderjarige] niet langer kan verblijven bij zijn ouders. [de minderjarige] en de ouders staan achter het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het verzoek blijkt dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [de minderjarige] met spoed uit huis wordt geplaatst. Het verhoor van de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In afwachting van deze zitting zal de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vier weken worden verleend. Verdere beslissingen op het verzoekschrift zal de kinderrechter pas nemen nadat de zitting heeft plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van <emphasis role="bold">[de minderjarige] </emphasis>in een accommodatie jeugdhulpaanbieder, met ingang van 14 januari 2025 voor de duur van vier weken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt het verzoek voor het overige aan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de verzoeker, [de minderjarige] en de overige belanghebbenden zullen worden gehoord ter zitting van <emphasis role="bold">[zittingsdatum] </emphasis> , welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw De Appelaar, Simon de Vrieshof 1 te Haarlem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. A.R.A.R. Sitaldin, kinderrechter, op 14 januari 2025 en schriftelijk vastgelegd en ondertekend door mr. J. van Beek, kinderrechter, op 15 januari 2025 in tegenwoordigheid van E. van Graafeijland als griffier.</para>
    </parablock>
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Amsterdam.  1</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>