<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:10819</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-14T10:16:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11424094</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:10819">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:10819</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-14T10:16:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:10819 Rechtbank Noord-Holland , 07-08-2025 / 11424094</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:10819:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Operational leaseovereenkomst voor een autorittenregistratiesysteem met eiser als financier. De betwisting van de handtekening door gedaagde slaagt niet. Gedaagde mocht de overeenkomst niet ontbinden vanwege tekortkomingen van de leverancier, omdat deze niet in verzuim was. Door de termijnen onbetaald te laten, is gedaagde zelf in verzuim geraakt en mocht eiser de leaseovereenkomst ontbinden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:10819:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zaanstad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11424094 \ CV EXPL  24-3238</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 7 augustus 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1] N.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [plaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [naam 1] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D. van Ralen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">SOLAR ZAANSTAD B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Wormerveer,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Solar Zaanstad,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.J. Linstra.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 20 november 2024</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord van 5 februari 2025</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 27 februari 2025</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 13 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Solar Zaanstad is een onderneming die actief is in de zonnepanelenindustrie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [naam 1] is een leasebedrijf dat tegen betaling roerende zaken beschikbaar stelt aan klanten. Om deze dienst te kunnen aanbieden, koopt [naam 1] de betreffende roerende zaak van de leverancier, waarna [naam 1] deze zaak aan een klant verhuurt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 20 juli 2022 is er een rittenregistratiesysteem van het merk [naam 2] (de leverancier) in de bedrijfsauto’s van Solar Zaanstad geplaatst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Solar Zaanstad betaalt per incasso vanaf juli 2022 elk kwartaal de kwartaaltermijn ten bedrage van € 217,26 voor de huur van het rittenregistratiesysteem aan [naam 1] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 18 januari 2024 heeft Solar Zaanstad [naam 2] per brief in gebreke gesteld en gesommeerd om uiterlijk binnen vijf werkdagen de storingen in het rittenregistratiesysteem te verhelpen. Zij heeft de overeenkomst met [naam 2] vervolgens ontbonden en haar verzocht de apparatuur terug te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Solar Zaanstad heeft de incassomachtiging voor de kwartaaltermijnen ingetrokken, waardoor op 2 april 2024 geen betaling aan [naam 1] is gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op 10 april 2024 heeft [naam 1] Solar Zaanstad aangemaand tot betaling van het openstaande bedrag van € 217,26. Omdat betaling uitbleef, heeft [naam 1] Solar Zaanstad bij brief van 19 juni 2024 meegedeeld dat de overeenkomst is ontbonden en aanspraak gemaakt op de resterende termijnen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [naam 1] vordert - samengevat - dat de kantonrechter:</para>
      <para />
      <orderedlist numeration="upperalpha">
        <listitem>
          <para>verklaart voor recht dat de operational leaseovereenkomst is ontbonden;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Solar Zaanstad veroordeelt aan [naam 1] te betalen een bedrag van:</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <parablock>
        <para>o € 2.975,82 aan achterstallige en toekomstige termijnen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 20 juni 2024 tot aan de dag van betaling;</para>
        <para>o € 359,10 aan contractuele boete;</para>
        <para>	te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten; en </para>
      </parablock>
