<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:1038</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-13T09:58:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/582</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2025031001</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2025/472</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Belastingzaken 2025/299</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2025-0561</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2025/0617</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2025/16.20</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:1038">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:1038</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-10T08:08:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:1038 Rechtbank Noord-Holland , 30-01-2025 / 24/582</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:1038:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Belastingplichtige kan geen beroep kan doen op het correctiebeleid, omdat hij zelf om navordering heeft verzocht. Hierdoor kan er niet gesproken worden van een overschrijding van de "irritatiegrens", omdat de belastingplichtige zelf de initiële stap heeft gezet die tot navordering heeft geleid. Eiser heeft geen recht op proceskostenvergoeding in de bezwaarfase, omdat er geen sprake is van een onrechtmatigheid aan de kant van de Belastingdienst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:1038:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank noord-holland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: HAA 24/582</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , wonende te [plaats] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: J.A. Klaver),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam , verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met dagtekening 1 april 2023 heeft verweerder aan eiser voor het jaar 2021 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (ib/pvv) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 26.648.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de navorderingsaanslag ib/pvv verminderd tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 25.531. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 november 2024. Eiser is samen met zijn gemachtigde verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door</para>
      <para>mr. [naam 1] en [naam 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Eiser is geboren op 23 augustus 1989 en heeft in 2021 geen fiscaal partner. </para>
    <para />
    <para>2. Op 16 september 2022 heeft eiser de aangifte ib/pvv voor het jaar 2021 ingediend. Het (winst)aangiftebiljet ziet er als volgt uit:<?linebreak?></para>
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Belastbare winst</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>-/- 719</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Looninkomsten Stichting [stichting]</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>29.162</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Saldo eigen woning</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="italic">€</emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="underline">-/- 3.367</emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Inkomen box 1</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>25.076</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para>3. Met dagtekening 28 december 2022 is de primitieve aanslag ib/pvv 2021 opgelegd. Het belastbaar inkomen uit werk en woning is conform de ingediende aangifte vastgesteld op € 25.076. Het te ontvangen bedrag is € 1.739 (inclusief vergoede belastingrente van € 10). </para>
    <para />
    <para>4. Op 9 februari 2023 heeft de Belastingdienst een (gewijzigde) aangifte van eiser ontvangen. Daarin zijn de volgende inkomsten en kosten vermeld:</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="4">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <colspec colname="colD" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Loon Stichting [stichting]</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>29.162</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Opbrengsten uit overige werkzaamheden (hierna: ROW)</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>1.510</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Kosten ROW           </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="underline"> -/- 145</emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>€</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>1.365</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Eigen woningforfait</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>1.755</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Aftrekbare rente</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="underline">-/- 5.418</emphasis>
              </para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>€</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>-/- 3.663</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitgaven specifieke zorgkosten</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="underline">   -/- 216</emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Inkomen box 1</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>26.648</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para>5. De Belastingdienst heeft de herziene aangifte aangemerkt als een verzoek om navordering. </para>
    <para />
    <para>6. Met dagtekening 1 april 2023 wordt, conform de door eiser ingediende herziene aangifte, de navorderingsaanslag ib/pvv 2021 opgelegd. Het belastbaar inkomen uit werk en woning is hierbij vastgesteld op € 26.648. Het te betalen bedrag is berekend op € 639 (inclusief € 20 belastingrente). </para>
    <para />
    <para>7. Op 1 februari 2024 heeft verweerder uitspraak op bezwaar gedaan. Het belastbaar inkomen uit werk en woning is vastgesteld op € 25.531. Het te ontvangen/te verrekenen bedrag is berekend op € 458. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Geschil <?linebreak?>8.In geschil is of het correctiebeleid van de Belastingdienst op de navorderingaanslag van toepassing is. Indien deze vraag bevestigend moet worden beantwoord, is in geschil of het correctiebeleid ertoe leidt dat de navorderingsaanslag moet worden vernietigd.</title>
    <para>Verder is in geschil of eiser recht heeft op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling van het geschil</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toepassing correctiebeleid</emphasis>
        <?linebreak?>9.	Eiser neemt het standpunt in dat het correctiebeleid van de Belastingdienst van toepassing is en dat de navorderingsaanslag moet worden vernietigd, nu de aanslag na de bezwaarfase in die mate is verlaagd dat het bedrag onder de grens van <?linebreak?>€ 450 is komen te liggen. Verweerder betoogt dat het correctiebeleid in het geval van eiser niet van toepassing is, omdat eiser zelf heeft verzocht om een navorderingsaanslag middels de indiening van de herziene aangifte op 9 februari 2023. Subsidiair neemt verweerder het standpunt in dat, indien het correctiebeleid wel van toepassing is, toepassing ervan niettemin geen gevolgen heeft voor de navorderingsaanslag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>10.	In het correctiebeleid van de Belastingdienst is onder meer het volgende opgenomen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>“1. Context</title>
    <para>In de visie van de Belastingdienst past het niet om aan belastingplichtige een belastingaanslag naar aanleiding van positieve correcties (op de grondslag) op te leggen, die slechts een “gering bedrag” aan te betalen belasting inhoudt. Hier kan gesproken worden van een bepaalde irritatiegrens bij belastingplichtige die invloed kan hebben op zijn compliant gedrag. Zeker als het “bedrag” voor de belastingplichtige in geen verhouding staat tot de administratieve gevolgen van de correcties.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. Correctiebeleid</emphasis>
      </para>
      <para>Een bedrag van niet meer dan € 225 kan als een “gering bedrag” beschouwd worden. Op basis hiervan geldt het volgende correctiebeleid:</para>
      <para>(…)</para>
      <para>4. Het te hanteren bedrag bij een navordering bedraagt € 450 (c.q. € 1.000 inkomen), behoudens in gevallen waarin sprake is van kwade trouw of repeterende onjuistheden.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>11. De rechtbank volgt verweerder in diens standpunt dat een belastingplichtige zich niet met succes op toepassing van het beleid kan beroepen, indien hij zelf heeft verzocht om navordering. In een dergelijk geval zal geen sprake zijn van enige overschrijding van de irritatiegrens als vermeld in het beleid. Het is immers de belastingplichtige zelf die de aanzet heeft gegeven die tot navordering leidt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiser geen beroep kan doen op het correctiebeleid. De enkele stelling van eiser dat hij de herziene aangifte niet heeft willen doen, laat onverlet dat hij de vereiste handelingen voor het indienen van een gewijzigde aangifte wel heeft verricht. Anders dan eiser stelt, heeft verweerder niet in strijd gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel door een aanslag conform de herziene aangifte op te leggen. Verweerder was niet gehouden met eiser contact op te nemen of het wel zijn intentie was om een herziene aangifte in te dienen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kosten in bezwaar</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>12. Op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht worden de kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van zijn bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat hij recht heeft op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase, omdat de gehele behandeling in bezwaar overbodig zou zijn geweest bij voldoende zorgvuldigheid aan de zijde van verweerder. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een onrechtmatigheid die te wijten is aan verweerder, aangezien hij een navorderingsaanslag heeft opgelegd conform de door eiser ingediende herziene aangifte. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder geen kostenvergoeding verschuldigd is aan eiser.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>13. Gelet op het voorgaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>F.S. Anderson, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam .<?linebreak?></para>
      <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.</para>
    <para>2. het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:</para>
    <para>a. 	de naam en het adres van de indiener;</para>
    <para>b. 	de datum van verzending;</para>
    <para>c. 	een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
    <para>d. 	 de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>