<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:10824</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-05T09:23:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11441089</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>GZR-Updates.nl 2025-0298</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:10824">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:10824</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-21T15:27:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:10824 Rechtbank Noord-Holland , 13-08-2025 / 11441089</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:10824:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomst van opdracht voor zorgverlening tussen eiser als zorgverlener en gedaagde als zorginstelling. Gedaagde zegde per direct op wegens vertrouwensbreuk nadat werknemer van eiser de familie van een cliënt actief bijstond in een gerechtelijke procedure tegen gedaagde. Kantonrechter oordeelt dat er sprake was van een gewichtige reden en dat de formele bezwaren tegen de opzegging niet slagen. Vordering wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:10824:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11441089 \ CV EXPL  24-4095</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 13 augustus 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">CURA VITAAL B.V. </emphasis>
      </para>
      <para>te Amsterdam,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Cura Vitaal,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING ESDÉGÉ-REIGERSDAAL</emphasis>, </para>
      <para>te Heerhugowaard,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Esdégé-Reigersdaal,</para>
      <para>gemachtigde: mr. N. Sluis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 3 december 2024 met producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord en tevens conclusie van eis in reconventie van 18 februari 2025 met producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 5 maart 2025,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>standpunt gedaagde eis in reconventie van 14 juni 2025 met producties </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een bericht van de zijde van Esdégé-Reigersdaal van 23 juni 2025 met een productie, en waarin zij de eis in reconventie intrekt, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 24 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben op 22 april 2024 een overeenkomst van opdracht gesloten voor de duur van 1 juli 2024 tot 1 oktober 2024 op grond waarvan Cura Vitaal in de persoon van [naam] tegen een vergoeding per gewerkt uur begeleiding en verzorging verleende aan cliënten van Esdégé-Reigersdaal op Klaverweide, een van de zorglocaties van Esdégé-Reigersdaal (hierna ook: de overeenkomst). De begeleiding en verzorging richtte zich onder meer op de minderjarige [client] (hierna: de cliënt).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In artikel 9.3 van de overeenkomst is  onder andere bepaald dat de overeenkomst eindigt (4e gedachtestreepje|): :</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Door opzegging van één der partijen met onmiddellijke ingang, op grond van een gewichtige reden. Onder een gewichtige reden dient (naast het geval als bepaald in artikel 7:402 B.W.) mede te worden verstaan een reden, die zodanig gewichtig is, dat van de opzeggende partij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid instandhouding van de overeenkomst niet verlangd kan worden.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 5 juli 2024 maakte Esdégé-Reigersdaal haar besluit kenbaar om de cliënt per 9 september 2024 van de locatie Klaverweide te verhuizen naar een andere locatie van de zorginstelling, ’t Spant. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 13 september 2024 heeft Esdégé-Reigersdaal de verhuizing van de cliënt in gang gezet. De familie van de cliënt heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland verzocht om een noodmaatregel op te leggen met de strekking dat Esdégé-Reigersdaal de verhuizing staakt en terugdraait. [naam] heeft  in deze procedure opgetreden als informant aan de zijde van de familie van de cliënt. Daartoe heeft hij op 10 en 11 september 2024 mails gestuurd, waarin hij de bezwaren tegen de verhuizing uiteen heeft gezet. De voorzieningenrechter heeft de verzochte maatregelen afgewezen omdat de voorzieningenrechter van oordeel is dat Esdégé-Reigersdaal tegen de uitdrukkelijke wens van de familie zorg mag gaan aanbieden op een andere locatie dan Klaverweide, en dat dit ook in het belang van de cliënt is. In het vonnis heeft de voorzieningen rechter verder onder meer overwogen dat geen reden is te twijfelen aan de goede bedoelingen van [naam] , maar heeft hij ook een ernstige vertrouwensbreuk  geconstateerd tussen [naam] en Esdégé-Reigersdaal.