      <para>Solar Zaanstad veroordeelt tot afgifte aan [naam 1] van het rittenregistratiesysteem in goede staat binnen zeven dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [naam 1] legt aan haar vordering ten grondslag dat partijen een zogeheten operational leaseovereenkomst hebben gesloten op grond waarvan [naam 1] een autorittenregistratiesysteem aan Solar Zaanstad ter beschikking heeft gesteld tegen betaling van kwartaaltermijnen, en Solar Zaanstad niet aan haar betalingsverplichting heeft voldaan, waarna de overeenkomst is ontbonden en [naam 1] aanspraak heeft op de achterstallige en toekomstige termijnen en teruggave van het systeem.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Solar Zaanstad voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering. Solar Zaanstad betwist dat een overeenkomst tussen [naam 1] en Solar Zaanstad tot stand is gekomen. Zij heeft alleen een overeenkomst met [naam 2] gesloten en die overeenkomst heeft zij ontbonden, omdat er een niet goed werkend product is geleverd en [naam 2] dat niet heeft hersteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Ter zitting is gebleken dat het rittenregistratiesysteem inmiddels is geretourneerd. De vordering tot teruggave heeft [naam 1] daarom niet gehandhaafd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Totstandkoming leaseovereenkomst</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>In geschil is de vraag of tussen Solar Zaanstad en [naam 1] een overeenkomst tot stand is gekomen. [naam 1] stelt dat dit het geval is en overlegt daartoe een operational leaseovereenkomst die door een vertegenwoordiger van Solar Zaanstad zou zijn ondertekend. Solar Zaanstad betwist de echtheid van die handtekening en verwijst op haar beurt naar een overeenkomst met [naam 2] , die volgens haar de grondslag vormt voor de huur van het rittenregistratiesysteem. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>In reactie hierop heeft [naam 1] toegelicht dat er sprake is van twee afzonderlijke overeenkomsten die beide tot stand zijn gekomen door tussenkomst van de leverancier, in dit geval [naam 2] . Door [naam 2] is het rittenregistratiesysteem ter beschikking gesteld en wordt een onderhouds- en servicecontract afgesloten. Met [naam 1] wordt een afzonderlijke overeenkomst gesloten voor de financiering daarvan. Deze leaseovereenkomst komt tot stand doordat een vertegenwoordiger van [naam 2] de leaseovereenkomst namens [naam 1] voorlegt aan de klant bij het afsluiten van het onderhoudscontract. Volgens [naam 1] is dat ook in deze zaak gebeurd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Naar oordeel van de kantonrechter is voldoende komen vast te staan dat er tussen Solar Zaanstad en [naam 1] een leaseovereenkomst tot stand is gekomen. Hiertoe is het volgende redengevend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Vaststaat dat Solar Zaanstad vanaf de start van het gebruik van het rittenregistratiesysteem in juli 2022 uitsluitend heeft betaald aan [naam 1] . Zij heeft dus uitvoering gegeven aan de overeenkomst zoals die door [naam 1] is overgelegd. Dat deze betalingen strekken tot nakoming van een leaseverplichting, volgt ook uit het feit dat de betaalde bedragen overeenkomen met de in de leaseovereenkomst genoemde termijnbedragen, en niet met de bedragen in het onderhoudscontract met [naam 2] . Voorts blijkt uit het afgiftebevestigingsformulier van [naam 2] , dat onderdeel uitmaakt van de documentatie rondom de installatie van het systeem en waarvan Solar Zaanstand ondertekening niet betwist, dat [naam 1] optreedt als financieringsmaatschappij. Uit deze vermelding blijkt dat Solar Zaanstad reeds bij de installatie van het systeem bekend was met de betrokkenheid van [naam 1] , en met de rolverdeling tussen [naam 2] als leverancier en [naam 1] als financier. Verder geeft Solar Zaanstad, nadat zij eerder een ontbindingsmededeling heeft gestuurd aan [naam 2] , in een email van 2 mei 2024 aan dat zij ook [naam 1] op de hoogte gesteld heeft van het opzeggen van het contract. Ook hieruit blijkt dat Solar Zaanstad [naam 1] beschouwde als partij bij de contractuele relatie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het enkele betwisten van de handtekening op de leaseovereenkomst is zonder nadere onderbouwing, gelet op het voorgaande, onvoldoende om het bestaan van die overeenkomst te weerleggen.