<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:10993</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-25T11:08:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11273349 WM VERZ 24-1222</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:10993">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:10993</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-25T11:07:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:10993 Rechtbank Noord-Holland , 24-01-2025 / 11273349 WM VERZ 24-1222</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:10993:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:10993:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-HOLLAND</title>
    <parablock>
      <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
      <para>locatie Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 11273349 \ WM VERZ  24-1222</para>
      <para>CJIB-nummer	: ['nummer']</para>
      <para>Uitspraakdatum	: 24 januari 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>naam		: [betrokkene]</para>
      <para>adres		: [betrokkene]</para>
      <para>woonplaats	: [betrokkene] </para>
      <para>(hierna te noemen: betrokkene).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De verkeersboete en het beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 10 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat zij het E9-bord niet heeft gezien. Betrokkene stelt dat haar voertuig en het kenteken op de foto te zien zijn, maar niet het bord zelf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting stukken overgelegd en meegedeeld dat de aanduiding van de pleeglocatie onjuist is vanwege een invoerfout van een scanauto. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden in de gemeente Hoorn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat de aanduiding van de pleeglocatie in de inleidende beschikking onjuist is, maar dat dit niet hoeft te leiden tot vernietiging van de beschikking.</para>
      <para>De kantonrechter wijzigt ambtshalve de aanduiding van de pleeglocatie naar de gemeente Hoorn.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft verder meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De vertegenwoordiger van de officier van justitie voert daartoe aan dat als een betrokkene stelt dat de deugdelijke bebording ontbreekt, de betrokkene moet aangeven welke route is afgelegd om de bestemming te bereiken<footnote-ref linkend="_2d2e9408-30f0-4be6-a892-3f7ae6b5c4c5" />. Er moet voldoende vast komen te staan dat de toegangsweg waarlangs het voertuig van betrokkene de parkeerzone is ingereden, van een deugdelijk bord is voorzien. Nu betrokkene de door haar gevolgde route niet heeft geduid, kan de gedraging op basis van de verklaring van de verbalisant en de stukken in het dossier worden vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter volgt het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaald daarom, met verwijzing naar de genoemde uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat de gedraging kan worden vastgesteld. De boete is terecht opgelegd. Het beroep is daarom ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>‒ verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier								De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. <emphasis role="bold">Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum toezending: </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_2d2e9408-30f0-4be6-a892-3f7ae6b5c4c5" label="1">
    <para>Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2020, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2020:1803. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>