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 13 september  2024 heeft Esdégé-Reigersdaal de overeenkomst van opdracht met Cura Vitaal op met onmiddellijke ingang opgezegd middels een bericht dat zij stuurde aan de boekhouder van Cura Vitaal en waarvan [naam] die avond vernam.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Na 13 september 2024 heeft Cura Vitaal de werkzaamheden die voor de rest van de maand september ingepland stonden niet uitgevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Bij bericht van 8 oktober 2024 heeft Esdégé-Reigersdaal de opzegging van de overeenkomst schriftelijk bevestigd en verwezen naar het bepaalde in artikel 9.3 van de overeenkomst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Bij brief van haar gemachtigde van 11 oktober 2024 heeft Cura Vitaal bezwaar gemaakt tegen de opzegging per 13 september 2024. Bij factuur van gelijke datum heeft Cura Vitaal een bedrag van € 11.066,75 aan Esdégé-Reigersdaal gefactureerd, neerkomende op een vergoeding van alle gewerkte en ingeplande (reis)dagen over de maand september 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Op 18 oktober 2024 reageerde Esdégé-Reigersdaal dat ze alleen een vergoeding zal uitkeren voor de daadwerkelijk in september 2024 gewerkte uren en de kilometervergoeding voor alleen de daadwerkelijke gemaakte reisdagen. Esdégé-Reigersdaal heeft vervolgens een bedrag van € 6.233,00 betaald.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Cura Vitaal vordert – samengevat – dat de kantonrechter, uitvoerbaar bij voorraad, Esdégé-Reigersdaal veroordeelt tot betaling van € 4.833,75, te vermeerderen met rente en kosten, en te verklaren voor recht dat de opzegging van de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht niet rechtsgeldig was. Cura Vitaal legt aan deze vorderingen ten grondslag dat Esdégé-Reigersdaal geen rechtsgeldige grond had voor de opzegging en dat deze bovendien niet op de juiste wijze is uitgevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Esdégé-Reigersdaal voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen van Cura Vitaal, met veroordeling van Cura Vitaal in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>In haar brief van 23 juni 2025 heeft Esdégé-Reigersdaal bericht dat ze haar eis in reconventie intrekt. De kantonrechter hoeft op die vordering dus niet meer te beslissen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kern van het geschil is dat Cura Vitaal vindt dat Esdégé-Reigersdaal de overeenkomst van opdracht niet rechtsgeldig heeft opgezegd. Volgens Cura Vitaal ontbreekt een geldige reden voor de opzegging en is ook de wijze waarop de opzegging heeft plaatsgevonden niet in overeenstemming met de contractuele en wettelijke eisen. Omdat de overeenkomst volgens haar ten onrechte voortijdig is beëindigd, maakt Cura Vitaal aanspraak op betaling van de ingeplande maar uiteindelijk niet gewerkte uren over de periode <?linebreak?>13 september tot 1 oktober 2024. Esdégé-Reigersdaal voert daartegen aan dat de opzegging wél rechtsgeldig is, omdat sprake was van een gewichtige reden als bedoeld in de overeenkomst.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Grondslag vordering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Cura Vitaal baseert haar vordering in de eerste plaats op artikel 7:411 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW). Dit artikel bepaalt dat indien de opdracht eindigt voordat de opdracht is volbracht of de tijd waarvoor zij is verleend is verstreken en de verschuldigdheid van het loon afhankelijk is van de volbrenging of van het verstrijken van die tijd, de opdrachtnemer recht heeft op betaling van het volle loon indien het einde van de overeenkomst aan de opdrachtgever is toe te rekenen en betaling van het volle loon redelijk is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vordering is op die grond echter niet toewijsbaar. Voornoemde bepaling is namelijk niet van