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vervallen betalingsverplichting</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Het staat niet ter discussie dat [naam 2] verantwoordelijk was voor de levering en eventueel herstel en onderhoud van het rittenregistratiesysteem. Solar Zaanstad stelt dat haar een niet goed werkend rittenregistratiesysteem is geleverd en dat [naam 2] is tekortgeschoten in haar verplichting tot herstel, zodat zij de overeenkomst met [naam 2] </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>rechtsgeldig heeft ontbonden. Zij stelt dat deze ontbinding doorwerkt in de financieringsovereenkomst met [naam 1] , vanwege de verbondenheid tussen beide <?linebreak?>overeenkomsten, in de zin dat door de ontbinding van de overeenkomst met [naam 2] de betalingsverplichting op grond van de leaseovereenkomst is komen te vervallen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Een tekortkoming van [naam 2] kan, indien deze feitelijk-economisch samenhangt met een financieringsovereenkomst, gevolgen hebben voor die financieringsovereenkomst.<footnote-ref linkend="_a6205c05-fb52-49e3-b6c1-e68c615a57de" /> De vraag of sprake is van een dergelijke samenhang kan echter in het midden blijven, omdat de kantonrechter van oordeel is dat Solar Zaanstad de overeenkomst met [naam 2] niet mocht ontbinden. Hij overweegt hiertoe als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Het staat vast dat Solar Zaanstad problemen ondervond het met rittenregistratiesysteem en dat een gepland servicebezoek op 16 januari 2024 niet plaatsvond, omdat een monteur van [naam 2] niet op de afspraak verscheen. Hoewel Solar Zaanstad vervolgens op 18 januari 2024 een ingebrekestelling heeft gestuurd, met als uiterste hersteltermijn 25 januari 2024, is [naam 2] naar het oordeel van de kantonrechter met het enkele verstrijken van deze termijn niet in verzuim komen te verkeren. [naam 1] heeft ter zitting aangevoerd dat [naam 2] tijdig en adequaat heeft gereageerd op de ingebrekestelling en heeft in dat verband verwezen naar een e-mailwisseling waarin [naam 2] op 18 januari 2024, dus nog binnen de geboden termijn, een voorstel heeft gedaan met drie data voor een nieuw servicebezoek. Hier heeft Solar Zaanstad niet op gereageerd. Het aanbod heeft [naam 2] herhaald op 25 januari 2025. Daarbij heeft [naam 2] aangegeven dat een reset lijkt te hebben gewerkt, maar de unit toch graag een keer te willen nakijken. Daarmee heeft [naam 2] blijk gegeven van haar bereidheid om aan haar verplichtingen tot onderhoud en herstel te voldoen. Solar Zaanstad had haar die gelegenheid moeten bieden. Dat heeft zij echter niet gedaan. Zij heeft dat geweigerd en is direct tot ontbinding van de overeenkomst met [naam 2] overgegaan. Dat had zij niet mogen doen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Omdat Solar Zaanstad de overeenkomst met [naam 2] niet rechtsgeldig heeft ontbonden, heeft dat ook geen gevolgen voor de overeenkomst met [naam 1] . Voor zover Solar Zaanstad ook de overeenkomst met [naam 1] heeft willen ontbinden, bestond daarvoor dus geen grond. Daar komt bij dat een tekortkoming aan de zijde van [naam 1] zelf niet is gesteld of gebleken. Solar Zaanstad heeft uitsluitend klachten geuit over het functioneren van het systeem en over de dienstverlening van [naam 2] . Dit betekent dat de leaseovereenkomst tussen [naam 1] en Solar Zaanstad onverminderd van kracht is gebleven en dat de betalingsverplichting van Solar Zaanstad jegens [naam 1] doorliep. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontbinding leaseovereenkomst door [naam 1]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat Solar Zaanstad vanaf april 2024 geen betalingen meer heeft verricht aan [naam 1] . Daarmee staat vast dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van haar betalingsverplichtingen uit hoofde van de leaseovereenkomst. [naam 1] stelt dat ze de overeenkomst daarom mocht ontbinden middels haar brief van 19 juni 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Voor ontbinding is vereist dat dat Solar Zaanstad in verzuim is geraakt. Verzuim treedt onder meer in wanneer de schuldenaar meedeelt dat hij niet of niet zonder tekortkoming zal nakomen. Omdat Solar Zaanstad op 2 mei 2024 heeft bericht dat zij haar betalingen </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <?linebreak?>opschort, terwijl dit dus onterecht was, is Solar Zaanstad op die datum in verzuim komen te verkeren. Solar Zaanstad is ook daadwerkelijk gestopt met betalen. Dit betekent dat <?linebreak?>[naam 1] de leaseovereenkomst op 19 juni 2024 mocht ontbinden. De kantonrechter zal de gevorderde verklaring voor recht daarom toewijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betalingsvorderingen [naam 1]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>
