<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:11101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-14T08:18:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11812887</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:11101">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:11101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-14T08:17:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:11101 Rechtbank Noord-Holland , 29-09-2025 / 11812887</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:11101:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding kanton. Verstek huurzaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:11101:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11812887 \ VV EXPL  25-107</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 13 augustus 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1],</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: mr. K.R. Stephan,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [gedaagde 1], </title>
    <parablock>
      <para>op een geheim adres in de gemeente [gemeente],</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde 1],<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[gedaagde 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2], gemeente [gemeente],</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde 2],</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [gedaagden],</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>De dagvaarding met producties 1 tot en met 5</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De mondelinge behandeling van 31 juli 2025 waarbij uitsluitend de gemachtigde van [eiser] is verschenen en waarvan de griffier zittingsaantekeningen heeft gemaakt.<?linebreak?></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagden] zijn niet verschenen, hoewel zij deugdelijk zijn opgeroepen. De kantonrechter zal daarom tegen hen verstek verlenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De gemachtigde van [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling de vordering tot betaling van de contractuele boete van maximaal € 2.000,00 ingetrokken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter zal het gevorderde, met inachtneming van het volgende, toewijzen, nu [eiser] hierbij een spoedeisend belang heeft en het gevorderde hem niet onrechtmatig of ongegrond voor komt. Het is voldoende aannemelijk dat de kantonrechter in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal ontbinden. Er is namelijk sprake van een nieuwe huurachterstand van twee maanden nadat [gedaagden] met [eiser] een regeling tot betaling van een eerdere huurachterstand, hebben getroffen. Deze kantonrechter heeft de regeling in het vonnis in kort geding van 29 april 2025 vastgelegd en [gedaagden] zijn de daarin vastgelegde afspraken nagekomen.<footnote-ref linkend="_5c91f4a6-76f3-4a73-aaeb-5a6d218b1bf7" /> De gemachtigde van [eiser] heeft daarnaast tijdens de mondelinge behandeling een sms-bericht van [gedaagde 2] getoond waarin [gedaagde 2] aangeeft dat [gedaagden] zelf de huurovereenkomst tegen 31 augustus 2025 willen opzeggen en aan de vordering van [eiser] zullen voldoen. Zoals ter zitting is afgesproken is dit vonnis alleen bedoeld als ‘stok achter de deur’.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke vereisten voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De kantonrechter zal daarom een bedrag van € 388,00 toewijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Omdat uit de huurovereenkomst voortvloeit dat [gedaagden] allebei aansprakelijk voor de betaling van de maandelijkse huurtermijnen zijn, zal de kantonrechter hen hoofdelijk tot betaling van de huurachterstand en de buitengerechtelijke incassokosten veroordelen. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de een (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Nu [gedaagden] hebben toegezegd aan de vordering van [eiser] te zullen voldoen, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis - met uitzondering van de compensatie van de proceskosten - uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing van de kantonrechter moet worden gevolgd, ook als [gedaagden] daartegen in verzet gaan. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat in een verzetsprocedure eventueel anders wordt beslist.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verleent verstek tegen [gedaagden],</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] het gehuurde uiterlijk 31 augustus 2025 te ontruimen, te verlaten met alle zaken die zich daarin bevinden voor zover die aan hen toebehoren, en in goede, lege en opgeruimde staat aan [eiser] op te leveren onder afgifte van de sleutel(s) aan [eiser],</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van:<?linebreak?>a. de huurachterstand ter hoogte van € 2.630,02 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW telkens over het verschuldigde maandbedrag vanaf de vervaldatum van de maandelijkse huurtermijn tot de dag van volledige betaling,<?linebreak?>b. de buitengerechtelijke incassokosten van € 388,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>1835</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_5c91f4a6-76f3-4a73-aaeb-5a6d218b1bf7" label="1">
    <para> Zaaknummer: 11647645 \ VV EXPL 25-54.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>