toepassing op de overeenkomst, omdat de afgesproken vergoeding niet afhankelijk is gesteld van het behalen van een bepaald resultaat of van het verstrijken van een bepaalde tijdseenheid. In dit geval werd de vergoeding berekend aan de hand van de gewerkte uren, en de aanspraak op die vergoeding wordt maandelijks afgerekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Daarnaast stelt Cura Vitaal dat zij alsnog aanspraak maakt op het restant van haar factuur vanwege de niet-rechtsgeldige opzegging van de overeenkomst. Mede gelet op de daartoe strekkende verklaring voor recht verstaat de kantonrechter deze stelling als grondslag voor het bij wijze van schadevergoeding gevorderde loon over de niet gewerkte maar wel geplande dagen over september. De kantonrechter zal daarom beoordelen of Esdégé-Reigersdaal de overeenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Was de opzegging rechtsgeldig? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat Esdégé-Reigersdaal de overeenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel komt. Daarbij wordt eerst ingegaan op het inhoudelijke geschilpunt tussen partijen, en vervolgens op de formele bezwaren die Cura Vitaal tegen de opzegging aanvoert.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gewichtige reden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Wat partijen vooral verdeeld houdt, is het volgende. Volgens Esdégé-Reigersdaal verloor zij het vertrouwen in de werknemer van Cura Vitaal vanwege de wijze waarop hij zich aan de kant van de familie van een cliënt van Esdégé-Reigersdaal heeft geschaard in een geschil over de beslissing van Esdégé-Reigersdaal om de cliënt naar een andere zorglocatie te verhuizen. Voor Esdégé-Reigersdaal viel het niet te verteren dat de werknemer de familie van de betreffende cliënt bijstond in het kort geding dat zij hebben aangespannen tegen Esdégé-Reigersdaal om de verhuizing te voorkomen. Esdégé-Reigersdaal zegde na het optreden van de werknemer in de procedure daarom de overeenkomst van opdracht op met een beroep op artikel 9.3 van die overeenkomst waarin partijen hebben afgesproken dat partijen de overeenkomst met onmiddellijke ingang mogen opzeggen als er sprake is van een ‘gewichtige reden’. Cura Vitaal vindt daarentegen dat het optreden van haar werknemer paste binnen zijn rol als zorgverlener, en betwist dus dat er sprake was van een gewichtige reden op grond waarvan Esdégé-Reigersdaal de overeenkomst mocht opzeggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Omdat partijen verschillen van mening over wat een ‘gewichtige reden’ inhoudt, moet de kantonrechter de overeenkomst uitleggen. Naast de zuiver taalkundige uitleg komt het bij die uitleg aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan bepalingen van de overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij daaromtrent redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Als gewichtige redenen worden beschouwd veranderingen in de omstandigheden welke van dien aard zijn, dat de overeenkomst van opdracht billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Daarvan is onder meer sprake als de opdrachtgever op goede grond het vertrouwen in de opdrachtnemer heeft verloren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Het is gangbaar en wenselijk dat een zorgverlener opkomt voor het welzijn van de cliënt, ook wanneer deze zorgverlener werkt als opdrachtnemer in een opdrachtrelatie. Het staat vast dat zowel voor als na het besluit van Esdégé-Reigersdaal van 5 juli 2024 om haar cliënt te verhuizen, er veelvuldig gesprekken hebben plaatsgevonden tussen Cura Vitaal (in de persoon van [naam] ) en Esdégé-Reigersdaal waarin [naam] zijn professionele visie en bezwaren kenbaar heeft kunnen maken. Daarnaast staat vast dat [naam] een nauwe band onderhield met de familie van de cliënt, en dat hij in eerste instantie ook betrokken was bij de gesprekken tussen Esdégé-Reigersdaal en de familie over de verhuizing. Tot zover is er geen sprake van gedragingen die, naar ook Esdégé-Reigersdaal erkent, ongepast zijn: het uiten van een afwijkende visie en het onderhouden van warm contact met de familie van een cliënt zijn op zichzelf niet ongebruikelijk en kunnen passen binnen de rol van een zorgverlener.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De rolbeleving van Cura Vitaal/ [naam] ging echter verder dan het uiten van zorgen of het geven van een professionele visie. Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting kan worden vastgesteld dat Cura Vitaal/ [naam] zich niet slechts als zorgverlener of neutrale gesprekspartner heeft opgesteld, maar zichzelf is gaan beschouwen als belangenbehartiger van de familie van de cliënt. [naam] heeft in dat kader actief bijgedragen aan de voorbereiding van de juridische procedure van de familie tegen Esdégé-Reigersdaal. Zo heeft hij verklaringen verzameld van andere werknemers binnen de organisatie, kennelijk met het doel om deze in de procedure tegen Esdégé-Reigersdaal in te brengen. Met het verzamelen van dergelijke verklaringen wordt de organisatie van Esdégé-Reigersdaal rechtstreeks betrokken in een geschil tegen haarzelf, waardoor de samenwerkingsrelatie onder druk kwam te staan. [naam] heeft zich ook uit eigen beweging als informant aan de zijde van de familie gevoegd bij de behandeling van het verzoek tot het treffen van een noodmaatregel bij de voorzieningenrechter. Daar heeft Cura Vitaal/ [naam] zijn visie op het besluit van Esdégé-Reigersdaal dus niet alleen intern, maar ook in een gerechtelijke procedure tegen zijn opdrachtgever kenbaar gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De kantonrechter vindt dat Esdégé-Reigersdaal goede grond had om het vertrouwen in Cura Vitaal/ [naam] te verliezen doordat hij zich zo actief en publiekelijk tegen haar besluit keerde. Met dit handelen heeft Cura Vitaal/ [naam]  de basis voor een constructieve en werkbare samenwerking zodanig ondermijnd, dat voortzetting van de overeenkomst in redelijkheid niet meer van Esdégé-Reigersdaal kon worden verlangd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Formele bezwaren tegen de opzegging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Cura Vitaal heeft naast de inhoudelijke ook formele bezwaren op grond waarvan zij stelt dat de opzegging niet rechtsgeldig is. Esdégé-Reigersdaal heeft volgens Cura Vitaal bij de opzegging niet voldaan aan de informatieplicht, en is de mediationbepaling niet gevolgd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Cura Vitaal stelt dat de opzegging niet rechtsgeldig was, omdat het bericht dat Esdégé-Reigersdaal op 13 september 2024 aan Cura Vitaal stuurde (via haar boekhouder) geen toelichting bevatte op de reden van opzegging. Bij brief van 18 oktober heeft Esdégé-Reigersdaal haar motivering gegeven. Artikel 9.3 van de overeenkomst stelt een dergelijke informatieplicht niet als eis, noch volgt een dergelijke plicht uit de wet. Dat de reden van de opzegging pas later is meegedeeld, tast daarom op zichzelf niet de rechtsgeldigheid van de opzegging aan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Cura Vitaal wijst ook op artikel 11 van de overeenkomst van opdracht, waarin staat opgenomen dat partijen eerst trachten om enig geschil op te lossen met behulp van mediation voor ze dat geschil voorleggen aan een rechtbank. De bepaling over mediation betreft naar het oordeel van de kantonrechter een inspanningsverplichting, en geen opschortende voorwaarde voor het recht tot opzegging. Uit de tekst en strekking van de bepaling blijkt niet dat partijen zijn overeengekomen dat mediation een noodzakelijke stap is alvorens gebruik mag worden gemaakt van het contractueel overeengekomen recht tot tussentijdse opzegging op grond van een gewichtige reden. Bovendien is het karakter van een ‘gewichtige reden’ zoals bedoeld in artikel 9.3 van de overeenkomst nu juist dat de situatie zodanig ernstig is, dat onmiddellijke beëindiging van de samenwerking noodzakelijk kan zijn. Ook dit bezwaar van Cura Vitaal slaagt daarom niet.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter de vordering zal afwijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>Cura Vitaal is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Esdégé-Reigersdaal worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>678,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 339,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>813,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van Cura Vitaal af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Cura Vitaal in de proceskosten van € 813,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Cura Vitaal niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door N. Ćulafić en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>