<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:10184</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-24T14:26:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11563350 \ CV EXPL 25-809</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:10184">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:10184</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-24T14:05:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:10184 Rechtbank Noord-Holland , 17-09-2025 / 11563350 \ CV EXPL 25-809</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:10184:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De kantonrechter wijst de vordering af. Inmiddels is komen vast te staan dat niet eiser, maar diens vader als koper van de van gedaagde gekochte auto is te beschouwen. Voor zover de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, heeft niet eiser maar diens vader een vordering op gedaagde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:10184:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11563350 \ CV EXPL  25-809 WD</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 17 september 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 1]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser 1] ,</para>
      <para>gemachtigde: Berga juridische diensten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
      <para>
        <?linebreak?>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ELEGANCE CAR SELECTION B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Zwaag,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Elegance,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.W. van Luipen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding, met 8 producties;<?linebreak?>- de conclusie van antwoord, met 2 producties;<?linebreak?>- het tussenvonnis van 14 mei 2025;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 25 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;<?linebreak?>- de voorafgaande aan de mondelinge behandeling door [eiser 1] ingediende “antwoordakte op conclusie van antwoord &amp; aanvullende productie 9 en 10;<?linebreak?>- het voorafgaande aan de mondelinge behandeling door Elegance gemaakte bezwaar tegen de door [eiser 1] ingediende antwoordakte.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op de mondelinge behandeling heeft mr. Van Luipen zich ter zake zijn bezwaar gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter. De kantonrechter is vervolgens voorbijgegaan aan het bezwaar, omdat Elegance niet in haar procesbelangen is geschaad. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag uitspraak in de zaak zal worden gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser 1] vordert - samengevat - veroordeling van Elegance tot betaling van een bedrag van € 14.488,00, vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Elegance voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kantonrechter zal de vordering van [eiser 1] afwijzen. De kantonrechter zal uitleggen waarom.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Uitgaande van de inhoud van de dagvaarding heeft [eiser 1] op eigen naam een vordering tegen Elegance ingesteld. [eiser 1] voert in de dagvaarding ter onderbouwing van de vordering aan dat hij voor zichzelf een auto van Elegance heeft gekocht en dat de door [eiser 1] aangekochte auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. Dat [eiser 1] deze procedure ten behoeve van of namens zijn vader ( [derde belanghebbende] ) aanhangig heeft gemaakt, blijkt niet uit de dagvaarding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Inmiddels is echter komen vast te staan dat niet [eiser 1] , maar [derde belanghebbende] als koper van de auto is te beschouwen. [eiser 1] heeft namelijk erkend dat [eiser 1] de auto namens [derde belanghebbende] heeft gekocht. Dit brengt mee dat, voor zover de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, niet [eiser 1] , maar [derde belanghebbende] een vordering op Elegance heeft. Het hierop ziende verweer van Elegance slaagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van de door [eiser 1] in reactie op het verweer van Elegance ingediende machtiging. De machtiging luidt als volgt:<?linebreak?><emphasis role="italic">“MACHTIGINGSFORMULIER:</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hierbij komen te vervallen en over te dragen naar een nieuwe contactpersoon:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mijn zoon ( [eiser 1] )zal willen optreden voor mij ( [derde belanghebbende] )</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 25 augustus 09:30 in Gerechtsgebouw Alkmaar.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Met vriendelijke groet,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [derde belanghebbende]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser 1] ”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De inhoud van deze machtiging leidt niet tot een ander oordeel. In de eerste plaats wijst de kantonrechter erop dat de machtiging niet is ondertekend. Daarnaast strekt de machtiging er niet toe dat [derde belanghebbende] in dit geding de hoedanigheid van procespartij van [eiser 1] overneemt. Evenmin valt uit de machtiging af te leiden dat [derde belanghebbende] zijn eventuele vorderingsrechten op [eiser 1] heeft overgedragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Bij deze stand van zaken hoeft de kantonrechter niet in te gaan op hetgeen partijen over de auto hebben aangevoerd.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [eiser 1] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Elegance vordert dat de kantonrechter [eiser 1] veroordeelt in de integrale proceskosten. De kantonrechter overweegt dat een integrale proceskostenveroordeling kan worden uitgesproken als het voeren van een procedure kwalificeert als misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Hiervan is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. De kantonrechter zal de proceskosten begroten op basis van de gebruikelijke tarieven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De proceskosten van Elegance worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>812,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 406,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>947,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser 1] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser 1] in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser 1] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van Rijn en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>