        [naam 1] vordert betaling van € 2.975,82 voor de achterstallige leasetermijnen, en alle leasetermijnen die Solar Zaanstad bij het in stand blijven van de overeenkomst tot het einde van de looptijd gehouden zou zijn te voldoen (de toekomstige leasetermijnen). Uit artikel 11 van de algemene voorwaarden van [naam 1] volgt dat als de leaseovereenkomst wordt ontbonden als gevolg van een tekortkoming van Solar Zaanstad, Solar Zaanstad bij wijze van schadevergoeding alle toekomstige leasetermijnen moet betalen. Solar Zaanstad heeft de hoogte van de vordering verder niet betwist. De kantonrechter zal de vergoeding voor de achterstallige en toekomstige leasetermijnen daarom toewijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>
        [naam 1] vordert ook betaling van de contractuele boete van € 359,10, wegens het niet binnen vijf werkdagen terugzenden van de apparatuur. [naam 1] vordert deze boete eveneens met een beroep op artikel 11 van de algemene voorwaarden van [naam 1] . Solar Zaanstad heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen deze boete. Nu de apparatuur pas na verstrijken van de gestelde termijn is geretourneerd, zal de gevorderde contractuele boete worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>
        [naam 1] vordert wettelijke handelsrente over de achterstallige en toekomstige leasetermijnen. Wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW ziet echter alleen op verbintenissen tot nakoming van handelsovereenkomsten, en niet op een verbintenis tot schadevergoeding. De vordering met betrekking tot de toekomstige leasetermijnen is een schadevergoeding, waarover dus geen wettelijke handelsrente verschuldigd kan zijn.  [naam 1] heeft niet inzichtelijke gemaakt welk deel van het bedrag van € 2.975,82 ziet op de achterstallige leasetermijnen en welk deel ziet op de toekomstige leasetermijnen. De kantonrechter zal daarom over dit gehele bedrag de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW toewijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>
        [naam 1] vordert een bedrag van € 422,58 aan buitengerechtelijke incassokosten, berekend over de vordering van € 2.975,82  voor de achterstallige en toekomstige leasetermijnen. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is van toepassing. [naam 1] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [naam 1] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. De hoogte van het gevorderde bedrag is lager of in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en worden geacht redelijk te zijn. De gevorderde vergoeding van € 422,58 aan buitengerechtelijke incassokosten wordt daarom toegewezen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>Solar Zaanstad is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [naam 1] worden begroot op:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>115,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>496,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>542,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 271,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>119,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.272,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat de operational leaseovereenkomst is ontbonden,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Solar Zaanstad om aan [naam 1] te betalen:</para>
      <para />
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 2.975,82 aan achterstallige en toekomstige leasetermijnen, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 20 juni 2024 tot aan de dag dat het volledige bedrag is betaald,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 359,10 aan contractuele boete,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 422,58 aan buitengerechtelijke incassokosten,</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt Solar Zaanstad in de proceskosten van € 1.272,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Solar Zaanstad niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door N. Ćulafić en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_a6205c05-fb52-49e3-b6c1-e68c615a57de" label="1">
    <para> Vergelijk <emphasis role="underline">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 oktober 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:9454 (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:9454)</emphasis>.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>